|
Gielen Theo Knaapstraat 8 3990 Peer Tel: 011/ 63 48 94 Mag in elk tijdschrift van VZW's old-timerclubs gepubliceerd worden, een tijdschriftje aan de auteur gepost graag. Alle vermelde cijfers zijn van derden, tijdschriften en kranten. Ik heb de 65 miljoen schapen in Nieuw Zeeland niet allemaal geteld. REIZEN: de 2 fysische grootheden, Ruimte en Tijd overwinnen door je van plaats A naar plaats B te begeven in een bepaalde tijdspanne, ....en je bewust worden van verscheidenheid der dingen, en deze leren relativeren. EEN DAG IN JE LEVEN VERLIEZEN OM EEN ZOMER TE WINNNEN. Peer, 's morgens vroeg, ergens eind september 1995. Alles op de BSA ( B31, 350cc, met Triumph Bonneville zuiger, plunger +_1950) gepakt en afscheid genomen van Danny, een vriend die een jaartje in mijn huisje komt wonen. Eerste rit richting Leuven. Oef, wat was die baanligging met al die bagage toch slecht, althans toch tot aan het eerste benzine station waar er een beetje lucht in de banden kon worden geperst. In Leuven Linda gaan uithalen, ze zou de eerste dag meereizen. Zo gezegd, zo gedaan. Rustig door de Ardennen gebold in een flauw nazomer zonnetje en haar 's avonds ergens tegen de Luxemburgse grens op de trein gezet. Toen ik terug op de moto wilde stappen, merkte ik dat het aan het vriezen was, er zat reeds een laagje ijs op het zadel. De koude kwam er aan, dus tijd om weg te wezen. EEN DAG IN MIJN LEVEN VERLIEZEN, door oostwaarts te reizen, OM EEN ZOMER TE WINNEN door de winter op het zuidelijk halfrond door te brengen. De hele nacht doorgebold: Luxemburg, Noord Frankrijk, een stukje Duitsland, in Zwitserland de Alpen over en Italië binnen. Jongens, stem nooit op Mike en Guido van de VTM, als die ooit in de politiek zouden stappen. Als je ziet wat die mediamagnaat Berlucconi van Bella Italia heeft gemaakt. Al was het maar om die 80 fr. toll voor ocharme 6 kilometer autostrade ergens rond Milaan. Dus maar de gewone weg genomen en hoe meer naar het zuiden, hoe heerlijker het zonneke begon te schijnen. In Brindisi, onderaan de laars van Italië de nachtboot naar Eglomenitsa (Griekenland) genomen. Moest je zelf ooit gaan, neem dan de Griekse rederij in plaats van de Italiaanse. Die is stukken goedkoper en de moto mag gratis mee. Je moet wel aandringen in de reisbureaus voor zulke goedkope tickets. En zo tufte ik verder door het zonnige land van Souvlaki en Ouzo (dit laatste heb ik niet geproefd). Ergens in een bergdorpje tegen de Albaneese grens liep ik pardoes een ex-mijnwerker die ik van vroeger kende tegen het lijf. Hij had zich na de mijnsluiting terug in Griekenland gevestigd en heeft er nu een geitenboerderij. De reissfeer zat er voor mij goed in en het leek me dat de Grieken ook goed gezind waren. Zouden ze dat wel blijven als de Euro (Europese munteenheid) er komt, waar ze zo veel op hopen. Het land van olijfolie en geitenkaas is nog steeds het zwakke broertje van de EEG, dat is wel lekker, maar daar blijft het ook bij. In Thessaloniki ben ik Marathos gaan opzoeken, een handelaar in oude motos. Die man heeft in zijne kelder een berg stock aan BSA onderdelen zitten. Met een foefke ben ik er binnen geraakt. Toch eens zalig om over stapels NOS (nieuwe oude onderdelen) te kunnen klimmen. Verder heeft hij een pak BMW's, NSU's, Messerschmidts, etc, en die zijn te koop.( Maratos,11 Langada Str. Thessaloniki). Verder oostwaarts gereden langs de Egeïsche zee. Turkije binnen, een land waar ik goede herinneringen aan heb, misschien wel te goede. Op naar Ephesos, waar de oud Griekse filosoof Herakleitos (5de eeuw voor CHR) zich nog ooit eens diepzinnige vragen over het leven had gesteld. Die stelde vast dat men nooit tweemaal door dezelfde rivier kan wandelen. De tweede maal stroomt er ander water door en jij bent ook iets veranderd. In Izmir heb ik nog een zeer speciale BSA gezien, een B31 met de cilinder en kop van een M20. En bollen deed die als een kanon, begrijpen wie begrijpen kan, met een verschil in het aantal lagers rechts op de krukas (een t.o.v. twee) en de andere slag en boring verhouding. De nokvolger in de lucas magneet was een houten staafje, maar wat gaf dat, de koffie die moeder de vrouw me er maakte was zo straf dat er een krukas zou in blijven drijven, en hield me twee dagen wakker! Naar de warmwater bronnen van Pammukale gereden. Cleopatra, de laatste koningin van Egypte heeft daar nog ooit eens gezwommen, en Julius Ceasar versierd, of was het nu keizer Marcus Anthonius. Ik heb er ook gezwommen, alleen slechts 2000 jaar later. Met links het imposante Taurusgebergte en rechts de wondermooie zuidkust (waar ze tenminste niet is volgebouwd met ordinaire hotels a là Costa del Sol). Naar het Zuidoosten van Turkije afgezakt. Ben ik er de Metru-Dagi, een zeer speciale berg met een bezoekje gaan vereren en zodoende de mooiste zonsopgang van mijn leven te beleven. Dit tussen metershoge kolossale beelden van krijgerskoppen en arendshoofden. Het eerste magische hoogtepunt van mijn reis. Het eerste dieptepunt zou vlug volgen, namelijk Koerdistan. Volgens madammeke Ciller de (toenmalige) presidente is er niets aan de hand. Men kan er vrij reizen, tenminste als men de al te talrijke wegcontroles voor lief neemt. Maar je achterwerk voelt wel degelijk het verschil met West-Turkije. Wegen vol gaten als een Zwitserse kaas, straatarme dorpen. Er hangt een zeer bedrukkende sfeer, een onderhuidse ongenoegen. Overdag is het Turkije, 's nachts Koerdenland. Men kan het ook zo zien; de steden (valleien) is Turkije, het platteland (in feite de bergen) is Koerdenland en nergens en nooit is het er volstrekt veilig. Mijn tentje 's avonds zo maar ergens in het wilde weg opzetten was er niet meer bij. Stel je voor dat de militairen het zouden zien als een Koerdisch bolwerk, of omgekeerd. Gelukkig is er de gastvrije bevolking en als ik dan 's avonds ergens aanlandde waar er niet onmiddellijk een hotel was, dan kon ik steevast rekenen op een uitnodiging om ergens binnen te slapen. Een zeer speciale ervaring, maar daar is meer loos dan alleen maar enkele Koerdische separatisten. Het hele gebied met onrust strekt zich veel verder uit dan het Koerdisch taalgebied. Tevens liggen de plaatselijke landheren met elkander soms meer overhoop dan met de militairen. En dan is er nog de internationale inmenging, Koerdistan is een toegangspoort tot de rijke olievelden van het Midden-Oosten. Voor de plaatselijke bevolking zal het worst wezen, zij zitten met een achterop gestelde economische ontwikkeling tov West-Turkije. Dikke armoe. "Erst das Fressen, dan das Moral" zou Ber-told Brecht gezegd hebben. Het fijne van heel het probleem weet ik nog steeds niet. Misschien had Hieracleitos wel gelijk: Turkije gaf me deze keer niet wat ik in het verleden er aan heb gehad. Dan op naar Iran, een land dat ik in het verleden reeds meerdere malen heb willen bezoeken. Maar er was ofwel de islamitische revolutie, of de militaire junta in Turkije, ofwel waren er problemen in Afganistan (nu nog steeds),.. ofwel had ik geen geld of gene tijd...