BZW

4. De lezingen over Buitenzintuiglijke Waarnemingen en Zielsverschijnselen

 

In het leven van Edgar Cayce zijn veel voorbeelden van dit bijkomend communicatie zintuig. Het geven van lezingen al "slapend" kan beschouwd worden als buitenzintuiglijke waarnemingen (BZW) omdat hij op een of andere wijze over inlichtingen beschikte die hij nooit had geleerd, mensen, plaatsen en gebeurtenissen zag zonder het gebruik van zijn stoffelijke ogen.

In "slaaptoestand" kon hij op vragen antwoorden over welk onderwerp ook; hij kon vanuit Virginia Beach een patiënt en zijn of haar omgeving, bijvoorbeeld in New York, beschrijven.

Daar er verschillende soorten BZW zijn hebben onderzoekers de term in categorieën gesplitst.           Fundamenteel verwijzen BZW naar de mogelijkheid inlichtingen te ontvangen en te versturen door een ander kanaal dan de vijf zintuigen. In eenvoudige taal, het is een methode om met anderen te communiceren zonder het gebruik van het zicht, het gehoor, de smaak, de geur en het gevoel. Volgens de Cayce lezingen is het een methode die elk van ons kan gebruiken en ontwikkelen.

            Eén van deze categorieën wordt telepathie genoemd, ook gekend als communicatie van geest tot geest. Een voorbeeld: in Kentucky gaf Cayce een lezing voor iemand in New York (740-1). Hij zag de man een sigaar roken, hoorde hem een bepaald lied fluiten, zag hem een andere man ontmoeten, met hem een terrein bespreken, en drie brieven lezen. Tenslotte hoorde de "slapende" Cayce hem telefoneren met iemand wiens naam hij kon geven. Al deze gebeurtenissen werden later bevestigd. Met zijn bijkomend zintuig kon Cayce alles zien wat zijn patiënt in New York ondernam.

            Als we aan iemand denken die we sinds lang niet meer gezien hebben en hij telefoneert de volgende dag is dat ook een voorbeeld van gedachtenlezen.

            Een ander soort helderziendheid is de mogelijkheid inlichtingen te bekomen die niemand anders heeft.

U schudt een spel kaarten dooreen, legt ze omgekeerd neer en u kunt telkens raden welke de bovenste kaart is. Indien uw gemiddelde hoger ligt dan wat door de waarschijnlijkheidsleer als toeval wordt beschouwd, zonder dat u daarom honderd procent treffers hebt, dan bent u, in zekere mate, helderziend.

Indien u echter dezelfde proef doet maar een vriend vraagt de kaart te bekijken en ze in gedachten te houden voor u ze probeert te raden, dan doet u een proef van gedachtenlezen.

            Voorkennis is een derde soort BZW. Het is de mogelijkheid gebeurtenissen waar te nemen voor ze gebeuren.

Velen van ons kennen het gevoel van "déjà vu". Bijvoorbeeld : u spreekt met een vriend en opeens bent u zeker dit gesprek met hem reeds te hebben gevoerd. U weet zelfs wat uw vriend gaat zeggen. Volgens de Cayce lezingen is een mogelijke uitleg van dit verschijnsel dat u alles in uw dromen zag want dromen tonen dikwijls toekomstige gebeurtenissen.

Voorspellende dromen kunnen vergeten worden of aangevoeld als "déjà vu" verschijnselen.

In veel lezingen voor kinderen voorzag Cayce hoe ze als volwassenen zouden zijn, welke hun verborgen talenten waren, wat hun beroep zou worden.

Terwijl hij een lezing gaf voor een vrouw in New York stopte Cayce ineens en begon een lezing voor een vrouw uit Missoeri al had die laatste er niet om gevraagd. Haar aanvraag, geschreven de dag na de lezing (5700-1)werd gegeven, kwam aan nadat het antwoord reeds gepost was.

Cayce voorzag de ineenstorting van de beurs in 1929 (900-425) zes maanden voor ze er kwam en tevens de tweede wereldoorlog. Hij wist dat hij dood zou zijn voor de terugkomst van zijn twee zonen uit overzeese gebieden.

Al werd hij door sommigen profeet genoemd, Cayce zei van zichzelf dat hij een "nederig, zwak en onwaardig kanaal" was (254-76). Hij deed weinig wereldvoorspellingen omdat ze aan ontelbare uitwendige invloeden onderworpen zijn. Als helderzienden de toekomst willen voorspellen, kunnen ze slechts over een mogelijke toekomst spreken, steunend op lopende gebeurtenissen. Indien die in dezelfde lijn verder gaan, indien de houding van de mensen, hun levensstijl, de toestand van de wereld, niet veranderen, kan de helderziende er de gevolgen van voorzien.

