Overerving van de vorm

Genetica en erfelijkheid

Door de veelvuldige succesvolle proeven in verband met de genetische manipulatie en het vastleggen van relaties tussen erfelijke aandoeningen en codes in DNA structuren, groeit in het klassiek wetenschappelijk milieu de overtuiging dat enkel DNA verantwoordelijk is voor de vormbepaling en voor de overbrenging van erfelijke eigenschappen.

De hypothese van vormende oorzakelijkheid betwist de relatie tussen DNA-codes en vormende eigenschappen niet, maar stelt wel dat het niet de enige factor is. De resonantie met stelsels uit het verleden heeft eveneens een belangrijke rol.

De hypothese van vormende oorzakelijkheid geeft een duidelijk andere kijk op de mechanismen die actief zijn bij de erfelijkheid via DNA.
De DNA informatie dient als kiem en stemt zich een bepaalde manier af op een "resonantie-frequentie" met het morfogentische veld.
(bv. een niet volle snelbouw-baksteen op een andere manier geluidstrillingen opvangen dan een volle steen)
Vermits de resonantie met het veld in belangrijke mate de vorm bepaald, zal het verschil in afstemming van de resonantie, een maat zijn voor het verschil in vorm.

Als de verschillen in DNA-informatie te groot zijn, kan de kiem zelfs onder invloed komen van een ander morfogenetisch veld, waardoor het een totaal andere chreode zal volgen. Het zal zich ontwikkelen in resonantie met alle vroegere systemen die onder hetzelfde morfogenetisch veld werden ontwikkeld.

Radio-metafoor

De relatie tussen de genetische factoren en morfogenetische velden kunnen best begrepen worden naar analogie met de muziek die uit een radio komt.
Iemand die niet op de hoogte is van het feit dat een radio muziek voortbrengt ten gevolge van de ontvangt van signalen die ergens anders werden uitgezonden., zou de illusie kunnen hebben dat de voortgebrachte geluiden enkel afhankelijk zijn van de kwaliteit van de gebruikte componenten, bedrading en de elektronische filters die werden gebruikt.
Hij zal zelfs experimenteel in staat zijn de radio bij te regelen zodat die de zuiverste weergave geeft. Door een exacte kopie te maken zal hij een tweede werkende radio kunnen maken, waardoor de illusie gewekt wordt dat hij nu echt alles onder controle heeft om de muziek voort te brengen.
Indien men niet bewust is van de afstemming tussen de ontvanger en de zender zal men niet in staat zijn om een echte verklaring te geven.

In de hypothese van vomende oorzakelijkheid nemen de morfogenetische velden de plaats in van de oorzakelijke factor, de zender. De natuurkundige realiteit (ontvanger) moet in resonantie (afstemming) komen met het veld om het ideale resultaat te krijgen.
Het blijkt echter dat zowel een verandering aan de kant van de ontvanger, als een verandering aan de kant van de zender een belangrijke invloed heeft op de werking van het geheel.

Een verandering aan de kant van de zender kan leiden tot een gebrekkige kwaiteit van de ontvangst en zelfs tot het ontvangen van een andere uitzending.

Eenzelfde stelsel kan onder invloed komen van verschillende morfogenetische velden. Het veld dat op dat moment het krachtigste is zal de bovenhand krijgen.
Indien er in de ontvanger een aantal elementen veranderd worden, kan het resultaat ook leiden tot de ontvangst van een ander radiokanaal. (cfr. resonantie met een ander veld)

Genetische manipulatie

Resonantie met onnatuurlijke vormen

Door genetische verandering kan een deel van een organisme in resonantie komen met een veld dat niet gebruikelijk is voor deze cellen, zodat ze vormen beginnen te ontwikkelen die normaal gezien op die plaats niet voorkomen bv. het tweede paar vleugels bij een fruitvlieg.

 In de rechtse (gemuteerde) exemplaar, is het derde thorax-segment zodanig vervomd dat het op het tweede lijkt

Deze figuren werden ontleend aan het boek: "Een nieuwe levenswetenschap
van Sheldrake.

Onderdrukking van vormen

Bij een erwt komen op de knooppunten normaal gezien ranken of blaadjes voor. Normaal gezien komen de ranken aan de uiteinden voor. Soms komt op hetzelfde knooppunt een rank en een blad voor. Het knooppunt bevat de kiem voor de morfogenese. De kiem kan zich onder zowel het veld van de blaadjes als onder het veld van de ranken zich ontwikkelen. Een hoger orde morfogentetisch veld zorgt ervoor dat aan de basis het morfogenetisch veld van het blad overheerst en dat aan de topde ranken verschijnen.
Door inwerking op het genetisch materiaal kan de resonantie met één vorm uitgeschakeld worden zodat er zich planten ontwikkelen die ofwel enkel over blaadjes ofwel enkel over ranken beschikken.

Normale groeiwijze
Genetisch gemanipuleerde groeiwijze waarbij in het linkse geval de aanmaak van ranken werd onderdrukt en in het rechtse geval de aanmaak van blaadjes in onderdrukt
Deze figuren werden ontleend aan het boek: "Een nieuwe levenswetenschap
van Sheldrake.