(gewoonlijk allebei). Ondanks alle negatieve publiciteit die we hier over dat land te horen krijgen viel Iran reuze mee. Al was het maar om de prijs van de benzine. Voor het eerst in mijn leven ging ik met ene glimlach tot achter mijn oren tanken; 12 liter benzine voor ...10fr. Toch een reden om eens stevig aan de 'gaaz'klos te draaien, al leek de kwaliteit soms iets meer op kamelenpipi dan de super van hier. Eigenlijk een rare samenleving; niet Arabisch (ook niet de taal: die is Azerbyziaans in het Noorden, Farci, oftewel het Perzisch in het zuiden, een beetje Arabisch en Koerdisch niet te vergeten tegen respectievelijk de Iraakse en de Turkse grens), wel moslim. Fanatiek in sommige zaken, in ander heel gematigd. Ze zijn er duidelijk op zoek naar een eigen identiteit. Ondanks het feit dat ze allemaal trots zijn Iraniër te zijn, is het een heel zooitje van volkeren en godsdiensten. Men vindt er zowel moskeeën als synagogen als tempels waar het eeuwige vuur brandt voor de volgelingen van Zaratoestra. Ik kon alvast met mijn enkele (koolmijn)-Turkse woordjes het halve land door. In sommige opzichten lijkt het straatleven (gedeeltelijk) op de jaren 50, begin 60 bij ons. Dat niet per sé om het wagenpark, doch wel met mannenklederdracht, muziekevenementen, gebruiken etc. Dit is een mooi voorbeeld van wat men geleerd kan omschrijven als een cohorte-effect. Men mag niet vergeten dat de nu heersende klasse van religieuze fanaten in die jaren voornamelijk in West-Europa, en vooral in Frankrijk studeerde, en of er asiel zocht. Een alom gebruikt woord is bv 'merci'. Bepaalde West-Europese gebruiken of waarden van een latere periode zijn taboe, zoals rockmuziek of lange haren bij mannen. Over mijn 'decadente' lange haar deed men echter niet moeilijk. Men heeft er een grote mond over de 'Big Satan', de USA, maar men kan er alleen maar dollars wisselen, geen marken of Travellercheques. De soep wordt er dus duidelijk niet zo warm gegeten als ze wordt opgediend. Vrouwen kunnen er hoge maatschappelijke functies uitoefenen, zoals de politiechef van het stadje waar ik ging voor mijn visum te verlengen. Ze was gesluierd, doch alleen de haren, en niet zoals later in Pakistan waar vrouwen met een soort muggengaas voor het aangezicht in het openbaar treden. Onder haar lange zwarte rok droeg ze Lives jeans en Nikes tennissloffen. Toch wel grappig als je die pinguïns op computers ziet werken met de nieuwe Windows '95. En oei-oei, ze keek me in de ogen. Allemaal grote zonden tegen de Islam, maar Allah zag dat daar niet. Toch is er een onderhuids ongenoegen tegen die religieuze fanaten (generatie-conflict!) en er heerst nog corruptie, echter niets vergeleken met de tijd van de Savak, de geheime politie van de Sjah. Deze laatste werd slechts door één persoon die ik ontmoette op mijn reis door dit uitgestrekt land terug aan de macht gewenst. Iran is in feite een erg ariëd hoogplateau, het heeft uitstekende wegen en is een must om er door heen te tuffen. Alom vriendelijke en gastvrije mensen en men heeft er de lekkerste dadels. Ook heeft men er nog mooie BSA's, in Estfehan nog op een perfect gerestaureerde A65 mogen rondrijden. En over motorrijden gesproken, in België las ik juist voordat ik vertrok dat in Iran het voortaan zou verboden zijn voor vrouwen om op een motor te rijden. Men moet dan met de benen open zitten en dat is onzedelijk. De eerst moto die ik er zag, een Japanse 125cc, het dagdagelijkse vervoermiddel ginder, had een man, twee vrouwen en twee kinderen te verplaatsen. Toen Mohammed rond het jaar 700 de koran schreef kon ie ook niet voorzien dat zoveel jaren later er motors op deze aardkloot zouden rondrijden. Aan de grens van Pakistan gekomen had ik gehoopt verlost te worden van één van die prangende levensvragen die een mens zich al zo kan stellen. Hoe zou het verkeersprobleem, het elkander kruisen, opgelost kunnen worden aan een grens van een land waar men rechts rijdt en een land waar men links rijdt, zoals Pakistan. Zou er een politie agent staan, een verkeerslicht of een brug? Niets van dit alles, aan de grens zelf stopte het asfalt, tevens wet en orde. Hoewel er een mooie rode lijn op de landkaart getekend was doorheen Baulouchistan, de ongerepte woestijn van zuidelijk Pakistan, heb ik er helemaal gene weg gevonden, wel iets dat op een piste leek, 700km lang, en de BSA en ik hebben er veel stof gegeten. Of men er nu links of rechts reed, ik weet dat nog steeds niet met zekerheid. Er is daar maar één verkeersregel van tel en die zegt dat er geen regels zijn. Simpel. Aan de grens verwittigden politieagenten me voor smokkelaars en 'tribe-people'. Die durven een toerist, al is die nog met een motor, wel eens uitschudden. 68% van het belastingsgeld van Pakistan gaat naar het leger en de politie, die ook slechts 68% van het nationale grondgebied controleren, de rest is 'tribe-area stammengebied waar slechts plaatselijke regels en familiewetten gelden. Trotse krijgers daar, met lange baarden en grote tulbanden, grote dolk zichtbaar aan de broeksriem (broek is eigenlijk een kleed), een geweer aan de schouder en dan schoenen met hoge hakken aan, wel een gek zicht. Ze verwittigden me voor ..... politieagenten die wel eens een toerist, al is die zelfs met een motor, durven uitschudden! Ze keken met ontzag naar de BSA, en wezen op de 3 geweren die als embleem in de stoterstanghuls gegrift zijn. Ze kenden BSA, van in de tijd dat de Engelsen er de baas probeerden te worden, wat echter nooit volledig lukten. In Nokkundi ben ik samen met twee Engelsen, die met een auto in Azië op reis waren naar het plaatselijk hotel-restaurant geweest om geld te wisselen en iets te eten. Dat hotel had twee kamers, één voor de mannen en één voor de vrouwen. Er waren geen bedden, iedereen sliep er op het tapijt. Het restaurant had geen tafels en stoelen, waarom wel. Iedereen zat er op het tapijt. Bestek was er evenmin, iedereen at er met de rechterhand. Niet de linkerhand! Die dient als sanitaire stop. Ik zelf heb de rekening voor ons drietal betaald, omgerekend 18fr, drank inbegrepen. Toeristen betalen altijd een beetje meer dan de plaatselijke bevolking, maar laat me daar niet over zeuren. Het groottoerisme zal hier nog effekes wegblijven. In Quetta, een piratenstad in het midden van de woestijn (bijna alles gebeurt er in het zwart) zag ik enkele mooie Triumph's en BSA's. Gastvrij volkje, die Pakistaanse motars, ze leidden me heel de stad rond, naar elke werkplaats met industriële archeologie op twee wielen, en dat hebben ze daar nog veel. Via Loralai over een reeks bergketens en mooie passen de overbevolkte Indusvallei afgedaald, waar ik mijn eerste (op deze reis) cultuurschok te verwerken kreeg. Ik, die dacht reeds alles gezien en meegemaakt te hebben. Dara ghazi Khan was een voorproefje van wat later Indië zou worden. Overbevolkt, vuil, lawaaierig en levensgevaarlijke toestanden op de weg. Weg? Het aanzicht van de hoofdstraat er zal me nog lang in het geheugen gegrift blijven. Een motorcross terrein hier is een makkelijk te nemen hindernis vergeleken met de toestand daar. 's Avonds, een hotelkamer genomen, het bed aan de kant gezwierd, en mijn tent er in op gezet. Een minimum aan hygiëne is voor mij nog steeds vereist. Het bed had er meer beestjes dan de dierentuin van Antwerpen. Aan de balie stond een lawaaierig TV toestel, waarop premier Benazir Bhutto een toespraak hield over democratie. Dat zal de doorsnee Pakistaan een zorg wezen. Zolang de Brown Sabihts (heersende adel klasse) op een feodale manier de macht in handen blijven houden is zijn grootste vraag niet "Wat eten we vandaag", maar "Is er iets te eten vandaag". Veel tijd om mij ernstige vragen te stellen over het hoe en waarom van het leven had ik daar echter niet. Het kleppenmechanisme begon rare kuren te vertonen. De uitlaatklep zat scheef, het zitvlak was ingebrand en de klephoudertjes zaten niet meer precies waar ze horen te zijn. Gelukkig heeft ieder Pakistaans boerengat, hoe klein ook, wel ergens een draaibank en wat ander gereedschap staan. Uit een stuk gietijzer dat er lag rond te slingeren een klepgeleider gedraaid, twee klephoudertjes (die halve maantjes) gedraaid en gehard na verhitting, en dan een snelle afkoeling door ze in een omstaander zijn glas thee te werpen. Dat leverde me een staande ovatie op van de toeschouwers. Na deze ingreep tufte de moto weer als nieuw. De oorzaak van dit alles blijft me voorlopig nog duister. Was het de slechte benzine die teveel roetaanslag veroorzaakte, of het overal indringende woestijnzand, of de oude en te zwakke klepveren, of een foutje van het revisie bedrijf in Hasselt waar ik loodvrije klepzittingen liet plaatsen. Deze loodvrije klepzittingen zijn op zijn eigen wel goed, dus daar heb ik helemaal