DE KRISTALLEN STAD

MEER VIZIOENEN VAN EEN HEMELSE STAD IN BIJNA DOOD ERVARINGEN!

Een Beroemde Bijna Dood Ervaring

George Ritchie stierf in 1943 in een Texas militair ziekenhuis. Nadat hij een wezen van Licht ontmoette, dat Jezus bleek te zijn, werd hem zijn leven getoond in slechts een paar seconden tijd. Vervolgens nam Jezus hem mee op een geestelijke reis door de geestelijke regionen van deze Aarde, waar hij miljoenen ongeredde doden zag, die voortleefden in een "tijdloos" onzichtbaar bestaan in louter geestelijke lichaamsvorm, waar ze geen mogelijkheid hadden om hun privé gedachten en intenties van elkaar te verbergen!
Vervolgens nam Jezus hem in de richting van "
de Stad".....

"…Nu echter,schenen we de Aarde achter ons gelaten te hebben. Ik kon haar niet langer zien. In plaats daarvan schenen we in een immense leegte te zijn, behalve dat ik altijd gedacht had dat dat een angstaanjagend begrip was, maar dat was helemaal niet het geval. De een of andere ongenoemde belofte scheen door die uitgebreide leegte heen te vibreren. En toen zag ik, oneindig ver weg, veel te ver om zichtbaar te zijn met wat voor soort gezicht dat mij bekend was…een stad. Een gloeiende, schijnbaar oneindige stad, helder genoeg om gezien te kunnen worden over al de onvoorstelbare afstand ertussen. De helderheid scheen te schijnen van de muren en straten van dit oort, en van de wezens die ik nu kon onderscheiden en die er zich in voortbeweegten. In feite scheen de Stad en alles erin, gemaakt te zijn van licht, net als de Persoon aan mijn zijde uit licht bestond, trouwens.

"in deze tijd had ik nog nooit het Boek Openbaring gelezen. Ik kon alleen maar met bewondering dit ver verwijderde spektakel aanschouwen, terwijl ik mij afvroeg hoe helder elk gebouw wel moest zijn, elke inwoner, om over zo veel lichtjaren afstand gezien te kunnen worden. Konden deze stralende wezens, vroeg ik me versteld af, misschien diegenen zijn die inderdaad altijd Jezus de focus van hun leven gehouden hadden? Zag ik nu uiteindelijk degenen, die in alles naar Hem gekeken hadden?--En zo goed en zo dicht gekeken hadden dat ze in Zijn evenbeeld veranderd waren?
Terwijl ik me dit afvroeg, schenen twee van de heldere figuren zichzelf los te maken van de Stad en naar ons toe te komen, zichzelf door de ruimte heen werpend over deze oneindigheid met de snelheid van het licht.
Maar hoe snel ze ook naar ons toekwamen, des te sneller trokken wij weg. De afstand nam toe, het vizioen vervaagde. En terwijl ik nog met smart uitriep over het verlies, wist ik dat mijn imperfecte gezichtsvermogen niet meer dan een momentele blik zou kunnen verdragen op deze echte, deze uiteindelijke Hemel. Hij had me alles laten zien wat Hij kon; en nu waren we ver aan het weg-snellen.

"De muren sloten zich om ons heen. Muren zo nauw en doos-achtig, dat het verscheidene seconden duurde voordat ik het kleine ziekenhuis kamertje herkende dat we verlaten hadden wat scheen een eeuw geleden te zijn. Jezus stond nog steeds naast me, anders zou mijn bewustzijn niet de overgang hebben kunnen doorstaan van de oneindige ruimte naar de dimensies van deze cel-achtige kamer. De glorieuze stad schitterde en gloeide nog steeds in mijn gedachten, wenkend en roepend. Met totale onverschilligheid bemerkte ik dat er een figuur onder het laken lag op het bed--hetgeen de minescule kamer zo goed als vulde.

