ontdekking
GEESTELIJKE
ONTDEKKING
door John Van Auken
Twee
jaar geleden, toen ik een lange periode van persoonlijke strijd trachtte te
doorbreken, herinnerde ik me de raad gevonden in Edgar Cayce lezing 262-33:
"Al vloeien de tranen door het afbreken van de vleselijke krachten in
het zelf, de geest is blij..." Ik was gelukkig voor mijn geest, maar ik
had wel graag wat van die blijheid in mijn uiterlijk leven gevonden. Dan, tot
mijn grote vreugde, bevrijdde een vermenging van mijn eigen werkzaamheden en een
gelukkig toeval me uit de strijd en bood me één van de waardevolste dingen in
het moderne leven: vrije tijd. Het enige wat ik in die vrije tijd wou doen, was
de lezingen opnieuw bestuderen, mediteren en met mijn dromen werken.
Ik
begon met de lezingen die Cayce voor zichzelf gaf - reeds 294 - en ging dan
verder met reeds 254, de lezingen over het Werk, waarin vele over zijn mediumiek
verloop gaan. Ik zocht niets in het bijzonder, ik verlangde alleen naar dat
verheffend gevoel dat ik altijd krijg bij het lezen van deze bezielende
afschriften. Ze brengen me in verbinding met iets groters dan mijn stoffelijk
leven en geven dit stoffelijk leven tevens een doel en een betekenis.
Dit
maal kreeg ik meer dan een verheffend gevoel. Ik merkte een heel eigen
toepassing op, eerst vaag maar geleidelijk met meer bijzonderheden in vele van
de lezingen beschreven. Ze schenen bepaalde enkelingen tot die toepassing, of
techniek, te leiden en hen zo te helpen deze bewustspeilen te doorlopen. Al had
ik de lezingen gedurende 20 jaar bestudeerd, toch had ik deze onderrichtingen
nooit eerder gezien, misschien omdat de methode hier een beetje, daar een
beetje, verspreid over verschillende lezingen, beschreven wordt. Wat ook de
reden zij, ik was verrast en tevreden iets nieuws te hebben ontdekt, en zo had
ik het geduld Cayce's uitleg, beschrijvingen, onderrichtingen en suggesties wat
betreft die toepassing samen te brengen.
Al
waren er gelijkenissen met meditatie, toch was de toepassing heel verschillend.
De lezingen 294 en 254 hielpen de uitwendige mens, Edgar Cayce, het mechanisme
te begrijpen van zijn grote gave. Ze beschreven de rijken waar hij doortrok en
hoe dit doortrekken gebeurde. Ze legden uit waarom hij niet altijd een lezing
kon geven, of het moeilijk had om er een te geven, of waarom iets vreemds
gebeurde gedurende de lezing - ze hielpen me alle de natuur van het verloop
beter te begrijpen. Ik was zelfs begonnen een kaart van het bewustzijn op te
stellen, en voegde er, zodra ik ze vond, nieuwe details aan toe.
Bovendien
bestudeerde ik de lezingen voor Morton (900) et Edwin (137) Blumenthal, de New
Yorkse beursmakelaars die in de jaren 20 vrijgevige beschermheren van het werk
waren.Edwins lezingen onderrichtten hem hoe te doen wat Cayce deed, want er werd
hem gezegd dat hij het beter dan Cayce kon doen:
"Q.
Zal Edwin Blumenthal mediumieke lezingen kunnen geven zoals Edgar Cayce?
A.
De ontwikkeling overschrijdt de voorwaarden zoals gegeven door Edgar Cayce..."
Morton,
de oudere broer, had een scherp verstand en interesseerde zich voor het mentale
rijk. Sommige van de antwoorden op zijn doordringende vragen gaven me
waardevolle inzichten in de natuur van het bewustzijn en toonden me hoe door die
rijken of plannen te trekken. Er scheen niets te bestaan waarover de slapende
Cayce geen inlichtingen kon krijgen. Morton wenste te weten hoe en waar hij die
inlichtingen kreeg.
