Home

A tot Z

Inhoud

1. Godsdienst in ...

2. O.-L.-Vrouw ...

3. Klokkengelui

4. Volksfeesten, ...

Duffel © 2004 - 2014

1. Roerende feestdagen    2. Onroerende feestdagen    3. Kermissen

a. Kapelwijdingkermis    b. Julikermis    C. Jaarmarkt

d. Mijlstraatkermis    e. Wijkkermissen    4. Bijnamen: betekenis ...

horizontal rule

IV. Volksfeesten, gebruiken en vermakelijkheden

Hoewel volksfeesten heden nog maar zelden bestaan uit bedevaarten en processies, maar eerder uit mondaine feesten, vinden ze niet zelden hun oorsprong in de godsdienst.

1. Roerende feestdagen

Pasen, de spil van gans het kerkelijk jaar, wordt gevierd op de derde volle maan, volgend op Driekoningen (6 januari). De data van de andere roerende feestdagen worden vastgesteld naargelang de dag, waarop het paasfeest plaats grijpt.

Karnaval (eigenlijk de drie dagen vóór As- woensdag) en vastenavond zijn twee begrippen, die moeilijk uit mekaar te houden zijn. Wie karnaval zegt, denkt aan optochten: Heden wordt de karnavalstoet te Duffel ingericht door het Karnavalcomité der Socialistische Gepensioneerden. In het verleden jaarlijks, in de toekomst tweejaarlijks.

Men ziet de oorsprong van het karnaval als een Romeins feest. Men wijst daarbij op de stamverwantschap met het Latijnse werkwoord «carcelevare» (opruimen van het vlees) en het gezegde «carne-val» (vaarwel vlees).

Aswoensdag. Op deze dag krijgen de gelovigen in de kerk een kruisje met de asse van de palmen, die het jaar tevoren gewijd worden, en dit met de rituele woorden: «Gedenk mens, dat gij van stof zijt, en tot stof zult weerkeren.» Nog steeds doet het bijgeloof de ronde dat «wie zijn kruisje tot Pasen kan houden, van de pastoor een nieuw kostuum krijgt».

Palmzondag. Dan worden in de kerk palmtakken gewijd. Nadien wordt de gewijde palm in de huizen aangebracht als beschutting tegen storm en ontij.

Paaszaterdag, Pasen. Na het gloria van Paaszaterdag keren de klokken uit Rome terug en rapen de kinderen paaseieren. Wanneer men teruggaat tot de Middeleeuwen, dan verneemt men dat ook het eiereneten in de vastenperiode door de Kerk verboden was. In de dagen voor Pasen werden de eieren dan ingezameld met het oog op een uitbundige viering van het paasmysterie. Om de eieren een feestelijke aanblik te geven, werden deze in allerlei kleurstoffen gedompeld en gekookt. Men gebruikte o.a. koffiedik om de eieren een donkerbruine kleur te geven, uieschillen om een gele, spinazie om een groene en lindebloesem om een roze kleur te bekomen. Daarna wreef men de gekleurde eieren In met spekzwoerd, zodat ze een glanzend uitzicht kregen. Deze eieren werden aanvankelijk als prijzen gegeven in zogenoemde paaswedstrijden als boogschieten, kegelen, e.a. Hieruit zou naderhand de gewoonte gesproten zijn de kinderen met Pasen op eieren te vergasten.

Sommige Duffelse verenigingen (K.W.B.- West, O.G.K., e.a.) houden op tweede paasdag een paasontbijt. Andere - sportverenigingen - richten een paastornooi in. Ook de paaseierenworp vanuit de Kapel, georganiseerd door de middenstanders van Duffel-Oost op paaszaterdag, is stilaan een traditie geworden. Er zijn ook verenigingen (o.a. De Slechtvalk) die, ieder jaar, de inwoners van het Rustoord een paasei offreren.

Vierde zondag na Pasen. Die dag ging vroeger de processie uit van O.-L.-Vrouw van Goede Wil (zie ook Kapelwijdingkermis).

De Kruisdagen. De drie dagen vóór Hemelvaartsdag werden door de Kerk in de zesde eeuw ingesteld als openbare bededagen,om Gods zegen over de velden af te smeken. Op de Kruisdagen wordt in de St.-Martinus-parochie nog steeds eucharistie gevierd ten huize van land- en tuinbouwers. De gastgezinnen van dit jaar waren de families KENNES en VAN DEN BOSCH.

Sakramentsdag. Donderdag na het oktaaf van Sinksen, dus de tweede donderdag na de hoogdag, werd door Paus URBANUS IV in 1294 als geboden feestdag ingesteld. In onze gewesten gingen op deze dag of de zondag daarna de meeste processies, ter ere van het H.-Sakrament, uit. Zo ook in Duffel-West en in Duffel-Mijlstraat. Bij die gelegenheid strooiden de gelovigen versnipperd gekleurd papier op de straten. Menig Duffelaar zal zich dat nog herinneren.

