Keuze van het elektrisch
materiaal
Het
elektrisch materiaal moet veilig zijn. Daarom heeft men normen opgesteld
waaraan het materiaal moet voldoen. Wanneer het materiaal overeen komt met die normen,
wordt er een keurmerk aan gegeven, zoals CEBEC, KEMA,... Twijfelachtig materiaal zoals deze driewegstekker is verboden.
Smeltveiligheden en automaten
Een beschermingsinrichting tegen kortsluiting en overbelasting moet altijd
aan het begin van een leiding geplaatst worden, of daar waar een leiding van
doorsnede verandert.
Wanneer een smeltzekering of automaat niet aangepast is aan de doorsnede van
de leiding kan brand ontstaan. In onderstaande tabel wordt de nominale
stroomsterkte van het beschermingstoestel als functie van de doorsnede vermeld.
|
Doorsnede van de geleider
|
Nominale stroom van de
smeltveiligheid
|
Nominale stroom van de automatische
schakelaar
|
|
1,5 mm²
|
10 A
|
16 A
|
|
2,5 mm²
|
16 A
|
20 A
|
|
4 mm²
|
20 A
|
25 A
|
|
6 mm²
|
32 A
|
40 A
|
|
10 mm²
|
50 A
|
63 A
|
|
16 mm²
|
63 A
|
80 A
|
|
25 mm²
|
80 A
|
100 A
|
|
35 mm²
|
100 A
|
125 A
|
De smeltveiligheden en automatische schakelaars moeten een
uitschakelvermogen hebben dat overeenstemt met het te verwachten kortsluitvermogen
op de plaats van de installatie. Het minimaal onderbrekingsvermogen moet 3000 A
bedragen.
|
doorsnede
|
kleur
|
|
1,5 mm²
|
oranje
|
|
2,5 mm²
|
grijs
|
|
4 mm²
|
blauw
|
|
6 mm²
|
bruin
|
|
10 mm²
|
groen
|
De zekeringen of automaten mogen niet omwisselbaar zijn. Dit wordt vermeden
door calibreerelementen. Deze vermijden dat u een beveiliging zou vervangen
door één met een te hoge waarde.De kleurcode van de calibreerelementen is in
functie van de doorsnede van de geleiders :
Leidingen
De aansluitkabel naar de tellerkast moet van het type EVVB, EXVB, VVB of XVB
zijn. Deze kabel mag geen geel/groen geïsoleerde geleider bevatten en
heeft een minimum doorsnede van 4x10 mm².
De plaatsingsmogelijkheden kan u afleiden uit de volgende tabel :
|
Plaatsingswijze
|
VFVB (XFVB)
|
VVB (XVB)
|
VOB,VOBs(t)
|
|
in de lucht
|
toegelaten
|
toegelaten
|
verboden
|
|
zonder buis in de muur
|
toegelaten
|
toegelaten
|
verboden
|
|
in een buis
|
toegelaten
|
toegelaten
|
toegelaten
|
|
In niet-metalen en
niet-brandbare plinten
|
toegelaten
|
toegelaten
|
toegelaten
|
U moet er rekening mee houden dat wanneer je deze kabels in de muur legt, ze
4mm diep moeten liggen. In beton wordt dit 3 cm.
De leidingen (bijvoorbeeld waterleiding) moeten altijd op minstens 3cm van
niet-elektrische leidingen geplaatst worden. De bevestiging van de buizen moet
tevens ook gebeuren volgens de regels van goed vakmanschap. Wanneer men
leidingen in de muur legt zonder buis moet het volgend traject gevolgd worden.
Omdat
veiligheid topprioriteit is bij het werken met elektriciteit, heeft men een
algemeen geldende kleurcode voor de bedrading ontworpen. Deze is echter niet verplicht. De kleuren geel of groen als fasegeleider
zijn niet toegelaten. Hieronder vindt u het overzicht.
