Marc M. Braet

 

 

 

“TAALSPOOR”

 

La Trace du Langage

 

 

2002

 

Voor Nèle

 

Blijven zingen

 

vaak rusteloos toen velen sliepen

zij      spottend om zijn druk gedoe

om de wilde wortels van zijn haren

zij      altijd bereid om smekend te bedaren

nooit vragen stellend naar   waarom   of  hoe

 

en altijd   bij het opnieuw ontwaken

stond nacht op wacht   om te verhalen

dat niets nog was gekomen    hoewel

hij wist dat  buiten   voor de deur

een koffer stond vol dromen

 

dit was het raadsel dat hij wou begrijpen

 

kwam niemand met de sleutel

blijven alle vragen  dicht  en  duister

vergrendeld is het woord

ook de herinneringen

 

straks slaapt hij in   wetend dat liefde

ondanks alle luister

soms kort duurt   soms illusie is

maar dat   altijd   de dichters blijven zingen

Continuent à chanter

 

inquiet  quand beaucoup dormaient

elle    riant de son agitation

des racines sauvages de ses cheveux

toujours prête à l’apaiser en implorant

sans questionner   pourquoi   ou comment

 

et à chaque nouveau réveil

la nuit montait la garde  pour conter

que rien n’était encore arrivé    alors qu’il

savait que   dehors   devant la porte

se trouvait un coffre rempli de rêves

 

c’était l’énigme  qu’il aurait voulu comprendre

 

personne n’en donna  la clé

toutes les questions restent obscures et closes

verrouillées est le mot

les souvenirs aussi

 

il s’endormira     sachant que l’amour

en dépit de tout éclat

est parfois illusoire    parfois passager

mais que   toujours   les poètes continuent à chanter

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

I

 

 

 

“Dwaalspoor”

La Trace de l’Illusion

 

 

 

Het wazige licht

 

verschuivend

naar de schemerzone

bracht hij zijn eerste leven door

wonend in wit water

graankorrel

in een schelp bewaard

tussen parelmoer

en ondeelbaar spectrum

wachtend op voltooiing

 

bracht hij zijn tweede leven door

midden gestold kwikzilver

onder het spiegelend glas

van verlangen

tussen het wazige licht

van Morandi

 

bedekt

met transparante huiver

van onzichtbare aanwezigheid

La lumière subtile

 

glissant

vers la zone de pénombre

il passa sa première vie

dans une eau blanche

grain de blé

dans une coquille  conservé

entre la nacre

et un infime spectre

attendant son accomplissement

 

il vécut sa deuxième vie

entouré de mercure solidifié

sous le verre miroitant

du désir

dans la lumière subtile

de Morandi

 

recouvert

du transparent frisson

d’une présence invisible

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het oog van de maan

 

hermetisch zwart

drong zijn sterrenbeeld binnen

zijn gescheurde mond

zijn hart  uit gedeukt koper

 

een piramide

van

barricade en oproer

glanzend

in het oog van de maan

L’oeil de la lune

 

du noir   hermétique

s’introduisit dans son signe astrologique

dans sa bouche déchirée

dans son cœur en cuivre bosselé

 

une pyramide

de

barricade et de révolte

scintillant

dans l’œil de la lune

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

Het gelaat van de moeder

 

droeg de jongen

zijn Meissner-blauw matrozenpakje

met helder lint omboord

 

schaduwen verschoven

in de schemerzone

tussen klei en kalk

 

transparante huiver

van onzichtbare aanwezigheid

speurde over de putrand

met het gelaat van de moeder

naar de roerloze bodem

huiverend     biddend    zoekend

het kind zwalpend

zonder schip    noch kompas

midden de openheid

van gebroken licht

 

haar tranen van bitter roet

vulden de put

en het matroosje zonk

verdronk

tussen de brakke geur

van verrotting

kaarsvet

en gelig giftig parfum van witte lelies

 

rond haar hals

het snoer geknoopt

waaraan het bloedende hart bengelde

van haar verbitterde god

Le visage de la mère

 