Naar Boven

2. Onroerende feestdagen

Oud- en nieuwjaar. Sinds de vijftiende eeuw wordt 1 januari zowat overal als de eerste dag van het jaar aangezien. Van oudsher gaat de Duffelse jeugd op oudejaarsmorgen (tot 's middags) koekenzingen. Gewapend met een grote linnen zak trekken de kinderen van deur tot deur om met een berijmd nieuwjaarsliedje wat koekjes, snoep, fruit of geld af te bedelen. Deze wensliedjes, die tegelijk dus bedelliedjes zijn,.vinden hun oorsprong in de primitieve opvatting dat aan een wens, evenals aan een verwensing, terzelfdertijd een begin van vervulling werd toegeschreven. Te Duffel zingen de kinderen:

«Nieuwjaarke-zoete,

Ons verken heeft vier voeten,

Vier voeten en een staart,

Is dat dan geen centje waard!»

En ook:

«Nieuwjaarke, ik kom hier reizen,

Mijne peter woont zo ver van hier,

Kon ik daar maar aan geraken,

Peperkoekjes zouden mij smaken,

En daar bij 'n goeie drank,

Peterus, ge zijt bedankt!»

De kleinsten komen op 1 januari ook met hun nieuwjaarsbrief voor de pinnen. Onze meters en peters weten best dat ze dan in hun zakken moeten tasten, en iedereen ontvangt in deze periode wel eens een kaartje met nieuwjaarswensen van familie of kennissen. De eerste gelukwens op papier dateert vermoedelijk uit het jaar 1466. Ook de werklieden van de reinigingsdienst doen hun ronde, en maken éénieder de beste wensen over, in ruil voor een kleine fooi. Een andere nieuwjaarstraditie is de verspreiding van almanakken. De burger hoeft geen almanak meer te kopen: handelshuizen en winkeliers delen ze gratis uit in de hoop er een zakelijke zegen mee te behalen.

Driekoningen. De drie Oosterse koningen, die op raad van hun astronomen de geheimzinnige ster gevolgd waren en te Betlehem het Kindeke Jezus in de stal ontdekten, droegen respektievelijk de naam van Baltazar, Gaspar en Melchior. Met een houten, al dan niet draaiende ster, zinnebeeld van het licht dat. de boze geesten afweert, gaan de kinderen op 6 januari, als koningen verkleed, zingend van huis tot huis. Te Duffel klinkt het haast meelijwekkend:

«Driekoningen, Driekoningen,

Geef mij 'n nieuwe hoed,

M'ne oude is versleten,

Ons moeder mag 't nie weten,

Ons vader heeft het geld,

Met de duiven verspeld!»

Verloren maandag. Eerste maandag na Driekoningen. Het is mogelijk dat deze dag gegroeid is uit de herdenking van de Besnijdenis van Kristus, waarbij met het «verlorenzijn» aan de ritus der besnijdenis wordt gedacht. Het behoort tot de gewoonte, in onze. regio, op die avond worsten brood te eten.

Lichtmis. Het feest van Lichtmis, 2 februari, is in oorsprong een gekerstend Romeins vuurfeest. In de kerk worden kaarsen gewijd, en in de huiskring bakt men pannekoeken. Oudere Duffelaars hoort men nog zeggen:

«Daar is geen wijveke zo rijk of arm, of ze maakt met Lichtmis haar panneke warm!»

St.-Valentijn. St.-Valentijn, priester, te Rome In 270 om het leven gebracht, viert men op 14 februari. Volgens het volksgeloof kozen de vogeltjes op die dag hun wijfje, vandaar dat hij bij ons als «lievekensdag» wordt aangezien. Verliefden, verloofden en gehuwden geven elkaar op die dag een geschenk.

1 april. Volgens een oud volksrijmpje «Op één april zendt men de zotten waar men wil» maken sommigen van de gelegenheid gebruik om een lichtgelovige een poets (aprilgrap, aprilvis) te bakken.

30 april - 1 mei. Op meiavond (30 april) wordt de mei ingespeeld, en brengt de Koninklijke Harmonie St.-Cecilia een groet aan de kerkelijke en burgerlijke overheid. Ook het planten van meibomen is een zeer oude traditie, waarmee in Duffel heraangeknoopt werd door de Volkskunstgroep De Moeffeleer, die jaarlijks de meiboom plant op het domein De Locht. Ook op andere tijdstippen of bij andere gelegenheden worden meien geplant o.a. schutsmei op een huis.

