Bree, een bruisend stadje in noord-oost Limburg
GESCHIEDENIS
De geschiedenis van Bree start duister. Er is nagenoeg niets geweten over onze stad tot het jaar 1078.Slechts één vondst uit de Romeinse periode springt eruit.Bij de graafwerken voor de Zuid-Willemsvaart die het grondgebied van zuid naar noord doorkruist, zou een Romeins Jupiterbeeld gevonden zijn. Het beeldje wordt bewaard en tentoongesteld in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel.Over de exacte vindplaats discussieert men echter nog steeds. De naam Bree verschijnt in 1078 voor het eerst in de archieven als Gravin Ermengardis haar vrijgoed overlaat aan het kapittel van Sint-Bartholomeus te Luik. Bree wordt opgenomen in het graafschap Loon en groeit uit tot een strategisch stadje met versterkte wallen en stadspoorten. Restanten en tracés daarvan kan je nog steeds bekijken aan de ingangswegen naar het centrum of op de kleine ring rond Bree. In 1366 wordt het graafschap Loon veroverd door het prinsbisdom Luik. Bree wordt dan een van de goede steden van het prinsbisdom en blijft dit tot aan de Franse revolutie eind achttiende eeuw. Na de onafhankelijkheid van België blijf Bree haar regionaal belang behouden. Bree is kantonhoofdplaats, heeft een vredegerecht, is een centrumgemeente met o.m. ministriële diensten, haast alle vormen van onderwijs op lager en secundair niveau, een ziekenhuis, bejaardenopvang op verschillende niveaus, winkels van nagenoeg alle grote ketens in de voedingssector, schoenen etc. Bovendien blijkt het belang ook uit de tewerkstelling: de Breese bedrijven bieden meer arbeidplaatsen dan het aandeel van de actieven in de Breese bevolking.
INDUSTRIE-HANDEL
De industriële activiteiten in Bree bleven in de late middeleeuwen en moderne tijden beperkt tot ceramiek , brouwerijen en pijpenfabricage. In de 19de eeuw ontstonden de eerste grote bedrijven waarbij ook de aardewerkindustrie belangrijk bleef. Breese pijpen werden over de hele wereld gerookt evenals Breese sigaren. De pannenfabriek was één van de grootste van haar tijd en bleef bestaan tot ver in de twintigste eeuw. In de twintigste eeuw werd ook de distributiesector belangrijk. Momenteel concentreert die industriesector zich op vier belangrijke industrieterreinen: Peerderbaan, Vostert, Kanaal-Zuid en Kanaal-Noord. Vooral de Breese tentenbouwers, conservenfabriek en de metaalverwerkende nijverheid, van aanhangwagens tot vliegtuigtankwagens en industriële gebouwen, zijn wereldwijd bekend.
De meer dan 500 handelaars bieden kooplustigen een breed spectrum van waren. De meeste grote ketens hebben een vestiging in Bree wat echter niet wegneemt dat de buurtwinkel niet meer zou bestaan, integendeel. Sinds kort heeft Bree zelfs de kleinste ambachtelijke koffiebranderij in België; een winkeltje dat alleen al voor de inrichting de moeite loont.
De wekelijkse vrijdagmarkt en de jaarlijkse sinterklaasmarkt, altijd op 5 december, zijn de grootste trekpleisters op handelsgebied samen met de koopjesavond en de braderie begin juli.
MONUMENTEN
Bree telt verschillende historisch waardevolle gebouwen; de St. Michielskerk uit 1452 en 1901, het Oud-stadhuis uit 1754, het voormalig Augustijnenklooster uit 1657 en de barokke kapel van dit klooster uit 1714, het Michielshuis uit de zeventiende eeuw en talrijke 19de eeuwse gebouwen in retrostijlen bieden het stadje nog een merkwaardig oud uitzicht. Eerder is reeds gewezen op de resten van de oude stadsomwalling. De vier stadspoorten en twee verdedigingstorens zijn in het stratenpatroon aangeduid. Twee andere verdedigingstorens, de Verwerstoren en de Grauwe of Everaertstoren zijn gedeeltelijk gerestaureerd evenals een 18de eeuws Oostenrijks kanon dat de Grauwe Toren Bree nog steeds bewaakt.