Waarheid

De waarheid is steeds in beweging

oor Edgar Cayce

De volgende tekst is een uittreksel uit een brief van Edgar Cayce, geschreven op 24 april 1934. Hij is het antwoord op een lang schrijven van [440] waarin hij zijn geloof uitlegt.

Deze brief toont Cayce’s warmte, eenvoud en praktische wijsheid aan.

 

Wat de rest van uw brief betreft. Ik zou u graag spreken, want ik ben me ervan bewust dat we niet dikwijls kunnen op papier zetten wat we aan onze naasten willen doorgeven. Natuurlijk weet ik dat ik geen goede brievenschrijver ben. Ik besef dat ik volgens de normen van velen de voordelen van een opvoeding niet heb gehad; ook kan ik me niet uitdrukken in woorden of kan ik mijn zinnen niet draaien om altijd begrepen te worden. Toch ben ik me ervan niet bewust een geloofsbelijdenis te hebben. Ik ben er me ook niet van bewust een filosofie te hebben. En als u, door me waar te nemen en met mij te spreken, weet wat mijn filosofie is, dan zou u me een waar genoegen doen door ze me aan te duiden. En dan zal ik u beter kunnen zeggen of dit mijn idee of ideaal is of niet. Hiervan ben ik zeker: de WAARHEID is iets dat groeit, en wat vandaag voor mij waar is, kan morgen niet meer waar zijn. Dat noem ik geen filosofie. Misschien is het er een. Misschien is het mijn tekort aan begrip wat filosofie juist is. Ik weet wel dat ik niet orthodox ben. Vanzelfsprekend ken ik de benadering van de heer Findlay1 niet wat betreft het neerhalen van tradities en bijgeloof vertegenwoordigd door het christendom en de Bijbel; dit is de grond van veel onzer oorlogen, de meeste van onze betwistingen, van ons vitten op anderen - en ook is het de grond van wat de meeste mensen de beschaving noemen. Menig mens met weinig kennis wordt, ik ben er zeker van, te dik voor zijn broek. Hetzelfde werd gezegd tegen een van de sprekers die de Christus verdedigde: "Uw vele studie brengt u in de war" [Handelingen 26,24].

 

Ik geloof dat de Christus geleefd heeft in de levens van mogelijkerwijze al degenen naar wie u verwijst [Boeddha, Mohammed, Plato, Marcus-Aurelus]. Zeker werden ze bewogen door de geest van de Zoon Gods, indien hun opbouwend werk naar EEN God wijst. Ik geloof ook dat de Christus-Geest de Geest der Waarheid is; vandaar komt het dat de waarheid groeit in het bewustzijn van enkelingen naarmate ze die in hun leven kunnen toepassen. Het is mogelijk dat, indien ik geweten had wat Boeddha, Mohammed, Plato en de anderen onderwezen hebben, ik dat ook had aanvaard, zoals ik onze Joodse Bijbel aanvaard heb. Ik aanvaard hem niet zonder me vragen te stellen. Ik geloof dat eerlijk zoeken het voorrecht en recht van elke mens moet zijn. Ik geloof dat de mens Jezus dat onderwees. Jezus als mens en Jezus als Christus zijn voor mij twee verschillende dingen. Ik geloof stellig in de Onbevlekte Ontvangenis, en daarvoor heb ik mijn persoonlijke redenen. Of dat nu een feit is of niet, heeft voor mij geen belang; ik heb geen problemen met mensen die dit niet willen aanvaarden. Zo ook geloof ik dat Boeddha niet op de gewone manier ontvangen werd, noch Melchisedek. Ik ken weinig of niets van wetenschap. Ik weet niet wat de wetenschap juist beweert, of beduidt of echt gelooft. Maar door te luisteren naar degenen die zich geleerden noemen, ben ik ervan overtuigd dat geen twee van hen hetzelfde geloven. Ik geloof dat het waar is dat alle leraars in de wereld voor haar ontwikkeling nodig waren. Ik geloof in de evolutie van de ziel, niet in de evolutie van de soorten.