"Maar het was moeilijk te geloven dat Jezus mij vertelde dat ik op de een of andere manier tot die vorm in het laken behoorde, en dat Zijn doel voor mij ook nog betrekking had tot dat lompe ding. Ik kwam steeds dichterbij. Het vulde mijn gezichtsveld, en nam het Licht van me weg. Wanhopig riep ik uit naar Hem mij niet te verlaten, om me klaar te maken voor die schijnende stad, om me niet te verlaten in deze donkere en nauwe plaats.

"Als in een lang-geleden half-vergeten verhaal herinnerde ik me, hoe ik door de hallen en afdelingen gezocht had van juist dit ziekenhuis, zo wanhopig om dat figuur op dit bed te vinden. Van dat eenzaamste moment van mijn bestaan was ik in het meest perfecte thuishoren gesprongen, dat ik ooit gekend had. 'Het Licht van Jesus was in mijn leven gekomen en had het volledig gevuld, en het idee om van Hem gescheiden te worden was meer dan ik verdragen kon.

"Terwijl ik nog aan het smeken was, voelde ik mijn bewustzijn wegslippen. Mijn gedachten begonnen te vervagen.--Ik wist niet meer waar ik zo voor aan het worstelen was. Mijn keel stond in brand en het gewicht op mijn borst was ondragelijk. Ik opende mijn ogen maar er was iets voor mijn gezicht. Ik grabbelde om me heen over het laken om te trachten uit te vissen wat mij bedekte, maar om mijn armen te bewegen was net alsof ik loden staven probeerde op te heffen. Uiteindelijk sloten mijn vingers over elkaar. Met mijn rechter hand raakte ik een cirkel bandje aan met een ovale steen op de ringvinger van mijn linkerhand. Ik draaide het langzaam heen en weer, terwijl duisternis over me heen viel...

 (courtesy "Return from Tomorrow" by Psychiatrist Dr. George Ritchie)


Een Stad van transparant Goud!

"Eindelijk!" dacht ik, 'Ik ben beter, ik heb geen pijn meer. Dit is echt! Dit is werkelijkheid!' "Toen ik zei , 'Het is echt,' keek ik omhoog naar Jezus. Het enige wat Hij gezegd had was, 'Volg mij na.' Dat is het enigste wat Hij tegen iedereen hoefde te zeggen! "We schenen allebei in de richtng van een muur te zweven. We stopten misschien op 5 meter afstand van de muur. Ik hield nog steeds Zijn hand vast, en ik volgde zijn blik. Hij keek recht voor zich uit. Ik keek omhoog en en zag een transparante muur, die scheen als puur goud, zo ver als ik maar zien kon in beide richtingen. Ik kon erin kijken, zo'n twintig centimeter of meer, mmar niet er helemaal doorheen. Oh, I wilde zo graag achter die muur zien. "Van achter de muur hoorde ik heel veel activiteit. Alles was in leven achter die muur. Het scheen me net toe als de dageraad van een nieuwe dag; de dag was net aan het aanbreken! Het was een prachtige ervaring. Ik hoorde kleine vogels zingen, kleine vogels, en ze werden luider en luider. Mensen hebben mij verteld dat er geen vogels in de Hemel zijn, maar ik heb ze gehoord. "Toen hoorde ik wat me toescheen als millioenen kleine gouden klinkende belletjes, die tinkelden; zij tinkelden en tinkelden.

"SInds die tijd heb ik die bellen vaak gehoord, in het midden van de nacht. (En het is niet de hopge bloeddruk die het doet!) Vervolgens hoordde ik gezoem en toen een koor dat aan het zingen was. Het zingen werd luider en luider, en het was in mineur. Het was prachtig en in perfecte harmonie. Ik hoorde ook gesnaarde instrumenten.
"Ik weet dat er bloemen waren. Ik kon ze ruiken maar ze niet zien. Hun geur was als parfum op een zachte wind- een hele zachte bries.
"Toen omdat het licht zo helder was, scheen het omstreeks middag te zijn. Ik stapte naar voren om naar een poort te zoeken maar ik kon er geen een zien. Het was gewoon nog de tijd niet voor mij om darin te gaan.
"Ik keerde mij om om naar Jezus te kijken, maar hij was weg. Ik heb Hem niet zien of horen gaan. Hij was gewoon weg! Toen in een oogwenk of zo, voelde ik mezelf weer in mijn lichaam terug in bed. "Ik wilde helemaal niet terugkomen hier, dacht ik. Ik was op zoek naar de poorten van de
Hemel.

