Men kan zien dat er plannen gemaakt worden voor een werk dat de gedachte van het mensdom in het algemeen, in verscheidene richtingen, zal veranderen. (Edgar Cayce, 254-37)
Commentaar
op de lezingen van Edgar Cayce.
door
Kevin Todeschi
Wij allen, op
verschillende tijdstippen van ons leven, twijfelen aan wat we zouden moeten
doen; we weten niet welke weg we zouden moeten inslaan, hoe we die bijzondere
plaats moeten innemen die God ons voorbehouden heeft. We zoeken dikwijls iets
maar weten niet altijd juist wat. Daar we allen die staat van innerlijke
verwarring kennen, zoudt u kunnen denken dat een praktische oplossing die een
inzicht geeft in of een antwoord op dit dilemma over de daken zou moeten
worden geschreeuwd.
Een van de
meest over het hoofd geziene beginselen van de Edgar Cayce lezingen is “werken
met idealen”. Dit beginsel is de eerste stap in de goede richting telkens als
ons persoonlijk zoeken ons in verwarring brengt.
De meesten die de lezingen bestuderen, ontmoeten al gauw het begrip
“ideaal”. Cayce zelf daagde de mensen uit om eerst bewust te worden
van hun geestelijk ideaal. In de jaren 60, 70 en in de vroege jaren 80 kon men
nauwelijks een A.R.E. programma bijwonen zonder dat, op een bepaald punt,
idealen te berde werden gebracht.
Ongelukkig kan een “kaart met zijn idealen” opmaken gemakkelijk een
taak worden, een huiswerk: kolommen invullen, notities neerpennen waar men,
zodra ze op papier staan, niet meer naar omkijkt. Die kaart wordt geklasseerd en
we halen ze uit de kast als ons nog eens gevraagd wordt om met idealen te
werken. Soms wensen we dat we de kaart bij ons hadden, als weer eens een A.R.E.-spreker
aankondigt (wat ons gewoonlijk frustreert en soms verveelt) dat het tijd wordt
dat we onze ”kaart met idealen” invullen.
De lezingen benaderen de idealen niet als een ééndaagse taak waar men
nadien niets meer mee te maken heeft. Ze zien de idealen als een uitdaging en
nodigen ons uit, porren ons aan om een meesterwerk te beginnen, geschapen door
de ziel in dit leven, gedeeld met anderen door onze handelingen en verhoudingen.
We kunnen onze idealen in een volgend leven weer opnemen en er verder aan
werken. Ik zou het over deze tweede benadering willen hebben, zien wat ze zijn,
ontdekken waarom ze belangrijk zijn, bespreken hoe we ermee kunnen werken. Of u
de lezingen reeds lang bestudeert of er pas onlangs mee in contact kwam,
Cayce’s inzichten betreffende idealen kunnen ons helpen om onze levensreis uit
te stippen.
In eenvoudige
termen is een ideaal de aandrijvende invloed die aan de basis van onze
handelingen ligt. Het is zoals de Poolster die ons ’s nachts loodst; ze toont
ons de richting waarin we wensen te gaan. Een doel is bereikbaar; een ideaal
daarentegen is, zoals de term door Cayce gebruikt wordt, in werkelijkheid een
aandrijvend toonbeeld dat ons leven leidt. Het is niet iets dat we kunnen
opnemen en bewaren als een kostbaar voorwerp; het is eerder zoals de
zonnestralen die ons gezicht kunnen opwarmen wanneer we er ons naar wenden.
Uit de lezingen blijkt dat iedereen, bewust of onbewust, met idealen
werkt.. Zo werd iemand (de heer die het nummer 323 kreeg) verteld dat hij zoveel
problemen had en zo verward was in het leven omdat hij zich niet bewust was van
zijn idealen. Hij was zo vaak verward eenvoudigweg omdat hij (onbewust) het
ideaal “zwerver” gekozen had. Hem werd aangeraden een bewuste keuze te maken
en ermee beginnen te werken, want datgene waarmee men steeds bezig is, wordt
men. Hoe dikwijls hebben we de aanhaling uit de lezingen “De gedachte/het
mentale bouwt” reeds gehoord! Maar hebben we ons al afgevraagd wat we
opbouwen in onze ogenblikken van verwarring?
Een manier om te ontdekken welke onbewuste idealen we in ons leven hebben
opgebouwd is door onszelf vragen te stellen als:
1 Waarop zou de plaats waar ik werk gelijken indien elke bediende was zoals
ik?
2 Wat soort leven zou er thuis zijn indien elke echtgenote/echtgenoot/ elk
kind was
zoals ik?
