lez.262-103
KERSTBOODSCHAP
lezing gegeven
op 20 december 1936
Gertrude Cayce
vraagt een lezing voor de Eerste Studiegroep van Norfolk opdat de leden de
betekenis van de geboorte van Jezus beter zouden begrijpen en naar waarde
schatten.
3....Probeer
meer te weten over de omstandigheden die de eerste Kerstmis omringen. Weest niet
ontsteld. Voor u kan dit een eerste Kerstmis zijn maar indien er een eerste was
dan moet er ook een laatste zijn en dan zoudt u niet aanbidden, we binden ons
niet aan iets wat voorbijgaat.
4. Want er is
nooit een tijd geweest zonder Christus en zonder Christus-mis (Kerstmis).
5. Wat betreft
de uitlegging van de betekenis van die Tijd - de geboorte van Jezus die de
Christus werd - voor deze wereld : de omstandigheden (van de geboorte van Jezus)
werden door de schrijvers van de evangelies, in het bijzonder door Lukas,
opgeschreven. Maar uw concept blijft zeer onvolmaakt indien u niet als
enkelingen probeert te ondervinden wat die komst betekent in uw persoonlijk
leven.
6. Want de
kennis van iets of van een toestand hebben en de wijsheid die de gebeurtenis
vertegenwoordigt, dat zijn twee verschillende dingen. U kunt geloven wat u
gehoord hebt, maar u zult zelden handelen alsof u gelooft, indien u niet hebt
ervaren dat ”God de wereld zo liefgehad heeft dat Hij Zijn Zoon heeft
gegeven” om vlees te worden opdat vlees, de mens, zou weten dat er een
voorspreker bij de Vader IS en dat - zoals u ziet in uw stoffelijke ervaring -
Leven uit het niets in stoffelijkheid komt om een LEVENDE uitdrukking te worden
van de aanporringen van het hart.
7. Daaraan
uitdrukking te geven was de ervaring van die ZIEL in haar verschillende sferen
van bewustzijn. Daarvoor kwam ze op aarde, om een volmaakter beeld te geven van
de verwantschap van de mens met de Schepper.
8. We zien dat
dit gebeurde in Bethlehem, Judea, eeuwen, jaren geleden, toen dat kanaal zich zo
toewijdde in dienst van haar Schepper dat ze de MOEDER werd; daar wordt de hele
wereld getoond dat dit moet gebeuren in de ervaring van degenen die zich kanalen
willen maken waardoor de Heilige Geest zich kan openbaar maken; dat de wereld
moge weten dat Hij, God de Vader, Zijn beloften aan de mensenkinderen houdt!
9. En het uur
van de bevalling kwam in de ervaring van de Moeder, en Zijn ster verscheen - en
het engelenkoor, en de stemmen van hen die DE GROTE BOODSCHAP gaven!
10. Wie hoorde
die boodschap, mijn kinderen? Zij
die zochten hun eigen verlangens te voldoen of hun eigen persoonlijkheid te
loven? Eerder zij die dicht bij de natuur stonden, bij de uren van meditatie en
gebed, en zij die zegden: “Geen plaats in de herberg!” Want geen herberg,
geen kamer kon bevatten wat in een duidelijke vorm gegeven werd (Jezus).
11. Want Hij
kwam tot de Zijnen. Want niets werd geschapen waaraan Hij geen leven had
geschonken, waartegen Hij niet gezegd had: “Weest vruchtbaar en
vermenigvuldigt u.” - in UZELF, IN UZELF kan de voortplanting gebeuren van uw
soort, uit uw eigen zelf!
12. Alleen tot
hen die zochten, kon die boodschap komen, of door hen konden de liederen van de
engelen gehoord worden, of de muziek der sferen die zongen: “VREDE OP AARDE -
IN DE MENSEN EEN WELBEHAGEN!”