geen klachten over. (Later, in Death Vally in de USA zal ik van de prangende vraag verlost worden.) Op naar Dara, bij Pesawar, aan de Afghaanse grens. Dara is een heel speciaal dorpje, het is de guncity van Azië. Het is niet groter als Stokrooi of Niel-bij-As. Men heeft daar de ene wapenwinkel (en werkplaats) naast de andere, met tussenin soms een hasjiesjwinkel. In deze laatste was ik in tegenstelling van wat velen van u zullen denken niet erg geïnteresseerd. Wel wilde ik eens zien hoe men met de hand en enkele primitieve gereedschappen perfecte replica's maakt van M16, Bazooka's, Kalachnikov's etc. Men mag niet vergeten dat macht uiteindelijk nog steeds uit de loop van een geweer komt, zelfs in onze "moderne Westers democratische landen". Deze wapens worden daar dan verkocht of geruild tegen drugs en gebruikt in allerhande guerrillaoorlogen in Kasmir, Afghanistan, Zuid- Rusland tot in Afrika toe. En zodoende heb ik daar de kans genomen, door de politie er om te kopen (die er zelfs geen wapens draagt!), om met zo'n ding te schieten. Voor 10 U$ mag je met een Bazooka schieten, voor 20 U$ mag je daarmee een ezel aan flarden schieten. Je kunt ook voor een schaap kiezen waarvan je dan gegarandeerd 's avonds de restjes voorgeschoteld krijgt in het locale res-taurant. Mijn verleden als dienstweigeraar in ere gehouden heb ik de ezel maar gelaten voor wat ie was en heb voor een Kalach-nikov gekozen en aan een rotsblok een lading kogels verspild. Toch wel eens wat anders dan een luchtbuks op de kermis. Daarna richting Jambul gereden, aan de historische Kyber-pas om er een Afghaans vluchtelingen kamp te bezoeken. Een schokkende ervaring waar ik nu nog niet wens over te schrijven. Dan de Korakorum-highway opgereden richting China. De K.H.way is gene weg zoals tussen Diest en Leuven. Het is een oud gieten- en paardenpad, eeuwenlang gebruikt om zijde van China over te brengen naar het Westen. Het is de oude legendarische zijderoute die Marco Polo nog gebruikte voor zijn reis naar het Duizend Jarige Rijk. Dat geitenpad is door het Pakistaanse leger verbreed met dynamiet, het enige nuttige werk wat die tot op heden gedaan hebben en ze hebben er dan een lik asfalt overheen gelegd met een schop, zo goed dat ik best mijn 3 en 4 versnelling had kunnen thuislaten, zo'n gehobbel. Trouwens, over werken gesproken. Ik denk dat de arbeidsproduktiviteit in Pakistan nog geen 10% bedraagt t.o.v. de Belgische. Alléén in Signapore werkt men harder en efficiënter. In Pakistan werken vooral kleine kinderen en kleine ezels. En die eerste durven nog al eens met stenen gooien als je komt langsgereden. Misschien wel een reactie uit schrik. De kleine ezels durven nog als eens pardoes de weg opstappen, juist als je komt aangereden alsof ze willen controleren in welke mate je claxon of je remmen werken. Of zouden ze iets tegen rechte voorvorken hebben? Maar Noord Pakistan is indrukwekkend mooi. Wat wil je als je 's morgens je tentje opentrek en bijna loodrecht opkijkt tegen kolossale bergketens met pieken als de Nagar Partar(8200m) of de Mont Goodwin(8700m), de K2, de tweede hoogste berg ter wereld. Jongens, daar kick je van. Door de Hunza vallei tot op de Kungerab pas, 4700 meter hoog, die de grens met China vormt en tevens de scheiding tussen kamelen-(twee bulten) en dromedarissen-(één bult) land. Op een hoogte van bijna de top van de Mont Blanc, de hoogste berg van Europa, draaide de BSA als een klokje, hetgeen niet gezegd kon worden van die twee moderne grote enduro moto's met wie ik het laatste traject voor de top samen had gereden. Ik zelf kon er geen sigaretje roken. Dit wegens bevroren vingers (- 10 à -15 overdag in de zon) en door het gebrek aan zuurstof om de sigaret aan het branden te houden. Het was alweer een hoogtepunt van de reis, misschien wel het ultieme! Al was het maar om dat plasje dat ik in (op) China maakte, dat me tevens mijn koffielepeltje kostte. Dat was een symbolisch protest tegen het feit dat ze me daar niet gewoon binnen wilden laten. Men moet er namelijk een gids huren met een eigen motorfiets die je dan dag en nacht moet volgen. Kan mijne portefeuille niet betalen. Terug naar beneden gebold naar Islamabad, waar er op de camping een stel Duitsers met Yamaha's al wekenlang op onderdelen vanuit het thuisfront zaten te wachten. Zielige situatie. Toch plezant gevoel om zo'n oude simpele 'low-tech' motor bij te hebben waar je alles ter plaatse zelf kunt herstellen wat kan stuk- gaan. Terwijl ik met een olie verversing bezig was, bliezen enkele terroristen de iets verder gelegen Egyptische ambassade op. Dat kostte 60 mensen het leven en was voor mij een teken dat het tijd was om naar Indië te rijden. Indië noemt zichzelf de grootste democratie ter wereld. Tja, er zijn 940 miljoen Indiërs. Vraag maar eens wat democratie betekent aan de Paria's, de onaanraakbaren, de laagste kaste. Of aan de miljoenen daklozen, of aan de ontelbare bedelaars. Tot in Amritsar gereden, in de Punjab, en dat ging nog redelijk goed. Daar de gouden tempel van de Sihks bezocht. Echt de moeite waard, en achteraf gezien het enige spirituele wat ik in heel India heb ontmoet. Dan richting Delhi gebold en daar kreeg ik mijne grote "verkeersshock". Het leek er wel op dat die 940 miljoen Indiërs allemaal tegelijk op straat wilden zijn juist als ik er kwam aangereden met het BSA'ke. Het verkeer is er absoluut waanzinnig. In Pakistan had je nog een drietal gedrag codes in het verkeer : 1: Geen alcohol, wat voor mij geen probleem was, ik heb me van heel de reis maar één keer aan een biertje gewaagd. Dat was later in Indonesië op een eilandje waar er geen wegen waren en dus ook geen verkeer. 2: Een claxon hebben en die constant gebruiken om alles en iedereen te waarschuwen dat je komt aangereden. 3: Good Luck, de zegen van Allah, of van Shiva, Bhoedda, etc, en liefst van allemaal gelijktijdig. In Indië gelden alleen code 2 en 3, en aan de 3 regel hebben minstens 100 mensen per dag geen boodschap meer. Een leven is er 45 Roepies (ongeveer 40fr) waard, dat is de prijs voor een jaarlijkse motorverzekering! Doch is het verkeer er niet snel zoals hier. Met dat oud drie-en-een-halfke stak me er niemand voorbij. In Delhi naar een bruiloft moeten gaan van de dochter van een goede vriend van me daar. (vrouwen, gene paniek, die bruiloft was er niet voor mij.) De familie telde 4800 personen, ook dat is Indië. Voor het stel een kookpot gekocht als geschenk. Het aluminium deksel heb ik echter gehouden en er een voetpakking uit geknip die ik dan op de BSA gemonteerd heb om de compressie te verla-en. Liefde gaat door de maag, of er nu gekookt wordt met of zonder deksel. De ketting vervangen door een oude-nieuwe-stock van Tsjechoslovwakije makelij, met een prijskaartje van slechts 300fr. Tevens de vier trekbouten van de cilinderkop. Ik had in België nieuwe bouten gemonteerd maar die bleken te werken als een elastiek. Met als gevolg steeds een lekkende koppakking. In feite heeft een B31 geen koppakking, maar toch had ik er een gemonteerd om de compressie zo laag mogelijk te houden. Nanna, 112,Press Road, naar School Lane Flyo-ver, NewDelhi bezorgde me vier gebruikte, doch originele, en met dat was dat pro-bleempje ook voor eens en voor altijd van de baan. Nanna heeft nog veel oude moto's staan, van de tijd dat Indië de parel was van de Britse kroon. Spijtig dat het zo'n zenuwslopend iets is om het naar België verscheept te krijgen. Toen Indië en Pakistan in 1947 opsplitsten bij hun dekolonisatie zijn alle ambtenaren, allemaal hindoes, naar Indië gevlucht. Zou dat niet mede aan de oorzaak liggen dat alles hier zo'n bureaucratische nachtmerrie is. Ben ik dan naar het heilige, of is het 'high' meer van Puskar gebold, via Jaipur, de zilverstad. Veel heb ik er niet gemediteerd. Dat heb ik in Indië alleen maar op de motor gedaan. Totaal geconcentreerd op de weg, zien dat je nergens tegen