In de natuurkunde is de veldtheorie een eerder recent begrip. De meest
bekende velden zijn de zwaartekrachtvelden (gravitatievelden), elektrische
velden en de magnetische velden.
Het typische aan een veld is dat het onzichtbaar is, het bestaan ervan kan enkel
aangetoond worden door ze te laten inwerken op voorwerpen die gevoelig zijn voor
dit veld.
Een magnetisch veld kan zichtbaar gemaakt worden door ijzervijlsel in de buurt
van een magneet te brengen, het vijlsel zal zich dan polarizeren en het geheel
van de stukjes vijlsel zullen een vormelijke weergave geven van het veld.
Met betrekking op de zwaartekracht kan de werking aangetoond worden, door een
voorwerp in de buurt van het veld los te laten.
Vermits er een voorwerp nodig om de uitwerking van het veld te tonen, kan er de vraag gesteld worden of het veld reeds bestaat voor een voorwerp onder de invloedsfeer wordt gebracht, of dat het veld juist ontstaat doordat het voorwerp de invloedsfeer van het morfische veld binnendringt.
Ik denk dat er kan gesteld worden dat de verschillende velden reeds bestaan, als immaterieele velden, maar dat ze pas een werking krijgen op het materiele vlak wanneer de situatie er zich toe verleent.
Morfogenetische kiemen zijn de startelementen waarvan de morfogenese start. Door andere elementen bij te voegen, kan een morfogenetische eenheid van een hoger niveau bereikt worden. De morfogenese kan enkel starten als alle elementen voor het bereiken van de eindtoestand beschikbaar zijn.
De morfogenetische kiem, draagt reeds het plan van de te bereiken eindtoestand in zich, enkel de andere bouwelementen moeten in dit 'virtuele plan' nog hun plaats innemen.
![]() |
Deze figuur werd ontleend aan het boek "Een nieuwe levenswetenschap" van
Rupert Sheldrake.
De figuur werd ter verduidelijking bijgekleurd. |
Deze figuur toont hoe de virtuele eindtoestand reeds vanin de kiem aanwezig is. De groene blokjes tonen elementen die bijgevoegd worden met het oog op het bereiken van de eindtoestand. De rode blokjes, tonen elementen die verwijderd worden. De lichtblauw gekleurde oppervlakken, tonen de elementen die reeds op de juiste plaats aanwezig zijn, de witte vlakken tonen de plaatsen die nog ingevuld moeten worden om de eindtoestand te bereiken.
In de figuur vind je schematisch 4 paden genummerd A tot D
| Pad A (lichtgroene pijltjes) toont de normale chreode, | |
| Pad B (paarse pijltjes) toont een alternatieve morfogenetische route | |
| Pad C (lichtblauwe pijltjes) toont regularisatie, tijdens de morfogenese werd een driehoekje weggehaald, het systeem reageert hierop door een alternatieve route te volgen en eerst het circeltje te plaatsen, gevolgd door het terug invangen van het driehoekje | |
| Pad D (roze pijltjes) toont regeneratie. |
Deze vorm van morfogenese wordt samenvoegende morfogenese genoemd, de eindtoestand wordt bereikt doordat verschillende bouwstenen door middel van samenvoeging een morfische eenheid van een hoger niveau bereiken.
Een andere vorm van morfogenese, is tranformatieve morfogenese. In dit geval wordt er aan het stelsel niets toegevoegd, maar zal een vormelijke transformatie voor het bereiken van de nieuwe vorm zorgen.
In geval van de eiwitsynthese, zal eerst een samenvoegende morfogenese ervoor
zorgen dat de lineaire polypeptideketens worden gemaakt.
Nadien zal transformatieve morfogenese ervoor zorgen dat de driedimensionele
eindtoestand bereikt wordt.
Er wordt gesteld dat vanaf dat alle bouwstenen voor het bereiken van de eindtoestand -in de juiste ontwikkelingsomgeving- aanwezig zijn, dat dan automatisch het morfogenetisch veld werkzaam wordt. Het is perfect mogelijk dat met dezelfde bouwstenen verschillende eindtoestanden bereikt kunnen worden, zodat er terzelfdertijd verschillende morfogenetische velden aanwezig zijn en in concurrentie zijn. Het sterkste veld zal dan de overhand nemen en zijn eindtoestand opdringen.