Ik
bestudeerde ook de reeds lezingen 3744, gegeven voor een groep die de natuur van
het bewustzijn en het zielsvermogen beter wilde begrijpen. De reeks 3744 geeft
details over de inrichting van de innerlijke rijken en hoe er doorheen te gaan.
Morton steunde zijn vragen dikwijls op de antwoorden gegeven voor de 3744 groep,
wat heel wat onduidelijkheden uit de weg ruimde.
Door
al die lezingen als een geheel te herzien, ontdekte ik dat Cayce's bron een
kaart tekende van de innerlijke peilen van het bewustzijn. Die stuurmanskaart
legt uit hoe bewust, halfbewust en onbewust (zoals Cayce) door die rijken te
trekken voor groter geestelijk begrip en ontwikkeling.
Ook
moedigen deze kaarten reizen aan boven het rijk van de ziel in het rijk van de
geest, geest gelijkstellend met God, zoals Jezus de vrouw aan de bron onderwees:
"God is geest en moet in geest aanbeden worden." (Joh. 4, 24)
Lezingen
281-16 en -31 brengen die praktijk in verband met de Openbaring van Johannes,
zeggend dat Johannes in diepe bespiegeling was toen hij het normale bewustzijn
doorbrak 'in de geest' was, en zo begon hij zijn Openbaring.
De
eerste stap in die toepassing, aangeraden in de Cayce lezingen, is de
persoonlijkheid en het bewust gemoed (conscious mind) te beheersen en over te
laten aan het beheer van de "individualiteit" (Cayce's woord voor de
ziel) en van het onbewust gemoed (subconscious mind). Het grootste deel van mijn
leven dacht ik dat ik te vinden was in mijn persoonlijkheid; het was dus
moeilijk die zienswijze aan de kant te zetten en het beheer over te laten aan
een dieper wezen, binnen of buiten mijn persoonlijkheid. Het kostte me weken
twee maal per dag oefening vooraleer ik dit diepere, innerlijke zelf kon voelen.
Het bleek zeer vluchtig te zijn en toch verscheiden. Een voorbeeld van een
vroege ervaring:
Ik
werd langzaam uit een droom wakker, zeer bewust dat ik droomde en waarover ik
droomde. Ik voelde me op mijn gemak en hernam de droom in gedachte. Dan ging ik
naar de w.c. Weer in bed, kon ik me de droom ineens niet meer herinneren. Hij
was weg, alsof ik nooit gedroomd had. Ik ging liggen en begon de toepassing om
te proberen me de droom voor de geest te roepen en om te begrijpen hoe ik hem zo
volledig verloren was. Als uit het niets kwam me het besef: Dit is een duidelijk
voorbeeld van het verschil tussen het innerlijke zelf die de droom droomde en
waarbij ik me goed voelde, en het uiterlijke zelf die de droom niet droomde maar
die het bewustzijn overnam toen ik mijn lichaam verplaatste en de kamer verliet.
Voor de eerste maal besefte ik hoe dun en toch ondoorschijnend de sluier van het
bewustzijn is. De overgang van bewustzijn was zo fijn dat ik het niet had
gemerkt. Ik kon niet zeggen wanneer ik van het ene in het andere bewustzijn was
gestapt. Ik besefte ook hoe vertrouwd ik was met mijn innerlijk zelf, met mijn
ziel. Ik was het. Natuurlijk was ik ook het uiterlijk zelf. Toch waren ze
gescheiden en verschillend - zoals de inhoud van hun gemoed (mind) verschillend
was.
Ik
begon die methode geregeld toe te passen hopend zelf een geestelijk doorbraak te
maken. Ik verlangde ernaar en was er zo klaar voor. In het begin vond ik de
werkwijze moeilijk. Ik kon de 'grenspalen' op die kaart van het bewustzijn niet
zien. Ik zag de overgang van uiterlijk naar innerlijk bewustzijn niet, al had ik
jaren trouw gemediteerd.
