|
Waar komt de naam vandaan? Jan Moritoen Mevrouw noch Meneer Moritoen lopen, naar wij konden nagaan, nog in onze contreien rond. Eeuwen geleden deden zij dat echter wel. tenminste, zo blijkt uit gegevens van het Brugse stadsarchief, twee achtenswaardige mannen droegen in de 14e en 15e eeuw deze niet te misprijzen naam. Eerst wordt melding gemaakt van ene Bertelmeeus Moritoen, aanzienlijk lakenhandelaar die best de vader kan zijn van Jan Moritoen, waarvan wij uit de stukken leren dat hij van 1408 tot 1410 een van de drie dismeesters van de Sint-Gillisparochie moet zijn geweest. De dis was een van de vele soorten sociale voorzieningen (armenhulp) in het middeleeuwse Brugge. Het bestuur werd door de stadsmagistraten aangeduid en zorgde voor beheer en distributie van geschonken goederen aan minstbedeelden. Jan Moritoen werd in 1413 zelf schepen van zijn vaderstad en in 1415-16 was hij lid van de “raet”. In die functies trad hij tweemaal te Gent op de voorgrond tijdens een bijeenkomst “van den vieren leeden van den lande Vlaenderen”. Eind 1416 of begin 1417 moet Jan overleden zijn. Hij had intens geleefd, niet enkel als vranke burger of als vroede vader, maar evengoed als losbollige dichter en afgewezen minnaar die zijn vriend, zijn rivaal Egidius bij diens dood lyrisch toezingt “Egidius, waer bestu bleven? Mi lanct na di, gheselle mijn; Du coors die doot, du liets mi ’t leven.” … Zeshonderd jaar later leeft zijn naam nog steeds voort. Als een symbool werd hij in 1968 gekozen voor een nieuwe stichting die zich tot doel stelde zo veelzijdig cultureel als onverschrokken, zo ondernemend als sociaalgericht te zijn als Jan, en tevens voor alleman toegankelijk te zijn. Er zijn geen redenen om daar in deze tijd verandering in te brengen… In het Gruuthuse Handschrift, samengebracht in een boek van prof. K. Heeroma (Leiden, 1966) staan naast “Egidius …” nog tal van middeleeuwse liederen vermeld. Het volledige Egidiuslied is bij vzw Moritoen ook als kunstdrukwerk verkrijgbaar in ontwerp van Brody Neuenschwander.
|
|
|