Ontvangenis
Gebaseerd op de Edgar Cayce lezingen 5748-8, 5749-7,
5749-8 en de Bijbel
Uittreksel uit het boek “The Christmas Story”
door Jon Robertson (A.R.E. Press)
Vertaling M. Vansteenkiste
Jozef en Maria waren leden van een godsdienstige
sekte, de Essenen. De Essenen bestudeerden astrologie, numerologie, frenologie,
de terugkeer op aarde van enkelingen of reïncarnatie.
Ze beoefenden hun eenvoudig geloof in het geheim
want ze werden vervolgd door de leiders van het volk. Vandaar kwam het gezegde
van de Sadduceeën, “Er is geen opstanding” of “Er is geen
wedergeboorte” want ‘opstanding’ betekende toen ‘wedergeboorte’.
De Essenen onderhielden
een zuiver geloof dat, hoopte, ze, de beloften zou vervullen gegeven in het
begin van de geschiedenis van de mens: er zou een Messias komen voor de redding
en opstanding van het mensdom. Hun voorbereiding op de komst van de Messias
duurde 300 jaar. Er waren Essenen die zich voortdurend voorbereidden en
toewijdden als kanaal waardoor het ‘uitverkoren vat’ vrijwillig zou vlees
worden.
Op die wijze werden op de Karmel, waar de priesters
van Zijn geloof waren, de maagden gekozen om zich op dit doel, op dit
dienstbetoon voor te bereiden. Een van hen van Maria, de geliefde, de verkorene;
zij, zoals voorzegd werd, werd verkozen als het kanaal. Ze werd afgezonderd en
meer voorbereid op deze taak.
Dat was het begin. Dat was de fundering van wat je
de Kerk noemt.
Daarom bracht Maria’s moeder, Anna, haar naar de
tempel op vierjarige leeftijd, om haar op te dragen, in dienst van de studie en
doelstellingen van de Essenen. Al twijfelden sommigen aan Anna’s bewering dat
Maria ontvangen werd zonder dat ze, Anna, een man had gekend, toch was Maria
volmaakt van lichaam en geest, en werd ze aanvaard.
De leerlingen op de Karmel werden eerst lichamelijk
getraind, ze kregen ook mentale oefeningen met betrekking tot kuisheid,
zuiverheid, liefde, geduld, lijdzaamheid.
Nu zou men van vervolgingen gewagen, maar feitelijk
waren het proeven van lichamelijke en mentale kracht, gegeven onder het toezicht
van degenen die voor hun voeding zorgden.
Ze dronken nooit wijn, kregen nooit een gegiste
drank. Ze volgden een speciaal dieet. Op die wijze werden ze geoefend, geleid,
beschermd. Maria verbleef reeds sinds acht jaar op de school toen er iets
wonderlijks gebeurde.
In de vroege morgen beklommen de jonge meisjes de
zonovergoten trappen die naar het altaar leidden om er te bidden en wierook te
branden.
De zon gaf de indruk dat ze allen in witte en
purpere kleren gehuld waren toen ze de trappen bestegen. Het was een mooi
schouwspel.
De ouderen en de leraars bekeken de meisjes. Mathias
en Enos waren daar, zo ook Judy, de schrijfster en lerares die later Jezus zou
onderwijzen.
Maria ging voor. Op haar dertiende was ze reeds een
mooie jonge dame met kastanjebruine haren en blauwe ogen die dansten van
blijdschap.
Haar vriendin Josie volgde haar; ze waren als
zusters; daarna kwam Jenife, een jaar jonger dan Maria. Jenife’s grijze ogen
keken naar Maria’s blinkend haar, alsof ze haar baken waren.
De anderen volgden: Andra, Sofia en de andere Maria,
die allen hun leven lang met Maria en Jezus bevriend bleven. Meer achteraan kwam
Edithia met gebogen donker hoofd, in gedachten en gebed verzonken. Edithia en
Jenife waren zusters, de dochters van een herbergier die zijn zaak dreef nabij
Bethlehem.
Toen Maria de bovenste trap bereikt had, donderde en
bliksemde het. Ze stond stil, haar ogen keken verwonderd en eerbiedig op. Een
lichtkrans vormde zich rondom haar; in het licht verscheen de engel Gabriël die
haar bij de hand nam tot aan het altaar. Judy stopte, de ogen wijdopen gesperd.
Mathias stopte een seconde met ademen en Enos onderdrukte een kreet.
Op die wijze vond de keuze plaats, werd de weg
aangeduid, want Maria leidde die dag de anderen.
Na een ogenblik stopte het visioen en Judy wees de
meisjes hun gewone plaats aan. Josie en Jenife stonden verbluft door wat Maria
overkomen was.
Het zou nog meer dan drie jaar duren vooraleer Maria
het Christus-Kind zou ontvangen en nog langer voor ze zich bij Jozef zou voegen.