De maand mei is sinds 1784 toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Enkele decennia terug kregen de veldkapelletjes toen een extra poetsbeurt. Ze werden versierd met linten, bloemen en kaarsen, en wekelijks kwamen de gelovigen er de rozenkrans bidden. Hoe diep de Mariaverering in onze volksaard is geworteld, blijft uit de talrijke kapelletjes en nisjes die wij nog steeds langs onze Duffelse wegen aantreffen. Wij vinden ze – tegen de gevel van een oude hoeve, een boom of boomstronk – op volgende plaatsen: Heldestraat 35D, Hoogstraat 170, Katelijnsesteenweg 126, Kruispunt Euster-Heuvelstraat, Mijlstraat 126, Oude Liersesteenweg 155, Schaaruit 15, begin Muggenberg, in de pastoriemuur langs de Hondiuslaan, Kruisstraat 67, hoek Waarloossteenweg-Oude Waarloossteenweg, Roetestraat 75, in de Verbindingsstraat... Daarnaast zijn er nog de kapelletjes en Lievevrouwebeelden van recentere datum, aangebracht boven de deur van een veertigtal woningen, o.a. in de Reypenswijk en in de Mijlstraat.

Achter het Wilgenhof, in het vroegere Maria-park, staat een groot Mariabeeld. Wie er op de let, zal merken dat O.-L.-Vrouw haar kindje bij voorkeur op de linkerarm draagt, hier verkoos ze het echter anders te doen!

Sommige kapelletjes zijn echte bouwwerken, en verdienen een aparte vermelding.

Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand.

Langs de Liersesteenweg, in de hovingen van De Locht, bouwde baron DE FAUCONVAL BERNARIA in 1856 een fabriekscomplex, dat verschillende bestemmingen heeft gehad, en heden in de volksmond bekend staat als «den bougie» of «’t oliekot». In de fabriek gebeurden vele ongevallen. Daarom richtte mevrouw DE FAUCONVAL er een kapel op, toegewijd aan O.-L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand. Achter een gotisch portaal en dieper in, achter een gotisch raam, staat, op een stenen sokkel, een groot plaasteren beeld van O.-L.-Vrouw met kindje Jezus. Steeds houden bloemen en kaarsen de wacht.

Op het kruispunt Walemstraat-Notmeir stond eertijds ook een kapelletje van O.-.L.-Vrouw van Altijddurende Bijstand. De familie PERCY-DOMIS DE SEMERPONT had daar een buitenverblijf. Het was mevrouw PERCY, die het kapelleke liet oprichten uit dankbaarheid voor de goede afloop van een ongeval veroorzaakt door haar twee schichtige paarden, die met koets en al in de hofgracht terecht gekomen waren. Een grote arduinen steen herinnerde aan de oprichting:

«Mevrouw Percy geboren Domis de Semerpont

alhier op haar buitengoed overleden den 22 Augustus 1874

heeft deze kapel doen stichten uit erkentenis

tot O.L. V. van Bijstand

Bid voor hare ziel alsook voor die van haren echtgenoot

den W. Ed. Raadsheer Petrus Percy

overleden te Brussel den 1875 en van haren broeder den W. Ed. Heer

Karel Domis de Semerpont

overleden te Brussel den 13 Meert 1878 R.I.P.»

Kapelletje van de Zijpstraat. Op het pleintje, bij de kruising van de Poederstraat en de Zijpstraat, richtte de Boerinnengilde in 1936 een kapelletje op ter gelegenheid van de viering van haar 25-jarig bestaan. Het oorspronkelijk bouwsel was driehoekig van vorm, in licht grijsblauw getinte beton. Vanuit de verte gaf het geheel de indruk van een statige Lievevrouw in haar wijde Spaanse mantel. In1987 werd door K.V.L.V., op dezelfde plaats, het nieuwe, huidige kapelletje opgetrokken, in rode baksteen.

Ook bij de viering van haar 50-jarig bestaan, in 1961, richtte de Boerinnengilde een kapelletje op, ditmaal vooraan in de Kraanstraat.

Kapelletje in de Lentestraat. Het werd in 1954 gebouwd, onder impuls van K.W.B., volgens plan van architekt Michel DE POOTER. Het bouwwerk, in rode handvormsteen, heeft een rechthoekig grondplan. De zijgeveltjes zijn op geringe hoogte ver uitgekraagd. Voor- en achtergevel zijn dan verder uitgewerkt met puntgevel. Het geheel is afgedekt met een ver overstekend pannendak. Het gebouwtje is omgeven door een tuin gevat in een haag en een stenen omheining.

Twee kapelletjes die evenmin onvermeld mogen blijven, zijn de Chirokapel in het Mouriaubos, en het wijkkapelletje in de J. Reypensstraat.

Ook langsheen de A. Stocletlaan, ter hoogte van het bedrijf V.D.B., staat een kapelleke. In tegenstelling tot al de voorgaande, is dit toegewijd aan St.-Antonius. Op twee geel-blauw gebrandschilderde ramen staat er te lezen:

«Sperans timeo» en «Weest voorsichtich».

14 augustus. Om O.-L.-Vrouw van Goede Wil te vereren trekt sedert 1937 ieder jaar een kaarskensprocessie door de straten van Duffel-Oost, waarna in de Kapel een plechtige H.-Mis opgedragen wordt. (14 augustus is de verjaardag van de vinding van het mirakuleus Lievevrouwebeeldje.)