opbolt of in te grote gaten terechtkomt, en dat men je niet (te diep) van de weg afperst. Dan verder de mooie Rajastan-woestijn in, die me dagelijks een reeks platte banden bezorgde. Doorns tot 5 cm lang. In Agra de Taj Mahal bezocht, het prachtige marmeren paleis uit de 16de eeuw. Mooi indrukwekkend bouwwerk, al klopt het romantisch verhaal waarom men dat heeft gebouwd niet helemaal. Bouwen gaat in India nog als je weet dat het algemeen gemiddeld dagloon er ...8fr bedraagt. Toen ik terug in Delhi kwam had men er een Kentucky Fried Chicken (een Amerikaanse fastfood keten, zoiets al de Mac Donnals hier) na slechts enkele dagen open te zijn geweest gesloten. Er zaten namelijk twee vliegen in de keuken. In feite wilde KFC niet genoeg onder de tafel betalen aan de plaatselijke corrupte upper-kaste. Alles wordt hier reeds eeuwenlang gedirigeerd door enkele families. Het is moeilijker in heel Indië een restaurant te vinden met minder dan 2 ratten in de keuken als een KFC fast-food restaurant. Ratten worden trouwens in Indië als heilige beesten aanbeden, en ik hou niet van ratten, evenmin als van kastensystemen en die onbegrijpelijke gelatenheid. Dus wegwezen daar, maar hoe? De ferry tussen Madras en Penang-Malysië is nog steeds buiten dienst, en met de snelheid dat er in Indië iets verandert zal dat nog wel eeuwen zo blijven. Birma, of tegenwoordig zichzelf Myanmar noemend heeft alle grensovergangen over land hermetisch afgesloten. Zelfs een bijna geslaagde leugenpartij mijnerwege t.o.v. de Belgische en Birmaanse ambassade als zou ik een onderzoek naar vluchtelingen of investeringen bezig zijn, hielpen me niet om er over land binnen te geraken. Later, in Zuid-Thailand zou ik evenwel effekes illegaal met de motor de grens overwippen om er een ....plasje te maken. Dan maar op de luchthaven alle luchtvaartcargo burelen gaan aflopen en na veel afpingelen (veel oefening hierin gehad op ruilbeurzen) besloten om met Aero-Flot naar Bangkok-Thailand te vliegen. De moto vloog mee, mooi beschermd in een aparte luchtvaartcontainer. Thailand was een wereld van verschil. Zo proper, effiënt, voorspelbaar, formeel, zo weinig corruptie, althans op de luchthaven en met de goede documenten in handen (carnet de passage). De zeehaven is een ander paar mouwen, vraag dat maar aan Sjaak, een Nederlander die bijna zijn Honda in beslag zag genomen en een flinke geldboete boven het hoofd had hangen. Een dagje helpen vechten tegen de administratieve molen en hij kon ook weer aan de klos draaien. Na twee dagen Bangkok had ik genoeg files gezien. Er komen daar in stad per dag meer dan 500 auto's bij in het verkeer en er zijn daar "Welriekende Dreven" 24 op 24 uur. Maar ik reed richting Zuid, de mijn mooiste Kerstdag van mijn leven, over rustige stranden tussen palmbomen. In T-shirt! Sorry jongens dat jullie in Belgiekske zaten te bevriezen. Wat het me er het meeste verwonderde was de positieve reacties van de locale bevolking tegenover mijn oud motorke. Nooit zou er een haar op mijn hoofd eraan gedacht hebben dat het sympathiek spleetoog volkje waarlijke liefhebbers zijn van oude moto's. En ze hebben er heel oude machines, waar de meesten onder ons alleen maar van kunnen dromen. Taal is er dikwijls een probleem, slechts weinigen kunnen Engels spreken, zeker als je van de toeristisch platgelopen streken wegblijft. Mijn kennis van de Thaise taal beperkte zich tot 'dee' wat OK, of zeer goed betekend. Maar een glimlach is wel een universeel begrepen teken en daar kom je steeds het verste mee. Dan naar Malysië, een gematigd moslimland in volle economische expansie dat je van de ene dag op de andere ziet evolueren. Hier is er geen werkloosheid, wel multiculturaliteit. En wat een motorvriendelijk 'klimaat'. Elke dag, rond 4 uur in de namiddag begint het te regenen. Moesson noemt men dat, en je kan er je horloge, die ik niet bij me had, juist op zetten. Anderzijds waren de wegen die ik er deed stuk-ken beter dan in België, waren de autostrades toll-vrij voor moto's en was er daar onder elke brug een speciale moto- parking om te schuilen voor de buien. Eigenlijk wou ik er niet teveel tijd spenderen en zo vlug mogelijk in Indonesië geraken. Doch men wilde de motor niet op de ferry toelaten van Penang, het beroemde kolonialistische George Town, naar Medan op Sumatra. Ik beschikte namelijk niet over de speciale ver-gunningen voor tijdelijke import, opgelegd door de militaire regering van Indonesië. Daarom maar effekes verder gebold naar Signapore, via Johor Bahru. Daar leerde ik een sympatieke oude motorenclub kennen. Nog nooit in mijn leven zoveel oude Nortons gezien. Nu begrijp ik waarom Malysië de vierde grootste afzetmark voor Engelse motoren was in de jaren '50. Singapore is een ocharm 625km² groot mini-staatje. Ocharme? Ik had nog nooit in mijn leven zoiets rijk, proper, efficiënt, zakelijk, modern en strict gezien. Ons Zwitserland is er niets tegenover. En strict is het er. Zelfs kauwgom is er bij wet verboden en owee als je er een sigaretten peuk op de straat werp, daarvoor vlieg je de bak in. Doch op zo'n mooi met marmer belegd plein drupte het anders best oliedicht BSAke een handtekening. Gelukkig zag dat niemand. Het formele deed me ook hier de das om. Geen overzet zonder de nodige vergunningen. Dan maar terug naar Malysië, de plaatselijke oude motorclub in Johor Bahru bezoeken. Die ontvingen me terug met meer dan open handen. Op nieuwjaarsavond, nadat we naar illegale straatraces waren gaan zien zaten we gezellig wat na te keuvelen in een restaurant en vertelde een der leden, zoon van de sultan (sultan daar is wat hier de koning is) over zijn toer met zijn Harley door Sumatra. Aha, om de vergunningen te krijgen mocht de motor niet meer dan 450cc zijn. Dus als hij dat gefikst krijg, dan ik ook. En hij bracht me met de juiste personen in contact en hopla, de moto en ik op een bootje. Eenmaal in Indonesië vroeg men me niet naar speciale vergunningen. In een land waar al het geld naar het leger gaat is er niets meer over voor onderwijs en zodoende kunnen douanes nauwelijks lezen of schrijven. En als men bij een wegversperring als eens durfde vragen naar papieren, dan begon ik dadelijk sigaretten uit te delen , deed alsof mijn neus bloedde en toonde allerlei papieren die zogezegd de vergunningen zouden voorstellen. Mijn (namaak) journalistenpaspoort verrichte ook soms wonderen. Eigelijk wel veel geluk gehad, achteraf heb ik verhalen gehoord van aangeslagen motors, die waaschijnlijk nooit meer vrijkomen. Ik wil er niet aan denken. Maar ik tufte lustig zwetend door het tropisch regenwoud van Sumatra, Indonesisch grootste eiland, kruiste er de evenaar en kampeerde 's nachts, in slaap wiegend door die typische oerwoud geluiden van apengebrul, exotische vogels en andere wonderbare geluiden. Ja, zo'n regenwoud heeft wel iets. In Sibolga, West Sumatra ingescheept naar Nias, een eiland van 50 op 100km,....met slechts een weg doorheen naast enkele paden. Hier deed men een generatie geleden, en misschien nu nog af en toe, aan koppensnellerij. Nias doorkruisen zou dus avontuur van de bovenste plank worden, en dat was het. Soms deed ik minder dan 20km op een hele dag. Door rivieren met water tot op kniehoogte. Dit vereiste het invetten van magneto en dynamo. Over bruggetjes van aaneen gebonden glibberige boomstammen, waartussen eerst je voorwiel blijft steken en dan je achterwiel. Demonteren, oversleuren en terug monteren en dan verder ploeteren tot aan de volgende hindernis. Meer dan eens de bagage apart moeten oversleuren, op de manier zoals het plaatselijk vrouwelijk deel van de bevolking zaken transporteert, namelijk de koffer boven op het hoofd en zien dat je niet in het slijk tottert. In Sirombo aangekomen, bijna op het eind van de wereld, zo leek het. Nicolay en Patrick, twee Hasselaars hebben op een uur varen van daar een eilandje, van 2 op 3km, zonder