2de komst

De Tweede Komst

                                    door Edgar Cayce

 Er is over dat onderwerp weinig gekend. Jezus zelf zei dat alleen de Vader wist wanneer Hij zou terugkomen. We hebben echter wel twee bronnen van inlichtingen waaruit we materiaal kunnen halen om ons een idee te vormen over het onderwerp. Voor een deel van de discussie zullen we ons tot de Bijbel richten, en ten tweede zullen we de inlichtingen beschouwen die we psychisch hebben ontvangen, die verschillende passages kunnen ophelderen.

...

            Ten eerste dan, wat zegt de Meester over de tweede komst? Ze is vermeld in Joh. 14, 1-3. Jezus zei: "Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijns Vaders zijn vele woningen - anders zou Ik het u gezegd hebben - want Ik ga heen om een plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben."

            Als we naar de geschiedenis van de wereld kijken, zoals we die vandaag kennen, hoe dikwijls is een groot godsdienstig leider of profeet opgedaagd? Plato zegt dat we ongeveer om de duizend jaar terugkeren. Volgens de geschiedenis verandert de tijd tussen elk groot godsdienstig leermeester die op aarde kwam van ongeveer 625 tot 1200 jaar.

U vraagt zich af: Bedoelt u dat Christus zo dikwijls is gekomen? Nee, dat zeg ik niet; ik weet niet hoeveel maal Hij gekomen is. Als we de volgende passages uit de Bijbel beschouwen kunnen we een boeiend idee onder woorden brengen.

De passages zijn (zie Joh.1, 1-14): "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is... Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet herkend... Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond..."

            Veel mensen zeggen dat dit over geestelijke dingen spreekt. U moet dat voor uzelf uitmaken. Maar indien het Woord Vlees werd en onder ons woonde, hoe kunnen we zeker zijn dat dit niet ook stoffelijk was?

Sprekend met degenen die toen Richters van Israël waren of hadden moeten zijn, zei de Meester: "Ik weet, dat gij Abrahams nageslacht zijt; maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen plaats vindt... Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham... Gij hebt de duivel tot vader..." (Joh.8, 37-44)

            Naar het vlees waren ze inderdaad kinderen van Abraham, maar niet naar de geest. Want wat deed Abraham? Hij was rechtvaardig en zijn daden werden hem als gerechtigheid aangerekend wegens zijn vertrouwen in God.

In dit zelfde hoofdstuk zei de Meester: "Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd." Dan zeiden de Joden tot Hem: "Gij zijt nog geen vijftig jaar en gij hebt Abraham gezien?" Jezus zeide tot hen: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik."

            Bedoelde Jezus dit letterlijk of geestelijk of beide? Wat denkt u? Ik weet het niet, maar wat ons psychisch gezegd wordt is dit - neem het voor wat het waard is, en pas het toe in uw eigen leven.

Neem nu het 14de hoofstuk uit Genesis en lees de passage waar Abraham tienden betaalde aan een bepaalde enkeling, Melchizedek. Er wordt geen reden voor opgegeven, alleen dat de man kwam om hem te zegenen: een priester van God, de Allerhoogste, zonder dagen, een mens niet normaal geboren maar een hoge priester van de levende God. "En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem..."

            Was die Melchizedek de Meester? Ik weet het niet. Lees het zelf. Misschien ben ik mis als ik denk dat het de Meester was, de mens die we later als Jezus kenden.

Beschouw nu het boek van Jozua. Wie leidde Jozua toen hij leider van Israël werd? Wie ging voor en leidde Jozua nadat hij de Jordaan overstak? De Bijbel zegt "de Menszoon" . De Mensenzoon leidde het heir des Heren. En na Jozua's ervaring met die ontmoeting van de Mensenzoon waren al de kinderen van Israël bang van hem (zie Joshua 5, 13-15).

            Uit de bovenstaande verwijzingen kunnen we enkele besluiten trekken en ze vervolledigen met psychische inlichtingen. De Geest van de Christus openbaarde zich meermalen op aarde voor de komst van Jezus; soms in iemand als Melchizedek, en soms als een geestelijke invloed door een of ander leermeester die het vereren van de Ene God predikt.

            Wat heeft dit besluit te maken met de tweede komst? Wel, in het licht van hetgeen voorafgaat, is er geen tweede komst.

Ook uit het beschouwen van de voorwaarden die Zijn terugkeer meermalen mogelijk maakten - of eerder die ene keer als Jezus - kunnen we bepaalde feiten halen.

Hoe is dat gebeurd dat Hij kwam als Jezus van Nazareth?

Voor zover we weten, was er sinds meer dan 400 jaar geen openbaring aan de mens geweest. Bracht menselijke donkerheid en losbandigheid Christus in de wereld? Indien ja, dan is dit in tegenspraak met de natuurwet: Soort brengt soort voort. De wetten Gods worden nooit omgedraaid, we zullen dit nooit zien gebeuren. Ze zijn onveranderlijk en blijven waar, in welk aards koninkrijk ook. De dingen die we zich zien ontwikkelen in de verscheidene koninkrijken op aarde zijn slechts een schaduw van de hemelse en aardse wereld. Want we groeien in genade en kennis en begrip, zoals een andere schrijver van de Bijbel zegt. Hoe groeien we? Door het toepassen van de waarheid in ons leven.

