EENHEID door
Kevin J. Todeschi
“Gedurende
zes maanden moet de eerste les zijn Een - Een - Een- Een, Eenheid van God,
Eenheid van de verwantschap van de mens, Eenheid van de kracht, Eenheid van
tijd, Eenheid van doel, Eenheid van elke inspanning, Eenheid, Eenheid.”
(991-1)
Een van de
grote ironieën van de menselijke natuur is dat de stuktuur die onze
verwantschap met God zou moeten verrijken degene is die ons als menselijke
familie het meeste scheidt. Er werden meer oorlogen gevoerd om godsdienstige dan
om welke andere redenen ook; een groep wil een andere zijn geloofssysteem, het
oppergezag van zijn God opdringen. Die strijd bestaat niet alleen tussen
godsdiensten maar ook tussen sekten. Er zijn sekten in het christianisme,
boeddhisme, judaïsme, hindoeïsme, islamisme - in elke godsdienst - die ervan
overtuigd zijn het ene 'ware' geloof te belijden.
Die
strijden scheidden niet alleen de mensen, maar droegen ertoe bij dat ze door de
godsdienst ontgoocheld waren. Velen geloven niet meer in God omdat de mensheid
hen teleurgesteld heeft. Volgens de Cayce gegevens is dit probleem te wijten aan
onze onwetendheid van onze eenheid met elkaar. Cayce toont ons een hoopvolle en
inspirerende benadering van geestelijk leven en godsdienst die de hele mensheid
onontwarbaar in elkaar weeft. In plaats van de aandacht op de vorm van bepaalde
godsdiensten of dogma's te vestigen, tonen de lezingen het belang aan van iedere
ziel die probeert het bewustzijn van de levende geest op aarde uitdrukking te
geven. In Cayce's perspektief is ons doel niet gewoon te wachten op de hemel of
te ontsnappen aan de aarde, maar wel nu het bewustzijn van de Schepper in ons
leven en onze omgeving te brengen, waar we ook zijn.
Al
gebruiken ze de terminologie van het traditioneel christianisme, toch zijn de
Cayce lezingen diep oecumenisch. Het model van Jezus' leven wordt gezien als een
voorbeeld voor elke ziel. Op de vraag over godsdienstige orthodoxie zei Cayce:
"Wat
is het verschil? ... De waarheid... komt uit één bron. Zijn er geen eiken,
essen, pijnbomen...? Die zijn nodig in een of andere ervaring... Alle hebben hun
plaats. Maak geen aanmerkingen over de ene of andere maar toon wat een goede
pijnboom je bent, of een goede es, of eik, of wijnrank. (254-87)
De
ARE, de organisatie gesticht door Edgar Cayce, bestaat vandaag uit mensen van
alle rassen en geloofsovertuigingen die een nieuwe zin gevonden hebben in de
eeuwenoude vraag wat het betekent een kind Gods te zijn. Er is inderdaad een
gemeenschappelijke band die ons tot één mensheid maakt: er is maar één God
en we zijn allen kinderen van God. Om dat gevoel van verbondenheid met elkaar op
te wekken moet elke geestelijke reis, volgens de Edgar Cayce lezingen, beginnen
met de kennis van de eenheid van God. Onverschillig de naam welke we God geven,
of de godsdienst waartoe we ons aangetrokken voelen, er is maar één Schepper,
één Bron, één Wet. Dit idee van eenheid is de basis van de filosofie die tot
uitdrukking komt in de Edgar Cayce lezingen.
In
een wereld vol verscheidenheid kan dit begrip van éénheid op het eerste
gezicht moeilijk te begrijpen zijn. Zijn we niet omringd door talloze soorten
planten, bomen, dieren, ervaringen en mensen!
We trachten
al die dingen niet dezelfde te noemen. Eenheid suggereert dat we de mogelijkheid
hebben die rijke verscheidenheid als een voorbeeld te zien van de vele manieren
waarop de ene Geest zich in ons leven probeert te uiten. Daar er slechts één
God is, de bron van alles wat bestaat, moet het heelal, ten laatste, ook uit
één kracht bestaan.
