Neophema Bourkii (Bourkesparkiet)

De vogel is genoemd naar Fort Bourke, van waaruit Thomas Livingstone Mitchell (1792-1855) expedities ondernam en hem in 1838 ontdekte. Van de Bourkes parkiet zijn geen ondersoorten bekend. Op het eerste gezicht lijken de man en de pop veel op elkaar. Maar als je ze nader goed bekijkt dan zijn er echter wel wat kleine verschillen te zien. Bij de Bourke man is het voorhoofd blauw en bij de pop is dit soms lichtblauw gekleurd. De pop is ook wat matter van kleur en dit is vooral op de buik goed te zien. De kleuren hierbij zijn tevens wat variabel van kleur. Bij de mannen ontbreekt de vleugelstreep terwijl deze bij de poppen duidelijk aanwezig is. De bovenschedel en de achterkop zijn donkerbruin. De voorhoofdsband loopt door tot boven het oog en vloeit uit naar de achterkop. De oorstreek is vuilwit. De keel en de borst zijn bruinachtig rose gerand met een regelmatige golftekening. De pop heeft wat smallere randen. De buik is roserood. De dijen en de dekveren onder de staart, de flanken en de zijkanten van de stuit zijn bleekrose. De vleugeldekveren zijn geelachtig witgerand. De dekveren onder de vleugels zijn bleekblauw. De buitenste vlaggen van de slagpennen violetblauw. De bovenstaartdekveren zijn donkerbruin. De onderstaartveren zijn lichtblauw. De bovenste grote staartdekveren zijn donkerbruin en zijn iets besproeid. De poten zijn donkerbruin met zwarte nagels en de snavel is donkergrijs. De jonge vogels lijken op de pop maar zijn minder roserood. De jonge mannen krijgen na de eerste rui na ongeveer vijf maanden al wat blauwe veertjes op het voorhoofd. Na acht tot negen maanden zijn ze volledig op kleur en na 12 maanden zijn ze broedrijp. De lengte van de Bourke parkiet is 24-25 cm en ze worden geringd met een ringmaat van 4 mm. De Bourkeparkiet geeft de voorkeur aan droge of halfdroge terreinen die met acaciastruiken en mulga zijn begroeid. Ze voeden zich met de zaden van deze struiken, graszaden en zaden van kruiden. Het zijn vogels die in het Australische binnenland een zwervend bestaan leiden. Als de regenbuien in een bepaald gebied uitblijven verdwijnen de Bourke parkieten voor lange tijd uit dat gebied. Maar bij ideale voedselomstandigheden na voldoende regen bereiken ze een groot verspreiding.

In de natuur wordt de Bourke parkiet niet zoveel waargenomen, een van de oorzaken is dat het schemervogels zijn in de vroege ochtend en tegen schemering zijn ze actief. Ook houden ze niet van bewoonde gebieden waar de mensen actief bezig zijn. Doordat de Bourke parkiet een goede schutkleur bezit zullen ze niet zo gauw opvallen. Ze komen soms zelfs 's nachts in beweging, vooral bij een heldere maan. Je kan ze dan zelfs horen vliegen. Deze activiteiten verklaren meteen waarom deze vogels zulke grote ogen hebben. Vaak komen ze in paren of kleine groepjes voor in tijden van droogte en ze bezoeken dan gezamenlijk de drinkplaatsen. In de natuur broeden ze in boomholtes tot op een hoogte van drie meter.

Het broeden van een Bourkesparkiet

In de volière broeden ze in een nestblok van 30 cm hoog met een bodemoppervlak van 20 x 20 cm. De Bourke parkiet is een gemakkelijker broedvogel. Ze broeden twee- tot driemaal per jaar. In de regel worden er drie tot zes eieren gelegd. De broedtijd is ongeveer achttien dagen. De pop zit in deze periode vast op de eieren en komt in de regel niet vaker dan eenmaal per dag van het nest om zich te ontlasten en voer tot zich te nemen. Nestcontrole en het ringen van de jongen dit is geen probleem. De jongen vliegen na ongeveer vier weken uit. Na deze tijd blijven ze nog een poosje bij de ouders nadat ze ongeveer zes weken oud zijn is het beter dat de jongen apart worden gezet. De ouders kunnen dan hun volledige aandacht aan het volgende broedsel besteden. Bourke parkieten maken hun nest nogal vies dus het is raadzaam het nestmateriaal bij een volgende broedronde te vervangen. De Bourke parkiet krijgen bij mij een parkieten mengeling voor Neophema's nummer 229 van de firma Teurlings. Eivoer wordt dagelijks gegeven van het merk Quiko. Verder staan er onkruidzaden, maagkiezel en oestergrit in een bakje beschikbaar. Bij een niet goede voeding vertoont de Bourke parkiet gele vlekken in het verenkleed. De Bourke parkiet wordt ook wel gebruikt als pleegouder voor andere Neophemasoorten zonder problemen worden deze dan grootgebracht. Het is een zeer lieve en verdraagzame parkiet die in een volière vanaf twee meter lengte kan worden gehouden.

