Diversen
Hebben dieren een ziel?
Veel
mensen stellen zich vragen zoals: Zijn dieren en mensen belangrijk voor elkaar
of bestaan ze naast elkaar in dezelfde ruimte? Kunnen dieren ons een les leren?
Hebben dieren een ziel? Worden dieren herboren? Kan een mensengeest in een dier
herboren worden? Kan met zich met dieren onderhouden? Hebben ze lief of kunnen
ze liefhebben? Welke rol spelen ze in onze aardse ervaringen? Wat zeggen de
lezingen daarover?
De
lezingen geven daar geen rechtstreeks antwoord op maar we kunnen er wel het een
en ander uit afleiden.
V. Hebben lagere scheppingsvormen zoals dieren enig leven in het geestelijk
plan?
A. Alle hebben de kracht van de geest. De mens, zoals hij geschapen is,
draagt in zich de kracht van de ziel, die hem in het begin gelijk maakte met de
Schepper in die zin dat hij, betrekkelijk, kon voortbrengen in zijn (het
menselijke) plan van bestaan. Vandaar is het nodig dat de zielskracht ontwikkeld
wordt. De ziel kan zich alleen in de mens volledig ontwikkelen want in de mens
vinden we ... beide, het geestelijk wezen en het stoffelijk wezen. (900-24)
Biologisch maakt de mens zichzelf als een dier in het stoffelijke plan, met
de verlangens die zijn als het instinct in dieren: verlangen naar het behoud van
het leven, naar de ontwikkeling van de soort, naar voedsel. Die drie krachten
zijn instincten, zowel bij mens als bij dier. Indien de mens die (instincten),
door zijn wilskracht, gebruikt voor de vergroting van zulke elementen in zijn
natuur, dan worden ze stoffelijke verlangens, zijn de basis van vleselijke
invloeden en ze kleineren het geestelijk of zielelichaam. (262-63)
Het plantenrijk, het mineraal rijk, het dierenrijk of de groep, hebben een
groepsgeest (group-mind) wier bestemming het is naar de Scheppende Krachten, hun
Schepper, terug te keren.
...
Want de geest (mind) is de scheidingslijn tussen mens en dier. (262-80)
In die bijzondere ervaring bestonden degenen nog die stoffelijk verstrikt
waren met het dierenrijk met aangroeiingen, met gespleten hoeven, met vier
poten, met delen van bomen, met een staart, met schobben, met die verschillende
dingen waaraan gedachtevormen (het kwaad) zich zo overgegeven hadden dat ze zich
afscheidden van Gods doel van de schepping van de mens, - als mens, niet als
dier. Het dier zoekt alleen bevrediging van het zelf, het behoud van het leven,
het bevredigen van zijn verlangens. (2072-8)
De wil ... onderscheidt ... de mens van de rest van de dierenwereld...
(3340-1)
Alle kracht en alle macht komt van één bron, zoals het leven - maar de
verwantschappen van elk zijn individueel, en moeten door het wezen, in zijn
studie ervan, gerangschikt worden als dierlijke materie, hemelse materie,
stoffelijke materie. In geest één, maar alle vlees is niet één vlees
- daar aan sommige alleen een kosmische invloed gegeven wordt en aan andere de
mogelijkheid één te worden met de scheppingskracht zelf, door zichzelf te
reinigen om één te zijn in zijn verhoudingen. (1910-1)
De enkelingen - wier ziel zich,
door hun verblijven op aarde, in stof duwden en zo afzonderlijke wezens werden,
zonder inachtname van beginsel of van de mogelijkheid van zelfbeheersing -
kunnen vergeleken worden met de hedendaagse huisdieren - zoals de huidige
ontwikkeling van het paard, de ezel, de hond, de kat.
Dit betekent niet dat er
zielsverhuizing is van dier naar mens; maar de vergelijking wordt gemaakt
betreffende karakter, geest (mind), zoals huisdieren afhankelijk zijn van hun
meester voor hun stoffelijk en voor hun mentaal welzijn - toch is in elkeen nog
een instinct, de overheersende natuur van die groep of het doordrongen-zijn van
de groepsziel waarin elkeen zijn zelf probeerde uit te drukken.
Vandaar de gezegden: zo gedwee
als een paard, zo katachtig als een kat, zo koppig als een ezel... (2464-2)
De geest koos binnen te komen
(een hemelse geest, niet een aardse geest - hij was nog niet op de aarde
gekomen) koos zich te bekleden, een deel te worden van wat hem geboden werd niet
te doen. Degenen die zo binnenkwamen, moesten verdergaan op aarde tot het
mentael lichaam weer volmaakt gemaakt wordt voor de ziel, of het hemelse
lichaam. (262-99)
V. Hebben dieren de faculteit
van de geest die we het onbewuste noemen?
