B
Backbone: een backbone is een ruggengraat van het internet. Het is de belangrijkste fysieke verbinding tussen de verschillende computers die op het internet zijn aangesloten. Het is een verbinding die een hoge snelheid en veel dataverkeer aankan. Backdoor Trojan: een programma dat zich stiekem op je computer installeert en wacht tot een hacker het activeert en deze zo toegang tot je computer verkrijgt. Backslash: de schuine breukstreep (\) die in Windows gebruikt wordt om mappen (directory's) van elkaar te scheiden. Een erfenis van MS-DOS. Backup: een veiligheidskopie van programma's en data. Van alle belangrijke bestanden maak je bij voorkeur dagelijks een kopie. Bij technisch falen van de computer is je werk niet verloren. Backwards compatible: compatibel of nog werkend onder een eerdere (oudere) standaard. Bad cluster: een reeks nulletjes en eentjes waar de computer niets mee kan aanvangen omdat hij niet weet hoe hij ze moet lezen. Wanneer deze op een harde schijf voorkomen zal de computer zich soms vreemd gedragen. Via een schijfcontrole kan het probleem in vele gevallen opgelost worden. Bij blijvende problemen dient de schijf vervangen te worden. Bandbreedte: term die slaat op het aantal gegevens dat binnen een bepaalde tijd door een bepaald kanaal kan gestuurd worden. Wordt uitgedrukt in bits per seconde (bps). Banner: een advertentiestrook op het net of in software. Wanneer een computergebruiker op een banner klikt zal hij wellicht verbonden worden met de website van het bedrijf dat via de banner adverteert. Barebone: een pc in een erg compacte behuizing, waar je zelf (of de assembleur) de nodige componenten zoals processor, geheugen en harde schijf inbouwt. Batch-bestand: een ASCII-bestand waarin een aantal DOS-commando's zijn opgenomen. Bij het starten van zo'n bestand worden deze commando's één na één uitgevoerd. Het bekendste voorbeeld van een batch-bestand is 'autoexec.bat'. Baudrate: het aantal bits dat per seconde doorgestuurd wordt via een modem of netwerkverbinding. Deze eenheid is genoemd naar de uitvinder van de baudot-telegrafiecode, mijnheer Baudot. BCC: Blind Carbon Copy. Doet hetzelfde als CC, alleen zien de ontvangers van je mail niet wie de andere ontvangers zijn. Benchmark: een programma om de prestaties van de hardware in je computer te meten. Berichtregel: om post te filteren vooraleer het in je INBOX terecht- komt, kun je een berichtregel opstellen. Daar kun je kiezen om alle mail van een bepaalde afzender of met een bepaald onderwerp automatisch in een aparte map terecht te laten komen. Bestandsextensie: bestanden bestaan uit drie delen: de naam, een punt en de extensie. Bij 'werk.txt' bijvoorbeeld, is 'txt' de extensie. Bestandsformaat: elk programma bewaart zijn data in een bepaald formaat. Voorbeelden van bestandsformaten zijn: ASCII (tekst), JPEG (beeld), WAV (geluid), AVI (video),... Bestandssysteem: de methode die door het besturingssysteem gebruikt wordt om bestanden een naam te geven, op te slaan en in te delen. In technische termen spreekt men van FAT 16 (tot 1998) en FAT32 (standaard vanaf Windows 98). Windows 98 of recenter kan beperkt met beide systemen overweg. Bestandstype: een bestand is meestal afkomstig van een specifiek programma en moet ten allen tijde weer door dat programma geopend kunnen worden. Via het bestandstype kan de computer achterhalen bij welk programma een bepaald bestand hoort. Onafscheidelijk van het bestandstype is de bestandsextensie. Zo hoort .doc bij Word, .ppt bij powerpoint en worden .jpg, .tif, .png automatisch geopend door een grafisch programma. Bètatester: iemand die een bètaversie test en de gevonden fouen of problemen doorspeelt aan de fabrikant. Bètaversie: een programma dat nog in ontwikkeling is. Het ligt nog niet in de winkel maar is vaak al wel verkrijgbaar. Aan de hand van reacties op deze versie zal de producent de laatste programmeerfoutjes uit de software verwijderen. BIOS: Basic Input/Output System. Dit onderdeel van de computer bevat extreem belangrijke opstartinformatie. Je kan hier wel manueel instellingen aanbrengen, maar als leek laat je dat beter aan een kenner over. Bit: een bit komt overeen met een 0 of een 1. Bitdiepte: heeft betrekking op het aantal bits dat nodig is voor elke pixel in een afbeelding. Hoe hoger de bitdiepte, hoe meer kleuren de totale afbeelding bevat. 8 bit staat voor 256 (2 tot 8ste macht) kleuren of grijstinten - prima voor het web. 24 bit geeft 16.7 miljoen en 36 bit enkele miljarden kleuren. Bitmap: een bestandformaat voor afbeeldingen. Het wordt vooral gebruikt op het Windows-platform. Herkenbaar aan de bestandsextensie BMP. Bitrate: geeft de mate aan van compressie die toegepast werd tijdens het coderen van een audio- of videobestand. Hoe hoger de bitrate, hoe hoger de geluids- of beeldkwaliteit. Bitsnelheid: drukt uit hoeveel bits een muziek- of beeldfragment per seconde gebruikt. Hoe meer, hoe beter de kwaliteit. Typische waarden voor MP3 zijn 128 kbps (kilobit per seconde) en 192 kbps. Blu-ray: ook Blu-ray Disc (BD) genoemd, een van de opvolgers van de dvd. Dvd- en cd-lezers gebruiken een rode laserstraal om de