hoegaardenbier
pierre celis
borghers
alpaidis
bierweetjes
bierkrant
hoegaardendorp
riddervieringen
agenda
poll
contact
home
 

 

 

Hoegaardse Biergilde

 

HAAR GESCHIEDENIS...

De oude en eens zo machtige biergilde "DIE EDELE ORDE VANDEN MOUTSTOCK" ontstond omstreeks 1560, nadat de Hoegaardse brouwers en wijnbouwers zich hadden verenigd, om gezamenlijk op te treden tegen de zware tolrechten op de uitvoer van hun wijn en bier.

Goropius Becanus had in 1559 zijn lofzang over het Hoegaards bier zodanig alle richtingen uitgezonden, dat de Hoegaardse brouwers zich als grote bierheren begonnen te beschouwen. En bovendien had Keizer Karel, die zich in 1556 uit het openbaar leven had teruggetrokken om zich in de Abdij van San Yuste in Estramadura te vestigen, langs de Prinsbisschop van Luik om enkele vaten Hoegaards bier gevraagd, om verfrissing te brengen in de brandende Spaanse zon.

Dat alles dreef de trots van de Hoegaardse brouwers op, die na enkele jaren besloten zich in een machtige gilde te verenigen. Zij kregen hun statuten pas in 1571 onder de Prinsbisschop Gerard van Groesbeek, die, in ruil voor hun gehechtheid aan het prinsbisschoppelijk gezag van Luik, zekere privilegiën aan de Orde toekende, ter uitvoering van openbare ambten in het bestuur van de Oude Vrijheid van Hoegaarden.

Omstreeks 1600, toen het bier bijna volledig de wijn had verdreven, bleven in de Gilde nog alleen bierbrouwers over.

In 1615 werden hun statuten door Prinsbisschop Ferdinand van Beieren aangevuld met een verordering ter bescherming van de brouwers tegen vreemde indringing en ter beveiliging tegen alle biervervalsing.

De Orde werd voorgezeten door een Ordedeken of Grootmeester, bijgestaan door een Onderdeken en een Raadsheer. Bovendien telde men ook nog enkele Gezworenen. Zij werden allen gekozen tussen de grote brouwers van Hoegaarden, waaruit ook, ingevolge de voorrechten, de wethouders werden gekozen, zodat zij de toonaangevende mannen waren in hun tijd. Samen met de "Regentie" was de Brouwersgilde toonaangevend in het bierdorp, waar het bierbrouwen grote bloei en welvaart bracht, die in de 18e eeuw hun hoogtepunt bereikten.

Jaarlijks kwamen de Ordebroeders samen om het bierfestival te vieren en hun beste drank te laten proeven. Met de "Moutstock" sloegen zij de nieuwe leden, die waardig waren om in de orde te worden opgenomen, hetgeen steeds met veel bier en festijn gepaard ging.

De gilde onderhield ook rituële tradities, een soort biercultus, zoals het verkiezen van bierreuzen, de kroning van hun bierkeizer en het begraven en bezweren van hun Hoegaards bier. De Brouwersgilde oefende ook alle toezicht uit op de aangehechte korporatie van herbergiers, taverniers, en kabarethouders, die zich aan de wetten van de grote brouwers moesten onderwerpen.

PLEZIER MET EEN HEERLIJK BIER

Tijdens de gouden brouwerseeuw was het te Hoegaarden haast alle dagen kermis. Het bier vloeide er in overvloed, de brouwerijen kende geen stilstand. Er werd gedronken om uiting te geven aan de vreugde bij geboorte, verloving, huwelijk en dorpsfeesten. Men dronk uit welgezindheid bij het leggen van de eerste steen, de eerste balk, de laatste dakpan van een huis of hoeve, bij zaaien en oogsten, bij inhalen of dorsen of om zich te vermaken. Men dronk eveneens bij begrafenissen om het verdriet weg te spoelen, om sombere nevels te verjagen of uit gramschap tijdens dorpstwisten en veten.

Zelfs de pasgeborenen kregen een paar bierdruppels te slikken om hen het "leven" in te blazen en om, van meet af, goede gewoonten te leren.

De varkens kregen bier om sneller vet te worden...

En boven dat alles zwaaiden de grootheren van het bier hun moutstock. Wat een Breugeliaans feest van dampende brouwketels, hotsende bierkarren en volzittende herbergen moet dat geweest zijn in het Hoegaards bierdorp van weleer!

Men brouwde er bier, men dronk er bier en men dacht aan bier. Later werd men er zelfs betaald om te drinken, want bij elke pint, die 7 centiemen kostte, kreeg men 2 centiemen terug, welke nadien vervangen werden door "Muntkaramellen Cesar". En zo kom men in Hoegaarden eten en drinken voor hetzelfde geld en werd er gedronken met tonnen, want de brouwerijen stonden open voor iedereen die brouwen wilde.

Vier eeuwen lang vormde het Hoegaards bier de trots en de rijkdom van het bierdorp. "Regentie" en "Brouwersgilde" vierden hoogtij.

AFZWAKKING

Maar met de verdwijning van het oud regime begon ook de ster van de oude brouwersgeslachten te tanen. Met het verval van hun grootheid verzwakten in de 19e eeuw ook de bloei van de Brouwersgilde en de bierhandel, zodat zij door de omliggende steden overvleugeld werden.

Van de 37 eigenaars-brouwers en de 130 huurbrouwers, uit de 18e eeuw, bleven in 1872 nog amper 15 brouwerijen en 9 stokerijen over. Ook de eens zo machtige Orde ging datzelfde jaar teloor.