 

Ik weet niet of die verklaringen filosofie zijn of niet. Ik ben toch tevreden dat u me geschreven hebt, zoals u dat hebt gedaan, [440]. We zouden elkaar altijd moeten begrijpen. Tussen vrienden kan dat. Misschien heeft, zoals u zegt, het Christendom nooit iets doen begrijpen en de wetenschap wel - maar ik geloof dat niet. Wetenschap en godsdienst (let op, ik zeg niet Christendom) zouden één en hetzelfde moeten zijn, indien ik juist begrijp wat we dagelijks rondom ons zien. We zijn allen zoals de zes blinden, in het Hindoe verhaal, die de olifant gingen zien.2 U kent de rest van het verhaal. Ze zagen hem allen, zoals we allen een openbaring van God op aarde kunnen zien; we benaderen Hem elk op onze wijze. De meesten van ons sluiten hun ogen voor de dingen die ze rondom zich zien, dag na dag. Of er nu wonderen gebeurd zijn of niet hangt vanzelfsprekend af van de benadering en van wat een mirakel is. Indien een wonder iets onnatuurlijks is, dan zijn er geen wonderen. Indien een wonder iets is waarvan ik de wet die het voortgebracht heeft, niet versta, dan zijn er voor mij wel wonderen.

Eén van de wijzen zei: "Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier begrijp ik niet: de weg van de adelaar langs de hemel en de weg van de slang op de rots, de weg van een schip in volle zee en de weg van een man bij een jonge vrouw.

En zoals hij ook zei: "Onder drie dingen beeft de aarde die ze niet dragen kan: onder een slaaf, als hij koning wordt, en een nietsnut, als hij verzadigd wordt met brood, onder een versmade, als zij ten huwelijk wordt genomen." [Spreuken 30, 18-23]

Ik geloof dat het waar is dat de Christus-Geest deze dingen doet begrijpen. Want - terwijl ze buiten het rijk van onze redenering kunnen zijn, indien we sommige dingen aanvaarden die u misschien hebt overgehouden na het verwerpen van de Heilige Schrift - ze kunnen die misschien uitleggen. Ik weet niet wat u juist hebt overgehouden. Maar ik geloof dat het hele evangelie van de Christus, of de mens Jezus - wat over heel de lijn het evangelie van de Christus is - is: "Gij zult den Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf." [Matt. 22, 37-39] Dat is mijn filosofie, als ik er al een heb. Alles wat daaraan werd toegevoegd, is een poging om uit te leggen wat deze woorden inhouden.

 

Mijn gezichtspunten zijn misschien begrensd. Ze zijn begrensd door mijn eigen ondervinding en waarneming. Ik weet dat ik niemand kan zeggen hoe te bidden, hoe te mediteren. Ik kan alleen zeggen wat ik heb ondervonden, en de individuele ziel, een deel zijnde van het Geheel - en toch individueel - kan zelf iets leren door dit [mijn ondervinding] toe te passen in haar ervaring.

 

Indien ik uw brief goed begrijp, en wat Mevrouw [267] gisteren zei, moet ik haar en Mijnheer [317] uw brief tonen, wat ik dan ook doe. Ik stel uw bedoeling op prijs om elk van ons een exemplaar van Findlay's boek en pamfletten te sturen. Ik zou ze zeer waarderen, en ik verzeker u dat ze met een open geest, een zoekend hart, zullen gelezen worden, met het verlangen erin te lezen wat waar is en het me te laten overtuigen om een beter kanaal en een grotere zegen te zijn voor onze naaste. Ik geloof dat ons werk hier op aarde naar onze naaste toe is. En het is niet zo zeer zelf-ontwikkeling als onzelfzuchtigheid en zich willen laten leiden door Gods Geest zoals hij ons wordt bekend gemaakt in de Christus, zij Hij vertegenwoordigd door Mohammed, Jezus, Boeddha, Zaratoestra, Mozes, Joshua, David, [440] of Edgar Cayce. De Geest is Eén! Waarop Hij inwerkt, dat is verschillend, want de zielen waarop Hij inwerkt zijn individuele wezens; geen lichamen met de hand gemaakt, maar lichamen geschapen door dezelfde kracht die de wereld tot stand bracht - hoe u ze ook noemt - opdat ze gezellen zouden worden van de kracht die hen deed ontstaan.

 

De tweede komst? Ik weet niet wie, waar of wat ooit het idee kreeg dat het een tweede komst was. Voor zover ik weet kan het de 45ste komst zijn van een individuele of persoonlijke Christus. Of Hij nu op deze, die of gene wijze komt, hangt af van hoe degenen die op Zijn komst wachten die geest in hun verhouding met hun medemensen openbaren. Want de wet "Soort zoekt soort" [Gen. 1, 12; 24; 26] blijft van toepassing. Of die komst in een lichaam is, weet ik niet. Of het volgroeid zal zijn, of zich zal ontwikkelen, dat weet ik niet. En indien het door een geleerde zal opgebouwd worden, dan zal het zijn omdat de geleerde de wil van de Schepper doet door het in leven te brengen - en niet zijn eigen wil of niet God zeggen hoe het moet gedaan worden. Want geen mens kan een wet maken; hij kan slechts vinden dat die bestaat, zich ervan bewust worden dat hij bestaat in toepassing of in samenwerking met andere invloeden die reeds bestonden. Waarvan die krachten komen, weet hij niet. We weten daar niet meer over dan over de andere dingen die ik pas vermeldde.

