Motorische velden werken door resonantie met voorgaande soortgelijke
stelsels.
Vermits elk dier uniek is, zal de motorische resonantie het eenvoudigste tot
stand komen met vorige activiteiten van hetzelfde dier. Vervolgens zal het dier
resonatie vertonen met dieren van dezelfde soort die in hetzelfde milieu leven.
Vervolgens is er een zwakkere resonatie met alle dieren van dezelfde soort.
De resonatie met een een sterk veld zorgt voor een sterk gekanaliseerde chreode,
resonantie met een zwakker veld zorgt voor een zwakker gekanaliseerde chreode.
Hetzelfde motorische veld dat een grotere populatie bestrijkt zal meer verschillende bewegeingspatronen bevatten. Er zullen meer technieken aanwezig zijn en er zal een grotere variatie in uitvoeringssnelheid aanwezig zijn. Niet alle bewegingspatronen zullen van toepassing zijn in elke omgeving of beantwoorden aan de fysische opbouw van een bepaald individu.
| Deze uiteenzetting is gebaseerd op het negende hoofdstuk van het boek "Een nieuwe Levenswetenschap" van Rupert Sheldrake, waar het meer uitgewerkt werd. |