Harmonie

Groepsfoto harmonie

De fanfare "Hoop in de Toekomst" Lommel werd gesticht op 22 november 1901.
In het jaar 1929 mocht zij de titel dragen van Koninklijke fanfare. De fanfare werd omgevormd tot harmonie in 1950 en de eerste uniformen werden aangekocht in 1960.

Momenteel telt onze harmonie uit ongeveer 40 muzikanten uit alle leeftijdcategories.
Bijna alle instrumenten die thuishoren in een moderne harmonie komen aan bod.
Ons repertorium varieert van volksmuziek, modern tot licht klassiek.

Eénmaal per week op vrijdagavond wordt er gerepeteerd. Voor deze repetities hebben wij een prachtig lokaal tot onze beschikking. Het bestaat uit een grote repetitieruimte en een aanpalend cafégedeelte. Ons lokaal werd in 1995 volledig gerenoveerd en vernieuwd. 

Iedereen die zin en gevoel heeft voor muziek kan bij ons aansluiten. Ken je nog helemaal niks van muziek dan kan je bij ons lessen volgen bij onze ervaren muzikanten. Bij ons is het vooral belangrijk dat je samen met de andere muzikanten plezier beleeft aan muziek maken zonder prestatiedruk.

Natuurlijk trachten wij onze muziek zo goed mogelijk te brengen.. De harmonie neemt dan ook geregeld deel aan wedstrijden en brengt minstens 1 maal per jaar een hoogstaand concert.
De behaalde resultaten tijdens deze wedstrijden zijn voor ons het bewijs van ons eigen kunnen.

De harmonie staat onder de deskundige leiding van Robert Schoonbrood.

Robby Schoonbrood
Dirigent Robert Schoonbrood

Wat is het verschil tussen brassband, fanfare en harmonie?

Elk dorp heeft wel een harmonie, fanfare of brassband. Die muziekgezelschappen vallen allen onder de verzamelnaam blaasorkesten en worden afgekort hafabra-orkesten genoemd.
Blaasorkest, de naam zegt het al: de blazers voeren de boventoon. Dat de drie toch een verschillende naam hebben, betekent dat de bezetting van het orkest bij elk van de drie anders is.
Met name de gebruikte instrumenten bepalen het geluid dat zo eigen is voor elke groep.
Een harmonie bestaat in grote lijnen uit drie groepen van instrumenten: de houtinstrumenten, bijvoorbeeld fluiten en klarinetten; de koperinstrumenten zoals trompetten en tuba's en tot slot het slagwerk.
In eigentijdse harmonieën komen daar soms nog cello's, contrabassen, een harp en een piano bij. In dat geval wordt zo'n harmonie wel minder mobiel.
Een harmonie is te vergelijken met een symfonieorkest, waarbij de klarinetten de rol spelen die de viool in een symfonieorkest heeft.
Een fanfare en een brassband lijken veel meer op mekaar, en minder op een harmonie. In beide bands vind je enkel koperinstrumenten, aangevuld met slagwerk, van kleine tot grote trom. Speelt bij de fanfare de bugel de hoofdrol, dan geven bij de brassband de cornetten de toon aan.
Precies dat verschil in instrumentale bezetting, geeft elk van de hafabra-orkesten zijn eigen, typisch geluid. Daarbij heeft de harmonie, zoals de kenner het zegt, het breedste klankkleurenpalet, met name door de hoge tonen van de fluit en de klarinet. Een fanfare klinkt dan weer meer orgelachtig, de brassband klinkt het lichtst.

Waar komen al die muziekkorpsen vandaan?

Ze zijn gegroeid uit de eeuwenoude traditie van de militaire muziekkapellen. In de achtiende eeuw drongen strategen erop aan de optrekkende troepen te laten vergezellen door opzwepende marsmuziek, die voornamelijk werd gespeeld door blazers en slagwerk. Componisten, als De Sousa in Amerika, de man die het Amerikaanse volkslied schreef, specialiseerden zich in het schrijven van dergelijke militaire muziek.
Elk legeronderdeel kreeg zo zijn eigen "lijflied" en elke legerbeweging zijn eigen deun. Al die legermuziek kan nog gehoord worden in taptoes, waarbij fanfares, harmonieën en brassbands het beste van zichzelf geven, tijdens het uitvoeren van ingewikkelde choreografieën.
Vandaag de dag zijn orkesten in harmoniebezetting overal in de wereld actief. Maar "wandelende" fanfares komen nagenoeg uitsluitend voor in België, Nederland en het Noorden van Frankrijk.
De brassband is niet van militaire origine. Tijdens de Britse industriële revolutie, toen de eerste fabrieken werden gebouwd, moesten brassbands het sombere bestaan van de eerste arbeiders opvrolijken. Die eerste brassbands hadden een minimale bezetting van slechts 26 blazers, aangevuld met enkele slagwerkers.
Vandaag de dag zijn brassbands vooral populair in Scandinavië, België en Nederland, Zwitserland en de Verenigde Staten.
Limburg telt nog heel wat harmonieën, fanfares en brassbands die muziek maken en aan wedstrijden deelnemen. En dat is allerminst hoempapa, maar schitterende muziek.