le garçonnet portait

un costume marin bleu-Meissner

galonné d’un ruban clair

 

des ombres glissèrent

en zone crépusculaire

entre argile et calcaire

 

un frisson transparent

de présence invisible

avec le visage de la mère

scruta  par-dessus le bord du puits

le  fonds inerte      en

frissonnant     priant      cherchant

dans la houle   l’enfant

sans navire  ni compas

au centre de la cavité

à lumière brisée

 

ses larmes de suie amère

remplirent le puits

et le petit marin sombra

se noya

dans l’odeur saumâtre

de putréfaction

de larmes    de cire   et

du  parfum de lys blancs   empoisonné   jaunâtre

 

au cou

le cordon noué

où se balançait ensanglanté

le cœur de son dieu irrité

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

De versplinterde ster

 

een spoor nalatend

van verpulverd licht

en zwart bloed

daalde maan naar beneden

 

daalde behoedzaam

tot de duistere bodem

van de vergeetput

spreidend een doorzichtig waas

van stoflood

over de spiegel van slapend water

en herinnering

 

drong geluidloos

het labyrint binnen

tastte steen en bevloering af

duister oplossend tot melkwit

duister verwekkend

waar voordien klaarte woonde

 

er was geen geluid

engel   noch duivel

maan vloeide kamers binnen

ontsloot deuren en geheime nissen

verzilverde spin en scarabee

om nadien alles en allen

met kabbalistisch zwart te omhullen

 

kijkend naar de versplinterde

ster in de spiegel

bleef   vragend   het kind van de maan

op de roerloze bodemput staan

L’étoile pulvérisée

 

laissant derrière elle une trace

de poussière de lumière

et de sang noir

la lune descendit

 

descendit prudemment

jusqu’au fond obscur

du puits de l’oubli

déployant un voile transparent

de poussière de plomb

sur le miroir

de l’eau dormante   et la mémoire

 

s’infiltra  insonore

dans le labyrinthe

palpa   la pierre  et le sol

dissolvant l’obscurité en blanc laiteux

engendrant l’obscurité

  auparavant  régnait la clarté

 

Il n’y avait ni bruit

ni ange   ni diable

la lune se coula dans les chambres

dévoila les portes et les niches secrètes

argenta l’araignée et le scarabée

pour  ensuite     tout   et tous

de noir kabbalistique  les envelopper

 

regardant dans le miroir

l’étoile pulvérisée

l’enfant de la lune   interrogatif

resta sur le fond  immobile  du puits

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Anders

 

zijn kindertijd liet hij achter

nabij een haven

aan de Noordzee

tussen kreten van meeuwen

tussen vochtige violette

fosforescerende schubben

van opspringende vissen

 

zijn handen liet hij achter

bovenop de kwetsbare bladzijden

van boeken   geklemd

rondom syllaben

verstrikt midden wortels

van gedrukt geheimschrift

 

zijn hart liet hij achter

onder de tintelende regen

van Bengaals vuur

op de flitsende punt van een degen

midden de roos van een cactus

 

waar hij kwam  volgde mijn schaduw

de sonore eenzaamheid van klokken

het amarant van droefheid

om de versplinterde ster

die hem de wereld anders liet zien

Différemment

 

il laissa son enfance

près d’un port

Mer du Nord

entre les cris de mouettes

l’humide violette

les écailles phosphorescentes

de poissons bondissants

 

il laissa ses mains

sur les pages vulnérables

de livres 

autour de syllabes  coincées

empêtrées dans les racines

d’une écriture secrète imprimée

 

il laissa son cœur

sous la pluie crépitante

d’un feu de Bengale

sur la pointe d’une épée  éblouissante

en plein centre d’une rosace de  cactus

 

Là où il passa  mon ombre le suivit

et  la solitude sonore des cloches

l’amarante de mélancolie

pour l’étoile anéantie

qui lui fit voir le monde différemment

 

 