Het Hoegaards bier, dat tijd en mensen had getrotseerd, werd in de 20e eeuw nog slechts door enkele brouwers als plaatselijk traditiebier gebrouwd. In 1957, toen brouwer Tomsin voor het laatst brouwde, had het lekker gerstenat opgehouden te bestaan.

HET HEDEN

Zeven jaar later, in 1964, kwam er nieuw leven. Pieter CELIS bracht het Hoegaards bier terug op de markt! Hij begon te brouwen in een wijnvat en kwam tot een volledige installatie. Het goudgele natuurbier werd terug gebrouwd zoals vroeger, tot grote vreugde en fierheid van de Hoegaardiers!

In 1965 opende het Museum van Hoegaarden zijn deuren en bouwde dadelijk standen op van brouwers en stokers, taveernen en kabaretten, herbergspelen, brouwersbanieren, enz... In 1967 werd in dat museum zelfs een levende 18-eeuwse taveerne in het leven geroepen, waar het Hoegaards bier voor het eerst weer zijn plechtige intrede deed.

DIE EDELE ORDE VANDEN MOUTSTOCK

1972 werd voor Hoegaarden en het Hoegaards bier een topjaar, want in het Museum werd de plechtige heroprichting en de folkloristische heropstanding van "Die Edele Orde vanden Moutstock" gevierd.

Volgens de traditie werd de Orde weer ingesteld en de Hoge Bierraad geintronizeerd. De Grootkanselier, de Grootmeesters en de Edelgezworenen kondigden de Bierwet en de Elf geboden van de Orde af.

De adelborsten slaagden in de zware biertesten en werden tot Kommandeur, Groot-Officier of Ridder benoemd. Ook de dames en juffrouwen worden tot de testen toegelaten en worden na slagen tot Edelvrouwen verheven.

Op het brouwersbanier en de bierstoep werd in 1972 de biereed afgelegd en de getrouwheidsbelofte uitgesproken.

DE GROOTKANSELIERS van "Die Edele Orde vanden Moutstock" van 1560 tot heden

1560 tot ? Gonus van Molle
? tot 1645 of 1650 G. van Molle (misschien zoon van vorige)
1645 of 1650 tot 1662 Daniel Bormans
1662 tot 1693 Berthel Peeters
1693 tot 1713 Jan Rega
1713 tot 1737 Servatius Sweerts
1737 tot 1757 Charles Van Nerum
1757 tot 1778 Ant. Collaert
1778 tot 1788 Hendrick Struys
1788 tot 1797 Joannes Van Nerum
1797 tot 1804 Ontbonden tijdens de periode van het Schrikbewind
1804 tot 1819 Jacobus Van Nerum
1819 tot 1850 Servaes Nijs
1850 tot 1871 Charles Van Nerum
1871 tot 1872 Joseph Libert Dumont
1872 tot 1972 Ontbonden
1972 tot 1983 Albert Guilluy
1983 tot 1986 Alfons Veroeveren
1986 tot ... Etienne Grooten

De Gilde bestaat uit :

Grootkanselier Grootcommandeur, Praenobilis Dominus
Domina Grootcommandeur van de Domicellagilde
Grootmeester Grootofficier - Ouderdomsdeken
Biervir Edelgezworene Ridder
Griffier Edelgezworene
Comptorist Edelgezworene
Ceremoniemeester rolhouder Edelgezworene
Consultissimus Edelgezworene P.R. in de Vrijheid
Expertissimus Edelgezworene P.R. buiten de Vrijheid
Delegatarissen Edelgezworene

Verder is de Gilde samengesteld uit Gildezusters en -broeders, onderscheidelijk verdeeld in drie hierarchische standen:

- Grootcommandeurs
- Grootofficieren
- Edelvrouwen en Ridders

Zij dragen volgens hun rang het purper, het blauw of het rood lint bekleed met het hoogwaardigheidszegel van hun schutsheer Keizer Karel.

Voorwaarden om opgenomen te worden in de Biergilde...

  • De Hoge Raad heeft besloten de toetredingsperiode uit te breiden tot minimum DRIE jaar.

  • De kandida(a)t(e) moet voorgedragen worden door een meter of peter Edelvrouwe of Ridder en worden voorgesteld aan de Hoge Raad.

  • Na minimum 1 jaar wordt de kandida(a)t(e) Jonkvrouw of Adelborst.

  • Na minimum 2 jaar zal zij/hij worden voorgedragen als Borgher van Hoegaarden en ontvangt het daaraan verbonden waardigheidsteken en diploma

  • Een minimum van 3 jaar lidmaatschap is vereist alvorens opgenomen te worden als Edelvrouwe of Ridder in de Gilde.

  • Zij/hij ontvangt het waardigheidsteken en diploma verbonden aan deze opname.

  • Tijdens deze 3 jaar durende voorbereiding zullen verschillende opdrachten gegeven worden aan de kandida(a)t(e) Edelvrouwe/Ridder.
     

Het komt er op aan dat de kandida(a)t(e) zich moeten bevestigen en hierin zal de meter/peter met aanmoedigingen en controle haar/zijn steentje moeten bijdragen om de kandida(a)t(e) te helpen zijn/haar proefperiode waardig te volbrengen.
Gedurende deze voorbereidingsjaren moet de kandida(a)t(e) deelnemen aan de activiteiten van de Gilde en haar/zijn jaarcijns (lidgeld) betalen.

top van pagina