wegen. Er zijn daar werelds beste surfgolven heb ik me laten wijsmaken, en zo te zien aan het daar aanwezige internationaal gezelschap is dat ook nog waar. Ik ben er een weekje gaan uitrusten, ene mens mag toch ook eens een beetje vakantie hebben of niet soms? Palmbomen, maagdelijk wit strand, blauwe hemel en zee. Het zou perfect passen in een bounty-reclame. Maar mooie liedjes duren niet lang en ik zou op tijd op het Internationale BSA-rally in Nieuw Zeeland willen zijn, en daar lag Australië nog tussen. Dus terug met de BSA door de wildernis, hem zelfs op een camion moeten zetten om een rivier over te komen. Inge scheept naar Sumatra en daar richting Bukkitingie. Daar zou nog ergens ene Indiaan te koop liggen had ik ergens vernomen. Maar die was al lang weg bleek ter plaatse. Omdat de doorsnee Indonesiër het helemaal niet breed heeft zijn de meeste oude moto's reeds lang richting Australië, USA of Europa verscheept. Voor mij dus definitief te laat om die pas ingereden Vincent of Brough Superior, vers uit het krat, voor een appel en een ei te kopen en naar huis te versturen. Wel bollen er op Sumatra BSA's rond met zijspan, dienend als...taxi. Meestal zijn ze in een nog bedenkelijker staat dan in Indië. Een vriend van me vroeg uit te zien voor een zijspan. Zijspannen heb ik onderweg gezien in alle maten en gewichten. Maar wat denk je van een zijspan aan een fiets, dienend als schoolbus! Het zuiden van Sumatra wordt in reisgidsen veelal als weinig interessant beschreven. Ikzelf evenwel heb me er heel goed geamuseerd, zoals die keer dat ik in een restaurantje aan het eten was en plaatselijke vragen aan me begonnen te stellen. Die vragen zijn typisch vanaf het moment dat je Azië binnenrijdt. Het begon in Turkije. Meestal in gebrekkig Engels en met een hoop gebaren. Hoe heet je? Waar kom je van? Hoe oud ben je? Hoe oud is de moto? Wat doe je in België? En dan de hamvraag: "Heb je een vrouw?" Als je ontkennend antwoord zijn ze echt ontgoocheld. Denken ze: "Kan die arme jongen zich nog niet eens een vrouw permitteren, alleen maar een motorfiets, en dan nog wel een oude, ocharme". Dus volgende halte had ik een vrouw. Vroegen ze of ik kinderen had? Nee, was het antwoord mijnerwege. "Oei, er moet iets vreselijk verkeerd bij die jongen zitten" las ik op hun gezichten. Dus antwoord je voortaan dat je een vrouw en 8 kinderen hebt, en 5 daarvan zijn zonen. Iedereen is dan gelukkig in zijn overtuiging, en daar gaat het tenslotte om. Daar in dat restaurantje vroeg me een oude man nadat ik die resem vragen zo goed als mogelijk had beantwoord "Hoe ziet je vrouw er uit? Beschrijf ze eens? Dus stelde ik me iets voor dat hier in West Europa op de eerst rij had gestaan toen Onze- Lieve Heer de vrouw schiep. Zo eentje waar Claudia Schiffer, B.B, P.B, of zelfs Miet Smets oerlelijk tegenover zou zijn. Zo'n vamp waar iedere motard zijne fiets voor zou laten staan. Slank, lang blond haar, blauwe ogen. Maar die oude pé was helemaal niet onder de indruk van mijn beschrijfsel. "Lang blond haar: als verdroogt gras. Grote blauwe ogen: als een domme koe. "Slank, slank neusje: als een bijl om hout te klieven" antwoordde hij. Daar ging mijn perfecte vrouw. Volgens hem moest ik maar een Indonesische trouwen, zo eentje met een platte neus en donker spleetoogjes en zwart kroeshaar. Die waren veel beter in bed! Zo, dat wist ik ook al weer. Aan het zuidelijkste puntje van Sumatra de boot naar Java genomen. Hier was de lol uit. Wat een drukte op Java. Het deed me teveel aan India denken. Er was een stukje autostrade, erg pretentieus en men mag er nog niet eens op met een motor. Jakarta leek een volgende 3-de wereldstad te zijn . Hier leven en werken kinderen in fabrieken voor 30fr per dag, 7 dagen op 7 om westerse consumptiegoederen produceren zoals Nike en Adidas sloffen. Wandel je in Delhi 10 minuten op straat heb je een zwarte neus van alle smerigheid in de lucht. Wandel je 10 minuten door Bangkok of Teheran, dan heb je hoofdpijn van de luchtverontreiniging. In Jakarta heb je beiden! Nog effekes een duo-zadel gekocht voor mijn 1959 Harley David-son panhead, ingepakt en opgestuurd. Daarna naar de luchthaven gereden en weer gaan onderhandelen. Simpatie-air zal me naar Perth Australië vliegen, de BSA op een speciaal luchtvaartpalet van 3 op 4 meter. Australië was een omgekeerde cultuurschok na Azië te hebben doorkruist. Wat een wereld van verschil. Dit was terug formeel witneuzenland. En Perth is rijk, het is wijds omgeven door edelstenen- en ertsmijnen. Het schijnt dat West-Australië het hoogste % aan nieuwe Harley's heeft ter wereld. Heel veel zullen het er niet zijn, daar er buiten Perth en enkele mijnwerkersstadjes geen kat woont. Ik ben bij Vintage Motorcycles & Britisch spares op de Davison Street in Maddington er de BSA eens gaan nazien. Na dat jungle avontuur was dat nodig, en met de uitgestrekte Australische woestijnen in zicht. "Nazien" wil zeggen: een andere uitlaat klepgeleider. Een giet gedraaid, uit gietstaal van een goede kwaliteit en dat dan na montage perfect geruimd. Nieuwe klepveren erin, zo uit het winkelrek, want die waren reeds in België aan vervanging toe. Een andere 2de hands Truimph zuiger, die zijn doorgaans gratis te krijgen. Nieuwe primaire ketting, olie, etc. Het restauratie- bedrijf was het grootste en best uitgeruste wat ik tot nu toe gezien had in mijn leven. Ik kreeg er promp een nieuwe Triumh 900 ter beschikking zolang de BSA op de werkbank stond. Hier betaal je niet met apenootjes, maar er wordt hier ook geen apenwerk verricht. Het bewijs kwam later na 3500 km Australische hitte: er moest slechts 3/4 olie 25W60 bijgevuld worden. Verdacht weinig. Ik heb er nog effekes voor hun gewerkt. Aussies werken veel relaxer dan Belgen, doch verdienen er veel meer. Het land, de bodem is er schatrijk. Het is veel groter dan Europa en er wonen minder dan 18 miljoen mensen, en die vindt je dan hoofdzakelijk in de steden en langs de groene Oostkust. Over de Nullabor ( Latijn: geen boom) plains, langs de zuidkust begonnen aan de grootte oversteek. 2400 km eindeloze rechte weg, met om de 300km een benzine station, dikwijls zonder drinkwatervoorzieningen en ongeveer 40°C. De koninginnenrit van mijn leven. Met muziek van Soft Verdict, J. Hendrikx of Pavalov's Dog in mijn hoofd. Australië moet je gewoon eens rondtuffen. Dat is relax motorrijden. Soms kruis je voor uren geen ander voertuig, en als je er een kruist is het meestal een roadtrein; een camion met 3 aanhangers. Eindelijk weet ik nu wat leegte betekend: daar zijn de Amerikaanse Big Plains of Great Basin filetoestanden tegen. Dat merkte ook een jong Japans meisje met een 250cc enduro. Ze was uitgeflipt van de leegte en volgde me de hele dag op 100 meter afstand. Vanuit Port Augusta, Zuid Australië richting Northren Territory gedraaid. Dat gaf nog meer leegte, en 250km voor Alice Springs links afgeslagen naar iets waar ik al 20 jaar voor uitkeek: Ayers Rock of tewel Uluru in Aborigi-nal taal. Alweer een hoogtepunt van mijn reis, alwas de klim naar de top loodzwaar. 'S Middags lag de temperatuur er 45°C in de schaduw. 's Nachts, in de buurt van Ayers Rock het meest gevaarlijke moment van mijn reis gehad... door bijna op een dromedaris te rijden. Dromedarissen in Australië? Jawel, ze werden er gebruikt toen men er telegraaf aanlegde, enkelen zijn ontsnapt en nu heeft men er hele kudden die niets liever doen dan zich 's nachts op het nog warme asfalt neervleien. Ayers Rock is erg toeristisch, men maakt er de Aboriginal cultuur groter en mooier dan dat die ooit was. Mijn moeder had me voor dat ik vertrok wat dollars in mijn handen gestopt, en gevraagd af en toe een stukje stof of zoiets voor het maken van een kleed kon opsturen. Moeders zijn altijd trots als ze een souvenierke kunnen tonen van zoonlief op wereldreis. En ik zag daar een mooi stukske stof hangen met die typische Aboriginal-art. En ik had het bijna gekocht ware het niet dat naast het prijskaartje een label van "made in Poland" hing. Ik wist niet dat er Aboriginals in Polen leefden. Van boemerangs "made in Taiwan" hou ik evenmin. De overlevingscultuur die die mensen hadden in dit woestijn continent was ongelooflijk groot, doch nu zijn ze de zwarte schapen, de negers van Australië. Gisteren leefden ze in het Stenen tijdperk, vandaag hebben ze te overleven in de harde blanke samenleving. Uiterst moeilijk als prestatiedrang of tijdsbesef u totaal vreemd zijn. Ze hebben niets meer om handen om trots op te zijn. Ze krijgen een overheidstoelage, een soort schandgeld voor de afgenomen gronden, ja, uit schaamte van de overheid wegens de bijna uitroeiing. 