De Geschiedenis van Conflict Simulations Antwerp

Door Thierry L'Allemand

I. Eerste Fase: het Prille Begin.

Ondergetekende ontdekte, als bij toeval, in de lente van 1978 bij de toenmalige speelgoedzaak Sprookjesland een aantal SPI-Oldies.

Dit leidde alras tot de aankoop van een aantal SPI-klassiekers zoals Normandy Campaign en Operation Seelöwe.

In eerste instantie werden deze games in thuis-circuits gespeeld.
 
 

II. Tweede Fase: Naar een Embryonaire Clubstructuur.

Een niet onbelangrijke ommekeer deed zich voor in het najaar van 1981.

Marc Maes knoopte alsdan vriendschapsbanden aan met de genaamden Ludwig Van Schoor en Gustave Lavergne. Afgesproken werd om voortaan elke vrijdagavond bijeen te komen in Huize Maes in de Jan Breydelstraat te Berchem.

Een niet onbelangrijk gegeven bestond erin dat dit illustere kwartet (Marc, Ludwig, Staf en Thierry) er lange tijd van overtuigd waren dat zij de enige wargamers in gans Vlaanderen waren.

In het voorjaar van 1982 zouden zich echter een aantal evoluties voordoen.

  1. Via de media vernamen we dat ene Rob Verbist, een leerkracht verbonden aan het Atheneum tre Lier een heuse wargame-club had opgericht, dewelke potentiële geïnteresseerden uitnodigde voor een "werkbezoek".
  2. Kort daarop werden we gecontacteerd door een een in het Waasland operende vereniging dewelke zich achterzeenvolgens Saratoga en The Light Brigade noemden.
In het kader van deze werkbezoeken groeide ook bij onze Kern het besef dat we dienden te opteren voor een soort van Clubstructuur. Zulks zou resulteren in de oprichting van het illustere Kampfgruppe Wotan. Deze Club, die nog steeds bleef opereren vanuit Huize Maes, zou weldra kunnen beschikken ovrer een eigen periodiek (met een gelijkluidende naam).

In de periuode 1983-84 zouden, de KGW-gelederen gestaag aanzwellen met vers wargamersbloed.
 
 

III. Derde Fase :K.G.W. wordt C.S.A.

Medio september 1984 begon duidelijk te worden dat de "thuis-circuits" niet langer werkbaar waren, gelet op de immer aanzwellende schare van geïnteresseerden. Vrij toevallig ontdekten Marc en Staf faciliteiten in Sporthal Den Ieper op Het Zuid. In de periode tussen 1984 en 1988 zouden de lokalen van deze Sporthal dan ook de thuisbasis van "De Club" vormen.

De nadelen swarten echter legio: Niet alleen moesten we de lokalen delen met andere verenigingen (met alle problemen vandien), tevens waren we steeds, na elke sessie, genoodzaakt om onze games braafjes in te pakken en op te bergen. De lokalen konden immers niet slotvast afgesloten worden, en waren constant (ook door anderen) in gebruik.

Uiteraard werden in deze periode - noodgedwongen - vrij 'korte' (vooral fun-games) gespeeld.
 
 

IV. Vierde Fase: naar Schaalvergroting.

In de loop van 1986-1987 ontving de Club het bezoek van een in Emblem (bij lier) gekazerneerde Britse majoor. Betrokkene kwam overal (dus ook bij CSA) geïntreresseeerden recruteren voor deelname aan zogenaamde mega-games. Door onze participatie aan een aantal try-outs (w.o. Borodino 1812, Marengo 1800, …) zouden we in contact komen met steeds meer nieuwe clubs en organisaties zowel uit Vlaanderen als (jawel) uit Nederland.

Daarbij kwam dat er zich in de jaren 1985-86 steeds nieuwe kandidaat leden kwamen aanmelden (w.o. Karl Moens), die het CSA-vaandel kwamen vervoegen.
 
 

V. Vijfde Fase: de Verhuis naar "Den Engel".

Een fundamentele kentering zou zich inzonderheid voordoen door de intrede, anno 1996, van de Boumans-dynastie. Deze vader-zoon combinatie (ook gekend onder hun roepnamen van "Paul" en "Lars") bleken uitstekende connecties te hebben binnen de Antswerpse HORECA. Zij waren het dan ook die, einde 1987, het idee opperden om de Club te laten verhuizen naar de bovenverdieping van café Den Engel op de Antwerpse Grote Markt. Deze verhuis zou rond april-mei 1988 gefinaliseerd zijn.