Naarmate
ik het uiterlijke zelf, de persoonlijkheid, van het innerlijke zelf begon te
onderscheiden, begon de methode vruchten af te werpen. Ik begon in te zien en te
voelen wat de lezingen onderwezen. Onderwerping van mijn persoonlijkheid en mijn
bewust gemoed aan mijn individualiteit (ziel) werd een klaardere, gemakkelijker
te identificeren verandering, of"wending" zoals Johannus dit
beschrijft
Niemand
mocht iets over de slapende Cayce doorgeven zonder een deel te raken van zijn
onzichtbaar wezen dat boven zijn lichaam hing. In lezing 3744-2 wordt ons gezegd
dat als we in die toestand komen, onze persoonlijkheid of onze aardse gedeelten
verplaatst worden en boven ons lichaam hangen. Tot mijn verbazing begon ik die
verplaatsing en ophanging ook te voelen. Het verbaasde me dat persoonlijkheid
zo'n klein deel van mijn totale zelf was.
Later
ontdekte ik lezing 294-149 waarin Cayce zegt dat we ooit eens in deze wereld
vleeswerden met onze eigen individualiteit of ziel. Daarna begonnen we die
persoonlijkheid te ontwikkelen en ons bewustzijn er zodanig in te projecteren
dat we dachten het wezen van de persoonlijkheid te zijn.
De
lezingen zeggen dat de persoonlijkheid zich voor twee redenen ontwikkelde. Eén
kwam er door de overgang van geestelijke ontvangenis naar lichamelijke
voortplanting. Dit bracht de mens ertoe zijn beste uiterlijke kant te willen
tonen om zo aantrekkelijker te zijn. De tweede reden gaat in dezelfde richting:
toen zielen niet wensten dat andere hun ware gevoelens kenden, projecteerden ze
een uiterlijk dat door andere aanvaardbaar was maar niet volledig
waarheidsgetrouw. Een bepaalde kant van zichzelf projecteren, kan onschuldig
lijken, en in het begin was het misschien onschuldig, maar toen het bewustzijn
zich bundelde in dit uiterlijk ging het bewustzijn van de andere kanten
verloren. De persoonlijkheid werd er "onbewust" van.
Dit
idee begon mijn bewustzijn te veranderen. Toch merkte ik op dat bepaalde
werkzaamheden of mensen me vlug in mijn persoonlijkheid deden terugtrekken. Dit
was zoals mijn ego. Ik bedoel dit niet in de ongunstige zin van egoïstisch,
maar het was op mijn zelf gericht en ik voelde slechts uit mijn zelf. Als ik
echter in mijn individualiteit was, waren mijn gevoelens en mijn gedachten
'holistischer'. Het zag er naar uit dat ik niet zo zelfzuchtig was, maar
gevoeliger voor de 'groep', voor het gezamelijke.
Weldra
begon ik ook enkele lichamelijke veranderingen te ondervinden die Cayce's
vermogen om lezingen te geven vergezelden. Zoals Gertrude Cayce lette op Edgars
ademhaling en de beweging van zijn ogen (REM), wat in verband staat met het
overgaan in een droomstaat, zo merkte ik op dat mijn overgaan van uiterlijk naar
innerlijk bewustzijn samenging met een verandering van ademhalingspatroon en een
prikkeling van mijn gesloten, vleselijke ogen - alsof ze iets zagen terwijl ze
gesloten waren. Wanneer Cayce's ademhaling veranderde, zijn ogen in REM waren en
zijn persoonlijkheid verwijderd was, suggereerde Gertrude dat Edgar de lezing
begon, en zijn ziel begon dan de reis om de gevraagde inlichtingen te
verkrijgen. Het was ook op dat punt dat ik wist dat ik het uiterlijke zelf had
onderworpen aan het beheer van mijn innerlijk zelf en dat ik mijzelf de
suggestie gaf de volgende stap te zetten.
De
volgende stap is het onderbewuste op een hoger peil te brengen, het bewegen naar
de geest of het Godsbewustzijn. Naarmate men dit stadium bereikt, moet men met
de individualiteit en het onbewuste gemoed doen wat men met de persoonlijkheid
en het bewust gemoed deed, namelijk ze onder het beheer brengen van het
geestelijk wezen en het bovenbewuste gemoed (superconscious mind). Op dat punt
wordt het bewustzijn heel onzeker. Edgar Cayce was 'onbewust' van die overgang.