Aanvankelijk om de twee jaar, later om de vijf jaar moest op Maria-Hemelvaart (15 augustus) een grote ommegang plaatsgrijpen, die de jaarlijkse kaarskensprocessie in luister ruimschoots zou overtreffen. Deze kleurrijke optocht ging voor het eerst uit in 1937 en 1939 opnieuw. Onderbroken door de oorlogsomstandigheden heeft men deze groots opgezette ommegang nog éénmaal kunnen bewonderen na de Tweede Wereldoorlog, nl. in 1949, doch sedertdien konden nog moeilijk zeshonderd personen, die ervoor vereist waren, bij elkaar gebracht worden. De gewaden en rekwisieten van deze Maria-ommegang worden nog steeds bewaard op het kasteel De Locht.

In de programmabladen van weleer lezen wij dat de ommegang geopend werd door de politie, het brandweerkorps, trommelslagers en pages die pancarten droegen met «Welkom in Duffel», «Welkom in Voogdij», en «Welkom in Perwijs».

In het eerste gedeelte van de Mariastoet werd Maria als «Moeder van het mensgeworden Woord» belicht in zinnebeeldige groepen en taferelen als Maria en de engel Gabriël naar FRA ANGELICA (wagen), Maria's fiat, Jozef en Maria op weg naar Betlehem, en Jezus' geboorte (wagen).

In het tweede gedeelte van de ommegang stond de thematiek «Maria, Medeverlosseres» centraal, met als elementen: Maria en de opdracht van de kleine Jezus in de tempel, Jezus die op Maria 's teken zijn eerste wonder doet op de bruiloft te Kana, en Maria onder het kruis (wagen).

In het derde deel, «Maria Middelares te Duffel», werd de geschiedenis van de Kapel uitgebeeld, met de vinding van het beeldje in een wilgentronk (wagen), de stroom bedevaarders in de jaren na de vinding, de maquette van de houten Kapel, de amortisatie*, Floris VAN MERODE die de eerste steen legt, de inzegening van de Kapel door bisschop NEMIUS (wagen), de plundering van de Kapel door Luitenant SPAEN, het eerherstel door de prelaten van Tongerlo, de diefstal van het beeldje en de terugvinding te Kontich, de wonderbare genezingen aan de voorspraak van O.-L.-Vrouw van Goede Wil toegeschreven en een wagen van, dank omdat Duffel op bijzondere wijze de tussenkomst van Maria heeft mogen ondervinden.

De ommegang werd besloten met de stoet der Koninginnen (Maria als Koningin van de Engelen, Profeten, Aartsvaders, Apostelen, Martelaren, Belijders, Maagden en alle Heiligen) en de stoet der Engelen die de bijzonderste aanroepingen meedroegen die voorkomen in de litanie van O.-L.-Vrouw. Hierna volgde het wonderdadig beeldje van O.-L.- Vrouw van Goede Wil, gevolgd door de vlaggen van de Duffelse verenigingen, en ruiters met standaarden van verscheidene naties. De grote bezieler hiervan was Jos RESSELER.

Allerheiligen. Het was paus GREGORIUS IV (827 -844) die het feest van Allerheiligen instelde op 1 november en het zou Lodewijk DE VROME zijn, die het in 835 als een verplichte rustdag instelde en het over de toenmalige wereld verspreidde en propageerde. Het is de gewoonte op deze dag onze kerkhoven met krysanten te versieren.

* Amonisatie: keizerlijke toelating om de Kapel te bouwen en vrijstelling te verlenen voor de grond.

Sint-Hubertus. Het feest van St.-Hubertus wordt gevierd op 3 november. Wie spreekt van St.-Hubertus denkt onmiddellijk aan de legende van het kruisdragend hert, dat hem tijdens een jachtpartij zou zijn verschenen en, tot inkeer bracht. Werd St.-Hubertus de patroon van de jagers, dan werd hij automatisch hun beschermer tegen de razernij, die niet zelden door razend geworden jachthonden werd veroorzaakt. Thans bestaat in Duffel nog de gewoonte St.-Hubertuskoeken te wijden. Het volksgeloof beveelt het eten van deze koeken aan «om van geen raastige beesten te worden gebeten!»

Sint-Niklaas. Liefdadig bisschop van Myra In Klein-Azie, stierf onder de, kerkvervolgingen van de Romeinse keizer Diocletianus tussen 345 .en 359. Sommigen meenden dat hij uit Spanje kwam zoals in onderstaand liedje wordt verhaald, doch In werkelijkheid kwam de cultus van St.-Niklaas in de loop van de dertiende en veertiende eeuw Uit Frankrijk naar ons land.

«Zie ginds komt de stoomboot.

Uit Spanje weer aan,

Hij brengt ons

Sint Nikolaas,

Ik zie hem al staan.

Hoe huppelt

Zijn paardje,

Het dek op en neer,

Hoe waaien de wimpels

Al heen en al weer!»