3 Wat soort buurschap zou dit zijn indien iedere buur was zoals ik?
4 Wat een gevoel van eigenwaarde zou iedereen hebben indien ze zich allen
voelden zoals ik?
5 Waarop zou mijn kerk gelijken indien iedereen in mijn congregatie zich
voelde zoals ik?
Dit soort
vragen zijn niet bedoeld om ons te ontmoedigen, integendeel, ze kunnen ons doen
inzien hoe krachtig onze onbewuste idealen geholpen hebben bij het vormen van
onze persoonlijkheid, positief zowel als negatief.
We moeten elke gedachte, elk woord en elke daad tegenover een bewust
ideaal kunnen stellen. Indien we bijvoorbeeld als bewust ideaal “liefde”
hebben gekozen, dan moeten elk daad daartegen kunnen afwegen. Het kan ook de
richting aanduiden die we willen inslaan.
Indien we de
hierboven vermelde 5 vragen willen beantwoorden met betrekking tot ons ideaal
“liefde”, dan vervangen we ze door:
1 Hoe gedraagt een liefdevolle bediende zich?
2 Hoe gedraagt een liefdevolle echtgenote/echtgenoot/ een liefdevol kind
zich?
3 Hoe gedraagt een liefdevolle buur zich?
4 Hoe toont een liefdevol iemand zijn eigenwaarde?
5 Hoe gedraagt een liefdevol iemand zich in zijn kerk?
Indien we nu
de hoedanigheden van een liefdevolle persoon (of de hoedanigheden van wat we als
ideaal gekozen hebben) ontdekt hebben, kunnen we ons in beweging zetten om dat
soort mens te worden.
Het antwoord op de vraag: “Wat is een ideaal?” biedt ons verscheidene
inzichten:
“Dit wezen heeft zijn intrede in dit leven gedaan om het bewustzijn,
het gewaar worden van de invloeden van goed en kwaad in de ervaring van de ziel
duidelijker uitdrukking te geven. Door toe te passen wat als ideaal gesteld
wordt, zal hij tot eenheid met dat ideaal groeien.
“Een enkeling, of hij zich ervan bewust is of niet, stelt zich idealen
in de stoffelijke wereld, in de mentale wereld, in de geestelijke wereld.
“Alle kracht of macht komt voort uit de geestelijke wereld. Mentale
activiteit bouwt alle dingen in de stoffelijkheid en kan tot die ervaring
bijdragen of ze ontsieren.” (1011-1)
Ten eerste is een ideaal iets dat we (bewust of onbewust) toepassen in
ons dagelijkse leven. Het is iets dat elke handeling, elke gedachte, elke
aandoening beïnvloedt. Het is de aanzettende stoot die vorm geeft van wie we
zijn en wie we uiteindelijk zullen worden. Hoe krachtige aanzetters idealen in
ons leven ook mogen zijn, indien we ze niet kennen en het initiatief niet nemen,
dan blijven ze onbewust. Het is mogelijk dat we idealen hebben en ze niet
kennen! Tenslotte worden idealen, krachtig genoeg om zelfs de stoffelijke
werkelijkheid te vormen, in onze ervaring ingebouwd door de mentale
werkzaamheid.
Het antwoord
op de vraag “wat” geeft ook een gedeeltelijk antwoord op de vraag
“waarom?” Aangezien idealen ons leven vormen, onze ervaringen, zelfs wie we
worden, moeten ze per definitie uiterst belangrijk zijn. Maar Cayce gaat nog een
stap verder. Dikwijls werd de mensen gezegd: “De belangrijkste ervaring voor
elke individu is eerst en vooral zijn geestelijk ideaal te kennen.” (357-13)
Het is niet alleen belangrijk, het is het belangrijkste dat we kunnen doen.
Daarvoor is er wezenlijk een drievoudige reden:
(1) idealen richten en vormen de aandriften van onze geest;
(2) idealen helpen ons het hoofd te bieden aan de ervaringen (en houden er
ons verantwoordelijk voor) die we nodig hebben om onszelf beter te leren kennen;
(3) idealen kunnen ons uit de verwarring helpen, verwarring die we “vrije
keuze” noemen.
