In de lente, als de temperaturen weer oplopen en de dagen weer langer worden, verlaten ze hun winterrust,
de nieuwe bladeren ontluiken, de wortels gaan weer water opnemen en alle aktiviteit start weer op.
Inleiding

Ieder jaar gebeurt het opnieuw:
na de lange koude wintermaanden
waarin de natuur in een diepe slaap leek gedoken
en waar planten en dieren geen enkel teken van leven meer gaven, komt plots alles weer in beweging:
de natuur ontwaakt uit haar winterrust.
De dagen worden langer, de temperaturen lopen op.
De dooi en de veelvuldige regens
zorgen voor een overschot aan water.
Stromen en rivieren kunnen amper de hoeveelheid water verwerken.
En juist al deze omstandigheden zijn ideaal voor de plantenwereld.
Planten werpen in de herfst vrijwillig hun bladeren af om zich te beschermen tegen de vrieskoude.
Bomen en planten uit onze gematigde streken hebben zich volledig aangepast aan de seizoensveranderingen.

Van zodra de temperatuur begint te dalen en de dagen
minder lang licht worden, werpen ze hun bladeren af,
ze staken het opnemen van water en inwendig is er zogoed als geen watertransport meer.
Hierdoor wordt de verdamping beperkt en is er minder sapstroom. De planten gaan in winterrust.
Zelfs bij altijd groene bomen is er een bladwisseling
maar dit gebeurt slechts om de twee à drie jaar en
de afgevallen bladeren worden onmiddellijk vervangen.
Een voorbeeld van deze groenblijvende bomen
zijn de coniferen of naaldbomen.
Weldra zullen de vertikale lijnen aan de horizon verdwijnen.
De naam conifeer komt van de vorm van de kegel “koni” die zij dragen.

Zij hebben veel minder zon nodig
en gedijen meestal op schrale grond.
Terug naar Homepage