Het feit dat St.-Niklaas over het algemeen als een kindervriend wordt aangezien, vindt zijn oorsprong in de legende, waarin verteld wordt, hoe de heilige op een morgen drie kindertjes, die door een beenhouwer al zeven jaren gedood en in een vat gestoken waren, terug tot leven wekte. Volgens een andere versie waren het drie jonge meisjes, die door de tussenkomst van de bisschop gered werden.

's Avonds zetten de kinderen hun mandje, vroeger schoen of klomp. Vandaar het liedje:

«Sint Niklaas, kapoentje,

leg wat in mijn schoentje,

leg wat in mijn laarsje,

dank U Sint Niklaasje

Wanneer de kinderen dan 's morgens voor hun gevuld mandje komen te staan, worden de geschenken bezongen: Reeds 50 jaar Sinterklaas door de Duffelse brandweer.

«O kom er eens kijken,

Wat ik in mijn schoentje vind,

Alles gekregen van die beste sint.

Een pop met vlechten in het haar,

Een snoezig jurkje

Kant en klaar.

Drie kaatseballen,

In een net.

Een letter van banket

Sint-Thomas. De apostel Thomas wordt gevierd op 21 december. Vroeger durfden de kinderen hun schoolmeester buitensluiten, en wilde deze de traditie volgen, dan moest hij al zijn leerlingen op wat lekkers trakteren. Reeds in de achttiende eeuw was dit ook in Duffel gebruikelijk. Zo lezen wij in oude processtukken, dat ene Peter VERBERT, een jongen van negentien jaar, in de nacht van verloren maandag 1759, van aan de kerk, naar huis ging over de brug, en daar nog iets vernam over een messengevecht bij Guiliam CUSSENEERS, herbergier en vioolspeler in de Coninck van Spagnien op het Sant, naast de Molekens. Enige dagen later moest hij daarover komen getuigen voor de vierschaar.

Hij verklaart «dat op maandag, wezende de 8e dezer, hij benevens (te samen met) de andere jonkheid die de avondschool alhier frekwenteren, met den avond is geweest in de herberg Het Nieuwhuijs, om aldaar gezamelijk hun te amuseren en te drinken het bier, dat de schoolmeester dezer parochie jaarlijks aan de jonkheid geeft tot hun plaisir, om hem op Sint Thomasdag buiten te hebben gesloten. Dat zij onder elkaar alzo bijeen zijn gebleven tot elf uur 's nachts. Alsdan naar huis komende over deze zijde van de brug enz...»

In sommige Duffelse gezinnen is het nog gebruikelijk, dat de kinderen hun ouders op St.-Thomas buitensluiten, en ze slechts laten binnenkomen, nadat ze hun een gunst hebben toegestaan.

Kerstmis. Het grootste gedeelte van onze kerstfolklore situeert zich rond de geboorte van Christus, naast Pasen het grootste kerkelijk feest van het jaar. Kerstmis is eigenlijk het door paus GREGORIUS DE GROTE gekerstende «Midwinterfeest» of « (Winter) Zonnewendefeest». Het is de gewoonte, in de dagen vóór Kerstmis. een kerstboom (spar) in familiekring op te zetten, te versieren en te verlichten, als symbool van de heropstanding van het jaar, het licht, zinnebeeld van de Heiland. De eerste kerstboom, voor zover men weet, werd opgericht te Schlettstadt (Duitsland) in 1521; toch zou dit gebruik slechts op het einde van de negentiende eeuw in Vlaanderen bekend geraken. Eertijds hingen de rijke lieden in hun kerstbomen snuisterijen op, die bestemd waren voor arme kinderen. Vandaar de gewoonte om geschenken uit te delen op Kerstdag.

Kerstmis gaat, sinds onheuglijke tijden, samen met overvloedige feestmaaltijden. Voor de gelegenheid wordt een speciaal gebak aangemaakt: de kerststronk. De ware aard van Kerstmis wordt echter weerspiegeld in de kerstliederen die rond de kerstkribben en -stallen worden gezongen, en die ontstaan zijn als wiegeliedjes. want tijdens de middernachtmis plachten de moeders hun kinderen mee naar de kerk te nemen. Niet zelden werd er in de kribbe een levende baby gelegd, die met vrome kerstliederen in slaap werd gezongen, indien hij tijdens de eucharistieviering begon te schreien.

In Duffel-West is het gebruikelijk een kerststal, op ware grootte, te plaatsen op het Kerkplein vóór het H.-Hartbeeld. Ook kerkconcerten komen stilaan in voege in onze Duffelse kerken. Laatst nog in St.-Martinus (Kerstmis 1987) ter gelegenheid van de viering van E.H. SELLESLAGH, toen tien jaar pastoor in de St.-Martinusparochie.

Knoptekst

3. Kermissen

Met kermis, afgeleid van kerkmis, bedoelde men de dag, waarop eertijds in de parochiekerk de patroonheilige herdacht werd. Deze herdenkingen groeiden weldra uit tot echte volksfeesten, die vaak onverminderd voortbestaan tot op de dag van vandaag.