Toen die tijd nabij was, hadden de beroemde Wijzen hun reis reeds aangevat, en
Maria’s lerares, Judy, begon een rol te spelen in hetgeen zich in het land zou
voordoen.
Toen hun scholing ten einde was, ongeveer drie jaar
na de verschijning van de engel Gabriël aan Maria op de trap, keerden alle
leerlingen van de Karmel naar hun huis terug.
Op zestienjarige leeftijd was Maria een mooie, jonge
vrouw, sereen en gelukkig van nature.
Op een dag, toen ze alleen was in de plaats waar ze
mediteerde, verscheen de engel Gabriël weer aan haar zijde.
“Gegroet,” zei hij, “gij die bevoorrecht zijt.
De Heer is met u. Gezegend zijt gij onder de vrouwen!”
Maria stond ontsteld van wat ze hoorde maar de engel
voegde eraan toe: “Vrees niet, Maria, want gij hebt de gunst van de Heer
verworven. Zie, gij zult bevrucht worden en een zoon baren.”
Geschokt kon Maria slechts vragen: “Maar hoe kan
dat?”
Gabriël antwoordde: “Gij zult overschaduwd worden
door de Heilige Geest en een kind ontvangen. Zijn naam zal Jezus zijn en Hij zal
bekend zijn als de Zoon van God.”
Hij vertelde haar ook dat haar nicht, die te oud
geacht werd om nog kinderen te krijgen, een zoon verwachtte.
Met ontzag vervuld door het gebeurde, fluisterde
Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord.”
Na enkele weken ontdekte Maria dat ze zwanger was.
Veel mensen geloven dat Maria haar kind ontving
zonder een man te hebben gekend, maar weinige begrijpen hoe dit mogelijk was.
Nog minder weten dat Maria’s moeder, Anna, haar kind ook onbevlekt
ontving.
Anna werd gewoon op de hoogte gebracht dat ze op die
wijze zou ontvangen – niet zoals Maria – en toen ze het bekend maakte,
geloofde niemand haar omdat het niet in overeenstemming was met de natuurwet.
In sommige gevallen, zoals voor Anna en Maria, om
het goddelijk plan naar de aarde te brengen, is geestelijke ontvangenis
natuurlijk. Natuurlijk, zoals men kan zien in de projectie van het mentale in
het stoffelijke, waardoor een deel zich afscheidt en in de stof trekt, zoals de
mensheid gedaan heeft. Zoals vlees de handeling is van het geestelijke zelf en
van het mentale wezen dat zichzelf in de stof heeft geduwd; en aangezien de
geest, zoals Hij zei, noch mannelijk noch vrouwelijk is, waren ze (het
mannelijke en het vrouwelijke) samen, of één. Toen de mens volledig van God
afgescheiden was, dan werd wat we vandaag onder vlees verstaan, op het
stoffelijke vlak, een werkelijkheid.
De onbevlekte ontvangenis duidt erop dat het
lichamelijke en het mentale zo op de geest afgestemd zijn dat ze erdoor leven
krijgen.
Zo kwam de geest, de ziel van de Meester, ter
wereld, door de harmonie van de moeder in het stoffelijke, door wat je in de
wereld ontvangenis noemt.
Evenals Maria was Jozef een afstammeling van David.
Hij was 36 toen hij hoorde welke rol hem was toegedeeld. Op de Karmel brachten
Mathias en Judah hem op de hoogte van de komende geboorte van Jezus, omstreeks
de tijd dat Maria op de trap door de aartsengel Gabriël uitverkoren werd.
Het paar werd gekozen door de leiders van de sekte,
zoals in een loge of in een kerk, niet door wat we huisbezoeken noemen, want de
keuze werd getoond door de goddelijke krachten. Het paar werd ook niet door de
ouders gekozen, zoals toen bij de Joden gebruikelijk was. Men vroeg zich
trouwens af tot welke familie Anna en haar kind behoorden!
Het nieuws bracht Jozef van streek omdat hij veel
ouder was dan Maria. Wat hem het meest stoorde was wat de mensen zouden zeggen.
Gedurende drie tot vier jaar voor ze zwanger werd,
als Maria nog naar school ging, werd Jozef geleid, eerst in een droom,
vervolgens door een stem. En telkens als er in die gevallen een stem gehoord
wordt, is er ook een geur en zijn er ook lichten; de beschrijving van de lichten
is het visioen.
Zodra hij ervan overtuigd was dat zijn rol door God
gewild was, door de stem en zijn eigen ervaringen, wist hij dat hij ze zou
vervullen. Toen hij haar als meisje van 16 ging vragen als bruid, was ze reeds
zwanger.
Het huwelijk vond plaats in de tempel op de Karmel. Jozef was 36, Maria 16. Gedurende
haar zwangerschap verbleef Maria meestal in de heuvels van Judea en weinig tijd
met Jozef in Nazareth.