De Grote Stad in de Hemel.

We begonnen terug te gaan naar 'Gaia'.(De naam vor Aarde in deze BDE) We gingen naar een plaats in de schaduwen van Gaia. Het was een grootse stad in de wolken. De stad had deze prachtige witte gebouwen zo ver als het oog reikte. Ik zag geesten saar wonen die allemaal vibratie bezaten maar niet een echt physiek lichaam. Deze inwoners gingen heen en weer tussen de gebouwen - naar hun werk toe en ook voor hun vertier. Ik zag een plaats waar geesten naar toe gingen om wat Ik dacht water te krijgen. Er waren geen voertuigen daar. Geesten schenen zich rond te bewegen op de zelfde wijze als mijn wezen en ik ons rond beweegden, door te vliegen.
De stad had geen grenzen die ik zien kon. Dit was een oort vol leven van allerlei soorten. Er was natuur daar, veel pure planten, bomen, en water net als op Gaia maar purer. De natuur daar was absoluut perfect. Het was ombevlekt door menselijke manipulatie. Dit oort was net als Gaia alleen zonder de problemen en negativiteit. Ik voelde dat dit was wat de Hemel genoemd wordt in Aardse termen.
Ik zag geesten die tussen Gaia en de Stad heen en weer reisden. Ik kon de ontwikkeling van de geesten bemerken die heen en weer gingen door de energie die ze uitstraalden. Ik kon zien dat dieren van en naar de Aarde gingen en kwamen net als mensen. Ik kon vele geesten zien die Gaia met gidsen verlieten en kon geesten zien terugkeren naar Gaia zonder gidsen. Het wezen vertelde me dat sommige geesten die voorbij kwamen degenen waren die werk deden met mensen op Gaia. Ik kon het verschil voelen tussen het type geesten die het werk deden en de geesten die naar de Grote Stad kwamen om weer opgevuld te worden om weer terug te keren naar Gaia om te ervaren en verder te ontwikkelen. Ik kon de emoties voelen van degenen die terug kwamen voor opvulling. Ik kon voelen dat sommigen van hen droevig waren, verslagen en angstig, net zoals ik me voelde voor het wezen tot mij kwam.
Mijn wezen nam mij in een van de grotere gebouwen. Binnen zag ik veel geesten werken. Ze waren dingen aan het doen die erg eender waren als taken op Aarde. Toen we langs die geesten heenliepen, keken ze naar mij. Ik denk dat zij mij aan het onderzoeken waren vanwege het wezen dat bij me was. We gingen naar boven en ik ontmoette geesten die mij kenden. Zij groeten mij en vroegen me hoe het met me ging. Ze gaven me advies hetgeen ik me niet meer kan herinneren. Ik dacht dat ze me misschien een taak zouden geven, maar het wezen wist dat ik dat dacht en vertelde me dat er eerst iets anders was dat ik moest doen.
Ik was in extase. Ik was in de hemel ondanks alles wat ik gedaan had gedurende mijn leven op Gaia. Ik ervaarde waar de meeste mensen alleen maar over dromen. De liefde die ik daar voelde was dezelfde liefde die ik voelde toen ik Jezus zag. Ik was op Gaia zoekende geweest voor wat eigenlijk dezelfde soort plaats was waar ik toen in was. Ik zocht op Gaia naar het gevoel wat ik nu op dit moment voelde. Ik had gevonden waar ik mijn hele leven naar gezocht had. Ik was echt gelukkig. Ik was Thuis en Ik wist het. Ik was klaar om te blijven en wat voor werk dan ook te doen dat mij opgedragen werd.
Mijn wezen nam mij naar een ander gebouw dat heel speciaal was. Het was groter dan de rest en had de meest groene bladeren die ik ooit had zien groeien, die het als een heilige plaats decoreerden. We gingen naar binnen dor een door een stel dubbele deuren die gloeiden met leven. De binnenkant was gedecoreerd met een houten paneelwand die "levend hout" was, vertelde het wezen mij, van de bomen die groeiden op deze prachtige plaats.

