Een kleine hond, waarvan het lichaam langer is dan hoog.
Zij zijn van hoofd tot aan het puntje van de staart met zijdeachtig zeer
lang en zeer glanzend haar bedekt.
Het hoofd heeft een uitgesproken stop die door de goed ontwikkelde
bovenschedel en jukbeenbogen duidelijk gevormd wordt.
De neus en de lippen zijn uitgesproken zwart, De ogen groot, donker en
met een levendige, intelligente uitdrukking.
Het lichaam wordt in de standaard per centimeter precies beschreven. De
staart, die bij de basis eindigt met een fijne punt en is met zeer lang en
weelderig haar bedekt, die zoals de twijgen van een treurwilg naar één
zijde hangen. De afzonderlijke haren van de dichte vacht zijn 22 cm lang.