Wanneer hij een lezing gaf, was zijn uiterlijk zelf onbewust van enige
innerlijke ervaring. Er werd Edwin Blumenthal gezegd dat hij "dit naar
het bewustzijn, gezien vanuit het lichamelijk standpunt, zou kunnen brengen"
en zijn bewust gemoed zou kunnen handelen naar de verkregen ervaring en leiding.
Er werd hem gezegd dat dit niet onmiddellijk zou gebeuren - eerst zou hij
gedeeltelijk bewust zijn, dan half bewust, en ten laatste volledig bewust van
het hele verloop. Edwin was geneigd om aan dit bewustworden te weerstaan, maar
lezing 137-5 zei hem "zich niet tegen die [bewustwording] te verzetten
als hij in de stilte binnengaat en door die bewustwording zal de eerste
ontwikkeling zich tonen." Er werd hem ook aangeraden geen barrière op
te bouwen die het onbewuste dan zou moeten overwinnen maar "om de
onbewuste krachten hulp te bieden bij het leiding geven".
De
lezingen leggen uit dat er samen met die overgang van ziel tot geest, of van
onbewust gemoed (subconscious mind) tot bovenbewustzijn, een gevoel is van
"expansie" of "universalisatie".
Het
duurde niet lang voor ik wist waarover de lezingen spraken. Ik voelde me alsof
ik de deur van de eindige wereld naar het oneindig universum had geopend. Het
was alsof mijn gemoed (mind) vlug aan het uitbreiden was en een deel bevatte van
alles wat ooit bestond. Ik begreep hoe Cayce die inlichtingen over bijna alles
en iedereen kon verkrijgen. Lichamelijk merkte ik op dat mijn hoofd achteruit
werd getrokken en mijn lichaam uitgerekt alsof het zich uitzette. Volgens de
lezingen waren die gevoelens tekens van vooruitgang.
Vanaf
dat punt verlaat men de "microcosmos" van "het wezen" en
gaat de Unversele Krachten, of aspecten van Gods wezen, binnen. Het eerste peil
is het Universeel Gemoed (Universal Mind) en de Persoonlijke God. Volgens de
lezingen is dit het peil van de "Gemeenschap der Heiligen" of
"Gemeenschap der Zoekers". Cayce's geest steegt vaak tot dit
hoog bewustzijnspeil om er het "levensboek" te krijgen van iemand die
om een lezing vroeg. De "Houder van de Boeken" gaf hem het boek
en toonde hem dikwijls wat hij zou en niet zou lezen. Soms hielpen andere zielen
of geesten met dit lezen, of gaven een gezichtspunt of raad. Eén van deze
helpers was de Meester zelf.
Cayce
beschreef zijn doorgang door de lagere bewustzijnspeilen (lage rijken van de
ziel) waar ontvleesde zielen hem trachtten te verstrooien van zijn zending. In
de midden lagen (hogere rijken van de ziel) zag Cayce anderen leven alsof er
geen dood was. Deze zielen verstrooiden noch hielpen hem. Cayce bereikte een
hoger bewustzijnspeil (de geestelijke rijken) waar zielen hem met zijn zending
hielpen. Op de hogere niveaus komen we in de Gemeenschap der Heiligen, en het
gezamelijke bewustzijn van allen die het Godsbewustzijn liefhebben en die
zichzelf op God afgestemd hebben.
Naarmate
mijn oefenen zich ontwikkelde en ik gewaar werd dit universeel peil bereikt te
hebben, voelde ik hoe alles met elkaar verbonden is, of de 'betrekkelijkheid
van alle kracht' zoals uitgedrukt in lezing 3744-2. Ik voelde dat ik op de
fijnste vraag een universeel antwoord kon krijgen. Het is een prachtige plek
voor een voornamelijk stoffelijk persoon zelfs al is hij maar halfbewust. Gewoon
daar te zijn, veranderde me. Ik kwam terug gevoed, getroost, in vrede met mezelf
en met mijn leven. Tezelfdertijd was ik aangevuurd om dit [die staat] volledig
bewust te verwezenlijken door alle niveaus van mijn wezen tot één prachtig,
volkomen verbonden geheel te maken.