Ritchie's ontmoeting Met Jezus

Uiteindelijk zonk ik in wanhoop op het bed neer. Tenminste ik deed dat mentaal: In feite maakte mijn ont-lichaamde wezen er geen enkel contact mee. Daar, recht voor me, was mijn eigen vorm en substantie, maar toch zo ver van me verwijderd als dat we verschillende planeten bewoond hadden. Was dit wat de dood was? Deze scheiding van een deel van een persoon van de rest van hem?
Ik was er niet zeker van toen het licht in de kamer begon te veranderen; plotseling werd ik mij ervan bewust dat het helderder werd, veel helderder dan het geweest was. Ik keerde me om, om naar het nachtlampje te kijken op het nachttafeltje. Een enkele 15-watt gloeilamp kon toch zeker niet zoveel licht afgeven? Ik staarde in verbazing terwijl de helderheid nog meer toenam, van nergens komende, maar toch overal tegelijk schijnend. Al de gloeilampen in the afdeling konden niet zoveel licht afgeven. Al de gloeilampen in de hele wereld konden dat niet! Het was onmogelijk helder: Het was als een miljoen lassers' electroden, die allemaal tegelijkertijd schenen.
En temidden van al mijn verbazing kwam een prozaische gedachte in me op, waarschijnlijk opgedaan ergens in de een of andere biologie-les aan de universiteit: "Ik ben blij dat ik geen fysieke ogen heb op dit moment," dacht ik. "Dit licht zou de retina in een tiende van een seconde verwoest hebben."
Nee, verbeterde ik mezelf, niet het licht, maar HIJ! Hij zou te helder geweest zijn om naar te kijken. Want nu zag ik dat dit geen licht was, maar dat een Man de kamer binnengekomen was, of liever, een Man bestaande uit licht, alhoewel dit niet meer mogelijk leek in mijn gedachten dan de ongelovelijke intensiteit van de helderheid die Zijn vorm samenstelde.
Het moment dat ik Hem bemerkte, vormde zich een bevel in mijn gedachten. "Sta op!" De woorden kwamen van binnen in me, maar ze droegen een authoriteit die mijn schamele gedachten nooit gehad hadden. Ik rees op mijn voeten, en terwijl ik dit deed, kwam de verstommende zekerheid: "Je bent in de tegenwoordigheid van de Zoon van God." Opnieuw, scheen het concept zichzelf binnen in me te vormen, maar niet als een gedachte of speculering. Het was een soort van weten, onmiddelijk en compleet.
Ik wist ook andere feiten over Hem. Een ervan was, dat dit het meest totaal mannelijke Wezen was dat ik ooit ontmoet had. Als dit de Zoon van God was, dan was Zijn naam Jezus. Maar… dit was niet de Jezus uit mijn Zondagschool boeken. Die Jezus was teder, aardig, begrijpend--en waarschijnlijk min of meer een soort van zwakkeling. Deze Persoon was kracht Zelf, ouder dan tijd en toch meer modern dan wie dan ook die ik ooit ontmoet had. Maar boven alles, met diezelfde mysterieuze binnenste zekerheid, wist ik ook dat deze Man van me hield.
Veel meer zelfs dan kracht, datgene wat van deze Tegenwoordigheid uitstraalde was onvoorwaardelijke liefde.--Een verbazingwekkende liefde.--Een liefde die mijn wildste verbeelding ver teboven ging. Deze Liefde wist ieder liefdeloos ding van me--de ruzies met mijn stiefmoeder, mijn explosieve temperament, de sex gedachten die ik nooit onder controle kon brengen, elke gemene, egoistische gedachte en daad vanaf de dag dat ik geboren was--en Hij accepteerde en beminde mij desondanks.

WIE IS DEZE JEZUS?
IS HIJ ANDERS DAN DE KERK-JEZUS?