 

Ik geloof stellig dat alle mensen de Christus-Geest moeten bereiken, en Hem bereikend, bereiken we het doel van de Ene Geest - of Ene Zoon die op aarde kwam opdat de mens zou verstaan, begrijpen, of hoe je het wilt noemen. U mag daar alle woorden zetten, ze betekenen dat ene ding dat gesteld werd sinds het begin, zij het door Galileo, Newton, Darwin of wie ook, zij het in Atlantis, Lemuria, Egypte, Rome, of waar ook - het is de openbaring in stoffelijkheid van wat onzichtbaar is - de Ene Zoon, de ene gedachte - Gods verlangen te redden wat verkeerd liep; dat is mijn geloof betreffende de betekenis van de Zoon voor de aarde, of wat de Christus betekent voor de aarde. Want Hij maakt een ziel bewust.

 

Dat kan voor u een hoop onzin zijn, [440], ik weet het niet. Maar daar we de bronnen of ondervindingen van enkelingen opgeschreven in wat gewoonlijk de Heilige Schrift wordt genoemd, niet kunnen gebruiken of aanvaarden, dat is geen reden om het boek volledig te verwerpen, nietwaar? Indien we dat doen, wat zal er zijn plaats innemen? Natuurlijk zijn onze dagelijkse ervaringen veel werkelijker terwijl we in dit dal zijn omdat we hier slechts bewust worden door vergelijking. Of we ertoe komen door de vijf zintuigen of niet, hangt van de scherpte van onze zintuigen af. Want menig blinde heeft meer gezien dan indien hij zijn ogen wijd open had. Menig dove heeft meer gehoord dan zij die een octaaf boven of onder onze schaal konden horen.

 

Ik weet niet, [440], of u met onze theorieën akkoord gaat. Door onze meningsverschillen zouden we, indien we beiden oprecht zijn, elkaar meer moeten waarderen. Ja? Neen? Oprechtheid is de grondnoot van elke ziel, wat betreft geloof, hoop of doel. Ik zou nooit kunnen zeggen of ik dit of dat geloof, want - zoals ik in het begin zei - volgens mij is de Waarheid iets dat groeit. Indien dan de Waarheid de Christus Geest is, een openbaring van God, dan is God ook iets dat in ons bewustzijn groeit. En dat moet Hij altijd zijn. Zo zien we dat de ziel zich op aarde ontwikkelt. We zien ontwikkeling in de aardse wereld. Dan moet er ook ontwikkeling in de hemelse zijn. Want wat we zien en waarvan we kunnen bewust zijn in het stoffelijke is alleen een schaduw van de mentale en geestelijke rijken.

 

Ja, ik geloof dat IK BEN. Ja, ik geloof dat het heelal bestaat uit geest [mind], materie en kracht, en ik geloof dat elk verschijnsel een openbaring is van - maar daarom niet uitlegt - geest [mind] of materie of kracht. Ik geloof niet dat ze onscheidbaar zijn, want kracht is de geest [mind] die zoekt zich uit te drukken, het zoeken is de kracht en wat uitgedrukt wordt is de materie. Ze kunnen dus gescheiden worden.

 

Ja, ik geloof dat ik een brandpunt ben van materie en kracht, en het kan elektriciteit genoemd worden. Ik geloof dat ik een vrije wil heb. Ik geloof ook dat hij een geschenk van de Schepper is en niet mijn eigen maaksel. Die vrije wil is het enige wat mij kan scheiden van de volledige bewustwording van wat me materie, kracht of geest [mind] maakte.

 

Ik weet niet of ik juist begrijp wat bedoeld wordt met cosmische geest [mind] tenzij het betekent dat de geest [mind] bestaat uit alle ervaringen die hij - als gezel van een ziel - beleefd heeft sinds zijn afscheiding van de Eerste Oorzaak. Dan geloof ik dat ik een cosmische geest [mind] heb en dat hij in staat van ontwikkeling of terug-wikkeling is, afhangend van wat ik heb gedaan met hetgene waarvan ik bewust geworden ben - onverschillig de staat waarin ik was toen ik me bewust werd van mijn bestaan.

