«ACHTTIEN
STAPPEN IN DE STORM», uitgeverij De Nieuwe Tijd, Antwerpen, 1950.
«BAGATELLEN»,
uitgeverij Britto, Brugge, 1952.
«TUSSEN
GISTEREN EN VANDAAG», uitgeverij De Nieuwe Tijd, Antwerpen, 1955.
«VARIATIES
OP EEN GEGEVEN THEMA», uitgeverij De Nieuwe Tijd, Antwerpen, 1956.
«LIEFDE
MIJN HUIS», uitgeverij De Nieuwe Tijd, Anwerpen, 1958.
«ALLES 1
WERELD», uitgeverij Marnix, Gent & Pegasus, Amsterdam, 1962.
«AFSCHEID
NEMEN», uitgeverij Marnix, Gent & Pegasus, Amsterdam, 1965.
«ONBEWOONBAAR
VERKLAARD», uitgeverij Paris-Manteau, Amsterdam-Brussel, 1972.
«EEN
VOLTOOIDE ZOMER», uitgeverij Orion, Brugge, 1975.
«LIEFDE
HET MEERVOUDIG WOORD», uitgeverij Masereelfonds, Gent, 1980.
«VERDRIET
WAAROP MEN DANST», uitgeverij Pablo Nerudafonds, Brugge, 1986.
«BRUGGE
EEN ZOMERSPROOKJE», uitgeverij Pablo Nerudafonds, Brugge, 1993.
«IK BEN BEDROEFD MAAR NIET WANHOPIG», uitgeverij Pablo Nerudafonds,
Brugge, 1994.
«HERKNOOP
HET IN DE HERINNERING», uitgeverij Pablo Nerudafonds, Brugge, 1995.
«TAALSPOOR»,
uitgeverij De Beuk, Amsterdam, 2002
«IK LEG
MIJN HAND OP SPANJE», uitgeverij Sonneville, Brugge, 1967.
«PABLO
NERUDA», uitgeverij Orion, Brugge 1974.
«VAN DE VUURRODE BLOEM» (reeks: Poëtisch
Erfdeel der Nederlanden), uitgeverij Heideland NV, Hasselt, 1980.
«MEIN ENDLOS BEFLAGGTES SCHIFF»
(bloemlezing in Duitse vertaling), uitgeverij Verlag Volk und Welt, Berlin,
1980.
«GEDICHTEN»
(bloemlezing in Russiche vertaling), uitgeverij Radouga, Leningrad-Moskou, 1984.
«DE
GROENE BOMEN», (bloemlezing Duitse poëzie i.s.m. Paul Vanderschaeghe),
uitgeverij Sonneville, Brugge, 1971.
«DAT DE
HOUTHAKKER ONTWAKE» ( IXe Zang uit het ‘Canto general’ van Pablo Neruda),
uitgeverij Sonneville, Brugge & Nijgh & van Ditmar, ’s-Gravenhage, 1973.
«DAT DE
HOUTHAKKER ONTWAKE» (met originele Spaanse versie), uitgeverij Masereelfonds,
Gent 1980.
«DE LAMP
OP DE AARDE» (Ie Zang uit het ‘Canto general’ van Pablo Neruda), uitgeverij
Masereelfonds, Gent, 1984.
«HOOGTEN
VAN MACCHU PICCHU» (IIe Zang uit het ‘Canto general’ van Pablo Neruda),
uitgeverij Masereelfonds, Gent, 1984.
«CANTO
GENERAL VAN CHILI» (VIIe Zang uit het ‘Canto general’ van Pablo Neruda), uitgeverij
Masereelfonds, Gent, 1984.
«DE LAMP
OP DE AARDE», uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam, 1986.
«HOOGTEN
VAN MACCHU PICCHU», uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam, 1986.
«CANTO
GENERAL VAN CHILI», uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam, 1986.
«DAT DE
HOUTHAKKER ONTWAKE», uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam, 1986.
«SPANJE
IN HET HART» (vanaf ‘Aanroeping’ tot
en met ‘Almería’), uitgeverij Pablo
Nerudafonds, Brugge, 1986.
«TWINTIG
LIEFDESGEDICHTEN EN 1 LIED VAN WANHOOP» (van Pablo Neruda), uitgeverij Pablo
Nerudafonds, Brugge, 1988.
«ALS DE STROOP VAN DE SCHOLEN NOG AAN DE VINGERS
KLEEFT» (bloemlezing uit werk van Jean de Boschère met originele Franse tekst),
uitgeverij Pablo Nerudafonds, Brugge, 1990.