A. Nee. De geest (mind) van het
dier is beperkt tot het zich voortplanten en tot het vinden van voedsel. Dit
geldt voor alle dieren, wat betreft geest (mind) en geest (spirit); de mens
bereikt die ontwikkeling waarin de ziel het individu wordt dat de gezel kan
worden, één met de Schepper.
Zo wordt de ontwikkelde mens
heer en meester van het dierenrijk. De verlaagde mens wordt de gezel, de gelijke
van het beest, of het menselijk beest. (900-3)
De mens dan- de schepping op zichzelf, de samenvoeging van alle vormen van schepping tot dan geschapen, opdat diezelfde kracht zou begrijpen door door diezelfde schepping te zijn gegaan die nodig was om tot dat scheidingspunt te komen tussen mens en dier en plant en mineraal rijk - [die mens dan] geeft dan de wil, en de ziel, opdat hij zich één kan maken met die Schepping. Nu, die wil is erfelijkheid. Deze omgeving is de evolutie. Daar hebt u reïncarnatie, daar hebt u ontwikkeling, daar hebt u mineraal rijk, plantenrijk, dierenrijk, elk zich ontwikkelend naar zijn eigen bron toe en toch behoren alle tot, en worden één met, die kracht naarmate ze zich ontwikkeld om één te worden met de Scheppende Kracht, en één met God... Dit werd de mens gegeven om er over te heersen en (hij is) de enige overlevende van die schepping. (900-340)
Vertaling:
M. Vansteenkiste
De
natuur
Edgar
Cayce, een geestdriftige tuinman, verwees dikwijls naar de natuur in lezingen
voor mensen die te horen kregen dat ze van de natuur belangrijke inzichten
konden leren door waarneming en door eerbied te hebben voor de natuurlijke orde
van het heelal, van het lelijkste insect tot de mooiste zonsondergang of
welriekendste bloem. Hier volgt een keuze uit deze verwijzingen, geplukt uit
verschillende lezingen.
Het
leven, zoals het zich openbaart, wordt de grote belangstelling van het wezen, en
die dingen die als het ware de pracht der natuur visualiseren als ze zich
openstellen voor de zegen van een namiddagregen of een morgenzon. Dit zorgt voor
wat tevredenheid in het hart, want die geneugten zijn de uwe door uw omgang,
door te leven in wat vaak dromen en de onwerkelijke wereld genoemd worden door
degenen die niet begrijpen, al zijn ze in uw ondervinding zeer reëel. Het lied
van de vogel, de schoonheid van de roos, het gegons van de bij, de werkzaamheden
van die dingen die uit zichzelf vreugde uitdrukken omdat ze, voor het ogenblik,
gewoon een deel van God in hun werkzaamheden gebruiken.
Mochten
alle mensen overal dit bewustzijn in hun leven en levenservaring maar krijgen!
Mochten ze inzien dat ze God gebruiken in Zijn openbaring op aarde, in het leven
dat Hij ons geeft - in de gezegende omgang met degenen waarvoor we goed kunnen
doen door vriendelijkheid te tonen en een zegening te zijn. Het leven maakt ons
bewust van pijn en verdriet, ja, en van verlangens en hunkeringen zodat de
eenzaamheid, steeds opnieuw op de enkeling drukkend, soms bijna ondraaglijk
wordt. Maar indien het bewustzijn van het leven de hoop doet rijzen, die steeds
in het menselijk hart opkomt, dan kunnen de zegeningen nog bloeien die komen
door met God te wandelen. (410-2)
Zoals
de muziek der sferen bestaat, zo ook bestaat de muziek van de groeiende dingen
in de natuur. Er is ook de muziek van de natuur zelf. Daar is de muziek van de
groei van de roos, van elke gekleurde plant, van elke plant die haar bloei opent
voor de opbouw, ja, voor de heiliging van haar omgeving.
In
de studie van en bezinning over de natuur, naarmate ze zich ontvouwd tot het
geestelijk bewustzijn van de invloeden die ze op de mens kunnen uitoefenen, kan
de entiteit hulp brengen - dikwijls individueel, ja, aan massa's en aan de
groepen van verschillende soorten, door de hulp van de natuur die in deze
ervaring werd gegeven.
Hoe
kan de entiteit zich zo afstemmen, vraagt u? Kijken naar de schoonheid van een
zonsondergang, van een roos, van een lelie, of van welke dingen in de natuur
ook, doet in u een stemming ontstaan en wekt melodieën in u op; doe ze klinken
op hedendaagse instrumenten, de piano, het orgel, de fluit of een
snaarinstrument; druk zo hun natuur uit zoals zij zich uitdrukt in hun
ontvouwing.