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Het dode paardje

 

er waren vogels

als zwarte kruisen

mensen die beschutting zochten

binnen een structuur uit leegte gemaakt

 

toen

het huis krakend  en kermend

ineenstortte

zag hij   tussen de gebinten

het dode paardje hangen

geen bloed   nee

geen bloed

geen angst   nee

geen angst

geen droefheid   nee

geen droefheid

 

slechts  het ontwaken

in het spiegelpark

van herinnering

sneeuw

om in te verdwalen

 

op de bodem van de waterput

leefde

een gevlekte salamander

dreef

een verdronken maan

rust een revolver vol roest

Le petit cheval mort

 

il y avait des oiseaux

comme des croix noires

des personnes cherchant un abri

dans une structure faite de vide

 

lorsque

la maison s’effondra

craquant  et geignant

il vit le petit cheval pendre

mort   dans la charpente

Pas de sang    non

point de sang

Pas de peur     non

point de peur

Pas de chagrin    non

point de chagrin

 

seulement    le réveil

au parc des miroirs

de la mémoire

de la neige

à s’y perdre

 

sur le fond du puits

vivait

une salamandre tachetée

flottait

une lune noyée

repose un revolver rouillé

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

Bruingeel

 

de zee

 

kijk tot op de bodem

daar woonde je ooit

 

het dorp

de afgeplatte toren

op de bruingele foto’s

van foto’s

een in de lens kijkende kat

met   erachter

een vrouw   die je moeder zal zijn

 

wend je

naar de stad in de verte

witte wind uit het noorden

blaast er overheen

zwarte mieren

marcheren er naartoe

wapen je

met goedheid

en de vreugde

van een vriendelijk woord

kijk in de spiegel van water

dat stilstaat

eronder

slaapt de gevlekte salamander

 

ziet

hoe bijtend staal

het huis bij de keel pakt

het is oorlog

de moeder lang dood

je droomt van de zee

in de verte

 

het sprookje is uit

alleen puin blijft over

boven de spiegel van water

foto’s  van foto’s   bruingeel

en hopeloos ver

Mordorées

 

la mer

 

regarde  au fond

c’est là que tu habitas

 

le village

les tours aplaties

sur les photos mordorées

de photos

un chat regarde dans la lentille

et derrière lui

une femme qui sera ta mère

 

tourne-toi

vers la ville dans le lointain

un vent du nord blanc

souffle  au-dessus d’elle

des fourmis noires

marchent vers elle

arme-toi

de bonté

et de la joie

d’un mot amical

regarde dans le miroir de l’eau

immobile

au-dessous

dort la salamandre tachetée

 

vois

comment l’acier mordant

agrippe la maison à la gorge

c’est la guerre

la mère   depuis longtemps décédée

tu rêves de la mer

dans le lointain

 

fini le conte de fées

seules subsistent ruines

sur le miroir de l’eau

des photos de photos mordorées

désespérément reculées

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alsof

 

schuift het landschap voorbij

het landschap     alsof

een onzichtbare hand

het beweegt

 

noch blinde   noch dove

kunnen het zien

de blauwgroene zoom

van een bos

de opwiekende vlucht

van een reiger

de ons wenkende   zinkende dag

vuurvattend

oplaaiend    vallend

aan een einder

over het huis   waar niemand nog woont

Comme si

 

le paysage défile

dépasse le paysage

comme si une main invisible

le déplace

 

ni aveugles  ni sourds

ne peuvent voir

la lisière bleu-vert

d’un bois

ou l’envol à grands battements

d’un héron

le jour nous hélant    sombrant

s’enflammant

s’embrasant      tombant

à l’horizon

derrière  la maison    où personne ne vit plus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

 