«DUITSLAND.EEN
WINTERSPROOKJE» (van Heinrich Heine), uitgeverij Acco, Leuven-Amersfoort, 1997.
Vertaling van werken uit het
Duits (Bertolt Brecht, Heinrich Heine), het Frans, en het Spaans (Pablo Neruda)
Een keuze gedichten van Mark Braet
werden vertaald te Moscou, Leningrad en (Oost-)Berlijn, en gedichten verschenen
in vertaling in tijdschriften in Frankrijk, Hongarije, Griekenland, Bulgarije,
enz.
De auteur heeft 15 poëziebundels
gerealiseerd.
Hij ontving verschillende
literaire prijzen.
Johan DAISNE:
“...Eenvoudig
en treffend mooi verwoord, zijn zij muziek zonder zingzang en poëzie die iets
zègt. Zijn manier om ‘sociale’ kunst te leveren, van zijn individuële gevoeligheid
uit, is uitstekend en medunkt de enige juiste...” (1950)
Bert DECORTE:
“...Er
spreekt een persoonlijk accent uit dat men helaas maar al te dikwijls bij jonge
dichters mist...” (1950)
Willem ELSSCHOT:
“...Aan
zijn woede en verontwaardiging over het onrecht dat zinloze oorlogen ons
periodiek brengen, geeft deze jonge dichter uiting met de knapheid van een
meester...” (1950)
Belgische Nationale Radio-Omroep –
Brussel:
“...De
gedichten van deze jonge, hedendaagse Vlaamse dichter getuigen vooral van een
eigen aanvoelen. Er spreekt een persoonlijk accent uit zijn verzen hetwelk hem
tot één der grote beloften maakt voor de toekomst... (28.03.1951)
Katholiek Cultureel Tijdschrift
STREVEN:
“...Deze
bundel is gegroeid uit de partisanenstrijd en is een van de weinige die we
kennen, uit deze kring, waar het menselijke, de diepe toon der ervaring en het
persoonlijke het hebben gewonnen van het programmatische...” (December 1951)
Jos JOOSTEN:
“(Mark BRAET)
een Vijftiger van ver na de vijftiger jaren. Een Zuideuropees dichter in het
noorden... Een ik-dichter met toch steeds zorg om het collectief...Een zeer
gecompliceerde persoon, met een afwisselend universeel oeuvre...”
(Uit: ‘DICHTER OP EEN HOGERE UITKIJK’ (Over het poëtisch oeuvre van Mark
Braet). Bewerking van de doctoraalscriptie waarop de auteur in 1989 afstudeerde
aan de Universiteit van Nijmegen.
Lous Paul BOON:
“...Voor
Mark Braet heb ik steeds bewondering gevoeld, omdat hij erin slagen kon,
politieke gedichten te schrijven, die boven de politieke gedachte uitstegen en
als echte en waarachtige kunst mogen beschouwd. Iets zoals Guido Gezelle die
eveneens boven zijn pastoorschap uitsteeg en een onzer grootste dichters werd.”
(‘Vooruit’, 22/12/1975)
E.H. Remi VAN DE MOORTELE:
“M. Braet
is de begaafde dichter die in zijn nieuwe bundel (‘Tussen gisteren en vandaag’)
een reeds gevestigde naam eer aandoet. Eenvoudig en knap, zakelijk en toch
speels, zijn deze gedichten geschreven in een geheel eigen trant en toon”.
Raymond HERREMAN:
“De
nieuwe bundel (‘Liefde mijn huis’) van M. Braet is mij een dubbele verrassing
geweest. Verrassing vooreerst om de kwaliteit van de verzen .”
André DEMEDS:
“Wij zijn
ervan overtuigd dat sommige eksperimentele dichters die erin slagen sensatie te
maken rond hun naam, veel minder betekenis hebben dan de bescheiden Braet
.” (Radio-Omroep Kortrijk, 1958)
Jan VAN DER HOEVEN:
“...ademen
deze bundels bijna allen in een klimaat van verdriet en weemoed, waar een
tragisch eenzaamheidsgevoel en een onlesbare dorst naar liefde soms op
schampere, soms op overgevoelige toon er de emotionele weersgesteldheid
bepalen. Nogal onverschillig tegenover de literair-historische problematiek is
de schiftuur van Mark Braet de spontaneïteit zelf, naar het aloude recept van
poëzie als direkte verwoording van emoties. De authenticiteit van het aksent
dat de welluidende mineurtoon van zijn vers beheerst, gepaard aan de
ongedwongen en kleurrijke beeldspraak, verlenen aan zijn vers dat aparte parfum
dat hij wint in zijn ‘vlakte van liefde’.