            Wat veroorzaakte dan de komst van Jezus? Een volk dat oprecht zocht, een kleine groep opgericht met het doel zich een kanaal te maken waardoor dit kon gebeuren. Wie waren die mensen? Ze waren de meest gehaatten in de wereldse geschiedenis en met moeite in de Bijbel vermeld, de Essenen, de gehaatten, de laagsten onder de Joden.

            U kan zich afvragen hoe we dat weten. We kregen het psychisch door, ja; zoals honderden anderen. Hoe dikwijls mocht Zacharias opgaan en offers opdragen in de tempel nadat een keer het woord tot hem werd gericht? Nooit meer. Want hij had zich bij die gehaatte groep gevoegd en maakte zijn zoon, in rechte lijn afstammend van de hoge priesters, daardoor een verworpeling. Wie was de nicht van Elisabeth? Maria, de moeder van Degene die we aanbidden als onze Heer en Meester. Maria zocht eerst Elisabeth op, de moeder van de grote Essener, Johannes de Doper, om haar de goede mare te vertellen die de engel haar gebracht had.

            Die Essenen droegen hun leven, hun innerlijk zelf (ik) op om de ontmoeting van God en mens mogelijk te maken, met zo'n geestelijke graad van concentratie opdat Jezus de Christus in de wereld zou komen. Er werd dus een plaats voor de ontmoeting tussen God en mens voorbereid. Indien we in ons hart, bij ons thuis, in onze groep, in onze kerk een ontmoetingsplaats hebben, kan de Christus ook daar tot ons komen. Hij zal komen als we de plaats hebben voorbereid; niet vroeger.

We kunnen niet zeggen dat we naarstig zoeken en dat Hij bij een andere is gegaan. Dat is niet logisch. We kunnen niet zeggen dat iemand anders de weg voor ons moet voorbereiden. Hij zal zeker weerkomen; Hij zal komen zoals Hij is. Zijn Geest is hier altijd. Hij zal steeds bij ons blijven.

            In geen enkele plaats waar de Meester predikte, werd Hij aanvaard en Hij onderwees in Palestina, Egypte, Indië, Persië, China, Japan - ten minste in al die plaatsen.

            We geloven allen dat Hij ter Helle afdaalde en hen onderwees. We lezen het in de Bijbel en zeggen dat het waar is. Maar we geloven het niet, anders zouden we ernaar handelen. Indien we het geloofden, zouden we op niemand ter wereld aanmerkingen maken - nooit. Want als we geloven dat Hij ter helle afdaalde en de mensen daar onderwees, hoe konden we vitten op onze buur omdat zijn kippen in onze tuin lopen of omdat hij niet juist hetzelfde gelooft als wij?

            Staat dit in uw Bijbel: "Maar Ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaantelkens weer aan deze dingen kunt denken." (II Petrus 1, 15) Hoorde u er ooit een preek over? De man die dat zei, is degene waarover Christus zei: "Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is." Matt. 16, 17)

 

Tot dezelfde man, misschien enkele minuten later, zei Hij: "Ga weg, achter Mij, satan, gij zult Mij een aanstoot zijn, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen." - de dingen van het vlees en niet van de geest. (Matt. 16, 23)

            De Meester zei: "Elia zal wel komen en alles herstellen, maar Ik zeg u, dat Elia reeds gekomen is, en zij hebben met hem gedaan al wat zij wilden. Zo zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden. Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper tot hen gesproken had." (Matt. 17, 11-13)

U kan zeggen dat Hij bedoelde in de geest en niet in het vlees, maar ik lees het zo niet.

            Ooit kreeg een man van God een waarschuwing dat een bepaald land zou vernietigd worden; maar de man bad en sprak met God van aangezicht tot aangezicht, en God beloofde dat, indien er vijftig rechtvaardigen waren, Hij ze zou sparen. En tenslotte als er slechts tien rechtvaardigen waren, zou Hij de stad sparen.

            Ik geloof dat de rechtvaardigen de wereld draaien houdt. De rechtvaardigen zijn zij die vriendelijk handelen met hun naaste. Want elke dag zien we rondom ons bewijzen van de Christus-Geest: in vriendelijkheid, geduld, lankmoedigheid, broederliefde, anderen boven ons verkiezen. Zijn er misschien vijftig, of honderd, of duizend, of een miljoen - dan kan de weg voor Zijn komst voorbereid worden. Maar al die mensen moeten één zijn in hun verlangen en smekingen opdat de Christus opnieuw stoffelijk onder de mensen zou wandelen.

            Voor ons werd Hij vlees. Hoe dikwijls? Antwoord zelf. Hoe vlug zal Hij weerkomen?

Als we het mogelijk maken. Indien we leven zoals Hij het ons toonde, maken we het onze Heer en Meester mogelijk op deze wereld terug te komen.

            "Ik laat u niet als wezen achterlaten. Ik kom weder en Ik zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben" (Joh.14, 18 en 3).

(7 mei 1934)

(vertaling M. Vansteenkiste)