Het was trouwens vroeger de enige gelegenheid, waarbij iedereen - ook de kleine man - de teugels naar hartelust kon en mocht vieren.

Bij elke boer werd een varken of een kalf geslacht. Gans de familie werd dan uitgenodigd om mee te feesten. Na de hoogmis ging de processie en daarna begon de kermis! De foor ging open: de orgels draaiden, de molens en andere attracties kwamen in beweging. Er werd gegeten, gedronken, gedanst, gevrijd...

De pastoor zag al dit duivels gedoe enkele dagen door de vingers.

a. Kapelwijdingkermis

Kapelwijdingkermis heeft plaats op de vierde zondag na Pasen. De Kapel van O.-L.-Vrouw van Goede Wil - sinds 1948 parochiekerk - werd ingewijd op O.-L.-Vrouw Opdracht (21 november 1646), maar de verjaardag van die plechtigheid en de daarmee gepaard gaande kermis werd uitgesteld en nu nog gehouden op de vierde zondag na Pasen «tot gemack van de afgelege, die de selve souden willen bijwoonen en daer souden van belet worden door het winterachtige weer».

In 1681 schreef R. VALERlUS, pastoor van Muizen, in zijn «eeuwigen almanack»:

«Te Duffel is 't nu al te doen. 't Is jammer dat men naer den noen Vint menigh dorstigh Kermis Gast die in de Herrebergh sit vast...»

Vóór de Eerste Wereldoorlog was Kapelwijding een fel bezochte kermis, vooral door Lierenaars. De stoomtram van 15.30 uur bracht hier honderden mensen van de Vlaaikensstad aan en zo liepen de danszalen Alcazar en Volkslust vol. De toeloop van vreemdelingen verminderde echter geleidelijk.

Knoptekst

b. Julikermis

Julikermis heeft plaats op de eerste zondag na 11 juli, en gaat terug op de viering van Sint-Martinus. In 1601 werd Sint-Martinus tweemaal gevierd, namelijk op 4 juli (de overbrenging van Sint-Martinus' relikwieën) en op 11 november (de hoofdfeestdag).

De kermis viel - in verband met de eerste feestdag - op de zondag na 4 juli en was zonder maandagkermis.

In 1806 werd deze kermis verschoven naar de tweede zondag na 4 juli. Later, en tot op heden, valt de kermis op de zondag na 11 juli; ditmaal met betrekking tot de feestdag: Triomf van Sint-Norbertus, patroonheilige van de Norbertijnen, lange tijd pastoors te Duffel.

Knoptekst

C. Jaarmarkt

Jaarmarkt valt op 15 oktober, of op de eerste zondag erna. De Duffelse jaarmarkt werd aangevraagd door Agnes en Maria VAN MERODE (zussen van Willem en nichten van Floris) en officieel vergund door Philips IV, koning van Castillië en hertog van Brabant,

op 12 september 1657*. De jaarmarkt bestond echter reeds vroeger. De markt werd op onbekende datum, ongewijzigd bevestigd door keizerin Maria-There-sia en door Napoleon bij decreet van 3 mei 1813: «Le mercredi après le 12 octobre ou le 12 octobre, si c'est un mercredi -8 jours».

Naar aanleiding van geschillen omtrent de plaatsen, waar men de jaarmarkt in oktober zou houden, sloten de officieren en de schepenen volgend akkoord op 7 oktober 1772: «De jaarmarkt zou gehouden worden op de Graanmarkt naar oude geplogenheden rout-somme de pilore ofte caeke, scheidende de baronnie van Perwijs ende Voighdije van Duffel

In vroege jaren stonden de kramen van aan de kerk tot aan de Molekens en ook in de dreef van Muggenberg, die tussen de dijk en de Kiliaanstraat liep en achter de pastoriehof, en aldaar in de lei uitkwam.

De Muggenbergdreef was voorbehouden aan de verkoop van lijnwaad, doch sedert de weefnijverheid te Duffel teniet is gegaan, is ook dat produkt op de jaarmarkt verdwenen .

Het belang van Duffel-Jaarmarkt wordt geillustreerd door een schrijven van burgemeester DE BASSERODE, op 15 oktober 1812, aan de onderperfect te Mechelen: «Cette foire est de grande importance, elle attire beaucoup d'étrangers et est d'un intérêt marquant pour la commune».

Het oorspronkelijk karakter van de jaarmarkt ging echter verloren. Een halve eeuw geleden werd nog alles te koop aangeboden: paardegetuig, keukengerei, linnengoed, hoeden en petten enz... Reeds te 7 uur begon de varkensmarkt (aan het Rustoord). In de Waarloosstraat (nu Rooienberg) werden paarden gekeurd en verkocht. De handslag werd gegeven in Benda bij Medard CRETEN. Ondertussen trok Muske van Walem aan zijn open-en-toe en het klonk er van «Mie Katoen» en «Wie heeft dat verken...» en andere liedjes van die tijd.'s Avonds was er bal in Den Anker (thans Plaza), in het Keizershof (aan de Netedijk), in het bovenzaaltje van Corluy, de Kroon, bij de Luizzekes, later in de Beriot, de Alcazar, Turina, de Thalia en de Volkslust.

