E
Easter Egg: simpelweg paasei. In de computerwereld staat dit voor een verborgen grapje dat programmeurs in hun software stoppen. Het kan doorgaans onthuld worden door een reeks toetscombinaties te doorlopen. E-business: zaken doen via het internet. E-card: in plaats van een (verjaardags-)kaartje te sturen via de gewone post, kun je dat ook doen via het internet. Er zijn heel wat sites te vinden waar je dergelijke digitale kaartjes kunt kiezen en versturen. E-commerce: kopen en verkopen via het internet. Editor: een programma om bestanden mee te bewerken. Het bekendst is de tekst-editor, maar ook paketten waarmee je geluid en beelden kunt aanpassen noemen we een editor. E-learning: leren via het internet. Deze vorm van onderwijzen wordt steeds populairder. Tegenwoordig bestaan er al lessen om ongeveer alles te leren, van tekstverwerken tot borduren. E-mail: een elektronische manier (vandaar de 'e') om post te versturen. Emoticons: allerlei figuurtjes die in e-mailberichten of tijdens het chatten ingevoegd kunnen worden om een bepaald gevoel uit te drukken (zie ook smiley). Emulatie: een proces waarbij een apparaat of software functioneert alsof het een ander apparaat of programma was. Voorbeeld: via een zogeheten pc-emulator kan je op een Apple Macintosh-computer Windows-software draaien. Encoder: een stukje software dat ervoor kan zorgen dat een bestands- formaat omgezet wordt naar een ander. Bijvoorbeeld van WAV naar MP3 of van de ene MPEG-soort naar de andere. Encoderen: een techniek om bestanden kleiner te maken, zodat ze minder ruimte in beslag nemen. Encryptie: een synoniem voor het versleutelen. Door encryptie maak je informatie onherkenbaar zodat onbevoegden bijvoorbeeld je e-mail niet kunnen bekijken. Om de gegevens opnieuw leesbaar te maken is er een sleutel nodig. EOF: End Of File. Markering die het einde van een bestand aangeeft. E-shop: een virtuele winkel op het internet. Ethernet: een LAN-protocol dat in 1976 ontwikkeld werd door Xerox, DEC en Intel. Het ondersteunt inmiddels overdrachtsnelheden tot 100 Mbps (100x1000 bits per seconde). Een nieuwe standaard wordt 1000 Mbps, oftewel Gigabit Ethernet. Ethernet-hub: een doosje dat verschillende aansluitingen bevat, waarmee je verscheidene computers aan elkaar in een netwerk kunt hangen. Exe: bestandsnaamonderdeel of extensie van een executable file, een programma dus. Exif: Exchangeable Image File Format. Een specificatie die toelaat om allerlei informatie over een digitale afbeelding in het JPEG-bestand op te slaan. Die informatie omvat ondermeer het tijdstip waarop de foto werd genomen, de ISO-waarde (gevoeligheid) en de sluitertijd. Extensie: de meeste namen van bestanden bestaan uit drie delen: de benaming, een punt en een toevoeging (extensie). Bij 'leesmij.txt' is 'txt' de bestandsextensie. De extensie geeft aan om welk soort bestand het gaat. Extern geheugen: verzamelnaam voor alle typen media waarop gegevens bewaard kunnen worden zoals harddisk, floppydisk en cd-rom. E-zine: een magazine dat enkel via het internet verspreid wordt.