Na de bespreking van het Mobiliteitsplan in de (nieuwe)
Gemeentelijke commissie voor
ruimtelijke ordeningn (GECORO) maakte de vertegenwoordiger van MOD,
Tefan Eelens, volgende opmerkingen:
Het mobiliteitsplan moet een aanleiding zijn om goed te overwegen
wat Dilbeek zich nog kan of wil permitteren
zonder de leefbaarheid op het
spel te zetten. De concentrische verstedelijking rond het Brussels gewest moet tijdig doorbroken worden om niet de
fout te begaan van vele grootsteden, die het,
tot “scha en schand”, nu pas inzien, en dat vraagt politieke moed.
Groot Dilbeek kan de nabijheid van Brussel grootstad niet
verloochenen, maar mag er zich niet door laten versmachten. De druk om Dilbeek
te laten verstedelijken is immers erg groot (het Vlaamse structuurplan beaamt
deze tendens in één pennentrek door het als voorstedelijk uitbreidingsgebied te
duiden).
Het Dilbeeks grondgebied wordt doorploegd door
autoverkeerskanalen(Ninoofse steenweg, Itterbeekse baan, E40, enz.) naar de
enkele verkeerspoorten van Brussel toe. Het ganse Pajottenland dreigt meer en
meer één verkeersoverstromingsgebied te worden!
Volgens eigen tellingen worden deze banen voor 72 % ingenomen door
wagens enkel bezet door de bestuurder zelf.
Tevens vernemen we van de Brusselse Hoofdstedelijke
Gewestadministratie dat binnen de 4 jaar het autoverkeer met 20 % zal moeten
dalen, wil men de Kyoto normen halen voor het Brussels gewest.
Er zal een beleid gevoerd worden (taks op parkings en tol op wagens
zonder medepassagiers) dat ernstige gevolgen
hebben op het inkomende pendelverkeer, ook in Dilbeek.
Daarom worden door ons volgende uitgangspunten met klem benadrukt:
1
Dit mobiliteitsplan heeft slechts zin als meteen een
prioriteitsplanning uitgewerkt wordt, gelinkt aan een uitvoeringsplan.
Timing en vooral middelen moeten als voorwaarde afgedwongen worden, om
niet te vervallen in het zoveelste voorstel dat voorbij gestreefd is vóór men
eraan begon.
Uiteraard zijn er soms belangenconflicten. Dit vraagt meer betrokkenheid
en inspraak van de bewoners, betere inlichtingen en motivering. Veiligheid
en beperking van overlast moeten de eerste prioriteiten zijn binnen de “verplaatsingsdrang” van bewoners
en gebruikers van het openbaar wegennetwerk om de LEVENSKWALITEIT van alle
burgers te waarborgen.
2
Er kan slechts sprake zijn van een beperkte woonuitbreiding of
inbreiding in de woonkernen rond overstapknooppunten naar SNEL openbaar
vervoer (dus rond spoorwegstations). De autobussen, zelfs in eigen bedding,
zullen niet de capaciteit en snelheid kunnen aanbieden van het treinvervoer. De
bussen zijn wel noodzakelijk als aanvullend fijnmazig verzamelnetwerk (bv. ook
naar het metrostation ERASMUS). Het G.E.N. mist de kans om een halte te
voorzien tussen “Liedekerke” en Brussel.
Tevens moeten maatregelen genomen worden om op die plaatsen de
ongebreidelde speculatie in te dammen.
3
Er moeten reële maatregelen genomen worden om het sluipverkeer te verhinderen. Dat vraagt een degelijk
budget om een adequate verkeersinfrastructuur aan te brengen,
waar vele bewoners op aan dringen. Ik verwijs naar het mobiliteitsplan dat
genoeg praktische voorstellen doet.
4
De invalswegen van onze dorpen worden meer en meer door 4-
gevelwoningen afgezoomd en volgebouwd. De infrastructuur van vele landelijke
wegen heeft deze snelle
woningbouwevolutie niet kunnen volgen. In die woonomgeving moet de voetganger,
wandelaar, fietser de, landelijk gebleven, smalle baan delen met soms te snelle
wagens (naar de bakker, kinderen halen, rondjes rijden), en vooral het
sluipverkeer. Leg dan de wegen zo aan dat ze respect afdwingen voor
dorpskernen, bewoners, kinderen… en dat betekent meer dan 30 km/uur afdwingen!
Fietspaden aanleggen die niet overrijdbaar zijn, maar gescheiden van het
autoverkeer, en aansluiten op het reeds goed uitgeruste fietspaden(netwerk) van
de ons omliggende gemeentes.
Minimum breedte van voetpaden altijd respecteren, want de
druk van het autoverkeer herleidde soms het voetpad tot 20 cm breedte!!!
Voor de wandelaar, voetganger,
moet een herwaardering van de vele erfdienstbaarheden komen: een plaats
van wederzijdse waardering en respect tussen o.a.de landbouwer en de wandelaar,
die een rustige kortere weg zoekt naar een centrum of school. Ook andere groenverbindingen
waar het zachte verkeer doorheen kan moeten nu gereserveerd worden vóór
Dilbeek volledig dichtslibt en het voor de huidige bewoners veel minder
leefbaar wordt.
6
De toegang tot bedrijven en handelsruimten moet binnen goede
afspraken gebeuren op een soepele manier en met een aangepaste infrastructuur
zodat ze geïntegreerd en partner worden van hun omgeving. Dit telt ook voor de
landbouwbedrijven die van oudsher met hun activiteiten ons Pajottenland typeren
en onze erkenning mogen krijgen om in een meer verstedelijkte omgeving te
kunnen blijven werken.
Stefan Eelens ir.
Milieu
Overleg Dilbeek