De schrei

 

wie denkt   dat het gesloten boek

woord  en raadsels prijsgeeft

 

dat de vlinder het geheim niet kent

waaruit parfum opbloeit  en vervliegt

 

of   dat steen niet vloeibaar is

als water dat tot steen verkalkt

 

of water al dan niet vloeit   en waarom

de vlam van de kaars opwaarts brandt

 

licht   ook zonder licht

licht kan worden  woordeloos

 

wie niet het roerloze geduld begrijpt

van de spin   noch de eenheid van haar huis

 

wie van de nachtzwaluw niets hoort

onder de arcaden van de hoofdletters

 

zand in de mond krijgt toegestopt

luisterend naar de schrei van de steen

La plainte

 

celui qui pense   que le livre clos

divulgue énigmes et mots

 

que le papillon ignore le secret

d’où  s’épanouit le parfum volatile

 

ou que la pierre n’est pas liquide

comme l’eau  qui se calcifie en pierre

 

ou que l’eau coule  ou ne coule pas     et pourquoi

la flamme de la bougie brûle vers le haut

 

que la lumière    même sans lumière

peut devenir lumière    sans mot dire

 

qui ne saisit pas   l’inerte  patience

de l’araignée    ni l’unité de son habitat

 

qui de l’engoulevent nocturne  n’entend rien

sous les arcades des majuscules

 

aura  la bouche obturée de sable

en écoutant la plainte de la pierre

 

 

 

 

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Een vocaal

(Bramonesas)

 

maan van witte magie

lazuurblauw van wolk tot wolk

altijd het brandende teken   altijd

hard  en hoog

de filigrane schaduw

het alfabet strooiend als stofgoud

over onze wereld

 

wat   met deze droge hagelslag

wanneer   een teruggevonden woord

fel zingen vogels bij het ontwaken

tekent de agave zich tegen de horizon af

 

we schrijven dit niet

om anderen droevig te stemmen

vanzelfsprekend kan men schrijven

het recht zal zegevieren

of

alles wordt goed

of

een late roeping is de mooiste

 

ook nog

binnen de taal verandert

de taal een vocaal

van schaduw

tot witte vlinder

Une voyelle

(Bramonesas)

 

lune de magie blanche

bleu azur  de nuage à nuage

l’éternel signe brûlant    toujours

dure et haute

l’ombre filigrane

parsemant l’alphabet en poussière d’or

sur notre monde

 

que faire  de cette grêle sèche

quand    un mot retrouvé

au réveil    les oiseaux chantent fort

et  l’agave   se profile à l’horizon

 

nous n’écrivons pas ceci

pour attrister les autres

l’on peut  évidemment  écrire

le droit triomphera

ou

tout ira bien

ou

une vocation tardive est la plus belle

 

et encore

dans la langue

le langage transforme une voyelle

de l’ombre

en papillon blanc

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

Gekleurde landschappen

 

doorkruisend

het alfabet van de wereld

stilte van porfier en toermalijn

aanrakend   aarde   bewegend water

gekleurde landschappen   de blauwe iris

van de maan

 

kinderen van oorlog en liefde

een aardeteken tot baken

met gesloten mond   versteende syllabe

bewerkt met taal en geheugen

 

als verweer   het bolwerk

van het gedicht   de ringmuur

van klinkers en klanken

de brandende metaforen

 

breekbaarheid die zich inschrijft

in transparante brieven

de  a  van antwoord

de  e  van Jerichoroos

de  o  van geslotenheid

 

de gotische diftong van het lichaam

en de vele verlangens

de schriftuur van zee

en vlakten vol giftig groen

de erectie van blauwzuur boven de bergflank

dezelfde kosmische schoonheid

of exacter   dezelfde menselijke weemoed

Paysages colorés

 

sillonnant

l’alphabet du monde

le secret du porphyre et de la tourmaline

effleurant la terre    l’eau mouvante

les paysages colorés     l’iris bleu

de la lune

 

les enfants d’amour et de la guerre

un signal  phare de la terre

la bouche cousue     une syllabe pétrifiée

par le langage et la mémoire travaillée

 

pour sa défense   le bastion

du poème    le rempart

de voyelles et de sons

les métaphores brûlantes

 

la fragilité    qui s’inscrit

en missives transparentes

le  a  de accord

le  e  de rose de Jericho

le  o  de occlusion

 