Eenheid
als een kracht houdt in dat alle dingen onderling betrekkingen hebben. We zijn
allen met elkaar verbonden, met de aarde, met het heelal en met God. Die ene
kracht is een kracht voor het goede die probeert de spiritualiteit van de
Schepper op aarde te brengen.
Jammer
genoeg kunnen we, wegens ons beperkt gewaarzijn van vrije wil, die kracht voor
zelfzuchtige doeleinden en verlangens gebruiken, en op die wijze scheppen we het
kwade.
Het
goede nieuws is dat, in tegenstelling tot wat de wereld vandaag schijnt te zijn,
volgens de lezingen, de hele Schepping uiteindelijk gewaar zal zijn van die
eenheid en van de wet van liefde welke ze inhoudt.
Het is voor
ons een uitdaging om de wereld beter te maken door ons bestaan. Hoe we dit
bewustzijn kunnen bereiken wordt uitgedrukt in de Bijbel waar staat dat we God
met geheel ons hart, geheel ons verstand en geheel onze ziel moeten liefhebben,
en onze naaste als onszelf.
Uitgedrukt
in spiritualiteit suggereert het idee van eenheid niet dat God slechts in één
godsdienst gevonden kan worden. De Schepper openbaart zich in ons leven wegens
ons geloof en onze verwantschap met de geestelijke bron, niet omdat we tot een
bepaalde godsdienstige strekking behoren. In Cayce's perspektief is godsdienst
de vorm waarin we trachten de uiting van de Geest te begrijpen. God werkt in en
door onze ziel op aarde.
De
lezingen moedigen de vergelijkende studie van de godsdiensten aan als een manier
om de eenheid van Geest te ontdekken.
Door zo’n
studie kunnen we over oppervlakkige verschillen heen kijken en in plaats ervan
de gemeenschappelijke punten ontdekken
“...
zet de leerstellingen naast elkaar, de levensopvattingen van het Oosten en het
Westen, de nieuwe waarheden en de oude. Breng niet de verschillen in wederkerige
betrekking maar wel wat alle godsdiensten gemeen hebben: er is één God.
‘Weet o Israël dat de Heer God één is’”. (991-1)
In
verband met wedergeboorte is het niet belangrijk tot welke godsdienst de mens nu
behoort maar wel hoe hij de kennis die hij bezit toepast. In de kringloop van
reïncarnaties werden we allen eens geboren als Joden, we hebben allen Oosterse
of de Middenoosterse godsdiensten bestudeerd, we zijn allen agnostici of
atheïsten geweest. Belangrijk is te onthouden dat we eerst allen kinderen zijn
van dezelfde God, en dat we slechts daarna door een verschillende leer of
godsdienstige overtuiging gescheiden zijn. We zijn geeste-lijke wezens zich
uitend in de stoffelijke wereld. Onze godsdienstige dogma’s en
geloofsbelijdenissen zijn veranderd zoals wij veranderd zijn. Kwezelachtig doen
over een toestand, een soort enkeling of een ervaring, wetende dat we diezelfde
omstandigheden tot ons zullen trekken in de toekomst, is in strijd met het idee
van eenheid.
Wat
kerkgenootschappen betreft zeggen de lezingen:
“
...Neem een korenveld. In het graan is er leven. De mens plant het in de aarde,
bewerkt de aarde en haalt de oogst binnen. Niet iedereen kiest hetzelfde soort
graan. Niet iedereen ploegt op dezelde manier, niet iedereen zaait op dezelfde
wijze. Niet iedereen oogst op dezelfde wijze. Toch brengt het in elk geval het
beste voort dat er is. Het is de God of het leven in elk graantje dat de mens
zoekt. Het voedt zijn lichaam en brengt ook genoeg zaad voort zodat er meer kan
groeien. Dat is godsdienst. Dat zijn de kerkgenootschappen.” (1089-3)
Godsdienst
De Cayce
lezingen raden zoekers nooit aan van godsdienst te veranderen. Zijn zorg was
eerder hoe iemand geestelijke beginselen toepaste dan tot welke godsdienst hij
behoorde. Al zijn beide belangrijk, er is een verschil tussen geestelijk leven
en godsdienst.
