the man who cried
lost in la mancha

from hell

De Standaard - 5/5/04 (bedankt GIP!)

Hangt er een vloek over Don Quijote? Orson Welles beet jarenlang zijn tanden stuk op een verfilming van Cervantes' beroemde roman. Man of La Mancha met Peter O'Toole was een slechte film. En de vraag is zeer of Terry Gilliam (ex-Monty Python, en de regisseur van Brazil en 12 monkeys) nog ooit een film zal draaien na zijn vruchteloze pogingen om The man who killed Don Quijote te verfilmen. Lost in La Mancha is een documentaire, die van de kijker een vlieg op de wand maakt tijdens de planning en de chaotische draaidagen van het megalomane filmproject The man who killed Don Quijote, dat nooit is afgeraakt. Keith Fulton en Luis Pepe begonnen in 1999 aan wat een making of moest worden. Geen voorgekauwde promodocumentaire zoals op veel dvd's. Gilliam gaf het duo de vrije hand om alles en iedereen te filmen. Hij stemde er zelfs in toe zelf wekenlang een draadloos microfoontje rond de hals te dragen.

Naarmate Gilliams film - met Jean Rochefort als Quijote en Johnny Depp als diens knecht Sancho Panza - geteisterd door alle denkbare en ondenkbare rampspoed verdampte tot een bittere droom, groeide het filmje van Fulton en Pepe uit tot een fascinerende ,,un-making of''. Het is een bewijs dat talent en een budget van 32 miljoen dollar niet volstaan als planning ontbreekt en pech toeslaat. Tegelijk is het ook een bitterzoet portret van een cineast met grote dromen en weinig zin voor realisme, een moderne Don Quijote.

De evolutie van Gilliams gemoed is aandoenlijk. Tijdens de preproductie is hij nog enthousiast en vol zelfspot telkens er iets fout loopt. Zijn medewerkers noemen hem dàn al captain chaos. Ze roemen zijn visie, maar zuchten dat hij te excentriek is voor een film met zo'n beperkt budget. Toch hangt er nog een sfeer van geforceerd optimisme - of is het gebrek aan realiteitszin?

De eigenlijke opnames zijn zielig en hilarisch tegelijk. Straaljagers flitsen razend over de scène waarin Quijote zijn knecht bevrijdt; Rochefort kan niet behoorlijk op zijn paard zitten en blijkt in het ziekenhuis aan een dubbele hernia te lijden; een vreselijk onweer verandert het woestijngebied in Spanje in een modderstroom waarop kisten met camera's en materiaal wegdobberen... Financiers komen op setbezoek, gevolgd door experts van de verzekeringsmaatschappij. Hoofdschuddend meten ze de schade op.

Lange tijd doet Gilliam denken aan Ed Wood, de slechtste regisseur aller tijden, in de gelijknamige film: door niets laat hij zich uit zijn lood slaan, zijn enthousiasme krijgt iets wanhopigs. Maar trop is te veel. In de laatste minuten van Lost in La Mancha is Gilliam een jammerende windmolenbekamper die met de woorden ,,Fuck, fuck, fuck, fuck! We are so fucked. Fuuuuuck!'' accuraat zijn situatie samenvat.Lost in La Mancha is te vergelijken met de documentaire Heart of darkness, over het werk van Coppola aan Apocalypse now. Daar was de rampspoed bijna even erg, maar de financiële veerkracht groter. Of er aan The man who killed Don Quijote een goede film verloren is gegaan, zal niemand ooit weten. Maar een boeiende, bittergrappige documentaire heeft het wel opgeleverd.