En
geleidelijk zal het wezen er zo mee in harmonie treden en zich afstemmen op die
ontvouwing, die schoonheid, die natuur waaraan hij zich aanpast voor de
genezende krachten die nodig zijn voor het ontwaken van haar verwantschap met de
Scheppende Krachten. (949-42)
Vergeestelijk
de idealen, d.i. zoals de entiteit ziet in de gemoedsaandoeningen en
verhoudingen met anderen, zo ook laat ze uitdrukking vinden in de visies die
kunnen uitgedrukt worden in de natuur, in de werkzaamheden van de natuur, het
openen van de knop, het moederschap van een vogel, de sterkte van een storm, de
krachten en schoonheid van de zee, al die dingen in de natuur.
De
vorm en symmetrische schoonheid van een sinaasappel, een appel, een lelie, een
boom, ja, van een wijnrank die zich vastklampt. Of de uitdrukking in muziek. In
kunst zou de grootste uitdrukking moeten plaatsvinden. (3664-1)
De
grootste dienst die iemand kan bewijzen is het volbrengen van het doel waarvoor
hij zich in stoffelijkheid openbaarde.
Is
de eik de heer van de wijnrank? Staat de doornappel boven de tomaat? Zijn de
grasachtige wortels beschaamd over hun bloemen ten opzichte van de roos?
Al
die krachten in de natuur volbrengen het doel waarvoor de Schepper ze in leven
riep.
De
mens, zoals u onderwees, is in die toestand waar hij de les van de natuur en van
de schepselen in de natuur mag leren; elk vervult zijn doel; ze zingen hun
liederen, ze vullen de lucht met hun geur, zodat ook zijn hun Schepper eren en
prijzen, op een nederige wijze in vergelijking met andere - elke op zijn manier
vervult het doel waarvoor hij geschapen werd en weerspiegelt zijn idee van zijn
Schepper - juist zoals elke ziel, elke man en elke vrouw in zijn eigen sfeer zou
moeten doen.
Dit
is het doel, zoals u onderwees; dit is het doel dat u kan vinden door troost te
geven, door een opwekkend woord, door de lessen te geven aan allen, in welke
levenswandel ook.
Volbreng
uw doel met betrekking tot uw Schepper, niet met betrekking tot een enkeling,
niet tot een groep, niet tot een of andere genootschap, niet tot een
werkzaamheid buiten uzelf; alleen tot uw Schepper.
Want
het is Zijn weerspiegeling. (1391-1)
Iemand
die schoonheid in alle uitdrukkingen van de natuur kan zien, zij het de kever
met zijn nederige werkzaamheid van het reinigen van de omgeving rond de mens,
zij het de schoonheid van het lied in muziek, op de fluit of snaarinstrument,
zij het de schoonheid van de roos, de zonsondergang, de stroom, zij het in het
ontwaken van de natuur, een illustratie voor de mens van een nieuwe geboorte in
een andere ervaring in stoffelijke omstandigheden. (539-2)
(vertaling:
M. Vansteenkiste)
GROEI
UW EIGEN GROENTEN
V. Moet ik
boeren zien als een bijkomende of voornaamste werkzaamheid?
A. Als een
bijkomende werkzaamheid. Boeren moet niet uw voornaamste werkzaamheid zijn;
groei genoeg voor uw eigen gezin, en meer voor de onmiddellijke noden, dus
genoeg om te steriliseren of op te leggen, of om te bewaren, niet alleen om de
noden van het ogenblik te voldoen, maar ook die van seizoen tot seizoen. Fruit,
groenten, vlees, vis en dergelijke. (2301-2)
Iedereen
zou genoeg grond moeten bezitten om aan zijn eigen behoeften te kunnen voldaan.
Want de aarde is de moeder van allen; juist zoals God de Vader is in het
geestelijke, zo is de aarde de moeder in het stoffelijke...
V. Kan ik door
dit kanaal [Cayce] inlichtigen krijgen over de juiste wijze van boeren opdat ik
het beste en evenwichtigste voedsel zou verkrijgen?
A. Als het
gaat over het voortbrengen van de beste meststof, geen overtreft de waarde van
kippenmest, zeker voor sommige groenten. Die moet rijkelijk aangebracht worden,
niet overdreven, maar toch veel; ook door de methode van toevoegen van kalk en
potas aan delen van de grond, of compost van afval van wijngaarden, grassen...
maar altijd vermengd met kippenmest - want dit is de beste mest voor groenten.
Er is heel wat
theorie verspreid door sommige groepen dat wat in de groenten en fruit zit in
verband staat met het karakter. Indien de mens die ze groeit en ervoor zorgt dit
met liefde doet, dat maakt het verschil uit! (470-35)
Iedereen
die een boerderij kan kopen heeft geluk. Koop er een als je geen honger wil
lijden in de komende dagen. (3620-1)
(vertaling:
M. Vansteenkiste)