gegevens van de schijfjes te lezen, terwijl dat bij Blu-ray een blauwe straal is (vandaar de naam). Een single layer BD kan 25 gigabyte aan gegevens bevatten. De double layer-schijfjes hebben een capaciteit van 50 gigabyte. Blue-ray: standaard voor een geavanceerde generatie opneembare dvd's. De laserstraal waarmee wordt gebrand, is blauw, vandaar de naam. Bleutooth: een manier waarin is vastgelegd hoe kleine (draagbare) elektronische apparaten via een specifieke (hoogfrequent) radioverbinding gegevens kunnen uitwisselen met vaste toestellen, netwerken of met elkaar. De Class 1 standaard heeft een bereik van 100 meter, Class 2 haalt ongeveer 10 meter. Blog: online dagboek. Je vindt op deze websites de dagelijkse beslommeringen van de zogeheten weblogger die soms meermaals per dag een nieuw item toevoegt. Andere typische kenmerken zijn links naar andere weblogs, favorietenlijstjes en een archief. Bookmark: een link naar een website die je hebt vastgelegd zodat je de URL in de toekomst snel kunt terugvinden. Microsoft noemt dergelijke digitale bladwijzers 'Favorieten'. Bootable: Als een cd-rom, USB-stick of ander opslagmedium bootable is, betekent dit dat je je pc vanaf dit medium kunt opstarten (in plaats van via de harde schijf). Hiervoor die de informatiedrager een aantal specifieke computer- bestanden te bevatten. Via een speciale fuctie in Windows, worden die bestanden er automatisch geplaatst. Booten: jargon voor het starten van de software (meestal het besturingssysteem) die de computer opstart. 'Boot' komt van 'bootstrap', een lus die bovenaan een laars (boot) bevestigd is om de laars makkelijker aan te krijgen. Bootmanager: programma dat je in staat stelt om bij het opstarten van de computer uit verschillende besturingssystemen te kiezen. 'Boot' spreek je overigens uit als 'boet'. Bootsector: eerste sectoren van de opstartschijf. Hier bevindt zich essentiële informatie om de computer correct te laten opstarten. Botnet: een netwerk van gehackte computers dat door derden voor eigen doeleinden gebruikt kan worden. Bps: Bits per seconde. Acht bits vormen een byte, dus 64000 bps komt overeen met 8000 bytes per seconde. Dit wordt geschreven als 64 Kbit/sec en 8 Kbyte/sec. Voor alle duidelijkheid: 1 kilobit = 1024 bits. Branden: informaticaterm voor het met een laserstraal beschrijven van een CD (cd-R of cd-RW). Breedbandinternet: algemene benaming voor snelle internet- verbindingen, zoals surfen via de kabel, ADSL- verbindingen en (in mindere mate) internet via de satelliet. Broncode: de vorm van een computerprogramma die gelezen kan worden. Hierin staan de programmaregels zoals deze door een programmeur ingevoerd zijn. Zonder deze code kan een programma niet gewijzigd worden. Vaak zijn aan deze broncode de auteursrechten verbonden. Ook wel 'source' genoemd door de meer gevorderde computergebruiker. Browser: een programma dat de HTML-code van een webpagina vertaalt naar een mooi vormgegeven document. De bekendste browsers zijn Microsoft Internet Explorer en Netscape Navigator. Browser-cache: je browser bewaart bestanden (afbeeldingen, tekst...) van websites die je onlangs bezocht hebt. Wanneer je een van die sites opnieuw bezoekt, kijkt de browser eerst of de bestanden zich in het cachegeheugen bevinden. Is dat zo, dan hoeft de browser die bestanden niet opnieuw te downloaden, wat zorgt dat het laden van de pagina een stuk sneller verloopt. Buddy-lijst: een buddy is een contactpersoon in een instant messaging- programma (vb.: MSN Messenger). Je kunt die toegestane contactpersonen in een lijst laten weergeven: kleurt het pictogrammetje naast zijn naam groen, dan is de buddy online, rood betekent dat hij offline is. Bufferen: wanneer je naar een streaming uitzending op het internet kijkt of luistert, moet de player eerst een aantal seconden op voorhand downloaden. Dit noemt men 'bufferen'. Hierdoor wordt voorkomen dat beeld of geluid gaan haperen. Buffer underrun: de schrik van elke cd-brander. Als de cd-writer aan het schrijven is, kan het gebeuren dat de computer niet meer kan volgen. Met andere woorden: de laser wil gegevens sneller branden dan de computer ze kan aanvoeren. Het resultaat van deze melding is dat je het gedeeltelijk beschreven schijfje kunt weggooien. Bug: computerterm voor een onopzettelijke programmeerfout. Er doet een verhaal de ronde dat de eerste computerbug ook een echte 'bug' (insect) was. Het zou gaan om een mot die vastzat tussen twee elektrische relais en daardoor het toestel uitzette. Bugfix: een oplossing voor een programmeerfout, meestal in de vorm van een software-update. Bulkmail: een e-mailbericht dat naar een groot aantal geadresseerden wordt of is verstuurd. Een e-mailbox kan door een te grote hoeveelheid 'bulkmail' al snel overbelast worden. Men noemt dit ook wel eens waardeloze mail of 'spam'. Bus: een datakanaal, in de computer, tussen de processor, het geheugen en andere onderdelen, zoals de harde schijf en grafische kaart. Byte: dit is een verzameling van 8 bits. Elk teken, cijfer of leesteken komt bij een computer overeen met een byte. Voorbeeld: 01100001 staat voor 'a' en 01000001 staat voor 'A'.