
De 6 grondleggers van de Europese opbouw
Jean Monnet (1888-1979)

Na de Tweede Wereldoorlog sticht Jean Monnet de eerste Europese Gemeenschap, de EGKS, die hij van 1952 tot 1955 zal voorzitten. Tot 1975 blijft hij één van de belangrijkste grondleggers van de Europese constructie.
Robert Schuman (1886-1963)

Geïnspireerd door Jean Monnet stelt Robert Schuman, de Franse Minister van Buitenlandse Zaken, in 1950 een gemeenschappelijk beleid voor op het vlak van de Frans-Duitse kolen- en staalproductie.
Joseph Bech (1887-1975)

In 1955 is de Luxemburgse Minister van Buitenlandse Zaken (Eerste Minister van 1949 tot 1963) voorzitter van de Conferentie van Messina die de Europese constructie weer op het goede spoor zet na het mislukken van de Europese Defensiegemeenschap.
Konrad Adenauer (1876-1967)

Het mandaat van Konrad Adenauer, kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland van 1949 tot 1963, wordt gekenmerkt door zijn grote inzet voor de Europese opbouw.
Alcide de Gasperi (1884-1954)

Van 1945 tot 1963 bestuurt Alcide de Gasperi acht opeenvolgende regeringen. Hij laat Italië toetreen tot de EGKS en heeft regelmatig ontmoetingen met Schuman en Adenauer om de eerste grote stappen van de Europese opbouw uit te voeren.
Paul-Henri Spaak

De Belgische Vice-Eerste Minister en minister van Buitenlandse Zaken van 1936 tot 1949, Paul-Henri Spaak, is voorzitter van de Raad van Europa van 1949 tot 1951, alsook van het Parlement van de EGKS van 1952 tot 1954 en het Comité van deskundigen dat de deur openzet voor het economische Europa.
Chronologisch overzicht van de Europese opbouw
1950
Robert Schuman, minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, stelt een gemeenschappelijke markt voor kolen en staal van Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland voor binnen een organisatie die openstaat voor de andere landen van Europa.
1951
De Zes (België, Nederland, Luxemburg, Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en ItalIë) ondertekenen te Parijs het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)
1955
De ministers van Buitenlandse Zaken van de Zes, besluiten tot uitbreiding van de Europese integratie tot alle economische sectoren.
1957
Ondertekening te Rome van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom.
|
|
1958
Inwerkingtreding van de Verdragen van Rome en installatie te Brussel van de Commissies van de EEG en Euratom.
1963
Generaal De Gaulle kondigt op een conferentie aan dat Frankrijk zijn veto stelt tegen de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EEG.
1968
Afschaffing, anderhalf jaar vroeger dan voorzien, van de laatste douanerechten tussen de lidstaten onderling voor industrieproducten, en invoering van het gemeenschappelijk douanetarief.
1970
Opening van de onderhandelingen met de vier landen die zich kandidaat stellen voor toetreding: Denemarken, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.
1973
Toetreding van Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk tot de EEG (negatief referendum in Noorwegen).
![]() |
1974
Topconferentie te Parijs, waar de negen staatshoofden en regeringsleiders besluiten om regelmatig als Europese Raad bijeen te komen, voorstellen om het Europees Parlement te kiezen via rechtstreekse algemene verkiezingen en tevens besluiten tot de inwerkingtreding van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling.
1978
Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland stellen voor de monetaire samenwerking nieuw leven in te blazen door de invoering van een Europes Monetair Stelsel (EMS).
1979
Eerste rechtstreekse verkiezingen van de 410 afgevaardigden van het Europees Parlement.
1981
Toetreding van Griekenland tot de Europese Gemeenschap.
![]() |
1984
Tweede algemene verkiezingen voor het Europees Parlement.
1985
Jacques Delors wordt benoemd tot voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
1986
Toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Gemeenschap.
![]() |
1987
Turkije stelt zich kandidaat voor toetreding tot de EEG.
1989
Derde rechtstreekse algemene verkiezing van het
Europees Parlement.
Oostenrijk verzocht om toetreding tot de EG.
Opening van de Berlijnse Muur.
1990
Ondertekening van de Akkoorden tot oprichting van de
Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling.
Ondertekening van de Akkoorden van Schengen.
Malta en Cyprus verzoeken tot toetreding.
Duitse eenheid.

1991
Zweden verzoekt om toetreding.
1992
Ondertekening te Maastricht van het Verdrag betreffende
de Europese Unie.
Finland en Noorwegen verzoeken om toetreding.
1993
Inwerkingtreding van de interne markt.
Inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht.
1994
Verzoek van Hongarije en Polen om toetreding tot de
Europese Unie.
Vierde rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.
1995
Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de EU.
|
Inwerkingtreding van
de overeenkomst van Schengen.
Europa-overeenkomsten met Estland, Letland en Litouwen.
Verzoek om toetreding tot de EU van Roemenië, Slowakije, Letland, Estland,
Litouwen, Bulgarije.
1996
Verzoek om toetreding tot de EU van Slovenië en de Tsjechische Republiek.
1998
Schengen: afschaffing van de personencontrole aan de landgrenzen van Italië.
1999
Europese
verkiezingen.
Toetreding van Griekenland tot de Schengenruimte.
2002
De bankbiljetten en
muntstukken in euro worden in omloop gebracht.
De nationale bankbiljetten en muntstukken worden uit circulatie genomen.
De Europese Unie keurt de toetreding van 10 kandidaat-landen principieel goed. Het gaat om: Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Slovakije, Polen en Slovenië.
2004

1 mei 2004 - Acht Midden- en Oost-Europese landen — Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië — treden toe tot de EU, waardoor een einde komt aan de opsplitsing van Europa die de grote mogendheden 60 jaar eerder te Jalta tot stand gebracht hadden. Cyprus en Malta worden ook lid. Bulgarije en Roemenië zullen in 2007 volgen. Ook Kroatië en Turkije zijn kandidaat-lidstaten.
29 oktober 2004
De 25 EU-landen ondertekenen een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het is opgesteld om de democratische besluitvorming en het beleid in een EU van 25 landen meer te stroomlijnen. Ook de post van Europees minister van Buitenlandse Zaken wordt ingesteld. Voor de Grondwet in werking kan treden, moet hij door alle 25 lidstaten worden bekrachtigd.
2007

1 januari 2007
Opnieuw treden twee Oost-Europese landen, Bulgarije en Roemenië, toe tot de EU, waardoor het aantal lidstaten op 27 komt. Ook Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije willen lid worden.
13 december 2007
De 27 EU-landen ondertekenen het Verdrag van Lissabon, dat de eerdere Verdragen wijzigt. Het is bedoeld om de EU demokratischer, efficiënter en doorzichtiger te maken, en actuele problemen als klimaatverandering, veiligheid en duurzame ontwikkeling beter te kunnen aanpakken. Het zal door alle 27 lidstaten geratificeerd moeten worden voor het in werking kan treden, en hopelijk is dat vóór de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2009.