Voorbeeld

                        Jezus als voorbeeld in het stoffelijke

900-100

1) Voor je heb je lezing 900-89 van 7/7/25 over de ene geest die de elementaire kracht is of oorzaak van alles, en de verwantschap van de mens met die grote scheppende kracht. Je hebt ook vorige lezingen gehouden over Jezus als voorbeeld in het stoffelijke. Je zal de volgende vragen beantwoorden en alle niet juist gestelde verklaringen verbeteren.

 2) Ja, we hebben de lezing, de inlichtingen en de ermee samenhangende invloeden die zich voor de mens openbaarden en openbaren in het leven van Jezus op aarde, - die de verwantschap van de Vader en de mens tonen, die de mens, via Hem, één maken met de Vader, God, die één werd met Hem door op aarde te komen. Hij was de volledige interpretatie van het geschenk van God aan de mens, en de hoogste ontwikkeling van de mens op aarde, één met de mens en met God. Hij neemt de zonde van de mens weg door de weg te tonen. Indien de mens doet zoals Hij, wordt hij één met Hem. Klaar voor vragen.

 3)V. Zoals gegeven "We zijn God, de Geest Vader, die onze functies als delen uitvoeren maar we kunnen de Hele geest worden en de kracht van het Al in ons opnemen. Zo was Jezus Christus mens zoals wij, maar Hij werd volmaakt zoals de Hele Geest en werd zo gelijk aan of één met de Hele Geest Vader."

A. Juist.

 4) V. Jezus was een mens tot ontwikkeling Hem één maakte met God. Wij, elk en ieder van ons, kan, volgens zijn erfenis, dit ook worden. Is dit waar? Is dat niet de betekenis van de woorden in de Bijbel 'We zijn allen, samen met Christus, erfgenamen van het Koninkrijk.'

 A. Dit is een stoffelijke, letterlijke interpretatie van de gegeven zin. Jezus Christus kwam op aarde als vertegenwoordiger van de Vader, in een lichaam, dit was het deel als mens, en dit deel ontwikkelde zich; het vertegenwoordigde de God Geest die zich uit in de levende krachten in deze wereld. Die levende krachten werden vlees in de mens Jezus. Hij was de Zoon van God en door Hem werd de mens erfgenaam van het Koninkrijk van God, van de Schepper; Hij vertegenwoordigt dus in het vlees de schepping van Degene die de erfgenaam wordt en wij zijn erfgenamen met Hem.

5) V. Jezus werd volmaakt, God tot zijn recht gekomen. Wij zijn nog onvolmaakte mensen, goden die nog niet gelijk zijn aan God. Hij stelt onze "toekomst" voor, de weg naar de Troon.

A. Juist. Hij is de weg naar de troon, in die zin dat wij, mensen, moeten worden zoals Degene die ons de weg toont.

 6) V. Dit kan slechts begrepen worden met de logica van de vierde dimensie. Het kan dat zijn en dat niet zijn. Zoals wij was Jezus allebei, mens en God, tot Hij alleen God werd.

A. Juist.

7) V. Jezus is het voorbeeld van wat ik studeer; d.i. de Mens is dat deel van de Hele Geest dat de kracht en de gelijkheid met de Hele Geest, God, kan verkrijgen.

A. Juist.

8) Gods Koninkrijk is ons Koninkrijk. We zijn Het, en in Het kunnen we kracht, wijsheid en de Troon verkrijgen.

A. Slechts door Het verkrijgen we macht of wijsheid, d.i. het zich onderwerpen aan de wetten van de Schepper, aan Zijn krachten zoals ze zich in de wereld uiten. Of het nu over geestelijke krachten gaat, over stoffelijke of over mentale, alle zijn onderworpen aan die krachten die geopenbaard werden door de Zoon die alles overwon, want dit is volgens mij de belangrijkste vraag die me kan gesteld worden:

In Jezus Christus (de mens), zien we de Zoon van de mens, geboren uit een vrouw, in het vlees, in een stoffelijke wereld. Door in de stoffelijke wereld als lichaam te komen, wordt Hij de Mensenzoon. Door zich een eerste maal aan stoffelijke wetten te onderwerpen (in tegenstelling tot de menselijke manier van denken) bewijst Hij de Zoon van God te zijn. Dit ligt voor ieder van ons in het antwoord: 'Mijn geest is getuige met jouw geest' (God spreekt tegen de mens) of jullie nu de Zonen van God zijn of niet, begrijpen jullie? Door volledig te handelen overeenkomstig de wetten wordt Hij VOLLEDIG (allen zijn Zonen van God) de Zoon, zoals Hij was in het Begin; door Zijn WIL EEN TE MAKEN MET DE VADER overkomt Hij ALLES, de toestand van de aarde met haar aardse roeping en omgeving, haar valstrikken en alle krachten die erin worden uitgeoefend.

(vertaling: M. Vansteenkiste)