la diphtongue gothique du corps

et les nombreux désirs

le script de la mer

les étendues pleines de poison vert

l’érection d’acide prussique au-dessus du flanc de la montagne

la même beauté cosmique

ou   plus exactement    la  même mélancolie humaine

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

Donkerder blauw

 

schoof schaduw

over kleur  naar links

en schoof donkerder blauw mee

alsof het avond werd

 

of schoof schaduw van een wiekslag

over het huis  en de man binnenin

vlekte het wit van de gevel

onder de schaduw vandaan

of dacht de man binnenin

dat het wit van de muur

gekleurd werd met donkerder blauw

van de avond die viel

 

sloeg iemand een toets aan

viel klank als heldere pijn

in de ruimte van donker

sloeg iemand een toets aan

ving Mozart met sterven aan

of zong de muziek in de droom

van het donkerder blauw

 

schoof kleur over schaduw

naar links   en schoof staalhelder blauw

in het oog van de man in het huis

plooide vreugde naar links

waar het hart slaat

of plooide het hart naar de hand

die de taal van het zwart kent

en het witte ivoor beroert

 

schuift kleur over kleur

klank over klank

de nacht is nabij   de morgen nog ver

of moet nacht nog geboren

uit zilverwitte stralenkrans

van verduisterende zon

Un bleu plus profond

 

l’ombre glissa

sur la couleur vers la gauche

un bleu plus foncé glissa avec elle

comme si le soir tombait

 

ou l’ombre glissa-t-elle  d’un coup d’aile

au-dessus de la maison  et de l’homme à l’intérieur

le blanc de la façade tacha-t-il

par-dessous l’ombre

ou l’homme à l’intérieur pensa-t-il

que le blanc du mur

fut coloré par le bleu plus foncé

du soir qui tombait

 

quelqu’un frappa une touche

le son tomba   comme une douleur cristalline

dans l’espace de l’ombre

quelqu’un frappa une touche

Mozart s’éteignait-il

ou la musique chantait-t-elle dans le rêve

du bleu plus profond

 

la couleur glissa sur l’ombre

vers la gauche     et du bleu clair comme l’acier

se déposa dans l’œil de l’homme dans la maison

la joie plia à gauche

où bat le cœur

ou le cœur plia-t-il vers la main

qui connaît le langage du noir

et attendrit le blanc ivoire

 

la couleur glisse sur la couleur

le son  par-dessus le son

la nuit est proche    l’aube lointaine

ou la nuit doit-elle naître

de l’auréole blanc argent

du soleil  s’éclipsant

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Sarmatisch goud

 

kleiputten van dood

tijdelijke eindeloosheid

voetstappen door wind en nacht

uitgewist

tot mist verstoven maan

 

wie bedekte wie met tijdloos wachten

wie ontkorrelde verrottend

van omwenteling tot omwenteling

liggend met ontbladerd skelet

lichtjaren   lichtjaren  lang

 

wie ontgroef eindeloosheid

wie bracht tot berekenbare tijd

de vruchtbare zon

 

wie ontblootte het eerst

het wachtend skelet

het Sarmatische goud

ving schittering

als een dolksteek op

droeg het diadeem

van blauw bloed

L’or Sarmate

 

puits argileux de mort

infini   temporel

toutes traces de pas effacées

par le vent et la nuit

lune devenue brume pulvérisée

 

qui recouvrit qui    de l’attente atemporelle

q ui se désagrégea par putréfaction

de révolution en révolution

couché    le squelette effeuillé

des années lumière    années lumière durant

 

qui désensevelit l’infini

qui amena au temps calculable

le soleil fécond

 

qui dénuda en premier

le squelette en attente

l’or Sarmate

saisit brillance au vol

à coup de poignard

porta le diadème

de sang bleu

 

 

 

 

 

 