100 jaar geleden ging men hier op konijnen- en aboriginaljacht . Of ze krijgen wat pachtgeld voor hun gronden van mijnexplosanten, of noorderlijker, van veeboeren. Dat geld gaat er vlot doorheen aan vooral alcohol, en zuipen kunnen die jongens ongelooflijk. Zou je niet als je voor een fles mineraal water tot soms 100fr dient te betalen? Doch leeft dat natuurvolk voor 1/3 in steden, terwijl dat slechts 1/5 van de blanken dat doen in de NT Ten Noorden van Alice Springs ben ik een paar dagen bij een Aboriginal familie blijven logeren. Met mijn tent naast hun stacaravan en tussen de autowrakken. Ze vonden het te gek dat ze ene Belg op bezoek hadden, omdat .....Jean-Claude Vandamme (filmacteur) ook een Belg is. Ik heb dus de moeite niet meer gedaan om iets meer te weten te komen over hun cyclische pantheïstische levensfilosofie. Wil dat nu betekenen dat er geen echte aboriginals meer zijn? Jawel. Wij zijn toch ook geen negers geworden na het eten van een banaan. En dan de blank Aussies, er zijn twee soorten. Het eerste is te omschrijven als die zoete koekjes die je in soap-opera's als "buren" op tv ziet. Het 2de soort is de "outback" boer of mijnwerker. Een hard en apart volkje, dat als ze drie woorden zeggen, er twee "fuck" zijn. Ik ben daar in kroegen geweest waarbij vergeleken de Hell's Angels misdienaars zijn t.o.v. het locale publiek. Echt geen goede plaats om herrie te schoppen. Vanuit Alice Sprin-gs, waar er nog een pak Amerikaanse en Engelse moto's van de jaren 20 en 30 te vinden zijn, naar het Noorden gereden. In Tennant creek stond de zon bijna loodrecht op m'n hoofd en was 8 liter water per dag juist voldoende om me te behoeden voor uitdroging. Dagen begonnen om 3h30, het koelste moment van de dag, om voor zonsopgang reeds een 200km te bollen. 's Middags was het dan uitpuffen in een outback-kroeg, starend naar hetgeen wat op de pooltafel gebeurde, de vliegen constant van je af proberen te houden. En vliegen heeft men in Australië, 400 verschillende soorten. En die hielden allemaal veel te veel van me. De BSA was intussen besmeurd met ontelbare doodgereden sprinkhanen. Eenmaal de grens van Queensland over werd het veel groener en in New South Wales reed ik door een golvend groen landschap met grappig ogende flessenbomen. De stam en de top zijn dun, het midden dik. Ik moest er heus het regenpak terug aantrekken. Australië gaf me tezamen 8600km rijplezier van de bovenste plank. Maar aan alles komt een eind en ik moest beginnen uit te zien voor de oversteek naar New Zealand. Om de moto op het vliegtuig te zetten moest ik over een speciaal formulier beschikken,...omdat het gevaarlijk goed is. Akkoord, maar toen ik voorzichtig probeerde uit te leggen dat het ook gevaarlijk goed zou blijven met of zonder stukje papier, toen vloog ik met men klikken en klakken aan de deur. Ik zat wel te klagen over die a-logica in de Indische samenleving, "maar is Indië niet overal, we herkennen het alleen niet dadelijk", om de woorden van Tagore, een groot Indisch dichter eens te (mis)bruiken. Dan maar een hamer, nagels en een zaag gekocht en met wat oude paletten een krat ineen getimmerd. De BSA zou per schip overgaan. In Sydney ben ik alvorens naar Auckland- Nieuw Zeeland te vliegen, Dennis Quinlan op gaan zoeken. Die had ik in Californië- USA op een piepklein doch zeer fijn Velocette treffen in 1990 leren kennen. Dennis runt er KTT-services,46 The Strand, Croydon, NSW, Australië, een bedrijf gespecialiseerd in het herstellen van motorfiets kilometertellers. In Auckland op een klein luchthaventje aangekomen. De goede sfeer die er hing viel me dadelijk op. Ge moet maar een verloren gelopen blik werpen en New Zeelanders, of te wel Kiwi's genoemd, snelden ter hulp. Daar ik een week op de motor moest wachtten, besloot ik naar Wellington, 800km zuidwaarts te liften. Ik zou er bij John, de organisator van de Internationale Rally mijn post gaan op halen. En liften, geloof me of niet, dat ging vanzelf. New Zeeland is nog "onbedorven", mensen hebben er nog vertrouwen in elkander, ook al kent men de ander niet. Ik zou John nog effekes helpen een C15 ineen te duwen, alvorens de rally zou starten. Maar zoals dat gewoonlijk met oude motoren gaat liep dat niet geheel van een leien dakje. Nu, op dit huidige moment zal 'ie wel bollen. Terug van Wellington naar Auckland gelift waar ik te gast was bij Wayne, de vice-president. Alweer een warm welkom. Daar beschikte ik over een BMW1000 tot ik de BSA uit de krat kon halen. Alvorens ik de kickstarter aan kon raken moest er nog een "agriculture con-trole" gebeuren. Dit is om invoer van besmettelijke ziekten en streekvreemde gewassen tegen te gaan. Wat een klucht. Bekeek dat mens de BSA 10 seconden, vulde gedurende 60 seconden een aantal gegevens in op een formulier en dat samen maakte mijn geldbeugel 100 NZ$ (2200fr)lichter. Had ik die zelfde toestand reeds beleefd in Perth-Australië. Moest er intussen nog effekes een trofee in elkaar geknutseld worden. Het is een vast ritueel dat ieder deelnemend land een cadeau aan de organiserende club geeft. Uit de deelnemerslijst bleek dat ik de enige Belg zou zijn, dus met een enkele Gold Star onderdelen die Wayne had liggen rondslingeren, wat inox, een tube lijm en een beetje creativiteit heb ik het vaderland moeten vertegenwoordigen. Dan nog effekes een tv opname moeten doorstaan en toen eindelijk de weg op. New Zealand is het motorland. Toen de Schepper de wereld in 7 dagen had gemaakt zag hij dat er iets miste aan zijn werk. De 8ste dag heeft hij dan er maar New Zealand bijgemaakt, en dit speciaal om met de motor te rijden. In tegenstelling tot Australië vind je hier nog geen 100 meter rechte of vlakke weg. Maar de weg is wel goed en er rijden veel motoren in New Zealand. Als er in de USA 100 auto's zijn, is er 1 motor. In Europa zijn er 11 motors op 100 auto's. In New Zealand zijn per 100 auto's ....48 moto's. En er leven 3,5 miljoen mensen en ..... 63 miljoen schapen. De mentaliteit van de Aussies was hard en rechtuit, er heerst een waarlijk mijnwerkerssfeertje. Onder de Kiwi's gaat het er veel rustiger aan toe, heel gemoedelijk. Wel opvallend als je maar weet dat de oorspronkelijke bevolking, de Maori's die heden ten dage 7% van de totale bedraagt, een zeer gevreesd krijgersvolk was. Ze zijn nu goed geïntegreerd in de Nieuw Zee-landse samenleving. Zo dolenthousiast begon ik mijn tocht door dit wonderbare land dat ik was vergeten te tanken en zodoende viel ik de eerst (en gelukkig ook de laatste) keer deze reis zonder benzine. Geen nood. De tank gedemonteerd, duim omhoog en naar een pomp gelift en met een halfvolle bak terug naar de BSA gelift. Dat kan in Nieuw-Zeeland allemaal. Enkele uren voor de rally startte ben ik er gearriveerd. Enkele uren, en dat een half jaar na het vertrek uit België. De openingsceremonië van de rally vond plaats in een Maori gemeenschapshuis. Best gezellige bedoening, en het eten, dat klaargemaakt was op traditionele wijze, dwz in een kuil in de grond, smaakte naar nog. De rest van de week hielden we, een 200 deelnemers uit 11 landen ons druk bezig met allerlei activiteiten. Wat opviel was de ouderdom van veel