Voor CSA zouden alsdan de zgn. "Gouden Jaren" aanbreken. Inderdaad kregen we, op de bovenverdiepingvan het café, de vrije en onbelemmerde beschikking over een viertal lokalen waarin we letterlijk Heer en Meester waren. Voortaan konden we deze lokalen slotvast afsluiten, waardoor we onze games probleem konden achterlaten tot een volgende sessie.

Tegelijk hiermee werd de Club in toenemende mate inhgeschakeld bij achtereenvolgens:

Op die manier legden we steeds nieuwe contacten en zou de schaalvergroting zich steeds verder doorzetten.
 
 

VI. Het Clubleven in de Gouden Jaren.

Interne activiteiten.

In de periode tussen 1988 en 1996 zou er zich gaandeweg een zekere opslitsing manifesteren binnen de CSA-gelederen.

Terwijl een welbepaalde fractie zich onledig zou houden met uitgesproken Fantasy en Dungeon-games, zouden andere leden zich voornamelijk toeleggen op meer "ernstige games", zoals Vietnam (Victory Games) en Fire in the East/Scorched Earth (GRD).
 
 

Niet onbelangrijk is dat de Club tevens het proefterrein werd voor opeenvolgende try-outs van door de leden zelf ontwikkelde games. We denken daarbij aan The Great War van Hans Mielants, hetwelk onder meer in de loop van 1995 werd geplaytest.
 
 

Externe Activiteiten.

  1. Inmiddels zou CSA eveneens (sedert 1990) haar zonen uitzenden naar buitenlandse slagvelden. Alzo zouden CSA-ers deelnemen aan achtereenvolgende "Command Games" dewelke aanvankelijk plaats vonden in Groot-Londen, maar later in meer gespecialiseerde infrastructuur, zoals het Staff College te Camberly (Sandhurst). Achtereenvolgens nam CSA deel aan Springtime for Hitler (1990), Final Frontier (1992), Market Garden (1993), Unfinished Business (1994) en Kirovograd (1994). Parallel met dit in Groot-Brittannië operend circuit, zou CSA tevens particperen aan de diverse door Capt. Mouat georganiseerde mega-games zoals Final Frontier (1990), Talavera (1991), …
  2. Tevens zou CSA aan de wieg staan van de uitbouw en organisatie van de eerste command games op het vasteland. Onder de bezielde leiding van Karl Moens zouden we uitpakken (Handelsbeurs 1992 en op Pinkplay 1992) met een eigen command game over The Battle of the Bulge. Uiteraard leverde CSA eveneens steun en deelnemers voor een aantal in Nederland georganiseerde mega-games, waaronder Market Garden (1994).
  1. Voorts zouden sommige Clubleden zich ontpoppen tot rasechte reisleiders. Achtereenvolgens zouden we met de Club een bezoek brengen aan Fort Eben Emael (1990), Highway to the Reich (1994), Normandië (1990), Kampfgruppe Peifer (december 1994), Singling en de Maginotlinie (1999). Allerlei plannen (w.o. Verdun) zitten tot op heden in de pipe-line, en wachten nog steeds op implementatie.
  2. Ook het Live Fantasy circuit bleef de CSA-ers verder bekoren. Achtereenvolgens namen we deel aan Sombreffe (1986), Fagnolle (1986), Roly (1987), Fagnolles (1987), Larochette (1987), Maredsous (1988) en Luik-Ahin (1989).
  3. Tenslotte zouden ook tal van andere activiteiten zoals nachtelijke droppings (Operation Mec - 1991) en diverse Paint-ball sessies (1992-1996) de clubleden bijzondrer zoet houden.

Verdere Bespreking.

In de periode 1988-1996 werd de Club gekenmerkt door:

VII. Het Einde van een Tijdperk.

Vrij onverwachts kwam hieraan een einde door de initiatieven van een wisselmeerderheid dewelke, begin januari 1996, opeens insisteerde in een naamsverandering. Dit alles zou vrij snel escaleren en de vanouds bestaande structuur doen desintegreren. Hierdoor kwam een einde aan een tijdperk, en zouden de thuis-circuits, alwaar enkelingen mekaar bleven treffen, opnieuw hun intrede doen.
 
 

Huize Van Schoor.

Toen Ludwig anno 1996 een eigen stek op linkeroever verwierf, zag hij hierin de mogelijkheid om het Clubleven nieuw leven in te blazen. Vanaf het voorjaar 1997 was het zover en werd een kleine kern in het Sanctum Sanctorum toegelaten.

Achtereenvolgens werden gespeeld:

- Home before the Leaves fall (2000)