Gekneld tussen oorlog en vrede,
tussen liefde en dood, heeft Mark Braet zich vrijgezongen in talloze gedichten
die onze literatuur blijvend hebben verrijkt”. (1975)
Henri-Floris JESPERS:
“...De
poëzie van Mark Braet heeft te weinig aandacht gekregen, zoveel is zeker. De
meeste critici zijn te zeer begaan om de per definitie tijdelijke en bij
voorbaat overjaarse modes. In ‘VERDRIET WAAROP MEN DANST’ kan de lezer kennis
maken met een gerijpte Mark Braet in het volle bezit van zijn mogelijkheden.
Hij lijkt misschien wel een buitenbeentje in het tijdelijk vastgelegde poëtisch
landschap dat al te zeer geteisterd wordt door goedkoop cynisme, sjagrijnige
ik-betrokkenheid of volmaakt zielloze techniciteit (een aantal overigens
begaafde dichters –de nieuwe technocraten—zijn aan Flander’s poeticology toe).
Maar dat mark Braet een zeer eigen stem moduleert staat buiten kijf. Een stem
die beklijft.” (Uit: ‘Diogenes’, 1987)
LEKTUURGIDS / November 1986.
“...’Verdriet waarop men danst’: onmiskenbaar
een werk van essentiële en autonome kwaliteit! Braet schildert boeiende poëzie,
zonder ballast, doorspekt met exotische klankrijkdom en originaliteit. Een niet
zo eenvoudige maar hartstochtelijke dichtbundel. In fascinerende, sterk
gestructureerde verzen komen leven en dood aan bod, motieven die de sleutel
bevatten tot het begrijpen van dit werk. Parel in deze bundel vormt de triptiek
‘Sulamith’, naam ontleend aan het gedicht ‘Todesfuge’ van Paul Celan.
(Brigitta de Mulder)
NED. BIBLIOTHEEK – EN LEKTUUR
CENTRUM (Oktober 1986)
“De poëzie van Mark Braet is altijd sterk
geëngageerd geweest. Dat de Tweede Wereldoorlog diep heeft ingegrepen in zijn leven
en werk, is ook in deze bundel ‘Verdriet waarop mendanst’ (1986) weer merkbaar,
waarin o.a. gedichten staan als hommage aan haar die in 1944 in Auschwitz
omkwam. De poëzie van Braet is helder en rechtstreeks, maar heeft verschillende
dieptelagen die eerst na herhaald lezen vrij lijken te komen. Het soms sterk
muzikale ritme en de herhaling van zinnen is daardoor wel een s bedrieglijk.
Braet publiceerde tot nu toe een tiental dichtbundels en is, naast zijn
dichterschap, in België vooral ook bekend als mede-oprichter van het lit.
Tijdschrift ‘Kruispunt’ (1959) en kenner van het werk van Pablo Neruda wiens
poëzie hij ook vertaalde.
Misschien dat via deze bundel de
poëzie van Braet ook in Nederland bekendheid zal krijgen want hij is beslist
een dichter die de moeite waard is.” (J. Barentsen)
BOEKENGIDS
(Februari 1989)
“Met veel
gevoel voor de muzikaliteit overal in Neruda’s werk aanwezig en die mee de
dynamische kracht van zijn verzen bepaalt, baande Mark Braet, de vertaler van
‘Twintig liefdesgedichten en 1 lied van wanhoop’ zich bekwaam een weg doorheen
het labyrint van Neruda’s beeldspraaak, om uiteindelijk een homogeen werkstuk
af te leveren dat, ook al door de mooie uitgave, de dichter alle eer aandoet”.
(Lic. Hugo van Hoecke)
NED. BIBLIOTHEEK- EN LEKTUURCENTRUM
(Oktober 1988)
“De goed
leesbare, poëtische vertaling van ‘Twintig liefdesgedichten en 1 lied van
wanhoop’ is van Mark Braet”. (Drs. M.A. Vissers)
Rein BLOEM:
“Met Dolf
Verspoors uitstekende vertaling van ‘De toppen van Macchu Picchu’ (1972) en de
Belgische dito door Mark Braet van ‘Dat de houthakker ontwake (1973) is dan
tenminste een deel van Neruda in het Nederlands bereikbaar”.