In de scheikundige realisatie van een stof worden sub-atomaire deeltjes in een plasma georganiseerd tot atomen, deze atomen groeperen zich tot moelculen en deze moleculen organiseren zich in een rasterstructuur en vormen kristallen. Deze kristallen worden onder normale omstandigheden behouden
In de biologische morfogenese is het morfogenetisch proces continu actief. Verouderde cellen sterven af en nieuwe worden bijgemaakt.
Bij een ééncelligen wordt continu door celdeling nieuwe ééncelligen geschapen.
Bij hogere organismen is de morfogenese nog veel complexer. de bevruchte eicel komt onder invloed van een embryonaal morfogenetisch veld, dat voor de eerste celdelingen zal instaan. Op een bepaald moment zullen hogere orde velden actief worden, die voor de armen, benen, romp, hoofd gaan zorgen. Naar mate de morfogenese vorderd, zullen er steeds meer (en meer gespecialiseerde) velden actief worden.
Van een polariteit is sprake als je bij een organisme duidelijk een bepaalde richting kunt aangeven: bv. voor-achter, boven-onder, links-rechts, kop-staart, een symmetrieas enz.
De meeste organismen zijn ten minste in 1 richting gepolariseerd:
| Bij de meeste planten groeien de wortels naar onder en de stengels naar boven. | |
| De meeste dieren hebben aan de ene kant de kop en aan de andere kant een staart |
Deze polariteit is in bepaalde gevallen al in de kiem aanwezig.
In vele gevallen zal de kiem pas gedurende de groei gepolariseerd worden.
Deze polarisatie kan ontstaan door lichtinval, warmteverschillen of door de
zwaartekracht.
Het ronde zaadje van een radijs zal bij kieming zijn bladeren spontaan naar
boven laten groeien en wijn wortels dieper de grond in laten dringen.
Het morfogentisch veld zorgt ervoor dat deze polariteit steeds opnieuw wordt herhaald.
Het morfogenetisch veld zorgt ook voor de perfecte symmetrie bij de ontwikkeling.
We vinden het maar al te normaal dat onze beide voeten even groot zijn, en dat we beide schoenen in dezelfde maat kopen. Dit is enkel te wijten door het feit dat beide symmetriehelften in resonantie komen met hte veld dat alle gelijkaardige symmetriehelften bevat, maar daarnaast is er één specifiek veld dat enkel voor de perfecte symmetrie van beide helften instaat. Dit veld houdt beide wederhelften in een perfect afgestemde resonantie. Dit specifieke veld is een ondergeschikt veld van het morfogenetisch veld dat alle gelijkaardige symmetriehelften bevat. De chreode van dit veld is echter veel meer gekanalizeerd, waardoor het epigenetisch landschap van de chreode een veel scherper verloop kent, waardoor er minder differentiatie mogelijk is. Beide helften zullen hierdoor sterker op elkaar gelijken, dan twee willekeurig gekozen helften.
Dit gegeven komt nog het beste tot uiting in de verbazingwekkende symmetrie in de vleugels van vlinders. De complexe motieven in de vleugels van een bepaalde vlindersoort onderscheid de soort duidelijk van elke andere. Maar als de veugels in detail worden bekeken, dan zullen er binnen dezelfde soort nog grote verschillen zijn. Als er één vleugel wordt genomen, dan zal de meest perfect gelijkende wederhelft steeds deze zijn die van dezelfde vlinder afkomstig was.
De grootte van morfogenteische velden is veranderlijk en zal voor een
versterking van het veld zorgen.
De sterkte van een morfogenetisch veld is moeilijk absoluut weer te
geven.
Het zal ook afhangen van de hiërarchie van morfische velden die op dat moment
aanwezig is. De kracht van velden wordt continu gestuurd door de hogere orde
velden.
Persoonlijk denk ik ook dat de morfogenetische velden werkzaam zijn via
verschillende krachten:
Zo zijn er krachten die voor de opbouw van de eindvorm instaan en krachten die
voor de instandhouding van de eindvorm instaan en in werking treden bij
regularistie. (zoals bij de voorgestelde werkingsmechanismen
van Katalysatoren)
De grootte van een veld wordt meestal gerelateerd aan de grootte van de kracht waardoor ze zich manifesteerd. Vermits hier verschillende krachten verondersteld worden, die op zich dan ook nog moeilijk meetbaar zijn, is het haast onmogelijk om een maat te geven voor de grootte van het morfogentische veld. De enige mogelijkheid is om een subjectieve waarde te geven.
Het groeien van het veld kan wel zichtbaar worden aangetoond door de afname van de tijd om de het stelsel te maken en/of de regularisatietijd te meten.
Een stelsel is continu onderhevig aan resonantie met in het verleden gerealizeerde stelsels. De invloed van vormen die het stelsel zelf reeds heeft aangenomen, zal in grote mate bijdragen tot de resonantie dan alle andere vorige stelsels.
In geval van regeneratie zal het veld hoofdzakelijk in resonantie treden met
de vorm van voor de verwijdering van het deel en op deze manier in grote mate
bepalend zijn voor de uiteindelijke vorm.
bv. Bij beschadiging van de vingertoppen wordt exact dezelfde vingerafdruk
geregenereerd.
| Deze uiteenzetting is gebaseerd op het zesde hoofdstuk van het boek "Een nieuwe Levenswetenschap" van Rupert Sheldrake, waar het verder uitgewerkt werd. |