Godsdienst
gaat hoofdzakelijk over dogma, ritueel, struktuur en overlevering. Ongelukkig
genoeg worden godsdienstige strukturen te vaak gezien als een persoonlijk
reddingsmiddel in plaats van als één van de verschillende vormen waardoor de
mens de uitingen van de geest in zijn leven probeert te begrijpen. Velen
plaatsen een godsdienst boven een andere, gelovend dat er maar één vorm het
ware geloof uitdrukt. Soms wordt de mens door de godsdienstige struktuur
teleurgesteld en misschien beslist hij dan dat hij geen godsdienst meer nodig
heeft. Geen enkele van die houdingen toont het idee van eenhied.
Men
mag niet vergeten dat godsdienst een doel vervult. Zonder vorm kan
spiritualiteit gemakkelijk een wijsgerig spel van de geest worden zonder
toepassingen in het dagelijks leven. Een los geestelijk leven kan gedeeltelijk
zijn, zelfzuchtig onafhankelijk, heeft een tekort aan gemeenschapszin, enz.
Zonder godsdienstige vorm kunnen kinderen opgevoed worden zonder te weten hoe ze
geest in hun dagelijks leven moeten gebruiken.
We
vergissen ons als we de vorm van een godsdienst nemen voor zijn geest. Zo kan
men een bijzonder bewogen godsdienstige belevenis hebben gedurende een bepaalde
kerkdienst; men kan bijvoorbeeld zo door de geest overstolpen zijn, dat men
opeens Gods aanwezigheid gewaar is en in talen beginnen te spreken. In plaats
van zulk een ervaring met vorm in verband te brengen, veronderstellen sommigen
soms dat, daar hun ervaring waardevol was, alles wat die godsdienst betreft even
waardevol is. Ze vergeten dat, in de loop van de geschiedenis der mensheid,
anderen, andere godsdiensten beoefenend, dezelfde transformerende belevenissen
hebben gehad.
Betreffende
de verschillende godsdienstige vormen of sekten, zeggen de lezingen:
“Er
kunnen verschillende benaderingskanalen zijn, ja. Want alle mensen wandelden
niet in het veld toen het koren rijp was! Noch stonden allen bij het graf van
Lazarus toen hij geroepen werd om naar buiten te treden. Iedereen was ook niet
aanwezig toen Hij op het water wandelde, noch toen Hij de vijfduizend voedde,
noch toen Hij aan het kruis hing. Nochtans beantwoordt elke ervaring aan iets in
elke enkeling en zielewezen. Want elke ziel is een lichaampje in het lichaam van
God.” (3395-2)
Een van de lezingen verklaart:
“...
God houdt van degenen die van Hem houden, tot welke sekte, -isme of cultus ze
ook behoren. De Heer is één!” (3976-8)
Denk eraan dat de Cayce lezingen vooropstellen dat we allen kinderen van
God zijn - geestelijke wezen die zich op de aarde openbaren. Al bevinden we ons
in de stoffelijke dimensie, toch zijn we geen stoffelijke wezens met een ziel,
maar we zijn zielen die zich op aarde openbaren. Het onderscheid is belangrijk
omdat we te dikwijls het uiterlijke, tijdelijke aspect zien, zoals het ras, het
geslacht, de kleur, de godsdienst, die geen deel uitmaken van onze ware
geestelijke natuur.
Volgens het standpunt van de Cayce lezingen worden we niet gered omdat we
tot een bepaalde godsdienst behoren, omdat we mediteren, of om een andere reden.
De redding komt indien we op aarde de geestelijke aard van de Schepper
uitdrukken; dit is ons gezamelijk lot en een deel van onze eenheid.
