Aarding
Het aarden van de installatie heeft tot doel te voorkomen dat vrije metalen
delen op een gevaarlijk hoge spanning t.o.v. de aarde zouden komen te staan.
Bij een slechte aardelektrode zal een te hoge aanraakspanning optreden. Die spanning zal zich via een persoon die het toestel aanraakt, ontladen.
Aardingsonderbreker
Om
de meting van de spreidingsweerstand van de elektrode mogelijk te maken, is het noodzakelijk een onderbrekingsinrichting
te voorzien.

Aardingslus
16 mm²
Voor een nieuwbouw bestaat deze lus uit een ronde koperen massieve geleider die
blank is of verlood (doorsnede
35mm²)
De uiteinden van de
draadstukken of aardlus moeten altijd
bereikbaar blijven. De vrije lengte moet
tenminste 50 cm zijn. Zorg ervoor dat de aardingslus
zeker niet in contact komt met het betonijzer
(corrosie !). Leg daarom de aardingslus vast met koperen haken in een greppeltje van ± 5 cm en bedek het
geheel met een laagje zand.
Aardingspennen, -baren, of -geleiders
In de andere gevallen worden aardelektroden
geplaatst:
*
horizontaal ingegraven
geleiders op min. 80 cm
diepte en een sectie van minimum 35
mm².
*
vertikaal of schuin in de
grond dreven pennen: 1,5m