Ik
wilde mijn levensstijl geheel veranderen. Edwin Blumenthal deed dit ook. Hij
stelde de vraag waarop de meesten van ons een antwoord willen: Kan ik mijn
facturen betalen en toch nog vrije tijd hebben om me op de ontwikkeling van mijn
ziel toe te spitsen? Het was de vraag die ik me toen stelde.
Het
diepzinnig antwoord, gegeven in lezing 137-7 voor Edwin, veranderde mijn
benadering tot zielsontwikkeling en geestelijke doorbraak. "Wees niet
ontsteld want de ontwikkeling van de zielskrachten moet gebeuren in en door de
huidige omstandigheden, en lichamelijke en geldelijke toestanden moeten
noodzakelijkerwijze één zijn en een deel van de ontwikkeling. Zoals hier
gegeven wordt: in welke toestand men zich ook bevindt, ... wees tevreden, niet
voldaan, maar tevreden en werk steeds met het doel van de eenheid van het
mentale (van lichaam, van wil, met de ontwikkeling) of universele, of
zielskrachten voor de ogen. Vecht niet tegen die toestanden. Maak die toestanden
tot stappen van ontwikkeling, noodzakelijk om te voldoen aan de lichamelijke,
mentale en geldelijke dagelijkse noden."
Eerst
toen ik aanvaard had dat mijn zielegroei verbonden was met de uitdagingen van
het leven, en dat krachten van de ziel en de geest, gebruikt om de dagelijkse
behoeften te voldoen, naar een volle ontplooiing van mijn wezen en van de
universele krachten zouden leiden, begon ik vooruitgang te maken.
Het
eerste aangrijpend voorbeeld kwam door een droom. Sinds ik die praktijk
beoefende, werden mijn dromen levendiger en herinnerde ik me ze beter.
Te
dien tijde hadden mijn vrouw en ik geldelijke moeilijkheden. We bezaten ongeveer
500 $ maar onze verplichtingen lagen veel hoger. Hier komt dan de droom:
Ik ga een koffiewinkel binnen, waar ze alle soorten koffiebonen verkopen.
Ik zeg de verkoper dat ik koffie wenst te kopen tegen de prijs van vandaag en
hem later wil verkopen als de prijs gestegen is. Hij zegt: 'Dat kan hier niet.
Daarvoor moet je bij Merrill Lynch zijn.' Dat interesseert me en ik vraag hem
dus waar Merril Lynch is. Juist om de hoek, zegt hij. Terwijl ik de winkel
verlaat, zie ik een bediende die verkopen in de kassa opteld. Het verwondert me
dat ze zoveel koffie verkopen.
Wakker
geworden beschouwen Doris en ik de droom en de beloften in de lezingen dat
zielegroei en geldelijke noden zouden samenwerken om een oplossing te vinden. We
besloten onze 500 $ te riskeren op die ongewone droom. Ik belde een Merrill
Lynch makelaar. Hij vroeg of ik 100.000 $ of meer bezat. Ik zei hem dat ik netto
geen 1.000$ had zelfs indien hij mijn beide auto's en mijn eerstegeboren kind
erbij telde. Hij zei dat ik op de goederenmarkt niet kon investeren, maar ik kon
wel opties kopen, zoals bijvoorbeeld op koffie. Ik investeerde onze 500$ in één
optie op de toekomst van koffie.
Zes weken later belde hij me: "Uw optie is nu 3.750 $ waard. Wat
moet ik ermee doen?" Ik antwoordde zonder twijfelen: "Verkopen".
Doris en ik waren zo gelukkig en opgewonden - afstemming op dieper bewustzijn
had bewezen praktisch te zijn en gevoelig voor onze stoffelijke, geldelijke
noden zowel als voor onze geestelijke groei.