*Het origineel document van 1657, op perkament. berust in het Duffels archief.

Knoptekst

d. Mijlstraatkermis

Deze kermis wordt gevierd op de vierde zondag van september.

De eerste en voorlopige kerk in de Mijlstraat werd ingewijd op 4 oktober 1893. De herdenking zou plaatsvinden op de zondag ervoor, dus de vierde zondag van september. Het duurde niet lang of Mijlstraatkermis verwierf bekendheid en vermaardheid, zowel bij de inwoners van de Mijlstraat als bij de bewoners der beide Wavers.

Waar mensen in leute en plezier samenkomen is er allicht een stuiver te verdienen voor kermisventers en foorkramers.

Laten we eens een ronde maken over Mijlstraatfoor van weleer. De stand «Kaarskeschiet» kreeg als klant, zij die te groot waren voor de «bakjesmolen» en te klein voor den «dansbak». De luchtkarabijn moest de kaarsvlammekes uitblazen, en wie alles uit kon mikken, had prijs: een papieren roos, die fier op de borst werd gespeld. Nu naar de bakjesmolen! Twee stoere knapen moesten van op het bovenplatform er voor zorgen dat, op commando van de baas, het vehikel in beweging kwam, zijn uiterste snelheid bereikte en... remmen als de toegekende ronden afgelegd waren. Die levende motoren werden zeer goed betaald. Na tien beurten, als ze 't lang genoeg konden volhouden, waren de twee centiemen verdiend.

Het snoepkraam van «Suske Cent» (stoeltjeszetter te Sint -Katelijne- Waver) mag zeker niet vergeten worden. Het zweet zijns aanschijns en het speeksel uit zijn handpalmen, verwerkt in de alomgekende «warme rek», moet toch vereeuwigd worden. «Keis Dries» bleek voor hem een sterke concurrent, die verkocht nougat en crème-chocolade; daar was dus meer keus. Wie niet goed bij kas was, vond zijn gading aan «obbelwietjes» en «affairekes» in tip- of speelkaartvorm, die uitgestald op een wiegelende tafel lagen.

Boeren en boerinnen trokken in groep kermiswaarts en keerden In groep huiswaarts.

De rijkswacht, Sus en Frans de Garde, hadden de handen vol om de orde te handhaven, want er werd in die dagen af en toe duchtig geborsteld, zodanig dat de danslokalen er buitenwippers moesten op nahouden.

Op de foor hadden we de barak van «Stinneke van Reck», de molen van «Roos», kramen van «de Witte en de Rugge», lutteurs en rarekiekbarakken, enz. Daartussen bewogen zich de marktzangers met hun liedjes.

De man met de gevulde nootjeskorf of een resem flink gedroogde en gezouten haringen wriemelende zich doorheen het lustige gezelschap en het duurde niet lang of de tapkast vaarde goed bij de invasie van de dorstige slachtoffers. Krakende notenschelpen, visvellen en graten, en uitpuilende glazen waren het gevolg.

Nu we toch in de dansgelegenheid zijn, natuurlijk na het betalen van het toegangsgeld van een «sol» (= tien centiemen) konden wij vrij profiteren en onze ogen de kost geven. Een grote pint (1/2 liter) aan 10 ct lest de dorstigen. De dansbak, proppens toe gevuld met dansende paartjes, glimt van gladheid. Voeten en voetjes, twee aan twee bij elkaar, schuiven en glijden op de tonen van de slepende walsmuziek of trippelen bij de polka. Op het luidkeels geroep «halve!» gaan de paartjes uit elkaar. De man zoekt in de zak naar een half solleke, want het is nu het moment om zijn dansgeld te voldoen aan één van beide «afhalers».

Zo ging alles in zijn werk tot het uur van sluiting, dat aangekondigd werd door de gendarm of garde of beiden, die om niet te plots te moeten ingrijpen, de door de patroon aangeboden verfrissing traag naar binnen lieten lopen.

Alzo verliepen vier dagen, met eigenlijk als hoogtepunt, de dinsdag. Iedere Mijlstratenaar wou die dag er eens uit met vrouw of buren. Het was immers prijsdansen en dat was wel een attractie op zichzelf.

In de herbergen liep de kraan zonder ophouden tot genoegen van de kastelein en de hospes. In het één of het ander hoekje verborgen en goed op zijn «qui vive» zat de geldronselaar met het verboden «Ankel en Zon»- kansspel, dat toch steeds slachtoffers vond. Zo verliep in eer en deugd (?) Mijlstraats' kermis voor de Eerste Wereldoorlog. (Vrij naar de «Historische schetsen over de Mijlstraat 111» van Frans ANDRIES). .. .