De sterkte van een veld is geen absolute waarde, maar kan beïnvloed worden door morfogenetische velden van een hoger niveau. Indien het morfogenetisch veld van een hoger niveau behoefte heeft aan een bepaalde eindtoestand, zal het de kracht van het veld dat deze eindtoestand veroorzaakt versterken en het andere onderdrukken. Hoe dit tewerk gaat komt aan bod in het gedeelte over de morfogenetische velden als kansstructuren.
Het morfogenetische veld is tevens verantwoordelijk voor de instandhouding van de gevormde structuur. Bij elke afwijking zal het trachten de eindstructuur terug te herstellen (regeneratie).
Chemische morfogenese is meestal samenvoegend van aard.
Bv. Indien een plasma van elektronen en kernen wordt ofgekoeld, dan zullen de elektronen zich onder invloed van het morfogenetische veld in de elektronenbanen van het atoom nestelen. Verschillende atomen worden samengevoegd en hierdoor ontstaan moleculen,die zich verder kunnen samenvoegen tot kristalijne structuren.
Katalisatoren, zijn stoffen die geen deel uitmaken van het
eindreultaat, maar wel nodig zijn om deze te bereiken. Katalisatoren hechten
zich eerst aan de kiem, en zorgen ervoor dat de volgende bouwsteen in perfect de
juiste positie bij het stelsel wordt gevoegd, zodat deze zich eraan kan hechten.
Je kan het bezien als een puzzel. een stukje zal zich niet toevallig op zijn
plaats komen te zitten, om het groter geheel te verkrijgen moet het met grote
zorgvuldigheid op zijn plaats gebracht worden, dit gebeurt niet vanzelf. de
persoon die de puzzel in elkaar steekt maakt geen deel uit van de puzze, maar is
wel noodzakelijk om de puzzel te voltooien.
In dit geval kan het veld slechts actief worden wanneer de katalisator aanwezig
is.
Bij het ontwikkelen van complexe moleculen in een labo, komt het vormen van morfische eenheden van een hoger niveau goed tot uiting: Bij elke stap in het vormingsproces wordt een stof bijgevoegd, deze zorgt ervoor dat er een morfische eenheid van een hoger niveau bereikt wordt, die op zijn beurt dient als morfische kiem voor de volgende fase in het ontwikkelingsproces.
Eenzelfde atoom kan vaak dienen als kiem voor zeer veel reacties, het morfogenetische veld bepaald welke reactie er zich zal voordoen en ervoor zorgen dat het atoom dat onder de invloed komt van het morfogenetische veld wordt ingevangen, zodat er energievrijkomt, waardoor de stabiliteit van het gevormde molecule verhoogd wordt.
De morfogenese wordt in meestal versnelt als er buiten de elementaire bouwstenen ook reeds morfische eenheden van een hoger niveau aanwezig zijn.
Ook de katalisatoren kunnen in deze metafoor een plaats krijgen.
In de quantum-mechanica worden de banen van elekronen weergegeven in functie van een kansstructuur. De Schödingervergelijking die de elektronenbanen beschrijft, een ruimtelijke beeld weer waarin de elektronen zich met een bepaalde kans bevinden. Hoe groter de kans moet zijn dat het elektron zich in het gebied bevindt, hoe uitgebreider het gebied zal zijn.
Hierdoor houdt de quantum-mechanica een bepaalde kans-structuur in zich. Dit geeft de quantum-fysica een dualistisch karakter, langs de ene kant wordt het aanzien als de manier waardoor alles kan verklaard worden, langs de andere kant schuilt er tevens een onzekerheid in.
De reden waarom aangenomen wordt dat de quantum-mechanica alles zou kunnen
verklaren is de volgende: Indien men het gedrag van de basisdeeltjes perfect
begrijpt en volledig kan verklaren, dan zullen de eigenschappen van eender welk
stelsel dat opgebouwd is uit deze elementaire deeltjes volledig verklaard kunnen
worden. Het enige probleem is dat op dit moment het volledige gedrag van alle
elementaire deeltjes nog niet volledig in kaart is gebracht.
