C
C++: programmeertaal waarmee onder andere programma's voor Windows worden geschreven. Cache: een klein maar snel werkend geheugen dat dienst doet als buffer tussen de snelle processor en het tragere interne geheugen. Zonder chache bereikt de processor niet zijn volle snelheid omdat hij moet wachten op informatie uit het geheugen. Hoe groter de chache hoe sneller de processor werkt. Cartridge: benaming voor insteekmodules zoals inktpatroon, inkt- cassette of gamecassette bij spelcomputers (Nintendo-, Game Boy spelletjes,...). Cascading Style Sheets: een mogelijkheid voor de gevorderde websitebouwers om een bepaalde stijl toe te kennen aan objecten op webpagina's, zoals lettertype, kleur, ... In computerjargon spreekt kortweg over CSS. CC: Carbon Copy. E-mailfunctie die de bedoeling heeft om personen een kopie van een mail te laten lezen. Ontvangers kunnen zien wie de anderen zijn die de mail ook gekregen hebben. CD-image: als je een cd maakt, kun je kiezen of je de bestanden rechtstreeks naar een cd schrijft of ze eerst bundelt in één bestand op je harde schijf. Zo'n bundeling van bestanden is een goede manier om buffer-underruns te voorkomen. Een disk-image neemt al gauw enkele honderden megabytes in beslag, dus zorg voor genoeg vrije ruimte op de harde schijf. CD-R: een Compact Disc-Recordable is een eenmalig beschrijfbaar cd-schijfje. CD-ROM: Compact Disc-Read Only Memory. Deze cd ziet er net zo uit als een muziek-cd, maar hij bevat computerdata zoals teksten, afbeeldingen, geluid, videobeelden, ... CD-RW: een Compact Disc-Rewritable is een meermaals beschrijfbaar cd-schijfje. CD-text: een stukje tekst dat op een cd wordt meegebrand. Deze info, die tijdens het afspelen op het display van (bepaalde) cd-recorders wordt getoond, bevat ondermeer de naam van de artiest, het album en de verschillende nummers. Celeron-processor: deze Intel-processor werd in april 1998 op de markt gebracht en beschikt over de basistechnologie van een Pentium II-processor. De mogelijkheden zijn beperkter gehouden om de prijs te kunnen drukken. Centrino: een label van het bedrijf Intel, waarmee computers worden aangeduid die de volgende drie compenten aan boord hebben: een Pentium M--processor, de Intel 855 chipset en een Intel PRO/Wireless 2100 (IEEE 802.11b) netwerkverbinding. In de nieuwste laptops wordt de 802.11g standaard voorzien. CGI-script: Common Gateway Interface. Een scriptje op een website dat gegevens verzamelt die de surfer ingevoerd heeft en doorstuurt naar een programma op de webserver die de data verwerkt. Chatbox: plaats op het Internet waar met andere surfers kan gekletst worden. Het spreken (chatten) met elkaar beperkt zich hoofdzakelijk tot getypte boodschappen in al dan niet keurige taal. Chip: een chip is een heel klein stukje silicium (zeg maar 'zand') waarop een groot aantal elektronische schakelingen zitten. In de computer verrichten de chips miljoenen berekeningen. Chipset: een combinatie van chips die de processor van een computer laat communiceren met de rest van de werkende onderdelen. Hoe beter de chipset zijn werk doet, hoe sneller je computer zal zijn. Client: een client is doorgaans een programma waarmee je contact kunt leggen met een server, zeg maar een dienst op een netwerk. Met een mail-client haal je je post op, met een FTP-client bestanden. Clipart: kant-en-klare tekeningen, logo's, pictogrammen en andere soorten afbeeldingen die vaak bij grafische programma's worden meegeleverd of die je van het web kan plukken. CMOS: Complementary MetalOxid Semiconductor. Huist in dezelfde chip als de systeemklok. Hierin bevindt zich de elementaire hardware-informatie. Bij het opstarten vertelt de CMOS bijvoorbeeld welk type harde schijf in de computer zit en hoe die schijf precies opgestart en ingelezen moet worden. CMYK: Cyan, Magenta,Yellow en Key of blacK. Er wordt geen B gebruikt om verwarring met 'blue' te vermijden. Dit is het standaard kleurenmodel dat voor drukwerk gebruikt wordt. COBOL: Common Business Oriented Language. Een programmeertaal die in de jaren 50 en vroege jaren 60 werd