Knoptekst

e. Wijkkermissen

Deze wijkkermissen duren steeds twee dagen: zondag en maandag.

Leliekermis heeft plaats met Pasen, in de nabijheid van de herberg de Witte Lelie aan de Lintsesteenweg. Leliekenskermis is een uitvloeisel van het gouden jubileum van de echtelingen VAN THUYNE-VAN THUYNE, dat werd gevierd in 1950.

Flupkeskermis wordt gevierd op de eerste zondag na Pasen. Men vindt deze kermis in de Wouwendonkstraat op het pleintje aan «den Bammer». Het is een kermis die van een simpel balleke is uitgegroeid tot een heuse kermis, met de nodige foor.

Statiekermis heeft plaats op de tweede zondag na Pasen en wordt gevierd op het pleintje van de Standplaats.

Brakskeskermis is op de eerste zondag van september. De kramen vindt men op de hoek van de Mechelsebaan en de Trapstraat. Na de Eerste Wereldoorlog werden verscheidene houten huizen van het Koning Albertfonds aan het vernielde Duffel geschonken. Ze verdwenen één na één en werden vervangen door moderne Volkswoningen. Hun naam zal vereeuwigd blijven in Brakskeskermis.

Itterbeekkermis wordt gevierd op de voorlaatste zondag van augustus. Tot voor kort stond er nog een danstent in de weide tegenover het begin van de Euster. Vroeger werd er gedanst in zaal Warande bij E. TORFS-BUSSCHOTS en in café de Grote Roskam. Naast de Itterbekenaars trof men er vooral de mensen van De Mol uit Lier!

Knoptekst

4. Bijnamen

Een typisch volksgebruik van weleer was het geven van bijnamen.

Bijnamen of toenamen zijn een onderdeel van de persoonsnamenkunde. Als zodanig zijn ze van belang voor de taalkunde. Ze werpen echter ook een bijzonder licht op de heem- en volkskunde. Inderdaad, ze geven ons een kijk op het «heem» of dorp waarvan ze de bewoners met hun typerende, vaak meer zeggen de naam dan de officiële familienaam aanduiden. Ze tonen als het ware een kleurrijk beeld van de dorpsgemeenschap in haar levende bestanddelen. Volkskundig zijn ze belangrijk, omdat ze ons een blik gunnen in de mentaliteit - zowel de ernstige als de ironisch-spottende - van de naamgevende gemeenschap.

Net al de officiële familienamen kunnen we de bijnamen indelen in vier categorieën. Dat die indeling dezelfde als die van de eigenlijke familienamen blijkt te zijn, is niet verrassend. Immers, in ver vervlogen tijden, grosso modo tussen de dertiende en de vijftiende eeuw, zijn de thans als geijkte familienaam beschouwde namen, louter bijnaam of toenaam geweest. Er is dus een duidelijke overeenkomst waar te nemen tussen de vorming van de huidige bijnamen en het ontstaan van de familienamen in vroegere eeuwen. De vier categorieën, waartoe alle familienamen en bijnamen kunnen herleid worden, zijn:

1) benaming ontstaan uit een vaders- of moedersnaam, uit een voornaam. Familienaam: Janssens = zoon van Jan, Mariën = zoon van Maria. Bijnamen van dit type: Frans van de Gommer, Neel van Mon. Hierbij horen ook de bijnamen, die eigenlijk een dialectische vervorming van de echte familienaam zijn: Weustel = Wuyts; Kokkeroo = De Cock, Flier = Fleerackers.

2) benaming naar de herkomst of woonplaats. Familienamen: Van Dessel, Van Duffel, Ceulemans. Bijnamen van dit type: Scheile van Kontich, Jan den Hollander, de Walin.

3) benaming naar beroep, verkochte produkten, enz. Familienamen: De Backer, Nagels. Bijnamen van dit type: Bierboer (= opkoper en verkoper van beer, vloeimest, om het land mee te besproeien), Jef Elektrik (= electricien), Jeanne Patat (= frituurhoudster).

4) bijnaam naar kenmerk van uiterlijk, karakter, enz. Familienaam: De Swert, De Groote, De Groof. Bijnamen van dit type: Gusje De Lacher, Dikke Moe, Rik Sigaar, Moestas.

Door de invoering van de identiteitskaart in de Eerste Wereldoorlog, door de verstedelijking, de inwijking in vroeger eerder gesloten dorpsgemeenschappen, door het onderwijs en de voortschrijdende ontwikkeling van de bevolking, is de gewoonte van het geven van bijnamen sterk teruggelopen en dreigt de bestaande bijnamenschat geheel uit te sterven.

Daarom is het de hoogste tijd die namen op te tekenen. Vandaar dat we het nuttig en nodig achten om dit derde deel over de populaire geschiedenis van Duffel af te sluiten met Duffelse bijnamen.

 

Duffelse bijnamen nog in gebruik op1 mei 1978

(We schreven geen hoofdletters en benaderden zoveel mogelijk de uitspraak)

Knoptekst