moto's, en ze werden gereden, die museumstukken. Maar er werden ook museums bezocht. Al voel ik me nationalistisch gezien een wees, het doet je wel iets daar een Belgische viercilinder te zien. Een avond mocht ik mijn avontuur uit de doeken doen. En dan was er de traditionele diner & dance. Terwijl zich iedereen de benen uit het lijf swingde, muisde ik er stilletjes onderuit en nam de ferry naar het Zuidelijke eiland. Aan de Westkust daar zijn er prachtige gletsjers en voor de tweede keer kwamen de Alpen onder de wielen. Wel de Nieuw-Zeelandse Alpen te verstaan. Fjorden zijn er ook, en in een ervan regent het 4 dagen per jaar eens niet! De bruggen op dit dun bevolkt eiland zijn soms wel erg tof. Ze zijn soms tot 3OOm lang, er is één enkele rijvak over en daarenboven moet de trein ook over dat rijvak. Helemaal tot Invercargill gebold. Het deed me aan een grappig feitje denken uit mijn jeugd. Toen ik jaren geleden smeer aan mijn handen begon te krijgen, toen de motor- en sleutelmicrobe me te pakken kregen, toen zei ooit een nette burger van mijn woonplaats me dat die motors me nog ooit heel diep (=dood) zouden brengen. Dieper als Invercargill ging het echter niet. Verder is er alleen Antartica, de Zuidpool. In Dunedin ben ik Margo, een vriendin gaan bezoeken en in Christchurch Greta en Melville, een koppel dat reeds meer dan 50 jaar BSA rijdt. Ook de Britten fabriek kreeg me over de vloer. Daar wordt de Nieuw-Zeelandse supermoto( oa carboon kader, injectie etc) gemaakt die iedereen het nakijken geeft in de 'battle of the twins'races. En die fabriek was niet veel groter dan menig onzer sleutel-koten. Ook ben ik in Christchurch originele foto's en andere documentatie tegengekomen van 2 BSA V-twin-rijders die een wereldreis maakten in 1927. Toen van hier naar daar al. Zeer plezant was, nu de rally in Wellington gedaan was, dat de buitenlandse deelnemers over Nieuw Zeeland uitzwierven en zodoende kwam je soms in het midden van nergens BSA's tegen. Terug in Wellington ben ik mijn plunjerveertjes (Britisch motorcycles&parts, Lloyd str.) gaan vervangen door een steviger stel dat normaal gebruikt wordt door zijspanrijders. Gratis een achterband gekregen en gemonteerd, de oude was meer dan aan vervanging toe Juist zoals in Australië, Malysië, Indië etc, vind je na wat zoeken ook hier elk onderdeeltje wat je oude moto ook maar wenst. Toch een zalig gevoel. En Steven van Small Heath mc hielp me zo dat mijn voorvork eindelijk (sic) goed werkte. Terug naar Auckland, waar de BSA terug in zijn kratje werd verpakt en richting Los Angeles vertrok per boot. Ik bleef enkele dagen bij Wayne op bezoek en kreeg na enkele mislukkingen zijn lekkende A10 tank toch dichtgelast. En dan het vliegtuig in, richting LA. Het vliegtuig stond nog niet eens goed op Amerikaanse bodem en ik wilde reeds terug naar dat vriendelijk Nieuw-Zeeland. Los Angeles is geen gewone stad, het is een hel. Zoals de rest van de wereld heeft ook LA vier seizoenen. Lente, zomer, herfst en winter. In LA heetten de seizoenen: earthquakes, mudslides, fires and riots. Oftewel aardschokken, landverschuivingen, branden en straatgevechten. Dus de Greyhound bus genomen naar het 600km noorderlijkergelegen San Francisco, ook zo'n Amerikaanse grootstad. Doch ik heb er een aantal vrienden die ook aan oude motors liggen klossen en dat maakt het allemaal veel draaglijker. En ik viel ook daar met mijn kont in de boter. Onmiddellijk een toffe job, aan vliegtuigen prutsen en ze poetsen. We zijn er mee gaan vliegen, over de Alpen. Wel te verstaan de Californische Alpen. Ook kreeg ik een motor ter beschikking. De ene week een Tri-umph van Walter, de andere een Ariel van Don. Walter deed me een 'sociologi-sche' toer cadeau doorheen de achterbuurten, de getto's Daar zijn onze Limburgse probleemwijken klein 'bier' tegenover. Bier is daar niet zozeer het probleem, wel het witte poeder. Er heerst een waarlijke 'no hope, only dope' sfeer tussen het merendeel zwarte bevolkingssegment van de grote Amerikaanse steden. In Indonesië had ik gebieden doorkruist waar er koppensnellers leefden. Maar dat kom je in feite ook hier tegen. Wil er iemand in een 'gang'(stam) hogerop geraken, moet 'ie effekes lid van een ander gang of een politieagent koud maken. Ieder 6 minuten zou in de USA een kind sterven door (wapen) geweld. Beschaving? Ik begin er alvast aan te twijfelen. Misschien had Parmenides, de opponent van Herakleitos, wel gelijk toe hij beweerde dat alle veranderingen (vooruitgang) louter schijn zijn. Maar ondanks mijn gemijmer moest ik terug naar Los Angeles. In LA bleek het dat ik nog enkele dagen moest wachten op de BSA. Heb ik een winkelkarretje gevonden langs de straat, er mijn hebben en houden ingesmeten en ben ik gaan slenteren langs de straten. En buiten geslapen. Enkele dagen de dakloze spelen is een zeer aparte belevenis, al raad ik het niemand van harte aan me na te doen. Dan een bed in een jeugdhotelletje gehuurd, en ene Canadees, die daar ook logeerde zijne Yamaha hersteld. Die kon ik dan gebruiken om het paparassenwerk in orde te brengen. De vervoersmaatschappij Schenker wilde me naast een reeks andere kosten, effekes 250 U$ doen betalen voor ocharme één stempeltje. Met veel gevloek en gedreig met mijn (valse) journalistenpaspoort is de prijs gelukkig gehalveerd. Mij zien ze daar nooit meer bij dat stelletje afzetters. Maar ik had de BSA en na een bezoek aan filmstudio's in Hollywood ben ik een ruilbeurs van de plaatselijke BSA-club gaan bezoeken. Die vond plaats in open lucht en ik vond er 2 mooie souvenirs, namelijk 2 victors 450cc's. Na het verzenden te hebben geregeld ben ik Stark Lite, Indian dealer in Perris gaan bezoeken. Mijn 1947 Chief thuis had nog behoeften aan enkele kleine onderdelen. En toen werd John van de Brittisch Connection in Cypress str. Lakeside bij San Diego met een bezoek vereerd. John bouwt oa klassieke caféracers. Hij had het nogal druk, zelfs zo druk dat ik er bijna 2 maanden ben blijven helpen. Voor mijn prestaties kreeg ik van John 2 'basket-cases' moto's, alhier opknappers genoemd. Ook die werden naar huis verscheept. Ik heb er met plezier gewerkt, een uitzicht hebbende op de prachtige 'El Capetino' berg en vlakbij de grootste muur ter wereld. Is dat niet de Chinese muur? Nee, het is de pas opgetrokken muur tussen de USA en Mexico. En ik heb er tevens de gelegenheid ten bate genomen iets meer te leren van de problemen van de illegale immigrantenstroom. In de weekeinden werden er steevast rally's, oldtimer races of ruilbeurzen bezocht oa te Hanford, Perris, Anaheim en Cajon. Op één ervan ontmoette ik Max Bubeck, een levende legende. Om zijn 75ste verjaardag te vieren reed Max verleden jaar van San Diego naar New York, een afstand van 5000km met een Indian ....zo oud als hij zelf is. Ik besloot naar Mexico te bollen. Doch eerst effekes een omweg te maken langs Death Valley, alvorens het daar te warm zou worden. Maar Red Mountain (populatie 93, zonder mij 92), aan de rand van Death Valley, was ook de dood voor de BSA. 