ontwikkeld. Vooral zakelijke toepassingen op zware computers maken hiervan gebruik. Codec: kort voor 'Compressor/Decompressor'. Een codec is een technologie om bepaalde gegevens samen te persen tot een kleiner bestand en later weer te uit te pakken (decoderen) zeg maar af te spelen. Colon: dubbele punt. Het :-teken. CompactFlash-kaart: een geheugenmodule in de vorm van een klein insteekkaartje. Compatibel: van compatibiliteit is sprake wanneer apparaten probleem- loos op elkaar kunnen worden aangesloten of wanneer bepaalde software geen conflicten veroorzaakt met andere pakketten of hardware. Compileren: een bewerking die de basiscode (broncode) van software omzet in een uitvoerbaar en niet meer te wijzigen programma. Comprimeren: techniek om bestanden of mappen samen te persen tot één kleiner bestand, zodat ze minder ruimte innemen. Computervirus: een programma dat ontworpen is om (voornamelijk) andere programma's en documenten aan te tasten ofwel te besmetten. In vele (de meeste) gevallen wordt een beschadiging veroorzaakt of gewoon alles gewist. Virussen zijn zo intelligent opgebouwd dat ze zichzelf kunnen vermenigvuldigen en zich ook haast onzichtbaar op computers kunnen nestelen. Antivirus- programma's zijn dus een noodzaak. Voorkomen is immers beter dan genezen. Configuratie: de samenstelling van een computersysteem. Voorbeeld: 733 MHz Pentium III met 128 MB Ram, 30 GB harde schijf, 8 MB 3D-kaart, printer en scanner. Configuratiescherm: een groep hulpprogramma's bereikbaar vanuit het Windows 'Startmenu', waarmee je de instellingen van hard- en software kunt wijzigen. Contrastverhouding: deze term duidt aan hoe goed kleuren worden weer- gegeven. Toestellen met een lage contrastratio (minder dan 300:1) zullen eerder donkergrijs en flauw geel projecteren dan echt zwart en wit. Hoe hoger de contrastverhouding, hoe echter zwart en wit. 500:1 lijkt zowat de standaard bij LCD-schermen. Converteren: gegevens omzetten van het ene naar het andere formaat, zodat andere toepassingen ook overweg kunnen met de data. Cookie: een klein tekstbestand op de harde schijf dat informatie bevat over je activiteiten op een bepaalde webpagina. Websitebeheerders kunnen via cookies te weten komen waar jouw interesse naar uit gaat. Je kan het gebruik van cookies uitschakelen maar dan heb je soms wel het probleem dat bepaalde websites niet meer kunnen opgeroepen worden. Het is dus kiezen tussen privacy en (alle) informatie kunnen raadplegen. Cordless mouse: een muis die draadloos met de computer communiceert. CPU: Central Processing Unit. Het hart van elke computer. Bestaat uit twee delen: de processorkern en het input/output-deel, ook wel eens afgekort tot I/O. Terwijl de processorkern alle reken- opdrachten voor zijn rekening neemt, zorgt het I/O-gedeelte voor de communicatie Cracken: Inbreken in beveiligde computers zonder daarbij op zoek te zijn naar informatie. Een andere betekenis van cracken is het kopiëren van software door de kopieerbeveiliging ervan te kraken. Cradle: Engels voor wieg. Een soort 'staander' voor je PDA die het apparaatje met je computer verbindt, zodatje gegevens tussen beide toestellen kunt uitwisselen. Ook wel 'dock' of 'dockingstation' genoemd. Crashen: de informaticaterm voor het vastlopen van een computer. Bij een ernstige crash is er meestal schade aan computerbestanden en is heelwat informatie voor altijd verloren. Crossover-kabel: een speciale netwerkkabel die gebruikt wordt om twee apparaten (vaak computers) te verbinden zonder tussenkomst van een hub. CRT: Cathode Ray Tube. Een beeldbuistechnologie die in de meeste televisies en computerschermen wordt gebruikt. CSS: Cascading Styles Sheets. Techniek om de vormgeving van webpagina's te bepalen. Met deze manier van werken kunnen zeer snel lay-outwijzigingen doorgevoerd worden. CVE: Centrale Verwerkingseenheid. Het hart van de computer, ook wel CPU (Central Processing Unit) genoemd in de vaktaal. Cursor: het knipperend streepje dat aangeeft waar op het scherm je aan het werk bent en waar dus opdrachten of tekst kan ingevoerd worden.