Het volledige
citaat “De gedachte is de bouwer” dat dikwijls wordt herhaald is als volgt:
“De Geest is het leven, de gedachte/het mentale is de bouwer en het
stoffelijke is het resultaat”. We vereenvoudigen de terminologie misschien wel
erg veel, maar het woord “Geest” zoals gebruikt in de lezingen betekent
werkelijk “Scheppende Aandrift” die zowel positief als negatief kan gebruikt
worden. Het is de levenskracht die door de werkzaamheid van het mentale en van
de wil kan gericht worden op onzelfzuchtige (goede) of zelfzuchtige (slechte)
doeleinden. Het mentale is het mechanisme waardoor we zullen beslissen hoe en
waarop we onze scheppende krachten, onze aandacht, zullen richten. Door die
scheppende aandrift een bepaalde richting of bezigheid te geven (bewust of
onbewust), trekken we bepaalde ervaringen en mensen in ons leven aan. Onze
fysische/stoffelijke wereld wordt het toneel (het resultaat) waarop we de
werkzaamheid van de geest, gericht door de mentale kracht, voor onze ogen zien
afspelen.
“Want wat er ook bestaat, alles wordt eerst in de geest ontvangen. De
gedachte geeft er vorm aan. (Die vorm is) afhankelijk van het ideaal in de
gedachte van de mens.” (2995-3)
Verder staat
nog in de lezing voor dezelfde persoon:
“Je kan
jezelf zo gelukkig of zo ongelukkig maken als je maar wilt.”
Wie van ons
zou ooit naar een bioscoop gaan zonder naar de affiche te kijken, de keuze van
het ticket aan de kassierster overlatend, en ergens in een zaal gaan zitten
zonder belangstelling te hebben voor wat zal gedraaid worden? Dit is juist wat
we doen in ons leven als we de moed niet hebben bewust een ideaal voorop te
stellen.
(2)
Idealen helpen ons het hoofd te bieden aan de ervaringen (en houden er ons
verantwoordelijk voor) die we nodig hebben om onszelf beter te leren kennen
Zodra men een
ideaal heeft gekozen, zet zich een patroon (een aandrijvende invloed) in
beweging die ons zal helpen de lessen te leren die we nodig hebben om de
volgende stap te zetten bijdragend tot onze persoonlijke groei. Als we een
ideaal hebben gekozen, krijgen we in ons leven soms ervaringen die diametraal
staan tegenover hetgeen we zouden willen opbouwen; dit is niet makkelijk te
begrijpen.
Laten we als voorbeeld “liefde” nemen. Als we besloten hebben dat we
liefdevoller in ons leven zullen zijn, kan het gebeuren dat we vlug ontdekken
omringd te zijn door personen die niet liefdevol zijn en dat het voor ons een
ware uitdaging is om lief tegen hen te zijn. Dit betekent niet dat we het
“verkeerde” ideaal gekozen hebben; integendeel, dit toont ons dat we mensen
en gebeurtenissen aantrekken die ons toelaten liefdevoller te worden. Tenslotte
leert onze ziel slechts iets door onze handelingen en houdingen jegens anderen,
door ons dienstbetoon aan anderen.
De lezingen
raden ons aan ons ideaal te behouden als het echte werk begint. We zijn
verantwoordelijk voor onze keuzen, en we zullen resultaten hebben als we ze
trouw blijven.
“Liefde is het onfeilbaar, vaste beginsel, de wet… geef de strijd
niet op en je zal de voldoening hebben het ideaal te bereiken. Wees geduldig en…
je inspanningen…zullen niet onbeloond blijven.” (802-2)
(3) Idealen kunnen ons uit de verwarring helpen, verwarring die we “vrije keuze” noemen
Idealen kunnen
ons helpen bij het nemen van beslissingen. Wanneer we ons ook in een staat van
verwarring bevinden omdat we moeten kiezen, zij het een belangrijke beslissing
nemen zoals van loopbaan veranderen, zij het een betrekkelijk onbelangrijke
beslissing zoals hoe de namiddag door te brengen, ons ideaal kan ons helpen. We
hoeven onze keuze slechts af te wegen tegenover ons ideaal; bijvoorbeeld, indien
ons ideaal “liefde” is en we kunnen kiezen tussen twee loopbanen, dan vragen
we ons af welke van de twee werken strekt met de handeling van een liefdevolle
persoon, of welke iemand zou helpen om liefdevoller te worden.
Idealen kunnen ons ook helpen bij het maken van moeilijke keuzes zoals
bijvoorbeeld een antwoord geven op de vraag “Wat God zou willen dat ik met
mijn leven aanvang?”. Het ideaal helpt ons door ons te leiden naar de volgende
betekenisvolle stap op onze geestelijke reizen.