We gaan niet naar de hemel maar ons bewustzijn groeit, ons
bewust-zijn van onze echte geestelijke natuur en van onze verwantschap met God
en met elkander. Dit groeiproces, die ontplooiïng is duidelijk beschreven in
het Nieuwe Testament (Mat. 13: 31-33) waar Jezus de natuur van de hemel in
gelijkenissen bespreekt:
“Een
andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der
hemelen is gelijk aan het mosterdzaad, dat een mens heeft genomen en in zijn
akker gezaaid; dat wel het minste is onder al de zaden, maar wanneer het
opgegroeid is, dan is ‘t het meeste van de moeskruiden, en het wordt een boom,
alzo dat de vogelen des hemels komen en in zijn takken nestelen. Een andere
gelijkenis sprak Hij tot hen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan
een zuurdesem, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg, totdat het
geheel gezuurd was.”
En de lezingen zeggen:
“Want
je groeit naar de hemel, je gaat er niet naartoe. In je eigen bewustzijn groei
je ernaartoe.” (3409-1)
Geestelijk
leven
Godsdienst heeft gewoonlijk te maken met vorm, geestelijk
leven met de toepassing van individuele kennis of gewaarzijn. Aangezien we in
onze natuurlijke staat geest zijn, is opnieuw tot volledig geestelijk bewustzijn
ontwaken één van de doelstellingen die we allen gemeen hebben. In lezing
3357-2 verklaart Cayce dat:
“de
ontwikkeling van de ziel op alles voorrang heeft.”
Die ontwikkeling wordt niet verwezenlijkt door een grote
daad maar wordt geleidelijk bereikt “lijn na lijn, voorschrift na
voorschrift.” Het belangrijkste wat zielsontwikkeling
betreft is hoe men de dingen van de geest toepast jegens anderen: liefde,
vriendelijkheid, lieflijkheid, geduld en vastberadenheid.
Daar de spiritualiteit van de Schepper naar de aarde brengen het doel van
het leven is, zijn afstemming en
toepassing het hart van geestelijke groei. Afstemming is het opnieuw ontwaken
tot het bewustzijn van onze geestelijke natuur en onze verwantschap met God. De
werktuigen die het meest worden aangeraden om die afstemming te bereiken zijn
regelmatig bidden en mediteren. Zowel gebed als meditatie zijn van onschatbare
waarde opdat we opnieuw bewust zouden worden van onze geestelijke bron en Gods
wil zouden uitnodigen om door ons te werken als een kanaal van Zijn zegen voor
anderen.
De Cayce lezingen leggen niet alleen de nadruk op afstemming, ze houden
ook lessen in met praktische geestelijke toepassingen. Ze zijn vergaderd in een
boek “Een Zoektocht naar God” en gaan over onderwerpen als samenwerking,
deugd, begrip, geduld en liefde. Die lessen worden overal ter wereld bestudeerd.
Ze helpen de zoeker bewust te worden van de eenheid van alle leven en van zijn
verhouding tot God, tot zijn naaste en tot zichzelf.
Een concept dat dikwijls herhaald wordt in de Cayce gegevens is: “De
Geest is het leven, de gedachte is de bouwer, het stoffelijke is het gevolg.”
Dit betekent dat de ene kracht, Geest, gedurig door ons
vloeit.
Die Geest wordt beïnvloedt door het mentale en dan in ons leven gebracht
volgens onze vrije wil. Of we in God geloven of niet, alles rondom ons krijgt
leven door de eigenschappen van die ene activerende geest. Wat we met die geest
doen is onze keus. In Cayce’s woorden: misdaden zowel als wonderen kunnen het
gevolg zijn.
