KB
19/12/1997 ( basisnormen voor brandpreventie)
Het
KB 19/12/1997 is geldig voor de gebouwen waarvoor de
bouwvergunningsaanvraag werd ingeleverd na 31/12/1997.
Het
is niet geldig voor
-
industriegebouw
-
gebouwen bestaande uit max 2 bouwlagen met totale oppervlakte £
100 m²
-
ééngezinswoningen
We
gaan de principes van dit KB kort bespreken met als bedoeling U meer inzicht
te geven in deze problematiek
Terminologie
vuurdriehoek:
er zijn 3 elementen gelijktijdig noodzakelijk om een verbranding mogelijk te
maken nl.
-
een brandbaar produkt
-
zuurstof
-
energie
Brandpreventie
of bestrijding bestaat erin één van deze elementen te elimineren of te
reduceren.
laagste
peil van door brandweerwagens bruikbare wegen omheen het gebouw, waarbij
"technisch niveau" niet meetelt):
1)
hoge gebouwen (HG) met h >25 m
2)
middelhoge gebouwen (MG) met 10 £
h £ 25 m
3)
lage gebouwen (LG) met h < 10m
compartiment:
deel van een gebouw begrensd door wanden die de brandvoortplanting
naar
het aanliggende gedeelte gedurende een bepaalde tijd dient te
beletten; het kan verdeeld zijn in lokalen.
weerstand
tegen brand van een bouwelement
(Rf) : tijd gedurende welke een bouwelement
1)
stabiliteit
2)
vlamdichtheid
3)
thermische isolatie
Voor
wat de deuren betreffen wordt hun Rf geattesteerd door het BENOR
– ATG keurmerk.
Deze
deuren dienen door erkende plaatsers te worden geplaatst ( zie lijst bij
BOSEC= Belgian Organisation for Security Certification, telefoon: 02/ 547 58 05)
Evacuatieniveau:
bouwlaag die de uitgang(en) bevat die leiden naar de openbare weg of naar
een
ruimte vanwaar die bereikbaar is
Evacuatieweg:
weg binnen het gebouw die toegang geeft tot trappenhuizen,
vluchtterrassen of uitgangen
Vluchttterras:
weg buiten het gebouw die toegang geeft tot trappen
Structurele
elementen: de bouwelementen die
de stabiliteit van het gebouw verzekeren, bijv. dragende
wanden, afgewerkte vloeren en die bij bezwijken aanleiding geven tot
voortschrijdende instorting; deze moeten steeds de hoogste Rf –
waarde hebben.
Zelfsluitende
deur:
deur uitgerust met een inrichting die in normale werkingsvoorwaarden bestendig tot sluiten gedreven wordt
Bij
brand zelfsluitende deur:
deur uitgerust met een automatisch toestel dat ze bij brand tot
sluiten dwingt
Autonome
stroombron: onafhankelijke
elektrische energiebron die in staat is om gedurende een bepaalde tijd
installaties of toestellen te voeden waarvan het in dienst houden onmisbaar is,
bijv.: LS aansluiting als de normale voeding gebeurt via HS aansluiting met
transformator ( attest energieleverancier vereist)
Noodverlichting:
kunstmatige verlichting die bij het
uitvallen van de gewone verlichting toelaat bepaalde activiteiten op sommige
plaatsen van het gebouw voort te zetten
Veiligheidsverlichting:
kunstmatige verlichting die bij het uitvallen van de gewone kunstmatige
verlichting de personen toelaat de uitgangen op een veilige manier te bereiken
(hindernissen zichtbaar stellen!!)
De
vereiste nuttige breedte van een vluchtruimte
is steeds gelijk aan een geheel
veelvoud van 0,60 m en is functie van -
het aantal gebruikers van die vluchtweg
-
de aard van vluchtruimte ( trappen die stijgen of dalen naar uitgangen,
deuren)
Brandmelding: de
brandweer informeren over de ontdekking of detectie van een brand
Brandwaarschuwing:
het doorgeven van de ontdekking of detectie van een brand aan de organisatorisch
daarbij betrokken persoen
Brandalarm: het bevel
aan de gebruikers om hun compartiment te verlaten