Twee citaten uit de lezingen die dikwijls herhaald worden zijn: “Lijn
na lijn, voorschrift na voorschrift” en “Doe wat je kan en de volgende stap
zal je getoond worden.” Als we
handelen volgens ons begrip zal ons pad ons duidelijk gemaakt worden. “Want
als je dag na dag toepast wat je kent, dan wordt de volgende stap, de volgende
handeling, de volgende ervaring je getoond.” (262-104)
Hoe
kan ik met idealen werken?
“Eerst
moet je jouw ideaal kennen – spiritueel, mentaal, stoffelijk. Dit betekent
niet, wat je zou willen dat anderen zijn, maar wat jouw ideale houding is
jegens anderen. Want hij die de grootste is, dient iedereen – dit is de wet
van oorzaak en gevolg.” (1998-1)
Ergens anders lezen we: “Want het ideaal is niet wat anderen voor
jou kunnen doen, maar wel wat jij voor anderen kan doen.” (1646-2)
De uitdaging om met idealen te werken schijnt ons aan te moedigen verder
te gaan dan een eenvoudige, persoonlijke, verstandelijke oefening waarin we
strategisch uitstippen hoe ons ideaal de anderen, onszelf en onze omgeving zal
beïnvloeden. Om ons geestelijk ideaal in praktijk om te zetten moeten we
opnieuw werken met het idee dat “de geest het leven is, de gedachte de
bouwer en het stoffelijke het gevolg.”
Om de eerste stap te zetten moeten we een stuk papier nemen en erop drie
kolommen trekken. In de eerste plaatsen we “Mijn geestelijk ideaal”, in de
tweede “ Mijn mentale houding”, in de derde “Mijn stoffelijke
werkzaamheden” Al wordt ons aangeraden een uitdagend geestelijk ideaal te
kiezen, toch moeten we iets kiezen dat we kunnen vatten, waarmee we kunnen
werken, iets dat we geleidelijk in ons leven duidelijker zien worden.
Tenslotte is een geestelijk ideaal de hoogste geestelijke hoedanigheid of
het hoogste spiritueel bereikbaar doel dat, we hopen, ons leven zal aandrijven
(ik zou eraan toevoegen: nu.. in de nabije toekomst).
Voor sommigen
kan dat het voorbeeld gesteld door Jezus zijn, voor anderen kan het een
hoedanigheid zijn zoals “liefde”. Om echter waarlijk met idealen te beginnen
werken, moeten we nochtans die hoedanigheid of eigenschap kiezen die we in onze
dagelijkse omgang met onze medemensen missen. Zo moet ik bij voorbeeld meer
“geduld” hebben, meer “vergeven”, meer “begrip” aan de dag leggen.
Idealen groeien en veranderen zoals wij; daarom is het belangrijk iets te kiezen
waar we kunnen naartoe werken.
Laten we, als oefening, zeggen dat ons ideaal “vergeven” is. Dan
schrijven we “vergeven” in de eerste kolom “ Mijn geestelijk ideaal”.
In de tweede kolom “Mijn mentale houding” komen die houdingen die de
geest van vergiffenis helpen opbouwen. Zo kunnen we beslissen dat
“medelijden” een houding is waar naartoe we kunnen werken met een
gefrustreerde ouder; misschien kan “openheid” de mentale houding zijn
tegenover een van onze kinderen waarmee we moeilijkheden hebben; en misschien is
“geduld” de houding die we zelf moeten aannemen. Onze “kaart met
idealen” zou alle mensen moeten beschouwen op wie we ons geestelijk ideaal
“vergeven” moeten toepassen. Ook een opbouwende mentale houding moet erop
staan, een houding die voorstelt hoe we met die andere mensen zullen
samenwerken.
In de derde kolom moeten de meeste details staan. Daar maken we een lijst
op van de stoffelijke handelingen die we zullen doen in verband met bepaalde
personen. “Mijn stoffelijke handelingen” zouden eenvoudigweg de mentale
houding kunnen uitdrukken in verband met ons geestelijk ideaal. Bij voorbeeld,
indien onze mentale houding “geduld” was, kan een van de volgende
werkzaamheden ons helpen deze houding op te bouwen:
-
“Zeg niet meer, of denk niet meer ‘Ik kan het niet’,
-
“ik maak een lijst op van de keren dat men mij iets vergaf”,
-
“ik zal bidden opdat ik volharde in de vooruitgang”, enz.
-
Daarnaast
zouden we een lijst moeten hebben van werkzaamheden die uitstippen op welke
wijze we ons geestelijk ideaal in de stoffelijke wereld zullen bereiken.
