Henry Royce werd in 1863 geboren, en bracht zijn leertijd door bij de spoorwegen. Hij besloot in 1884 om zijn eigen bedrijf op te zetten. Onder moeilijke omstandigheden bouwde Royce een elektronische werkplaats op. In 1903 kocht hij een gebruikte Décauville, maar deze auto beviel hem zo slecht dat hij besloot zelf een goed gebouwde auto te construeren. Deze eerste Royce uit 1904 was zo volmaakt dat Charles Rolls de verkoop op zich nam onder de naam Rolls-Royce.

Rolls-Royce Limited werd op 15 maart
1906 opgericht en verhuisde in 1908
naar Derby. De reputatie die de
autobouwer heeft inzake kwaliteit
werd in 1906 ingezet met de 40/50 HP
Silver Ghost. Van deze 6-cilinder
werden tot 1925 6173 exemplaren
gebouwd. In 1921 opende het bedrijf
een tweede
fabriek in Springfield (
Verenigde
Staten) waar de 1701 Springfield
Ghosts (zie foto hier onder)
werden gebouwd om de vraag bij te
blijven. In 1931 ging die fabriek
alweer dicht. In datzelfde jaar nam
Rolls-Royce ook concurrent Bentley
over, dat vanwege de Grote Depressie
in financiële moeilijkheden zat.
Sindsdien tot 2002 waren
Rolls-Royce's en Bentleys vaak
nagenoeg identiek.
In 1946 verhuisde de autoproductie naar Crewe. In 1959 werd Mulliner Park Ward uit Londen overgenomen. Dat bedrijf had tot dan steeds koetswerken gebouwd voor Rolls-Royce, dat enkel chassis met motor leverde. Vanaf dan bouwde Rolls-Royce haar koetswerken grotendeels zelf.

De opvolger van de Silver Ghost, de Rolls-Royce Phantom I, werd van 1925 tot 1929 gefabriceerd. Daarna volgden de Phantom II van 1929-1936 en -III ( zie hier onder) van 1936 tot 1939. De Twenty was een kleine, goedkopere Rolls-Royce, in 1922 gepresenteerd en later met een iets grotere motor geleverd. Vanaf dan voerde Rolls-Royce een tweemodellenbeleid, dat inhield dat steeds een goedkoper en een duurder model te verkrijgen waren. The best car in the world houdt mechanisch geen gedurfde originaliteit in maar wel een onovertroffen afwerking tot in de details. (Dezelfde kenmerken vormen de achtergrond van de veelomvattende productie van vliegtuigmotoren in deze fabriek.) De sedert 1946 geleverde 6-cilindermodellen Silver Wraith en Silver Dawn, alsmede de in 1950 ingevoerde Phantom VI met achterin gebouwde 8-cilindermotor, werden in 1959 vervangen door de V8 -serie Silver Cloud II (6230 cc), waarvan het type met langste chassis Phantom V heet. De rode letters op de radiator werden in 1933 om esthetische redenen veranderd in zwarte, maar deze verandering werd tevens gebruikt om de dood van sir Henry Royce te memoreren.

Na de oorlog boekte Rolls-Royce veel vooruitgang met turboprop- motoren. In de jaren 50 en -60 rationaliseerde de Britse vliegtuigindustrie sterk, wat leidde tot de fusie met Bristol Siddeley in 1966.
Vooral de hoog uitvallende ontwikkelingskosten van de RB211-turbofan leidden in 1971, na verschillende overheidssubsidies, tot het faillissement van het Rolls-Royce Limited. Het bedrijf werd genationaliseerd en in 1973 opgesplitst. De autodivisie werd afgesplitst als Rolls-Royce Motors en de vliegtuigmotorendivisie ging alleen verder om in 1987 weer te worden geprivatiseerd onder de naam Rolls-Royce plc.
Ter gelegenheid van 100 jaar Rolls Royce automobielen, heeft men in Goodwood 35 speciale Phatom's gebouwd, ook voorzien van rode badges , de geschiedenis herhaalt zich.

