Een proper frakske

Op de Grasmarkt leg ik mijn fiets aan de ketting en begeef me naar de 'vreemdelingenmarkt', het zaterdagse voorspel van de vogelenmarkt. Geen plek in Antwerpen waar we ons - kortgerokt of langgejast- zo goed voelen in elkaars gezelschap. Misschien omdat het er altijd naar vakantie ruikt, zelfs als de zon niet schijnt. In een groenten­kraam van eigen bodem lees ik de onderschriften op ambachtelijk met vilstift beschreven kartonnetjes: porei, rubarber, peperkens, scharnullen... Ik denk aan mijn bompa van vaderskant, een echte taalpurist, die op zijn Antwerpse wandelingen winkels binnenstapte om de eigenaars de les te lezen. Hij maande hen vriendelijk doch beslist hun jarrebezen door aardbeien en hun patatten door aardappelen te vervangen. Wat zou hij zijn ogen uitkijken bij al die nieuwigheden die in zijn tijd hier nog niet verkocht of gegeten werden. Ik zie in één oogopslag een rotsformatie van oesterzwammen, meloenen die je niet in je eentje kunt optillen, een golvende paarse oase van aubergines... En dan die olijfbergen, in alle kleuren, met allerlei vullingen. Overal wordt zachtjes gestreeld en geknepen, aandachtig gesnuffeld en openlijk geproefd: dit is een zinnelijke markt. Bij een kraam vol Turkse broden en zoet gebak slaat een middelbare vrouw, zo te zien regelrecht recht van de kapper, haar voorraad in. 'Zorgt gij eens dat ge volgende week een proper frakske aanhebt, manneke!'zegt ze zonder omwegen tegen de jongen die haar bedient. Nog voor ik aan de beurt ben heeft hij zijn vettige suède jasje, waar hij waarschijnlijk mee aan zijn brommer heeft gesleuteld, uitgeschoten. Er zit een hagelwit gesteven kruideniersjasje onder, zo eentje uit de tijd van mijn bompa! Ik wist niet dat die nog bestonden!