Twee maanden later, in een andere, aangrijpende droom zag ik een reus
bovenop een flikkerend Exxon teken in de woestijn. Daar ik uitkeek naar dromen
die geldelijke hulp konden bieden, belde ik mijn makelaar. Ik had geld genoeg om
zeven opties op Exxon te kopen. Een week later viel Irak Koeweit binnen en de
olieprijs sprong van 19 $ per vat naar 31 $. Mijn opties waren dus ineens veel
meer waard. Nooit verdiende ik meer geld dan in die twee weken. Ik was ook
verwonderd dat ergens in mij een Bron was die van alles bewust was voor het in
de uiterlijke wereld gebeurde - en dat ze zich genoeg zorgen maakte over mij om
mij die inlichtingen te laten kennen en me zo geldelijk te helpen; of vanuit een
ander gezichtspunt, dat ik ervan bewust mocht worden voor mijn persoonlijke
winst.
Ik
had ook verscheidene dromen waarin Edgar Cayce me kwam opleiden in de
ontwikkeling van die toepassing. Of het de ware ziel-geest bekend als Edgar
Cayce was, of een zinnebeeldige leraar in diens geest, vond ik niet belangrijk,
al was ik op een nacht zeker dat het Edgar Cayce was. Ik droomde dat ik op
een eiland landde midden in de zee op een donkere, maanloze nacht. De donkerte
gaf meer het gevoel van geheim, eenzaamheid en rust dan donkerheid, het kwade,
of blindheid. Ik wandelde naar een grote piramide midden op het eiland. Ik liep
een gedeelte van de weg op een helling die naar de top van de piramide leidde
toen ik 'voelde' dat de hemel achter mij veranderde. Terwijl ik me draaide,
besefte ik dat een deur in de andere wereld openging en dat Edgar Cayce erdoor
zou komen om zich met mij te onderhouden. Ik kreeg schrik en riep hem toe:
'A.u.b. Edgar, verschijn me niet volledig; ik ga opspringen en de droom
kwijtraken. Verschijn me a.u.b. niet volledig.' Edgar ging ermee akkoord met mij
te praten vanachter de deuropening. Ik werd kalm en luisterde. Hij zei me dingen
die gingen gebeuren en wat ik moest doen tot hij terugkwam.
Na
de droom viel ik, synchronisch, op lezing 294-151 waarin hij voorspelt dat hij
in 1998 terugkomt! Ook de lezing gebruikt het oude Egyptische zinnebeeld, juist
zoals mijn droom. Dit was me bijna te veel - mijn beker vloeide echt over. Het
leven breidde zich uit ver boven het stoffelijk wereldse waartegen ik zo vele
jaren gevochten had. Dit was wonderbaar.
Naast
mijn uitgebreid droomleven, merkte ik een ware verandering op in mijn vermogen
te beminnen, en in de natuur van mijn liefde. Die was niet meer bezitterig. Ik
scheen voor iedereen even veel liefde te hebben, al kende ik hun zwakheden en
gemeenheden. Zelfs in het gezelschap van mensen waar ik normaal niet van houd,
voelde ik me meer op mijn gemak en had meer geduld met hen dan vroeger.
Mijn
meditaties zijn ook verbeterd. Mijn lichaam schijnt in de Geest te leven en in
een stijgend, uitbreidend bewustzijn. Ik voel dat mijn lichaam aan het
veranderen is, dat mijn geestelijke centra of chakra's opengaan en dat 'rivieren
van vloeiend water' door mij vloeien. Het leven blijft werelds, met zijn
beproevingen en teleurstellingen, maar die werden overschaduwd door het licht
van het hoger bewustzijn en de levenskracht van de Geest. Ik ondervond wat Edwin
ook zou ondervinden, dat " de ontwikkeling tevredenheid..., hulp,
blijmoedigheid, vriendelijkheid met zich meebracht - alle volmaakte giften in de
stoffelijke wereld ... wat ook de omstandigheden zijn" (137-7)
Sinds
die tijd van strijd toen ik dit zoeken begon, is dit waarlijk een geestelijke
doorbraak.
(vertaling
M. Vansteenkiste)