KB 7 mei 2000 (bron
: Belgisch Staatblad)
7 MEI 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 19, 20, 28, 31, 34 en 74 van het
AREI
« Art. 19. De keuze en het gebruik van elektrisch materieel geschieden in functie van de aanwezige uitwendige invloeden in overeenstemming met de door de Ministers, die respectievelijk Energie en Arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben en dit ieder wat hem betreft, getroffen besluiten of bij ontstentenis daarvan, in akkoord met de vertegenwoordiger van het in artikel 275 bedoeld erkend keuringsorganisme.
Wanneer verschillende uitwendige invloeden zich gelijktijdig kunnen
voordoen, kunnen hun gevolgen onafhankelijk zijn of elkaar onderling beïnvloeden en,
in dit geval, de keuze van de beschermingsgraad wijzigen.
Wanneer nochtans het elektrisch materieel door constructie de vereiste eigenschappen
niet bezit, mag het toch worden gebruikt op voorwaarde dat het
bij het installeren wordt voorzien van een bijkomende bescherming waardoor gelijkwaardige eigenschappen worden verzekerd. Deze
bijkomende bescherming mag de werking van het aldus beschermd elektrisch materieel niet schaden.
De uitwendige invloeden alsmede de zones waarin deze van toepassing zijn, worden bepaald op basis van gegevens verstrekt door de uitbater van de installatie. Deze gegevens zijn aangebracht op een of meerdere plannen van de inrichting of de installatie. Deze plannen dienen te worden goedgekeurd en geparafeerd door de exploitant of zijn vertegenwoordiger en de vertegenwoordiger van het erkend organisme bedoeld in artikel 275.
De bepalingen van de twee voorgaande leden zijn niet van toepassing op elektrische installaties in huishoudelijke lokalen of plaatsen. »
Art. 3. Artikel 20 van het Reglement wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Art. 20. De waarde van de isolatieweerstand in ohm tussen de actieve delen onderling, alsmede tussen de actieve delen en de aarde, gemeten onder de testspanning, aangeduid in de hierna vermelde tabel, is voor iedere stroombaan met afgeschakelde gebruikstoestellen minimum gelijk aan
1.000 maal de waarde in volt van de voormelde testspanning.
De metingen worden uitgevoerd onder gelijkstroom en de daartoe gebruikte meettoestellen moeten de in de hierna vermelde tabel opgegeven testspanning kunnen leveren onder een stroom van 1mA tot 5mA.
De metingen worden uitgevoerd door het organisme, erkend volgens artikel 275, en hebben betrekking op de isolatieweerstand tussen elk van de actieve delen en de aarde. »
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 4. In artikel 28 van het Reglement wordt in de rubriek 03, het 1ste lid vervangen door het volgende lid :
« Residuele differentieelstroom : algebraïsche som van de ogenblikkelijke waarden van de stromen doorheen alle actieve geleiders van een stroombaan in een punt van de elektrische installatie (I|gDn). »
Art. 5. In artikel 31 van het Reglement wordt in de rubriek « 03 - Conventionele relatieve grensspanning UL (t) », de tabel vervangen door de volgende tabel :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 6. Artikel 34, 3e lid, van het Reglement wordt vervangen door het volgende lid :
« Nochtans wordt, ten behoeve van occasionele werkzaamheden (bijvoorbeeld afstellen of herwapenen van regelapparatuur, vervangen van smeltveiligheden), het wegnemen of openen van uitwendige omhulsels of van samenstellende delen toegestaan zonder gebruik van gereedschap of sleutel voor zover de hierna vermelde voorwaarden zijn vervuld :
- alle actieve delen binnen de omhulsels behoren tot het domein van de laagspanning van de 1ste categorie;
- de werkzaamheden mogen enkel worden uitgevoerd door bevoegde of gewaarschuwde
personen;
- de onderdelen waarop moet worden ingegrepen zijn derwijze opgevat en opgesteld dat de werkzaamheden
op een veilige wijze kunnen worden uitgevoerd;
- de voor de handelingen noodzakelijke bewegingsruimte is derwijze dat de bescherming tegen toevallige aanraking van de gevaarlijke actieve delen is gewaarborgd. Wanneer de
bewegingsruimte te beperkt is, dient de bescherming tegen toevallige aanraking te zijn verwezenlijkt d.m.v. hindernissen. »
Art. 7. In artikel 74 van het Reglement worden de rubrieken 01, 03 en 05 respectievelijk vervangen door de volgende rubrieken :
« 01. Aard van de geleiders.
Mogen als beschermingsgeleiders worden gebruikt :
- onafhankelijke geleiders;
- geleiders die in dezelfde leiding zijn ondergebracht als de actieve geleiders van een installatie voor zover ze op dezelfde wijze geïsoleerd zijn als de voornoemde actieve geleiders;
- metalen mantels, omvlechtingen, pantseringen en schermen, al of niet geïsoleerd, van
leidingen, waarvan de geschiktheid in dit opzicht erkend wordt door de regels van goed vakmanschap;
- metalen structuren waarop de hoogspanningstoestellen bevestigd zijn op voorwaarde dat bijzondere voorzorgen worden genomen om :
a) de elektrische continuïteit te verzekeren d.m.v. een aangepast contactoppervlak;
b) de elektrische continuïteit niet in gevaar te brengen
door mechanische, chemische of elektrochemische beschadiging en door verwarming
veroorzaakt door de te voorziene maximale foutstroom tot het ogenblik van uitschakeling door de beschermingsinrichtingen.
