Het mechanisme stelt dat alle verschijnselen binnen de morfogenese door scheikundige of natuurkundige wetten kunnen verklaard worden. Verschijnselen die nog niet kunnen verklaard worden of strijdig zijn met de huidige natuurkunde of scheikunde, zijn geen bewijs dat deze strekking fout is, ze tonen enkel aan dat de huidige wetenschap nog niet alle wetten kent, of dat de huidige wetten niet juist genoeg zijn.
Wat betreft de morfogenese, steunt het mechanisme erop dat alle informatie wat bereft de vorm reeds fysisch aanwezig is in de ei-cel, de omgeving waarin het wezen opgroeit heeft invloed op de uiteindelijke vorm, maar indien de omgevingsfactoren volledig kunnen beschreven worden, of onder controle gehouden worden, dan moet het perfect mogelijk zijn om de verschillende stappen op elk elk moment van de ontwikkeling te voorspellen.
Uit de studie van de verschillende cellen binnen een organisme, blijkt dat de
DNA-structuren exact hetzelfde zijn in de verschillende cellen.Bij de celdeling
binnen de organismen, kan men volgen hoe de informatie van elke DNA-streng wordt
gecopieerd in een boodschapper RNA-streng. Deze RNA-streng is geen kopie van de
DNA, maar bevat wel alle informatie i.v.m. de volgorde van de verschillende
basen in de DNA, om door eiwit-synthese een nieuwe, exact gelijke DNA streng
terug op te bouwen. Deze observatie toont aan dat de DNA-structuren een heel
belang rol vervullen in een groeiende organisme en dat de eiwit synthese een
belangrijke rol speelt.
De basen in een DNA-streng zijn gecodeerde informatie met betrekkig tot de
eiwitten die het organisme zal aanmaken.
Vermits de opbouw van een organisme volledig gebaseerd is, het gedrag van de verschillende eiwitten die beschikbaar zijn, wordt de beheersing van de eiwit-synthese als belangrijkste uitdaging binnen het mechanisme aanzien.
Bij een vergelijkende studie van de DNA en de eiwitten van verschillende organisme heeft men echter gevonden dat bij sommige zeer verschillende soorten de DNA en de eiwitten slechts zeer weinig verschillen, hoewel bij verschillende rassen binnen dezelfde soort de verschillen in de DNA en de eiwitten veel groter waren.
Zo verschilt een gemiddelde eiwit van een chimpansee slechts ongeveer 1% van
dat van een mens en verschillende eiwitten zijn zelfs identiek. Wat betreft de
volgorde van de basen in de DNA, blijkt dat er slechts 1,1% verschil is.
Bij verschillende muizenrassen zijn deze verschillen echter veel groter.
De DNA informatie is in elke cel identiek. Elke cel heeft echter zijn eigen functie. Het is zeer onduidelijk hoe een cel in staat is om te ontdekken voor welke taak ze zich moet ontwikkelen. Blijkbaar moet het systeem op zich informatie geven over de locatie van de cel in het systeem. Er wordt vanuit gegaan dat deze informatie wordt gegeven door de diffusie gradient van bepaalde stoffen. Naargelang de concentratie van deze verschillende stoffen, zou de cel zijn plaats en taak kunnen afleiden.
Deze concentratie van bepaalde stoffen zou praktisch als volgt te werk gaan. Bij het lezen van informatie uit het DNA bij de aanmaak van de RNA-string die een blauwdruk zou vormen voor het te maken eiwit, wordt de overschrijving van bepaalde stukken informatie naar de RNA string bij aanwezigheid van een bepaalde stof geactiveerd of geblokkeerd. Hierdoor ontstaan verschillende eiwitten, naargelang de concentratie van de verschillende stoffen die de plaats aangeven.
Het is echter nog niet mogelijk geweest om voor complexe organismen zulke stoffen te identificeren. Zelfs indien dit het geval zou zijn zou men nog steeds de vraag kunnen stellen welk mechanisme deze stoffen en hun diffusie beheersen en controleren. Indien men een link zou kunnen leggen tussen concentraties van stoffen en de eiwitsynthese, zal het moeilijk zijn om aan te tonen of deze concentratie de oorzaak of het gevolg van deze eiwit synthese is.
De studie van de eiwitsynthese heeft een duidelijk zicht geworpen op de mechanismen die werkzaam zijn tijdens de eiwitsynthese:
| RNA copieert de nodige informatie uit de DNA | |
| De RNA informatie wordt gedecodeerd in een zeer lange poly-peptideketen, dievlak van structuur is | |
| Dan plooit deze poly-peptide keten zich in een minimum van tijd op tot de 3-dimensionale structuur die zo kenmerkend is voor elk eiwit. | |
| Onder bepaalde omstandigheden kan het eiwit zich ook zeer snel terug ontplooien tot zijn vlakke structuur |
Het op- en ontplooien kan ook in labo-omstandigheden worden geforceerd, het is dus uit te sluiten dat er enige hogere orde sturende factor aan het werk is. Deze hele plooiactie vraagt miljoenen draaiingen, doch lijkt het eiwit perfect in staat te zijn deze draaiingen in de juiste sequentie uit te voeren om het eindresultaat in een verbazend snel tempo te bereiken. De manier waarop dit gebeurd, kunnen de mechanisten nog steeds niet verklaren.
Het is ook voor de mechanistische strekking onmogelijk om te verklaren hoe de eiwitten binnen een bepaalde cel ervoor zorgen dat de cel zijn typische vorm heeft. Noch kunnen ze verklaren hoe cellen zich bij elkaar gaan voegen en deel gaan uitmaken van een weefsel. Tenslotte staan ze ook voor een raadsel hoe deze weefsels zich minutieus op de juiste plaats aan elkaar hechten.
Binnen het mechanisme zijn er nog veel vragen onbeantwoord. Mechanisten voeren aan dat dit komt doordat de wetenschap nog niet ver genoeg gevormd zou zijn om alle wetten van de natuur-en scheikunde te kennen of exact te kunnen weergeven.
Het mechanisme kan enkel als bewezen aanschouwd worden als het in staat is om volgende dingen te voorspellen uitgaande van een bevruchte ei-cel, in termen van natuur- of scheikundige wetten, op voorwaarde dat de omgeving waarin ze zich ontwikkelen perfect kan weergegeven worden:
| De drie-dimensionale structuur van alle eiwitten die het organisme zal produceren. | |
| De enzymatische eigenschappen van deze eiwitten | |
| Het volledige metabolisme van het organisme | |
| De aard en de mechanisme met betrekking tot de plaats-informatie tijdens de ontwikkeling | |
| Als het een dier is, alle instinctmatige eigenschappen | |
| Het verloop van regularisatie indien het systeem verstoord wordt | |
| De mechanismen die invloed hebben op de regeneratie indien bepaalde willekeurige delen uit het systeem worden verwijderd |
De huidige wetenschap staat ver af van het punt om slechts één van deze dingen te kunnen verklaren. Het valt dan ook te overwegen of het wel mogelijk zal zijn om het ooit te kunnen. Hierdoor lijkt het meer dan voor de hand liggend om deze theorie in vraag te stellen en andere zienswijzen ook een kans te geven.
| Deze uiteenzetting is gebaseerd op het tweede hoofdstuk van het boek "Een nieuwe Levenswetenschap" van Rupert Sheldrake, waar het meer uitgewerkt werd. |