Meer dan honderd jaar geleden nam Gaudí de leiding van de bouw over, en nu, tientallen jaren na zijn dood, staat er nog steeds niet meer dan een deel van de buitenmuren. Het hoofdportaal is bijna voltooid. Het werk aan de façade is bijna klaar. Als de bouw van deze kerk ooit wordt voltooid, zal ze in ieder geval alle dimensies te buiten gaan en zal de eerste mis klinken als het geschal van hemelse heerscharen: op de galerijen is plaats voor 1500 zangers, 700 kinderen en 5 orgels. Voorlopig is dat echter toekomstmuziek.
Het is nauwelijks mogelijk om in de geschiedenis van de kunst een parallel met deze kerkbouw te vinden.In de regel spreekt men bij kunstenaars van een (dikwijls afsluitend) hoofdwerk, maar bij Gaudí is dat onmogelijk. Zijn hoofdwerk is tegelijk zijn levenswerk. De Sagrada Familia heeft hem zijn leven lang begeleid. In november 1883, toen Gaudí op de leeftijd van 31 jaar de leiding over de bouw overnam, rekende nog niemand daarop, en hijzelf nog het minst. Hij scheen lange tijd optimistisch te zijn over de voltooiing van de bouw. In 1886 dacht hij nog de Sagrada Familia in tien jaar af te kunnen maken, als hij jaarlijks maar 360.000 peseta's ter beschikking had.Maar zelfs de financiële voorwaarden waren niet vanzelfsprekend, want de kerk was als verzoeningskerk gepland en moest uitsluitend met behulp van schenkingen gebouwd worden.Dat leidde tijdens de Eerste Wereldoorlog tot aanzienlijke vertragingen; Gaudí ging persoonlijk van huis tot huis om geld in te zamelen.
Tegenover het bestaande ontwerp van Villar stond hij sceptisch. Hij kon en wilde diens streng neogotische aanzet niet voortzetten. De graafwerkzaamheden voor de crypte, waarop vervolgens de koornis gebouwd zou worden, waren reeds klaar; de zuilen van de crypte waren zelfs al grotendeels gebouwd. Zo draagt de crypte maar in geringe mate het handschrift van Gaudí. Wel vergrootte hij de patrijspoortachtige ramen van Villar en maakte de bogen hoger, zodat de ruimte lichter en minder drukkend werkt dan in Villars plan. Met de boven de crypte gebouwde koornis begint dan Gaudí's eigenlijke werk. Daarbij bleef de gotiek als inspiratiebron aanwezig, maar Gaudí verwijderde alle overvloedige vormen. De gotische raamvorm bleef bestaan, maar werd verluchtigd door verschillende cirkelelementen.
Maar niet alleen het rekening houden met het ontwerp van de vroegere architect en het gebrek aan geld vertraagde de bouw, het was vooral Gaudí's manier van werken. Hij bouwde niet zozeer aan de hand van een vast ontwerp, maar ontwikkelde zijn ideeën tijdens de bouw. Dit is aan geen ander bouwwerk zo duidelijk te zien als aan de Sagrada Familia. Het is veelzeggend dat in zijn eerste tekeningen niets over de constructie staat; ze geven meer een algemene indruk van het geplande complex, het zijn bijna sfeerbeelden.
Een voorbeeld van Gaudí's steeds veranderende, steeds nieuwe inzichten volgende manier van bouwen is de vorming, of beter de ontwikkeling van de torens, Het resultaat is fascinerend. De torens worden wel naar boven toe geleidelijk dunner, maar ze hebben niets gemeen met de historische gotische spitsvorm. Hij vormde de torens als rotatieparabolen. Zo streeft de structuur van deze façades volkomen omhoog. Gaudí wilde met de torens, die voor ieder van de twaalf apostelen staan, ook naar de verdere geschiedenis van het christendom verwijzen. Daarmee tekent zich een kenmerk van deze kerk af. Ook al werken de constructies van de portalen en de torens in de eerste plaats als architectuur - fantasievol, maar bouwtechnisch gezien zinvol -, toch vervult elk element van deze kerk tegelijkertijd een tweede, voor Gaudí misschien veel belangrijker symbolische functie.
Maar het wezenlijke van Gaudí's concept zijn de drie façades. Elk van de façades is gewijd aan een aspect van de werken van Christus.
Met de oostfaçade, de 'Kerstmisfacade', stelde Gaudí de aardse geschiedenis van Christus voor, opgebouwd uit drie portalen. In het midden het Portaal van de Liefde, het grootste van de drie, met de voorstelling van de geboorte van Jezus en een symbool van de liefde, de pelikaan. Links daarvan het Portaal van de Hoop, dat ook de beide huiveringwekkende gebeurtenissen uit de kindertijd van Jezus voorstelt: de kindermoord door Herodus en de vlucht naar Egypte. Tenslotte rechts van het hoofdportaal het Portaal van het Geloof met passende bijbeltaferelen, bijvoorbeeld de openbaring van de engel.
De westkant was in het ontwerp aan het lijden van Christus gewijd. Passend bij het droevige onderwerp van deze façade ontbreekt daar elke ornamentele versiering en domineren er harde, ruwe vormen.
Ook in de kleuren is de symboliek terug te vinden. Zo had Gaudí voor het Portaal van de Hoop de kleur groen uitgekozen. De oostfaçade, met de vreugdevolle thema's, moest helemaal helder en kleurig worden, terwijl de Passiefaçade donker moest worden. Hij wilde de stenen in ieder geval niet in hun natuurlijke kleur laten. Gaudí haatte eenkleurigheid; hij vond dit onnatuurlijk. In de natuur, zei hij dikwijls, zien we nooit iets wat maar één of een volkomen gelijkmatige kleur heeft. Er zouden altijd min of meer duidelijke kleurcontrasten te zien zijn. Voor Gaudí, die zich in de loop van zijn leven steeds sterker tot de leermeester natuur voelde aangetrokken, bleek daaruit dat juist de architect alle elementen van de architectuur geheel of minstens gedeeltelijk in kleur moest maken.
Het aanbrengen van kleuren blijft, tenminste voorlopig, een toekomstdroom, net zoals de misschien belangrijkste façade, de Gloriefaçade in het zuiden, waar een breed bordes voor moest komen.Het thema: dood en hel, de zondeval, het daaruit voortkomende harde leven van de mens en tenslotte het Credo, dat de eerste stap is op weg naar de Verlossing. Het Credo zou, zoals vaker bij Gaudí, niet in beelden maar in de vorm van letters verschijnen. Het zou in glanzende letters tussen de klokkentorens moeten oplichten. Dat is ook al in de nu voltooide delen van de kerk te vinden."Sanctus, Sanctus, Sanctus" leest men op de klokkentorens van de oostfaçade.
Foto's