 

Ik geloof dat liefde en geloof de eerste hoedanigheden zijn om dit bewustzijn te bereiken, en dat ze harmonie brengen - wanneer de wil gestuurd wordt tot het voortbrengen van harmonie. Ik geloof dat volledig blind geloof in slechte staat is, maar dat het zich kan openbaren door onze zintuigen - en te zeggen dat er slechts vijf zijn is alsof we zouden zeggen dat er slechts vijf broederschappen of vijf benaderingen zijn, en ik denk dat er meer zijn, zelfs meer dan zeven.

 

Ik geloof dat de vernietigende krachten die onze ontwikkeling vertragen niet alleen vrees en onwetendheid zijn, maar als we aan vrees en onwetendheid eigenzinnigheid of koppigheid toevoegen, dan denk ik dat we de hele toestand hebben.

 

Ik geloof ook dat liefde en begrip nodig zijn voor de voldoening van het leven, niet alleen in stoffelijkheid maar in het mentale en in het geestelijke. Want naarmate we de elementen rondom ons in de wereld herkennen (lucht, water, vuur en de andere dingen die elkaar aantrekken of afstoten, en die zo noodzakelijk zijn voor het voortbrengen van kracht, in welke vorm ook, of het nu is om een kleine stoommotor te doen draaien of om een man te doen verliefd worden, of om 't even wat), vinden we deze elementen terug in dingen die een vorm hebben aangenomen. Waarvan? Ik weet het niet. Dat was misschien de weg van de adelaar langs de hemel. Misschien de weg van de slang op de rots. Misschien was het wat de arme zus dacht toen de man haar aankeek.

Is dit alles gekheid?

 

Ja, mijnheer, we moeten altijd verantwoordelijk zijn voor het geloof dat ons dwingt onze leven te leiden zoals we dat doen, en we mogen er iemand anders niet voor de schuld geven. We hebben er een goed voorbeeld van in het Boek dat u verworpen hebt, en er is nooit een beter geweest.

 

Ik geloof ook dat al die krachten in staat van ontwikkeling zijn want ze zijn aanwezig in de zielen die eens bij de Scheppende Krachten waren en ze zijn wezenlijk ook een deel van de Kracht.

 

Ik ben het met u eens dat we met onze vijf zintuigen slechts een deel van het heelal kunnen waarnemen, of dat we slechts bewust zijn van de invloeden rondom ons wat betreft hun aannwezigheid in de rijken waar het bewustzijn kan behouden worden. Maar het is alleen door hun toepassing, door de vijf zintuigen, dat ze het stoffelijk lichaam beïnvloeden, tenzij het wordt gezuiverd, ingewijd of toegewijd tot een zekere of bepaalde dienst.

 

Ik geloof dat de geest [mind] van God (indien u daarmee de cosmische geest [mind] bedoelt) zich uitdrukt en werkt volgens wet en regelmaat, maar degenen die er een deel van hebben ontvangen (van Gods geest) mogen dikwijls een streep door hun rekening halen, zoals wanneer roest op een schaats zit of kleefdeeg op het mooiste muziekinstrument, of zoals een fout in de geest [mind] van de meest gewijde ziel.

 

Ik weet niet of het het doel is van de wetenschap de waarheid te ontdekken, ik ben geen geleerde. MIJN doel, indien ik het ken, is die waarheden te ontdekken en te vinden hoe of op welke manier ze kunnen gegeven worden aan degenen die zoeken hun eigen cosmische geest [mind] in stoffelijkheid uit te drukken.

 

Ik weet niet of mijn geloof waardig is om aan anderen voorgesteld te worden. Ik ben bereid, zoals u zegt, wat ik in mijn ervaring heb goed gevonden aan anderen voor te stellen. Anders heb ik niets aan te bieden.

Het kan een tijdverlies zijn te redeneren met anderen die in een lagere staat van ontwikkeling zijn maar als we een te hoge dunk van onszelf hebben, wordt dat een fout in onze eigen ontwikkeling. Als we ooit het Christus-bewustzijn genaken, of een begrip van Gods wetten, zal het zijn, geloof ik, aan de arm van degenen die we in hun levensweg hebben geholpen. Of je jezelf in opspraak brengt door anderen te proberen helpen, hangt af van uw mening over uzelf. En hij die wil verhoogd worden, moet zich verlagen, want als we het leven willen hebben, moeten we het geven.