Deze visie gaat er echter vanuit dat het geheel niet meer is dan de som van de
deeltjes. Onze overtuiging is echter dat door het creëeren van een hogere
morfische eenheid, de waarde van deze eenheid verhoogd wordt en ze eigenschappen
kan bezitten die niet uit de onderliggende eenheden kan worden verklaard. Vooral
het epi-genetische karakter van de
morfogenese brengt de theorie dat de quantum-mechanica alles-ophelderend
zal zijn grote schade toe. Verder is de quantum-mechanica enkel in staat geweest
om het gedrag van de allereenvoudigste atomen (Waterstofatoom) volledig te
ontrafelen. Voor meer complexere structuren blijken de berekeningen nog niet
volledig overeen te stemmen met de werkelijkheid. Er wordt volop gezocht naar
corrigerende factoren, maar deze maken de de nu al zo moeilijke berekeningen
haast onmogelijk.
Hoe de kans-structuren hun plaats kunnen vinden bij morfogenetische velden,
komt het best tot uiting bij de metafoor van de bakkerij.
In een
bakkerij zijn meel, water, gist, boter, rozijnen, enz. beschikbaar. Met al
deze ingredienten kunnen zowel brood, pistolets, rozijnenbrood als
rozijnenkoeken (en nog veel meer) gemaakt worden. Wat er juist op een bepaald
moment zal gemaakt worden, hangt af van de noden van dat moment. Indien er plots
een grote bestelling van pistolets binnenkomt voor een feest, zal het maken van
pistolets prioriteit krijgen, indien het rozijnenbrood op is het rozijnenbrood.
Indien men hem
echter de opdracht geeft om een royaal ontbijt voor te bereiden, is de kans dat
hij brood begint te bakken eerder klein, de kans op fantasievolle hoogstandjes
die in normale omstandigheden nauwelijks worden gecreëerd, krijgen plots een
belangrijke plaats.
De bakker kan als een morfogenetisch veld beschouwd worden dat de morfische velden van de verschillende eindproducten beheerst. Afhankelijk van de noden zal hij het juiste morfogentisch veld actief maken.
Verschillende morfogentische velden kunnen ter zelfdertijd aanwezig zijn, een hoger morfogenetisch veld bepaalt welk veld er de bovenhand haalt, zodat de eindtoestand bereikt wordt. In geval dat er een katalisator aanwezig is, komt de concurrentie tussen de verschillende velden en de manipulatie door het hogere veld pas echt goed tot uiting.
![]() |
Katalisatie reactie en de invloed van concurrerende
morfogenetische velden
Legende: A: rode vorm B: gele vorm C: blauwe vorm |
Het doel is om van A en B de vorm AB te maken
Er zijn 2 velden aanwezig.
Het veld 1 dat de eindvorm bevat, maar dat langs deze weg de eindvorm slechts
zeer moeizaam kan bereiken, omdat de kans dat stuk B(geel) de vorm A
(rood) juist benadert, klein is.
Onder invloed van veld 2, hecht vorm C zich gemakkelijk aan A.
Hierdoor is het voor B gemakkelijker om A correct te benaderen, en zo de vorm
ABC te maken.
Tijdens het morfogentisch proces, zal in eerste instantie veld 2 de bovenhand
krijgen op veld 1, dat slechts zeer moeizaam tot de eindtoestand komt.
Op het moment dat de vorm ABC bereikt is, zal echter het regulariserend effect van veld 1 de bovenhand krijgen en ervoor zorgen dat stuk C wordt afgestoten, zodat de eindtoestand AB wordt bereikt.
De samenvoegende kracht van veld 2 is groter dan de samenvoegende kracht van veld 1, maar de regulariserende kracht van veld 1 is groter dan de regulariserende kracht van veld 2. Het hoger orde morfisch veld zorgt ervoor dat eerst de samenvoegede kracht van veld 2 de bovenhand krijgt, en eens de vorm ABC gerealiseerd is, dat dan de regeneratieve krachten van veld 1 tot de gewenste eindtoestand leiden.
De afgestoten vorm C, zal door het hogere orde morfische veld terug in contact worden gebracht met een stuk A en B om onder invloed van veld 2 terug een vorm C aan te maken, enz. ... Op deze manier zorgt een kleine hoeveelheid katalisator voor een enorme kettingreactie, die op korte tijd een grote hoeveelheid van de stof AB kan aanmaken.
(*) Deze delen komen niet weer in het werk van sheldrake, ze zijn een persoonlijke aanvulling op de lectuur van Sheldrake
| Deze uiteenzetting is gebaseerd op het vierde hoofdstuk van het boek "Een nieuwe Levenswetenschap" van Rupert Sheldrake, waar het verder uitgewerkt werd. |