Dit vermogen zelf te scheppen, zij het door gedachte, ondervinding of
bezigheid, is de reden waarom de lezingen de menselijke ziel bestempelen als een
medeschepper met God. Wegens deze gift van medeschepping raadde Cayce de mensen
aan zich een aangepaste geestelijke motivatie (of ideaal) te stellen en op die
wijze hun persoonlijke keuze naar een positief doel te richten. Volgens Cayce
kennen we te vaak de reden van ons dagelijks handelen niet. Zich bewust een
geestelijke motivatie stellen, bijvoorbeeld dienst, medeleven, liefde, en dan
trachten er naartoe te leven, kan een ware persoonlijke verandering en
zielegroei tot gevolg hebben.
Geestelijk veranderen is niet alleen ons doel maar ook ons geboorterecht.
De lezingen laten ons verstaan dat diep in ieder van ons een patroon van
geestelijke volmaaktheid sluimert, wachtend op toepassing en menselijke wil om
te ontwaken. In zekere zin is het een kaart van onze ware geestelijke aard.
Aangedreven door de juiste geestelijke beweegreden worden we op één lijn
geplaatst met dat volmaakt patroon door ons af te stemmen, een aangepaste
geestelijke houding aan te nemen en door te verlangen ons geestelijk ideaal
stoffelijk toe te passen.
Volgens de lezingen werd dit patroon van volmaaktheid, dat ons
veroorlooft de spiritualiteit van de Schepper in stoffelijke vorm te brengen,
voor het eerst door Jezus aanschouwelijk gemaakt. Uiteindelijk zullen we allen
datzelfde patroon in ons leven, door dienst en onvoorwaardelijke liefde, moeten
uitdrukken.
Jezus en het
Christus bewustzijn
Voor sommigen is Jezus de enige Zoon van God die alleen
degenen die zich christenen noemen helpt; anderen gaan met die mening niet
akkoord. Het is mogelijk dat leden van niet-christelijke gemeenten noch Zijn
leven noch Zijn bediening kennen; ze kunnen denken dat christenen wreed zijn en
zich daarom niet in Jezus interesseren. Studenten van de Nieuwe Gedachte of van
vergelijkende godsdiensten kunnen Jezus zien als een leraar, of ze kunnen Hem
eenvoudigweg over het hoofd zien. Volgens Cayce zijn die standpunten
kortzichtig.
Niettegenstaande hij heel zijn leven les gaf in de zondagschool en een
oudere was in de Presbyteriaanse kerk, streefde Cayce’s mening over het leven
van Jezus die van de christenen en niet-christenen voorbij. Het Cayce materiaal
geeft ons inzichten en uitdagende inlichtingen over het leven en werk van die
man, Jezus, die de Christus werd.
De Cayce lezingen stellen Jezus wezenlijk voor als onze oudere broeder,
een ziel die kwam om elk van ons de weg te tonen naar onze geestelijke bron en
dit door de wetten van de Schepper volmaakt uit te drukken. Een deel van Zijn
zending was het levend gewaarzijn van de geest op aarde volledig aan te tonen,
iets wat we allen eens zullen moeten doen. Jezus’ leven als dienstbetoon is
een voorbeeld voor de hele mensheid. De lezingen verklaren:
“Want
de Meester, Jezus, ja, de Christus, is het patroon voor een ieder op aarde, zij
hij Jood of niet, Part of Griek. Want allen hebben het patroon, of ze die naam
aanroepen of niet.” (3528-1)
Dit patroon van volmaaktheid, het Christus bewustzijn
genoemd, is
“het
gewaarzijn in elke ziel, in het mentale gedrukt als een patroon en wachtend op
de wil om gewekt te worden, van de ziels eenheid met God.” (5749-14)
Welke onze godsdienst of persoonlijk geloof ook is, dit
Christus patroon bestaat potentieel in elke vezel van ons wezen. Het is dat deel
van onszelf dat in volmaakte harmonie is met de Schepper en het wacht om zich in
ons leven te uiten:
“Want
in Hem, de God-Vader, beweeg je inderdaad en ben je. Handel er naar! Handel niet
als iemand die denkt dat hij God is. Je kan dat worden, maar als je dat doet,
denk je niet aan jezelf. Want wat is het patroon? Hij vond het geen diefstal
Zich aan God gelijk te maken, maar Hij handelde ernaar op aarde.” (4083-1)
Wij, zoals de verloren zoon (Lukas 15: 11-32) waren in het
begin bij God en door onze keuze en belevenissen hebben we ons volledig
afgescheiden van dit bewustzijn. In een opzicht was de val der mens een afdaling
van bewustzijn van het rijk der oneindigheid tot dit van tijd en ruimte. Nu was
dit niet noodzakelijk een slechte keuze of een fout. Zoals een kind leert door
ervaring, door te kiezen en door onderweg fouten te maken, zo ook zullen onze
ervaringen door te kiezen een groei naar volwassenheid zijn die ons toegang zal
verlenen tot onze volledige erfenis en tot het gewaarzijn van onze ware
geestelijke aard. Mettertijd, naarmate we de geestelijke aard van God op aarde
brengen, zullen we onze eigen geestelijke Bron ontdekken, en ten slotte onze weg
naar God terugvinden.