03. Het installeren van geleiders.
De beschermingsgeleiders moeten voldoende beschermd worden tegen mechanische en chemische beschadiging en elektrodynamische krachten.
Onafhankelijke aluminium geleiders, blank of geïsoleerd mogen noch ingegraven noch verzonken worden geplaatst.
05. Verbinding van de geleiders met het elektrisch
materieel.
De massa's van alle elektrische machines en toestellen moeten worden verbonden met een beschermingsgeleider zoals voorzien in artikel 74.01.
Indien metalen gebinten van een hoogspanningsschakelcombinatie als beschermingsgeleider worden gebruikt moeten deze, die een functionele eenheid vormen (bijvoorbeeld cellen), bovendien worden verbonden met een doorlopende koperen beschermingsgeleider waarop andere beschermingsgeleiders kunnen worden aangesloten.
Dit voorschrift is niet van toepassing op de metalen vasthechtingselementen van isolatoren.
Het wegnemen van een elektrische machine of toestel mag de continuïteit van de beschermingsstroombaan niet onderbreken. »
7 MEI 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 29, 30, 49, 50, 51, 62, 65, 66, 67, 86, 215, 221, 227, 233, 234 en 242 van het
AREI
« Beschermingsgraden gegeven door omhulsels en hindernissen
01.- Omhulsels
De beschermingsgraad inzake de door omhulsels verwezenlijkte bescherming tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen en vloeistoffen alsmede tegen de directe aanraking met actieve delen gelegen binnen de omhulsels wordt bepaald door een code beantwoordend aan de door de Koning gehomologeerde norm of aan bepalingen die ten minste een gelijkwaardig niveau bieden.
Deze code is samengesteld uit twee getallen waarvan het eerste de beschermingsgraad tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen en het tweede de beschermingsgraad tegen binnendringen van vloeistoffen voorstelt.
Wanneer één dezer getallen niet is bepaald, wordt het vervangen door de letter X.
De bescherming tegen de directe aanraking met actieve delen, binnen het omhulsel, wordt bepaald door een letter die van de getallen is gescheiden door een streepje.
De letters A, B, C en D hebben betrekking op de verhindering van de aanraking met de actieve delen door een kaliber met een doormeter van respectievelijk 50, 12, 2,5 en 1 mm.
02.- Hindernissen
De beschermingsgraad inzake de door hindernissen verwezenlijkte bescherming tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen en vloeistoffen, alsmede de bescherming tegen de directe aanraking van actieve delen achter de hindernissen wordt op een analoge wijze bepaald. »
Art. 3. In de artikelen 30, 49, 50, 51, 62, 66, 67, 86 en 221 van het Reglement worden de beschermingsgraden « IP1X », « IP2X » en « IP4X » respectievelijk vervangen door « IPXX-A », « IPXX-B » en « IPXX-D ».
Art. 4. In artikel 65 van het Reglement worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de titel wordt in de Nederlandse versie het woord « Ontstekingsinrichting » vervangen door het woord « Hoogspanningsontstekingsinrichting »;
2° het 2e lid wordt vervangen door het volgende lid :
« Anderzijds, wanneer gebruik wordt gemaakt van een toestel met metalen of daarmee gelijkgesteld omhulsel overeenkomstig artikel 42, moet de beschermingsgraad, verwezenlijkt door het monteren van de brander op de warmtewisselaar, tenminste IPXX-B zijn. »
Art. 5. De titel van artikel 66 van het Reglement wordt in de Nederlandse versie vervangen door de volgende titel :
« Hoogspanningsontstekingsinrichting van een gasbrander »;
Art. 6. In artikel 215 van het Reglement wordt de rubriek 01 vervangen door de volgende rubriek :
« 01. Bescherming tegen rechtstreekse aanraking
De beschermingsgraad der vooraf vervaardigde leidingen moet ten minste gelijk zijn aan IPXX-B. Deze leidingen beantwoorden aan de door de Koning gehomologeerde norm of aan bepalingen die ten minste een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden. »
Art. 7. Artikel 227 van het Reglement wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Vreemde vaste lichamen (AE)
De beschermingsgraad van machines en toestellen tegen het binnendringen van vreemde vaste lichamen beantwoordt aan de door de Koning gehomologeerde norm of aan bepalingen die ten minste een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden rekening houdend met de voorschriften van de volgende tabel :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 8. In artikel 233 van het Reglement wordt de tabel vervangen door de volgende tabel :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 9. In artikel 234 van het Reglement wordt het 3de streepje vervangen door het volgende streepje :
« - de uitwendige invloedsfactoren BD2 tot en met BD4, in functie van de ontruimingsvoorwaarden van personen in geval van nood, en van de bezettingsdichtheid (art. 101.02); dit komt neer op het toepassen van de voorschriften van volgende tabel :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Art. 10. In artikel 242 van het Reglement worden in de rubriek 08 de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de sub-rubriek e1) wordt het 2de lid vervangen door het volgende lid :
« Deze schakelaar wordt binnen een omhulsel aangebracht waarvan de beschermingsgraad minimum IPX4-D bedraagt. » ;
2° in de sub-rubriek f) wordt het 2de lid vervangen door het volgende lid :
« Indien de hulpinrichtingen aangebracht zijn buiten de gebouwen, bedraagt de beschermingsgraad van het geheel minimum IPX4-D. »