En er is maar een manier om een andere te helpen, en dat is hem te nemen waar we hem vinden. We moeten niet hopen dat hij tot ons zal klimmen, als we ons op een hoger peil bevinden. Maar door ons voorover te buigen, door vriendelijkheid, liefde, lankmoedigheid, geduld, heffen we hem op tot op onze hoogte.

Want als we vast staan in ons geloof en weten dat Hij kan behoeden wat wij aan zijn zorgen toevertrouwen door de daden gesteld in onze bewuste ervaringen - dan moeten we niet bang zijn.

De vrees onszelf te besmetten door ons voorover te buigen voor iemand in de modder is een ware vrees en doet AFSCHUWELIJK pijn! Maar een ziel kunnen redden, of ze tot de zogenaamde hedendaagse kerk behoort of slentert door de straten vol modder en afval van de dingen die de gemeenschap vuil noemt, hem overtuigen naar omhoog te kijken en hem op te lichten en weten dat hij nu bij Hem kan zijn; er is meer vreugde voor Gods Troon voor zo iemand dan voor dat schone volkje dat denkt gerechtigd te zijn om zich niet te bukken.

Wat het huidige of toekomstige geslacht zal doen betreffende de houding van de huidige kerk, of wat de geleerde zal doen, hangt in grote mate af van wat WIJ, als enkelingen, doen met wat we kennen als de wetten van God. Want het viooltje dat ongezien bloeit, of door zijn geur in de woestijnlucht komt, heeft zijn beloning niet verloren door te doen wat en te zijn daar waar de Eerste Oorzaak of God het voorbestemde.

Neen, mijnheer, ik zeg niet dat u zich ergens vergist. Want, wanneer wat u voelt, beantwoordt aan de roep die in elke ziel die zijn Schepper zoekt, aanwezig is, dan zeg ik dat God u zegene. Zet al die dingen die u kan van u af, ik kan het niet.


Degenen opzijzetten die bij de kerkgenootschappen zoeken en niet proberen hen te leren en te waarschuwen hoe ze de echte waarheden moeten toepassen die Hij, die ze zeggen gekozen te hebben als hun gids, trachtte voor te stellen, dat kan ik niet. Ik MOET proberen te helpen. Dat is mijn aard. Daar sta ik in Als mijn ontwikkel dat uw geval niet is, als u niet ondervonden hebt dat het goed is
dit te doen, doe het dan niet. - maar vit niet omdat ik mijn werk doe; ik verwijt u niets omdat u uw werk doet, op voorwaarde dat het een goed werk is.

De proef van ieders geloof ligt in wat hij ermee aanvangt.

Ja, mijnheer, we proberen altijd samen te werken. Als u in een boot ver voorop bent, dan kan u de weg aanwijzen om het gemakkelijker te maken voor degenen die na u komen - indien u dat wenst. En u zal steeds zien dat er zielen zijn, even eerlijk zoekend als uzelf, op zoek naar de juiste weg. En dat uw boot vaart op de rivier genoemd Jezus Christus, Galileo, Krishnamurti, of hoe ook, dat heeft voor mij geen belang. Als uw boot op de stroom drijft en verder gaat, al is hij ver vooruit en uit het gezicht, hij kan de weg, eenvoudig aangeduid, nog verlaten - zoals Hij deed, mijn Heer en Meester, Jezus, de gehate man uit Galilea. Mijn ondervinding, mijn omgeving, mijn kennis is nog niet verder geraakt dan dat. Want ik had niet besloten iets onder u, de mensen, te weten, dan Jezus Christus, en dien gekruisigd (1 Kor.2,2).

Neen, mijnheer. Wat u me schreef, is wonderlijk. Het is prachtig. Ik weet niet of ik u juist geantwoord heb, maar ik heb u geantwoord zoals mijn geweten en mijn hart mij dicteren. En moge God, de Vader van het licht, van de waarheid, en Zijn geest die eeuwig op hen schijnt die Hem eerlijk en oprecht zoeken, uw weg en de mijne verlichten.

 

Met de liefde van allen, verblijf ik,

steeds uw vriend,

E.C.

 

 

______________________________

1 J. Arthur Findlay, The Rock of Truth, Roder & Co., London, 1933

2 Toen ze bij de olifant kwamen, betastte elk een verschillend deel en dacht dat dit het gehele dier was. Elkeen stelde zich de olifant dus anders voor. ('Twas six men of Indostan, by John Godfrey Saxe).

(vertaling M. Vansteenkiste)