Ook het kweken in een broedkooi vanaf 100 cm lengte geeft geen probleem mits het broed-blok aan de buitenkant van de broedkooi is bevestigd. In een volière kunnen ze worden gehuisvest op schone zandgrond of op een bodembedekking met beukenhout snippers. Voorts krijgt deze parkietensoort een schaal biggencompost aangeboden. Hier zijn ze verzot op omdat ze regelmatig in deze ruime schaal vertoeven. Biggencompost is gelijk aan compost voor de tuin met dien verstande dat deze compost volledig gezuiverd is. Het zit vol met diverse mineralen en voorkomt bloedarmoede. Indien deze compost droog wordt dan wordt deze vervangen door een nieuw portie. Vroeger waren de Bourkes parkieten vrij vatbaar voor ons klimaat (vocht) maar door jarenlange kweek is deze gevoeligheid volledig verdwenen.

Momenteel is wel de kwaliteit van deze vogel aan het teruglopen dit heeft als hoofdzakelijke oorzaak het geldelijke gewin bij de mutaties als oorzaak. Veel Bourkes zijn te klein en hebben verkeerde kleuren. Wij als kwekers moeten hieraan goed onze aandacht besteden. Volgens sommige ornitologen moet de Bourkes parkiet in een eigen geslacht worden ondergebracht. Eén van de redenen hiervoor is dat nog nooit echt afdoende is bewezen dat deze soort met een andere Neophema kan worden gekruist. Ook het gedrag en de kleur is nogal afwijkend van de andere Neophemasoorten. Wel beschikt deze parkiet over dezelfde lichaamshouding en grootte, terwijl ook de omvang van het legsel de broed- en kweektijd niet verschillen.

Mutaties van de Bourkesparkiet

Tot op heden zijn er vier mutaties van de Bourke parkiet bekend en wel de kleuren geel, isabel, rose en fallow. De gele Bourke parkiet heeft een zachtgele rug. De vleugels, de kop en de hals zijn bleek-rose. Ze hebben erg lichte bijna doorschijnende nagels en de ogen zijn rood gekleurd.De mannen zijn iets donkerder dan de poppen en tevens maken de poppen een wat geler indruk.De vererving is autosomaal recessief. De isabel Bourke parkiet lijkt op de gele Bourke maar laat meer rose zien en is iets minder geel en het geel is wat bruinachtig van kleur. De poten en de nagels zijn meer grijsachtig,de ogen rood.De snavel is hoornachtig van kleur. Ze vererven geslachtsgebonden recessief.

De fallow Bourke parkiet behoort net als de gele en de isabel tot de geelserie. Hij lijkt veel op isabel. Wel is hij wat matter van kleur. De ogen zijn donkerrood en de snavel is vuil wit. De vererving is autosomaal recessief. De rose Bourke is een buitenbeentje in deze rij want in feite is het een opaline mutatie. Er kan erg veel variatie optreden in het rose. De ogen zijn donkerbruin en de snavel is tevens hoornkleurig. Hij heeft lichtbruine poten met grijze nagels. De bovenschedel en de achterkop zijn helder diep rose. De hals is diep rose met een minimale fijne donkerbruine regelmatige golftekening die door moet lopen via de wangen tot in de nek. De wangen zijn wat grauwer van kleur. Deze gaat geleidelijk over in de mantelkleur. Op het voorhoofd en rond de ogen heeft de man een iets lichtere kleur rose. De vleugelbochten zijn bleek blauw en lopen uit in een witte vleugelrand. De vleugeldekveren hebben een donkerbruine golftekening die erg regelmatig moet zijn op een gele ondergrond bij de geelserie of een rose ondergrond bij de roseserie. De grote vleugelpennen zijn donkerbruin met een donkerblauwe buitenvlag en witte vleugelpunten. De keel en de borst zijn helder dieprose met een zo min mogelijke fijne donkerbruine regelmatige golftekening. Dit gaat geleidelijk over in de rosegekleurde buik en onderbuik. Deze rose kleur moet doorlopen tot de anaalstreek. De zijkanten van de borst, de flanken,de stuit en de dijen moeten helder diep rose zijn. Ook de mantel en de rug zijn diep rose. De bovenstaartdekveren zijn rose, de onderstaartdekveren zijn wit met een blauwachtige waas. De bovenkant van de staart is aan de basis rose en moet naar de punt toe steeds bruiner worden. Als de vogel rustig op een stok zit lijkt de staart omzoomd met een smalle witte band. De vererving is geslachtsgebonden recessief.

 

Menu:

Bourkes
Elegant
Splendid
Turquoisine
Blauwvleugel
Voliére
Foto's
Vraag en aanbod

Links

 

Gastenboek lezen 
Gastenboek tekenen 

 

Voeg neophemasite toe aan favorieten

 

E-mail