“De
ziel moet terugkeren - zal terugkeren - naar haar Schepper. Ze is een deel van
de Scheppende Krachten; ook in het stoffelijke, in het vlees, krijgt ze
kracht... Door gewoonweg vriendelijk te zijn, geduldig te zijn, broederlijke
liefde aan de dag te leggen voor de naaste, op die manier werkt men om gewaar te
worden van de Geest van Christus.” (272-9)
Jezus zelf zei:
“Ik
ben in de Vader, en jij in mij, en ik in jou.” (Joh. 14:20)
We maken allen deel uit van diezelfde geestelijke bron. Jezus was een
kind van God - zoals we allen kinderen van God zijn. Wat Jezus deed, zullen we
allen moeten doen, en als onze oudere broer en model zal Hij ons de weg tonen.
Jezus is waarlijk de Goede Herder die ermee bezig is Gods kudde te vergaren en
die ons onze verwantschap met de Schepper leert.
Iedereen is een deel van Gods kudde en we hebben allen dezelfde
verwantschap met de Schepper als Jezus; dit zal ons en de manier waarop we
denken over anderen en over onszelf, en de manier waarop we elkaar behandelen,
volledig veranderen.
Eenheid en
geestelijk leven
Indien het beginsel van eenheid een steunende kracht in het
heelal is, waarom hebben we dan zoveel godsdienstige sekten?
Gedeeltelijk is dit omdat we elkeen aangetrokken worden door wat we een
gegeven ogenblik voor onze persoonlijke groei nodig hebben. We hebben ook de
menselijke eigenschap van juist te willen bepalen wat onze waarheid is, we
wensen ons begrip van parameters te voorzien zodat we ermee kunnen omgaan. Maar
de waarheid is iets dat groeit en de Cayce lezingen bevestigen dat niemand alle
antwoorden kent op de fundamentele vraag wie we werkelijk zijn als geestelijke
kinderen Gods.
Cayce dacht toch dat we, ondanks al onze verschillen, een
gemeenschappelijk ideaal konden hebben. Dit ene ideaal was zijn antwoord aan de
wereld:
“De
wereld als wereld ... heeft zijn ideaal verloren. Het kan zijn dat de mensen
niet dezelfde ideeën hebben. De mensen kunnen wel hetzelfde ideaal
nastreven. ...allen kunnen hetzelfde ideaal hebben, niet hetzelfde idee: ‘U
zal de Heer uw God liefhebben met geheel uw hart en uw naaste zoals uzelf!’
Dit is de hele wet, dit is het volledig antwoord aan de wereld, aan elke en aan
iedere ziel. Dat is het antwoord aan de toestand in de wereld van nu.”
(3976-8)
Al zijn we verschillend, we hebben een gemeenzame erfenis. We zijn allen
kinderen van dezelfde God. We zijn allen een deel van de ene geestelijke Bron,
onze Schepper, onze Moeder/Vader, onze God.
(vertaling: M. Vansteenkiste)