De lezingen benadrukken onze vrije wil. Als een hoop mensen hun vrije wil gebruiken en hun alledaagse handelingen veranderen , zal dit een invloed hebben op de toekomst.

            "Slechts wanneer de ziel, die een deel van God is, gekozen heeft, kent             God het gevolg ervan." (5749-14)

In de Bijbel vinden we talrijke voorbeelden die bewijzen dat er geen voorbeschikking is.

Abraham vroeg God Sodom en Gomorra te vergeven (Gen. 18: "Zo ik te Sodom binnen de stad 50 (45, 40, 30, 20, 10 ) rechtvaardigen zal vinden, zo zal ik de ganse stad sparen om hunnentwil").

In Jeremia 26,3 stuurt God de profeet tot de steden van Juda die hem de rug toekeerden: "Misschien zullen ze horen, en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg; zo zou Ik berouw hebben over het kwaad dat Ik hun denk te doen vanwege de boosheid van hun handelingen."

In het boek Jona gebiedt de Heer de profeet: "'Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want haar boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht... En de lieden van Nineve geloofden aan God: en zij riepen een vasten uit...En God zag hun werken, dat zij zich bekeerden van hun boze weg; en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet."

            Voorkennis is dus onderworpen aan veel meer invloeden dan gedachtenlezen en helderziendheid.

            De Cayce lezingen tonen een vierde categorie van BZW, de retrocognitie, dit wil zeggen, de mogelijkheid verleden gebeurtenissen te zien.

Bijvoorbeeld. In zijn levenslezingen (die over de ziel gaan) herhaalde Cayce dikwijls, met luide stem, de gebeurtenissen die het leven van een persoon kenmerkten, terugkerend tot de dag van zijn geboorte.

Zo zie hij in een lezing (1650-1):

             "1935-'32 een moeilijke periode; '31 - '36 - '26 niet zeer vredig" .

Voor een andere levenslezing (1492-1) gaf men Cayce een verkeerde datum en plaats van geboorte. Teruggaand in de tijd zei hij:

            "Wij vinden haar niet."

Na een poosje ging hij verder:

            "Hier hebben we de kronieken. Dat ziet er de verkeerde plaats en             datum uit."

(Men had hem gezegd dat het meisje geboren was te Cleveland, Ohio, op 24 januari 1919; men ontdekte later dat het in New York City was, op 23 januari.)

Meer dan 11 jaar voor de ontdekking van de Rollen van de Dode Zee in 1947 gaf Cayce in zijn lezingen een beschrijving van een secte van het judaïsme waarover de geleerden weinig wisten. Deze groep heette de Essenen. Cayce gaf veel gedetailleerde inlichtingen over hun werk en gemeenschapsleven. Zo beweerde hij bijvoorbeeld dat in de Esseense gemeenschap mannen en vrouwen samen werkten en leefden. Op het ogenblik van de lezingen dacht men dat de Essenen een kloostergemeenschap vormden van mannen. In 1951 echter, 6 jaar na de dood van Cayce, zetten oudheidkundigen de uitgravingen van Qoemran verder, nabij de plek waar de Rollen werden ontdekt en vonden er bewijzen van de tegenwoordigheid van mannen en vrouwen in die gemeenschap.

            Cayce beweerde dat ieder in zekere mate een paranormale gave zou hebben want de psychische* activiteit is een natuurlijke kracht van de ziel. Omdat "psychisch van de ziel is" zou het volgens de lezingen gemakkelijk zijn persoonlijke psychische ervaringen uit te lokken.

Nochtans kunnen de verschijnselen die zich door psychische kanalen uiten ons op een verkeerd pad brengen. De lezingen zeggen dat, in plaats van psychische ervaringen te zoeken om te kunnen zeggen dat men psychische ervaringen heeft, we er beter zouden aan doen ze alleen te zoeken in een context van geestelijke ontwikkeling, om meer over onszelf te leren, of om in dienst van anderen te staan.

            We zijn vaak geneigd paranormale ervaringen af te doen als iets ongewoons, bijzonders, aparts, ja, zelfs iets angstaanjagends. Volgens Cayce is een psychische inlichting, omdat ze psychisch is, niet noodzakelijk honderd ten honderd juist. We mogen ze gebruiken als een bijkomend werktuig om iets te begrijpen of om iets te beslissen; meer belang moeten we er niet aan hechten dan aan een inlichting van een vriend of van onze andere zintuigen, maar ook niet minder.

            Mettertijd zal de enkeling ertoe komen met zijn intuïtie te werken als met zijn andere zintuigen.

 

Aangeraden lectuur:

 

Agee, Doris, Edgar Cayce over paranormale waarneming 

 

 

Ontdekking

Ontwikkeling