'S Nachts, in de maneschijn sleutelde ik de cylinderkop eraf en kon langs de verbrande uitlaatklep het mannetje op de maan zien zitten. Van de klepgeleider was weinig over en de zuiger had door de smurrie een flinke veeg. Dus de BSA met een bestelwagen terug naar San Diego gebracht en een keer goed gaan snuffelen naar de oorzaak van die uitlaatklep miserie. Bleek dat ik bijna heel de wereld had rondgetoerd met een te kleine olie toevoerschroef voor die uitlaatklep. Mede oorzaak was de heet- en droog brandende benzine van California. Roetaanslag geeft die benzine evenwel niet, en dat is mooi. Een Harly Davidson-Panhead klep, veer en geleider aangepast en Japanse 2de hands zuiger voor een Bonnie erin en ook een grotere sproeier. Liep hij weer zoals het hoorde. Dan maar rechtstreeks naar Mexico. Aan de grensovergang was het al meteen prijs. Vroeg de douane beambte me of ik een vrouw had. Moe zijnde altijd maar te bluffen over mijn 10 kinderen heb ik maar ontkennend geantwoord. Dit was terug Azië. Of laten we zeggen Derde Wereld. Die dollar voor het paspoortstempeltje ging tevens direct in zijn geldbeugel. Onmiddellijk de woestijn van Baja ingedoken. Dat is dat smal schiereiland geheel ten westen van Mexico. Zo'n 1000 km lang. Zolang de weg de kust volgde was het nog koel op de motor, doch eenmaal de weg landinwaarts ging was het zweten. Baja was terug een hoogtepunt in de reis. Het indrukwekkende woestijnlandschap met de meer dan 10 meter hoge cactussen, de dorpjes met steevast goede restaurants (burrito's & taco's) en vriendelijke en vrolijke Mexicanen. Zeker als het hun duide-lijk werd dat je geen 'gringo' bent, een Amerikaan. Op de terugweg ben ik nog een dag in Catavina blijven hangen, en er samen met een stel BMW rijders een wandeltocht in de woestijn gemaakt om oude Indiaanse grotten te bezoeken. Wondermooie tekeningen daar. Dan terug naar de USA, waar ik deze keer aan de Amerikaanse zijde 6 U$ moest betalen voor een stempeltje . Dat was de wet. Soms wens je dat er een beetje corruptie is. Het is een gezegde dat de koudste winter de zomer in San Francisco is. Ik heb dat ervaren op 21 Juni toen ik langs de Westkust naar de Red Woods reed met een ijskoude zeewind van voren. De Red Woods zelf zijn meer dan 100m hoge en 1000 jaar oude dennenbomen. Het blijft, zelfs de derde keer dat je ze bezoekt (1978,1990), een heel aparte belevenis je nog eens te voelen als Klein Duimpje. Ben ik dan een Zwitser, die nabij Bodega woont (HitchKock, The Birds, als je frank nog niet gevallen is) zijn Gold Star eens gaan terug op punt zetten. Dat leverde me een tigercub motorblokje op. Inclusief het naar Europa sturen. Wilde ik zo nog een beetje blijven ronddolen als reizende meckanieker ware het niet dat ik was uitgenodigd om top off the bill te zijn op een groot klassiek motorenevenement in Ohio, in het oosten van de USA .Dit werd mee georganiseerd door de Ohio Vally club waar ik lid van ben. Dus was het tijd voor de grote oversteek. Het zou tevens de laatste grote rit worden van mijn om de wereld reis. Dat moest een speciale uitdaging in zich meedragen. Zou ik die 5000 km kunnen doen met 5000Bfr? Dus dwars door de States, steeds vrij kamperen, zelf potje koken, etc. Eens mezelf testen waar ik mijn grenzen aan comfort heb. Eerst kwam Yosimete National park onder de wielen. En zodoende was ik de Sierra Nevada bergketen over. Dan onderaf naar Death Valley, 80m onder de zeespiegel, geluk-kig is het er kurkdroog, maar ook hels warm. Nu begrijp ik volstrekt waarom men er plaatsnamen heeft als 'Devils cornfield', 'Stove Pipe Wells'en 'Dantes view'. Dante was een schrijver in de middeleeuwen die in zijn werk 'Divina Commedia' een reis door de hel beschreef. Op de naar hem benoemde plaats ben ik een beetje rust gaan zoeken op 4 July, Amerika's nationale feestdag. De voetprinten die er in het zand van de tijd geplaats waren , waren er niet gekomen door stil te blijven zitten. Dat bleef ik er ook niet te lang. Ik zag er op een temperatuurmeter een 122°F staan, en omgerekend in Celsius is dat op de kop .... 50°C. Dat is afzien. Ik vroeg aan de BSA wat hij er van vond, maar hij 'pufte' rustig verder. Ik heb er zodanig de gasklos slechts lichtjes bediend. Via Las Vegas, Hoover Dam en een stukje Route'66, een heel stuk van de Amerikaanse geschiedenis, de Grand Canyon bereikt. Ondanks het vele volk dat daar met fototoestellen rond zit te sleuren een indrukwekkend mooi stuk natuur. Dan via 'Mexican Hat naar een van mijn favoriete plaatsjes op deze wereldbol: Monunent Valley en Navajo- en Hopi-indianenreservaat. Tussen de indrukwekkende tafelbergen ben ik een dag blijven hangen en heb 2 jonge indianen ingewijd in de techniek van oude moto's. Als ze zich nu een klassieke motor zullen aanschaffen weet ik niet, het zal wel een lawaaierige 2-takt enduro worden. Via Cortes dan naar de Rocky Mountains getuft, de laatste grote klim. Over de Wolf Creek pas, de grote vlakten in van de Amerikaanse Mid-West. Over kleine wegen door eindeloze graanvelden, door kleine dorpjes. Steevast vriendelijk worden aangesproken door (meestal) oudere mannen, die vol bewondering naar het motoke keken. Mensen, die geboren waren in een wereld, er in opgroeiden en deze wereld ook hadden zien verdwijnen. In dat motoke zagen ze hem terug, soms met tranen in de ogen. Zoiets hadden ze ook ooit gehad in hun jeugd. Als ik dan vroeg waar hun moto was gebleven dan kwam steevast het (gelogen) antwoord dat hun vrouw het niet zo zag zitten. Maandag morgen vertrok ik aan de voeten van de Rocky Mounti-ans, woensdag avond was ik reeds in Ohio. Oftewel 2300km verder. Toen ik bij Bud en Kerry Kubena ( de Kubenas hebben me deze reis mogelijk gemaakt) in Cokeburg-Pennsylvenia aankwam had ik, zo voelde het, eelt aan mijn zitvlak. Samen hebben we de BSA, met een kilometerstand van 480000 sinds vertrek,tot de laatste schroef uit elkaar gedraaid, en eens alles gecontroleerd op slijtage. Eigenlijk viel het allemaal best mee. Het zijdelingse spel op de krukas werd verminderd met een shim. Tevens de contactpunten in de Lucas magneet (hadden me 48000km verder gebracht) vervangen. En dat is misschien het strafste van de hele trip; de prins der duisternis heeft me geen enkele keer in de steek gelaten. Achterketting ook, die had er 36000 km opzitten. De lagers in de wielen zijn aan vervanging toe (slijk, stof? moet nog gebeuren). De zadelovertrek was totaal om zeep, hij werd nog een beetje samengehouden met 'Ducktape', van die wonderbare plakband. Voorband zat op de draad! Dus een andere opgelegd. Na het terug in elkaar schroeven was het tijd om naar Mid Ohio Vintage Days te rijden. Ruilbeurs, show (mijn moto had een ereplaats), races, publieke verkoop per opbod en 15000 aanwezigen. Teveel van het goede. De prijzen van oude moto's zijn erg gestegen in de USA. Men gooit de oudjes niet meer weg zoals voorheen. Misschien is het gedeeltelijk wel het begin van het einde van de "throw away society", de wegwerp maatschappij. Van daaruit naar Detroit gereden met Jessie, een Texaan en 'on the road', juist zoals ik. Dan nog een weekeind op de 'Days of glorie' in Weedport New York. Klein maar fijn. Dirt-track races met toppiloten zoals Dick Mann en Earl Bowlby. Ik hoop de kans te hebben er ooit terug naar toe te gaan. Van daaruit naar iets heel anders gereden. Naar de wei. De wei waar het legendarische popfestival Woodstock plaats vond in 1969. Er waren geen hippies, zodat ik een politieagent moest vragen om met mijn toestel een fotoke van mezelf en de moto aan het herdenkingsmonument te maken. Vandaar uit ben ik dan naar het jaarlijkse treffen van de Ohio valley BSAclub gereden. Dat treffen zou ook het einde van de hele reis zijn. 51.170km stonden reeds op de Smiths. Er waren veel meer deelnemers dan enkele jaren geleden, doch de sfeer was nog steeds even familiaal. Ook Leo was er, een Belgische vriend die er echter niet met de motor kwam rijden, maar een wandeltocht ging maken doorheen het Appalachengebergte. Alweer voordrachtje houden en dan ben ik maar de zilveren oorbelletjes beginnen te verkopen. Die had ik Indië gekocht als appeltje voor de dorst in noodgeval. Met dat geld wisselstukken gekocht om als handbagage mee te nemen op het vliegtuig. Doch alvorens te vliegen ben ik nog effekes, een laatste maal, door de prachtige rollende heuvels van Pennsylvania en Ohio gaan rijden. Er rolden tranen over de rollende heuvels. De moto heb ik dan bij Jim geparkeerd. De reis is nog niet afgelopen, gewoon even onderbroken. 51.177 km genieten van naar iets te streven, evenveel kilometers genoten van het beleven zelf! In de lente van mijn leven ben ik vertrokken, om 51.177km later en het bolleke rond, in de zomer van mijn leven terug thuis te komen! Theo , oktober '96. |