Aanbevolen kleurcode van de geleiders :
|
soort draad
|
|
kleur
|
|
fasedraad
|
1
|
bruin
|
|
nuldraad
|
2
|
blauw
|
|
aardingsdraad
|
3
|
geel/groen
|
|
schakeldraad
|
4
|
zwart
|
Gebruik
best steeds de blauwe geleider, zelfs wanneer er geen nulleider is. Zo wordt
het achteraf gemakkelijker wanneer men moet omschakelen naar een net van
230/400V.
De doorsnede van de geleiders dient steeds aangepast te zijn aan het
gevraagde vermogen. Men moet echter wel rekening houden met de minimum
doorsnede uit de volgende tabel :
|
toestel / gebruik
|
min. doorsnede
|
|
verlichting
|
1,5 mm²
|
|
stopcontacten
|
2,5 mm²
|
|
gemengde kringen
(stopc./verl.)
|
2,5 mm²
|
|
oven, wasmachine,
kookfornuis 1-fasig
|
6 mm²
|
|
oven , wasmachine,
kookfornuis 3-fasig
|
4 mm²
|
Men mag evenwel voorgenoemde toestellen aansluiten met geleiders van een kleinere
doorsnede op voorwaarde dat :
* ofwel de stroombaan bestaat uit een kabel geplaatst in opbouw;
* ofwel wanneer de stroombaan bestaat uit geïsoleerde geleiders geplaatst in
een buis met een diameter van minimum een duim of 25 mm;
* ofwel wanneer er een reservebuis voorzien is naar dezelfde plaats van
energielevering.
Bij verlichting op zeer lage veiligheidsspanning (ZVLS) moet u aandacht
schenken aan de brandveiligheid. Maak daarom enkel gebruik van veilig materiaal
met een keurmerk. Bewaar ook voldoende afstand tot de voorwerpen die verlicht
worden. Om de veiligheidsspanning te bekomen moet u gebruik maken van een veiligheidstransfo.
Deze moet bereikbaar blijven en een goede afkoeling hebben. De doorsnede van de leidingen moet goed gekozen worden.
Schakelaars, verlichting, stopcontacten.
* Schakelaars
Een enkelpolige schakelaar heeft twee contactpunten. De fasedraad komt op
het aansluitpunt met de P (of een rode stip). De nuldraad loopt ononderbroken door
naar een lamp. Bij een tweepolige schakelaar, die altijd gebruikt moet worden
in een badkamer, wordt niet alleen de fasedraad onderbroken. Ook de blauwe
nul-geleider wordt onderbroken zodat geen enkele spanning naar de lamp kan
gaan.
*
Stopcontacten
Kinderen peuteren wel eens in stopcontacten. Daarom is het verplicht dat
alle stopcontacten uitgerust zijn met een kinderbeveiliging. Hier worden de
gaatjes afgesloten door een kunststofplaatje of speciale clips, die pas wanneer
er twee pennen worden ingeduwd, doorgang verlenen.
Alle stopcontacten moeten geplaatst worden op een afstand van 15 cm boven de
vloer in droge ruimten en op 25 cm in vochtige ruimten, behalve wanneer ze in
speciale plinten of in de vloer zijn ingebouwd.De stopcontacten moeten ook uitgerust zijn met een pencontact, dat moet
aangesloten zijn op de aarding. Het maximaal aantal enkelvoudige of meervoudige
stopcontacten is beperkt tot 8 per kring.
*
Lampen
Om een hanglamp te bevestigen, heb je het zogenaamde ophangplaatje nodig.
Voor de verbinding van de draden gebruikt u best een kroonsteentje (suiker).
Hierdoor worden de verbindingen geïsoleerd. Er moeten in elektrische
installaties telkens minstens twee lichtkringen voorzien worden.
* Verbindingen
Verbindingen
dienen te gebeuren in verbindings -of aftakdozen. Alle verbindingen dienen steeds bereikbaar te blijven; ze mogen dus niet
toegepleisterd of weggetimmerd worden. Indien de ruimte beschikbaar is en
indien de inbouwdoos van het stopcontact of het lichtpunt ertoe voorzien is, mogen
er ook verbindingen gemaakt worden achter het stopcontact of aan het lichtpunt.
Deze moeten echter wel gemaakt worden met lasdoppen en nooit met suikers !