Invloedsgebied van de vormbepalende factoren

De factoren die de morfogenetische kiemen beïnvloeden hebben een kwalitatieve uitwerking op de stelsels.

Genetische en omgevingsfactoren hebben daarentegen eerder een kwantiatieve uitwerking. Organismen van dezelfde soort zullen opgroeien onder verschillende omstandigheden. dit zal leiden tot onderlinge verschillen in details maar ze zullen nog steeds herkend worden als behorende tot dezelfde soort. De indeling in rassen en soorten is trouwens gedaan op basis van vormelijke gelijkenissen.

Bij een vrije ontwikkeling is de kans het grootst dat de ontwikkeleing zal streven, naar een zekere referentievorm, die vaak wordt aangetoond als het "wilde type".

Dominantie

De wetten van Mendel vormen de gangbare verklaring voor dominatie. Maar dominatie kan evengoed vanuit morfogentische velden toegelicht worden.

Bij hybride typen zijn beide ouders opgegroeid onder invloed van verschillende morfogenetische velden. het hybride type staat hierdoor in contact met allebei de morfogenetische velden waarin beide ouders opgroeiden.

Het veld dat de meeste gerealizeerde types vertegenwoordigd, zal de bovenhand halen en het andere onderdrukken. Dominatie wordt zo vertaald als een concurrentie tussen twee velden.

Dit komt duidelijk tot uiting in de metafoor van de radio: Indien een radio op dezelfde frequentie 2 zendkanalen ontvangt, zal enkel de sterkste doorkomen.
Als beide zenders even sterk ontvangen worden zal geen van beide duidelijk naar voor komen, maar de muziek van beide kanalen zal herkenbaar zijn.

In het geval beide stelsels evenveel stelsels vertegenwoordigen zullen beide velden even sterk zijn. Bepaalde delen zullen in resonantie komen met het ene veld veld en andere delen met het andere veld. Beide oudertypen zijn dan herkenbaar in het hybride type.

Familiale gelijkeninssen

In de theorie van de morfische resonantie ligt het voor de hand dat individuen de sterkste resonantie ondervinden van stelsels waarvan de DNA-informatie het sterkst lijkt op hun eigen DNA. De meest gelijkende DNA-structuren zijn binnen dezelfde familie te vinden.

Extra differentiatie is het gevolg van de onbepaaldheid in de kansstructuren en verschillende omgevingsfactoren. De chreodevallei geeft geen éénduidig eindresultaat weer, het geeft enkel de verschillende mogelijke gebieden met elk hun eigen kans weer.

Naar mate het DNA materiaal meer gelijkend is, zal de breedte van de eindvallei smaller en steiler zijn, waardoor de differentiatie sterk beperkt wordt. De meest ideale gelijkenissen komen dan ook voor bij individuen met dezelfde DNA-basis, b. éénei-ige tweelingen.

Overerving van verkregen eigenschappen

De gangbare  verklaring voor de overerving van verkregen eigenschappen is dat de bevoordeling van één bepaald type te wijten is aan natuurlijke selectie van toevallige mutaties.

Als voorbeeld kunnen we hier de eeltvorming op de knieën van kamelen nemen.
Deze eeltvorming wordt toegewezen aan het feit dat kamelen op hun knieën steunen steeds als ze gaan liggen en rechtstaan. het merkwaardige is wel dat deze eeltvorming reeds aanwezig is als de kameel geboren wordt.
In de hypothese van vormende oorzakelijkheid kunnen zulke eigenschappen voortkomen uit de resonantie met de hele kamelengemeenschap, die reeds eeltvorming heeft, waardoor de kameel zich reeds voor zijn geboorte deze eigenschap toe-eigent.

Mechanisten weigeren aan te nemen dat het op één of andere manier mogelijk zou zijn om tijdens het leven een eigenschap op te bouwen die nadien erfelijk zou kunnen worden doorgegeven, omdat dit in strijd is met het idee dat alle vorminformatie en eigenschappen in DNA zit opgeslagen. Dit zou ertoe leiden dat de DNA zou veranderen om de nieuwe eigenschap erin te coderen, maar de DNA informatie wordt constant verondersteld.
Ze staven hun mening door experimenten waar generaties lang de staarten van muizen werden afgehakt en dat de muizen steeds weer met staart geboren werden. Een ander veel gehoord argument is dat de Joden, na generaties van besnijding nog steeds na de geboorte moeten besneden worden.

Vanuit de hypothese van vormende oorzakelijkheid kunnen deze twee experimenten om 2 redenen verworpen worden.

Ten eerste  is de betrokken populatie mensen en muizen zeer klein ten overstaande van de volledige populatie mensen en muizen nu en in het verleden.
Ten tweede is het nog sterk de vraag of zulke veranderingen die niet op natuurlijke manier kunnen voorkomen, maar waardoor een menselijke interventie is vereist, weldegelijk erfelijk zouden kunnen worden overgedragen worden.
Deze uiteenzetting is gebaseerd op het zevende hoofdstuk van het boek "Een nieuwe Levenswetenschap" van Rupert Sheldrake, waar het verder uitgewerkt werd.