Juffrouw Symforosa

Op een zonnige zondagmorgen kom ik op het antiekmarktje bij de voetgangerstunnel terecht, waar geregeld en ongeregeld goed me het ene déja vu na het andere bezorgt. Kristallen kelkjes waar we bij mijn boma Elixir d'Anvers uit dronken, ijzeren klemmen waar je vroeger bekken mee in je haar zette, kroontjespennen waarmee ik onder het toeziend oog van Mère Antoine krassend mijn eerste letters neerschreef! Tussen de tweedehandsboeken ligt een beduimeld exemplaar van 'De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntjen' van Felix Timmermans. Ik geef het mezelf cadeau. Als begijnhofbewoonster zal ik het nu met andere ogen lezen dan in de tijd dat het verplichte lectuur was. Ik besluit naar linkeroever over te steken, en op de roltrap van den tunnél proef ik al voorzichtig van de eerste zin, zoals je het korstje van een vers brood afpulkt. 'De lucht is nat­zilver als de rug van een vis' staat er leeslustopwekkend! Een schaduwrijke wandeling langs de Schelde-oever voert me naar Sint-Anneke-plage. Op de ligweide gonst het motto 'hoe ouder hoe bloter' en vanop de terrassen waaien zilte geuren me tegemoet, al is het échte mosselseizoen nog net niet losgebarsten. Ik strijk neer op een schaars vrij plekje en besluit het bij een Hoegaarden te houden. Alleen mosselen eten heeft iets eenzaams en weemoedigs, net als in je eentje barbecueen of fonduen. Met het getik van bestekken op de achtergrond en de zon op mijn rug, lees ik hoe Juffrouw Symforosa's bloed in haar lijf danst en haar hart van vreugde geen rust weet als ze haar aanbeden tuinman Martienus heeft gezien. Wie denkt dat begijnen geen wereldse verlangen koesteren, vergist zich! Op de terugweg neem ik de Sint-Annekesboot. Nu schijnt de zon op mijn gezicht terwijl de Schelde hoor-en voelbaar klotst onder mijn voeten. En om met Symforosa te spreken: er komt een machtige voldoening over me heen. Omdat ik opnieuw thuis én tegelijkertijd met vakantie ben!