A
AAC: Advanced Audio Coding. Een audiocodec die ontwikkeld is door de makers van MP3 en als bedoeling heeft MP3 op te volgen. AAC is ideaal om audio via het internet te ver- spreiden of voor digitale uitzendingen te gebruiken. AAC comprimeert geluid efficiënter dan MP3 en komt erg dicht in de buurt van cd-kwaliteit. Access point: een toegangspunt voor een pc, PDA of gsm en dergelijke tot een netwerk. Account: een account is eigenlijk niets meer dan een internet- abonnement. Als je bij een provider bent aangesloten heb je dus een account. ActiveX: een door Microsoft ontwikkelde technologie waarmee je interactieve webpagina's kunt maken. Werkt alleen op Windows-computers. ACPI: een standaard voor het energiebeheer van computers (vooral notebooks). Werkt vanaf Windows 98 en zorgt ervoor dat je bijvoorbeeld kan instellen na hoeveel tijd de monitor uitgaat, wanneer de harde schijf moet stoppen met draaien,... ADAT: ook wel eens lightpipe genoemd. Standaard formaat om maximaal 8 kanalen digitale audio door te sturen via een optische vezelkabel. ADD-ON: een uitbreiding op een computerprogramma zodat dit programma plots meer opties krijgt. ADSL: Asymmetric Digital Subscriber Line. Met deze techniek wordt een telefoonlijn eigenlijk in tweeën opgesplitst. De lage frequenties voor de gewone gesprekken en de hoge voor data overbrenging. Deze manier van werken verloopt tot dertig keer sneller dan bij het ISDN-systeem. Intussen wordt onderzoek gedaan voor de opvolgers, zijnde: SHDSL (Symmetric High Data rate Digital Subscriber Line) en VDSL (Very high bit rate DSL). Adware: software die je samen met een gratis product downloadt en die reclameboodschappen toont. Vaak reageren die op bepaalde zoektermen die je intikt. AES: versleutelingstechniek om computergegevens te beveiligen. Afspeellijst: ook wel playlist genoemd. Een lijst met een overzicht van muzieknummers met informatie zoals titel, uitvoerder en lengte. Deze lijsten worden gebruikt door programma's als Windows Media Player en iTunes. AGP: Accelerated Graphics Port. De gleuf waarin je moderne grafische kaarten onderbrengt. Je herkent ze aan de donkerbruine kleur. AGP 2X is trager dan AGP 8X. Alias: een tweede e-mailadres voor een gebruiker, maar wel verwijzend naar zijn 'hoofdadres', zodat alle post, ongeacht naar welk adres die gestuurd wordt in één mailbox terechtkomt. AMD: fabrikant van computerprocessoren. De grote concurrent van Intel. Ampersand: en-teken. Het &-teken. Analoog: de tegenhanger van digitaal. Een platenspeler bijvoorbeeld werkt analoog, terwijl een cd-speler digitaal werkt. Animated GIF: grafisch bestand dat zich gedraagt als een klein filmpje. Anisotropisch filteren: een functie die door de huidige grafische kaarten gebruikt wordt om de beeldkwaliteit van texturen te verbeteren, speciaal met betrekking tot objecten die in de verte worden weergegeven. Deze filtering zorgt ervoor dat dergelijke objecten ook scherp (of minder vaag) zijn. Anti-aliasing: een term uit de beeldbewerking. Het minder kartelig maken van scherpe randen in tekeningen of letters. Apenstaartje: benaming voor het @-teken. Het staat voor 'at' in het Engels en 'bij' in het Nederlands. Het is een vast onderdeel in een e-mailadres. Voorbeeld: Teofiel1@hotmail.com API: Application Programming Interface. API's maken het mogelijk om programma's met elkaar te laten communiceren. Artificiële intelligentie: kunstmatige intelligentie waarbij men probeert met behulp van hardware en software de menselijke intelligentie na te bootsen. ASCII: American Standard Code for Information Interchange. Het is de universele norm voor het omzetten van tekst, getallen en lees- tekens in binaire gegevens die door elke computer kan gelezen worden. ASP: Active Server Page. Dit is een HTML-pagina die een of meer scripts bevat. Die worden door de webserver automatisch verwerkt alvorens de pagina getoond wordt aan de bezoeker. ASPI-Drivers: Advanced SCSI Programming Interface. Een set drivers voor het Windows-besturingssysteem die er in hoofdzaak voor zorgt dat dvd- en cd-hardware goed kan samen- werken. Vooral voor kleinere tools is een ASPI-driver noodzakelijk. Asterisk: de benaming voor het *-teken. Dit teken wordt gebruikt voor vermenigvuldigen bij rekenopdrachten en ter vervanging van een deel van de bestandsnaam of filtervoorwaarde. Voorbeeld: intern*. Alle woorden die met 'intern' beginnen zullen door de computer getoond worden bij het uitvoeren van een zoek- of filteropdracht. ATA: Advanced Technology Attachment. Ook gekend als IDE. Een interface om harde schijven aan te sluiten. ATOM: RSS-feed. Het is de standaard voor weblogs gemaakt met Blogger. Attachment: bijlage. Bij een e-mailbericht kan naast de klassieke tekst ook nog een bestand gevoegd worden. Dit bestand noemt een informaticus 'attachment'. AUP: Accepted Use Policy. Een lijst van gedragsregels die door de internetaanbieder of eigenaar van een forum, discussielijst of chatbox wordt opgesteld. Inbreuken worden vaak bestraft met een schorsing of een gebruiksverbod. Autonomie: geeft aan hoe lang een laptop bij gemiddeld gebruik kan werken op één batterijlading. AVATAR: fenomeen uit de chat- en formumscene. Grafische voorstelling van jezelf. AVI: Audio Video Interleave. Het is het bestandsformaat voor Microsofts video voor Windows. AZERTY: toetsenbordindeling, ondermeer gebruikt in Vlaanderen.