Algemeen Milieu en Natuurbeleid                                                 Dilbeek, 16 december 2003

Koning Albert II-laan 20

Bus 8

1000 Brussel

 

 

Bezwaarschrift  betreffende het milieu effectenrapport L50A  GEN van de ontdubbeling van de spoorlijn Brussel –Gent

 

1 Het efficiënt maken van de verbindingen Brussel – Gent – Oostende ligt in de dynamiek van het prioritair maken van het openbaar vervoer  en dus het G.E.N., en daar staan we achter

 

2 Dit heeft als gevolg dat de bereikbaarheid van Brussel sterk herschikt wordt en zijn monopoolfunctie bevestigd wordt. Vanuit de randgemeenten rond het Brussels gewest (waar toch 50 % van de pendelaars wonen) is het centrum veel minder bereikbaar dan vanuit Gent, Leuven, Aalst of Asse

 

  (kaart: Schepdaal, Lennik, Ninove missen een goede treinverbinding)

 

3 Daarom moet de ontdubbeling van de sporen samengaan met de bouw van een voorstadstation (“Schepdaal”) ter hoogte van de kruising van de Ninoofsesteenweg.

Daar moeten ook de pendelaars hun wagen kunnen achter laten om dan binnen de 10 minuten het zuidstation te bereiken. (Een winst van om en bij de 40 minuten  op de spitsuren, terwijl de bus er nu 60 minuten op doet om 11 km te overbruggen).

Het gaat niet op dat het treinvervoer een potentieel van reizigers zou voorbij rijden.

72% van de wagens (3400 w/h) op de N8 vervoert alleen de bestuurder.

Daarom stellen we voor dat station in de heuvelgeul aan de Ninoofsesteenweg in te planten. Dit heeft als voordeel dat de afgravingshelling verdwijnt, en dat er een betere steun zal zijn voor de zeer onstabiele grond. Een transitparking met veilige toegang moet voorzien worden om een consequente politiek te voeren van openbaar vervoer.

(zie bijlage)

 

     (kaart: zone met onvoldoende openbaar vervoer om binnen de  30 min. Brussel te bereiken)

 

4 De impact van deze ontdubbeling van het spoor is specifiek zwaar voor DILBEEK

a)      We naderen immers het voorstedelijk gebied. De dwarsverbindingen over de sporen zijn van cruciaal belang voor de bewoners. Daarom kan niet aanvaard worden dat 3 fietsers- en voetgangersbruggen niet heropgebouwd worden. Zelfs de door het mobiliteitsplan voorziene fietsersbrug aan  de Geraardsebergsestraat is ten onrechte geschrapt! Die fietsersbrug zou in het stationplan opgenomen kunnen worden (zie bijlage).

b)      Er is geen plan voorzien dat de impact van de geluidsoverlast weergeeft, ook niet in de omgeving van woonwijken met een hoge woondensiteit.

c)      Daarom moeten daar niet alleen akoestische panelen voorzien worden, maar moet ook een groene beboste bufferzone ingericht worden. (b.v. ter hoogte van de “Loveldwijk” te Schepdaal /Sint-Gertudis-Pede.

d)      Die begroeide zone zou slechts deels compenseren wat verwoest wordt aan ecologisch gebied, vastgelegd in het V.E.N.

Zo moet ook het IJsbos hersteld worden in zijn oorspronkelijke en unieke biotoop, waar o.a. orchideeën groeien en buizerds nesten.

 

5 De uitvoering van de werken moet in overleg gebeuren met de betrokken bewoners over een breed gebied omheen de spoorlijn.

Onteigeningen kunnen alleen in overleg met de bewoners en eigenaars, nadat alternatieven voorgesteld zijn.

De impact van de werken moet gecompenseerd worden door maatregels, die afdwingbaar zijn van de aannemers (b.v. in verband met sluikverkeer tijdens de werken op de Ninoofsesteenweg)

 

 

Conclusie : Een voorstadstation met de nodige parkeerplaatsen is voor de randbewoners en pendelaars uit het Pajottenland een essentiële voorwaarde om de ontdubbeling van de spoorweg te verantwoorden.

 

 

 

Namens MilieuOverlegDilbeek    

 

 

 

 

Stefan Eelens ir.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage: voorstel inplanting nieuw station “Schepdaal”