We zullen weten dat we vooruitgang hebben gemaakt naar ons geestelijk
ideaal toe wanneer onze mentale houding ingeschreven op onze “kaart met
idealen” onze gewoonlijke mentale staat wordt en wanneer onze stoffelijke
werkzaamheid een automatisch en natuurlijk respons wordt. Als we echt met
idealen beginnen werken, ze een deel maken van wat we zijn, dan kunnen we een
meer uitdagende richting kiezen – een helderder Poolster waarnaar we ons leven
kunnen richten. Het belangrijkste is dat we met onze idealen werken want op die
wijze ontdekken we wat we zouden moeten doen. Dan moeten we ons ‘het
wanneer’ niet meer aantrekken.
“Waar we ook zijn. Zij het in Hartford, of in Sing Sing, of Kalamazoe
of Timboektoe, dat heeft geen belang. De Heer is God van het heelal, waar we ook
zijn. Want elke ziel vindt het Zelf in de plaats waar ze nu is door de gratie
Gods. Gebruik de tijd van vandaag. Als je hem goed gebruikt, zal de volgende
stap u getoond worden.” (3356-1)
Als we met
idealen werken, zullen we zien dat ze fijn afgestemd moeten zijn en mettertijd
uitdagender worden. Indien bij voorbeeld één van onze idealen is “zacht
spreken” dan kunnen we ermee werken – zelfs aan de ontbijttafel – tot
‘zacht spreken’ een deel van onszelf wordt. Wanneer onze gesprekken nu zacht
gevoerd worden, kunnen we ons ideaal anders verwoorden, als
“vriendelijkheid”. Dan wordt “vriendelijkheid” het geestelijk ideaal
waaraan we in onze mentale houding en in onze stoffelijke bezigheden uitdrukking
zullen proberen te geven. Als we daarin ook slagen, kunnen we overgaan naar
“dienstbetoon” of “de verstandhoudingen verbeteren” of
“onvoorwaardelijke liefde”. Want elk van onze kleinere idealen maakt deel
uit van iets groter dat we zouden willen worden maar dat in het begin buiten ons
bereik schijnt te zijn.
Al moedigen de
lezingen ons aan om een persoonlijk ideaal te kiezen, toch bevestigen ze ook dat
er slechts één ideaal is. Cayce zei “Er is één weg, maar er zijn
verscheidene paden.” (3083-1) Daarmee bedoelt hij dat we allen naar dat
laatste ideaal gaan. Of we dit ideaal “volmaaktheid” noemen, of “Christus
bewustzijn” of “Goddelijk bewustzijn” of wat ook, het laatste ideaal is
het hoogste dat we geestelijk kunnen bereiken. Daarom dient elk van onze idealen
(“liefde” of “dienstbetoon” of “vriendelijkheid”) als een trap of
een bouwsteen tot het hoogste ideaal.
Al heeft ieder
van ons verschillende ideeën, plannen, doelstellingen betreffende de manier
waarop iets moet gedaan worden, toch raden de lezingen ons aan –
niettegenstaande al onze verschillen – een gemeenschappelijk “waarom” te
delen. Zelfs in de woelige jaren 1930 geven de lezingen een soort voorschrift
dat kan dienen om de mensheid samen te brengen. Al hebben alle naties
verschillende ideeën, toch kan de wereld een zelfde ideaal nastreven, aldus
Cayce. Dat ideaal is zijn “antwoord aan de wereld”.
“De wereld, als wereld…
heeft zijn ideaal verloren. Het kan best dat de mensen niet dezelfde ideeën
hebben; maar de mens, alle mensen, kunnen hetzelfde ideaal hebben! …dat kan
alleen gebeuren als alle mensen hetzelfde ideaal hebben, niet hetzelfde idee,
maar wel
“Gij zult
de Here uw God beminnen met geheel uw hart en uw naaste zoals uzelf.” Dat is
de volledige wet; het antwoord aan de wereld, aan elke ziel. Dat is het antwoord
aan de hedendaagse toestand in de wereld. (3976-8)
De lezingen moedigen ons herhaaldelijk aan bewust te worden van hetgeen
we in onszelf aan het opbouwen zijn omdat we dat uiteindelijk zullen ontmoeten.
Als we met een bewust ideaal werken is onze richting duidelijker en wordt het
ideaal een levend deel van wie we zijn op zielegebied. Een ideaal is als een
persoonlijk tapijt waarin we dag na dag een knoop leggen. We kunnen ermee
werken, het strijken, het opnieuw bewerken tot het eindresultaat iets is dat we
trots met anderen kunnen delen. Elk van ons heeft de gelegenheid bewust te
beslissen wie hij wil worden en hoe lang het zal duren vooraleer hij daar
aankomt.
(vertaling:
M. Vansteenkiste)