
Voetkrabbers zijn in Berlare een verdwijnend voorwerp. Ze zijn ook niet meer echt nodig; de meeste voetpaden zijn verhard. Telkens als een oudere woning afgebroken wordt - en zelfs bij renovatie - verdwijnt dit kleine hulpmiddeltje uit vroegere tijden. Het was vooral in gebruik bij de "duurdere" woningen, toen de voetpaden nog uit verharde aarde bestonden en die bij regenweer eerder modderpaden waren.
In 1989 werd over de voetkrabbers in Vlaanderen een studie gemaakt door het K.C. Peeters-instituut voor Volkskunde en een recent bezoek aan één van mijn dochters herinnerde mij hieraan. Daar staat een kleine voetkrabber samen met een borstel gemonteerd, omdat de oprit niet echt verhard is.
Wat vindt met erover in de dikke boeken?
In het "Grote Winkler Prins"-woordenboek, uitgave 1982, komt het woord niet (meer) voor. Wel vinden we het woord "voetenschraper, voetschrapper": ijzeren rooster bij voordeur om de voeten af te schrappen.
Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, uitgave 1976: "Voetenkrabber, voetkrabber, voetenschrap(p)er": schrapijzer om beslijkte, vuile voeten (schoenen) aan af te vegen.
Le petit Larousse (uitgave 1919) geeft het woord ?décrottoir ?: lame de fer ou boîte garnie de brosses à l'entrée d'un appartement, d'une maison, pour ôter la boue des chaussures. Geef toe dat deze oude uitleg wel duidelijker is.
"Berlare in prentkaarten"
"Berlare in Prentkaarten," uitgegeven door onze kring in 1984, bevat verschillende prentkaarten, waarop een voetkrabber te zien is.
Zo is dit het geval op:
Kaart nr. 46 blz. 80, ca 1910. Aan het oude huis van dokter Lemmens, thans Ami, Dorp, 47. De kaart is onduidelijk, maar ik heb de voetkrabber zelf nog weten staan. Op kaart nr. 56, blz. 71, ca. 1950 vinden we dezelfde voetkrabber. Hij was in de bodem ingewerkt.
Kaart nr. 47, blz. 47, ca 1920. Deze staat aan de woning van de familie Verschaffel, thans Dirk Baert, Dorp, 69. (Type in de bodem) Hier kan men aan beide zijden van de voormalige poort nog wielgeleiders bewonderen uit de tijd waarin het paardengetrek nog in was. (Dit zijn niet de enige in Berlare, daar komen we in een volgend nummer eens op terug.)
Kaart nr. 49, blz. 63, ca. 1925 toont twee woningen met een voetkrabber van het type in de bodem.
Kaart nr. 50, blz. 64, ca. 1925. Ter hoogte van het huis Veldeman, nu Dorp 53, vinden we eveneens een type in de bodem.
Kaart nr. 53, blz. 67, ca. 1953. Aan de woningen van Maurice Aché (thans Dorp 38 en bewoond door Peter Vandekerckhove-Vermaerke) en het huidige Dorp 34, herbouwd en bewoond door Gaby Rosseel-De Batselier, vinden we nog tweemaal een type in de bodem ingewerkt.
Kaart nr. 165, blz. 188, ca. 1900, geeft een beeld van de Donkkapel met een krabber in de bodem ingeplant.
Waar vinden we er nu nog?
Aan het "Rondhuis", Dorp
75, bewoond door de familie Govaert, vinden we een in de grond verankerd type van gietijzer.
Het bevindt zich links van de dubbele deur, waarvan het linkerdeel het normaal opengaande is.
De voetkrabber is reeds te zien op de prentkaart nr. 79, blz. 97 van ca. 1902. (zie
foto links)
Woning, Dorp 54,
thans bewoond door de familie Roelandt;
hier bevindt zich een in de muur ingebouwd type van gietijzer aan de dubbele poortdeur.
Dat hij niet meer moet gebruikt worden toont de begroeiing op bijgaande foto
(rechts).
Woning, Gaver 5, bewoond door de familie Janssens. Hier bevinden zich nog twee voetkrabbers van gietijzer, links en rechts ingewerkt in de onderste van de twee treden. Gezien de lange oprit naar het huis was dit zeker geen luxe.
Bij de Sint-Martinuskerk waren tot 1996 bij de twee inkomdeuren voetkrabbers aanwezig. Ze zijn verdwenen bij de heraanleg der bestrating tijdens de dorpskernvernieuwing. De twee krabbers waren ingebouwd in de bodem en uitzonderlijk groot, ca. 50 cm lang. Twee personen konden tegelijk hun schoenen reinigen.
Bij een volgende wandeling langs het Dorp kunt u de nog bestaande voetkrabbers eens goed bekijken.
Luc De Bruyne