13. Want de
mogelijkheid, de heerlijkheid, het actualiseren van die invloed van de
terugkomst op aarde van de god-mens is aanwezig bij ELKE geboorte, opdat de mens
de weg zou kennen.
14. Die blijde
gebeurtenis herinnert uw hart, uw mentale kracht eraan dat Hij niet alleen 1900
jaar geleden geboren werd, maar dat Hij VANDAAG in uw bewustzijn kan geboren
worden, in uw begrip; Hij komt tot de zijnen!
15. Bent u de
Zijne? Hebt u Hem opgeëist? Hebt u de Christus aangetrokken, zoals in dat
leven, die geboorte, die dood van Jezus, de Christus, uitgebeeld?
16. Want Hij
is uw Oudere Broer, Hij IS de zuigeling in uw hart, in uw leven, om er nu -zoals
toen - in hart, in lichaam, in mentale kracht gevoed te worden. En zo krijgen
Zijn woorden inderdaad steeds meer betekenis: “Wat u voor de kleinsten, uw
broeders, gedaan hebt, hebt u voor mij gedaan.!”
17. Want
wanneer u het gezicht van uw vriend aanschouwt, van uw buur, van uw vijand, ja
zelfs van uw vijand, aanschouwt u het beeld van uw Redder.
18. Want u
bent allen van Hem, gekocht niet alleen door de geboorte van het God-Kind in het
vlees maar ook door Zijn dood - opdat u zoudt weten dat Hij, uw Broeder, uw
Redder, uw Christus, de Weg naar de Vader in het stoffelijk plan is geweest en
nog steeds is.
19. Want zoals
Hij koos op aarde te komen, zo ook bent u gekomen. Hij koos te leven, zo kunt u
leven. Zoals Hij koos van Zichzelf
te geven opdat er een beter begrip , een betere kennis zou zijn; Hij toonde dat
de wijsheid van God, dat God, liefde IS, uitgegoten over de kinderen van de mens
in deze ervaring.
20. En als die
veranderingen komen en naarmate u laat zien wat het beseffen van Zijn
Tegenwoordigheid in uw ervaring bracht, in uw handelen, in uw gesprekken, in uw
leven met uw medemens, in die mate
bespoedt u de dag dat HIJ, DE CHRISTUS, in uw hart komt, tot zijn eigen volk, om
er te heersen; ja, in uw hart en leven.
21. Zo zou
ieder van u in die Blijde Tijd het hart van anderen moeten verblijden door uw
eigen geluk (veroorzaakt) door de geboorte, het leven, de dood van uw Jezus, uw
Christus.
22. Weet dat
dit niet 1900 jaar geleden begon, maar steeds opnieuw en opnieuw. Zelfs vandaag
kan Hij in uw bewustzijn geboren worden, niet fysiek, maar telkens als op aarde
een fysieke geboorte plaats vindt, is dit weer een GELEGENHEID voor de Christus
om vlees te worden.
23. Wat leert
u dat in uw dagelijks leven, in uw dagelijks gesprek? Want niet door kracht en
macht maar door te luisteren naar
de stille, kleine stem die binnenin u spreekt, maakt u kennis met wat Hij
dikwijls zei: “Vrede - Ik ben het! Wees niet bang, Ik ben het”, uw Redder,
uw Christus; ja, UZELF ontmoet de ZUIGELING in uw binnenste dat kan groeien,
zoals Hij, en een kanaal van zegen voor anderen worden.
24. Want wat u
voor anderen doet, doet u voor Hem.
25. Moge de
Vrede, de Vreugde van Zijn Bewustzijn, Zijn Tegenwoordigheid, Zijn vreugde
vandaag de uwe zijn; ja, al uw dagen op aarde! Want Hij is dichtbij u, Hij is in
uw midden.
26. Prijs de
Heer die Zijn Zoon gaf opdat u Hem zoudt leren kennen.
27. Dat is
genoeg.
(vertaling: M. Vansteenkiste)