 “TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

Tijdloze tijd

 

stel je voor

dat we alles vergeten zijn

alles verlieten

dat we leven

in tijdloze tijd

de adem ophoudend

denkend

hoe zwemmen we over

van oever tot oever

hoe overleven we  spijt

twijfel   en angst

of beter

hoe leren we ermee leven

opdat we niet alles

achter ons moeten laten

vergeten wat was

 

wetend

dat was   dragen we mee

tot het einde

ontmoeten we  binnen de taal

bij de klank van een lied

om de hoek van een straat

op het scherp van de snede

op foto’s  van foto’s

 

denkend

overal

zijn we geweest

waren we

zullen we komen

niets of niemand ontneemt ons

de herinnering

Temps atemporel

 

imagine

que nous ayons tout oublié

tout quitté

que nous vivions

dans un temps atemporel

en retenant notre souffle

pensant

comment nager

d’une rive  à l’autre

survivre au regret

au doute et à l’anxiété

ou mieux

comment  apprendre à les supporter

pour ne pas devoir

tout abandonner

oublier ce qui a été

 

sachant que

ce qui a été   nous l’emportons

jusqu’à la fin

le rencontrons dans le langage

dans le son d’une chanson

au coin d’une rue

sur le fil du tranchant

sur les photos  de photos

 

en pensant

partout

nous avons été

nous étions

nous viendrons

rien ni personne ne nous enlèvera

le souvenir

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

Het omringende

 

een naam spellen

letters samenvoegen

tot een herinnering

die vermomd

het verduisterde raam

met bloemen bedekt

 

uitgestrooid

meegegeven

met gesluierde wind

een gedroogde bloem

of vlinder

zon in een indigo zakdoek

een prentkaart

met zicht op zee

 

beeld onder de waterspiegel

taal wordt

licht bewaard blijft

droom drijft

binnen het onhoorbare

 

lichaam

te vinden gelegd

 

iets dat nooit was verteld

iets onbelangrijks wellicht

het opslaan van wimpers

de voorbijgaande zomer

de tuin van stilte

de taal van stilte

sterker dan het gekletter

van ijzerbeslag

op de onbewerkte steen

de nacht dat het maanschip in brand staat

de vonkende haren kamt

 

zoveel onbelangrijks

het omringende

bijvoorbeeld

L’environnement

 

épeler un nom

assembler des lettres

en un souvenir

qui  déguisé

recouvre de fleurs

la fenêtre occultée

 

éparpillée

confiée

à un vent voilé

une fleur séchée

un papillon

le soleil dans un mouchoir indigo

une carte illustrée

avec vue sur la mer

 

sous flottaison  une image

devient langage

la lumière reste conservée

le rêve flotte

à l’intérieur de l’inaudible

 

un corps

déposé  à trouver

 

une chose jamais racontée

peu importante sans doute

d’ouvrir les cils

de l’été qui passe

du jardin de recueillement

du langage d’un silence

plus fort que le cliquetis

d’une ferrure

sur la pierre brute

la nuit où le navire lunaire en feu

peigne les étincelants cheveux

 

tant d’insignifiant

l’environnement

par exemple

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

II

 

 

“Taalspoor”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Semafoor

 

oker

tot bloedende nacht geworden

waar de zon verdronk

de windroos

op het kruis ligt

van lengte-  en breedtegraden

en het uitdovende schuim

door wind voortgestuwd

langs de gekartelde lijn

van de branding

in zand verzinkt

 

de ontroering

een zeilschip

met blauwe matroos

dat de haven uitvaart

koers zet

naar de zeeziekte

naar de wachtende angst

semafoor

aan de einder van de kindertijd

Sémaphore

 

l’ocre

devenue  nuit sanglante

où le soleil se noya

où la rose des vents se

situe à la croisée des degrés de

longitude et de latitude

où l’écume  en retrait

poussée par le vent

longeant la ligne crénelée

du ressac

sombre dans le sable

 

le désarroi

un voilier

au matelot bleu

quitte le port

met le cap

sur le mal de mer

sur l’attente angoissée

sémaphore

à l’horizon de l’enfance

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Ergens anders

 

twijfelloos

de eerste steen

de gekapte witte tekens

de ultieme sprong

doorheen het weefsel

van vuurspuwende staartsterren

 

met de gestreepte

bebloemde tijgerkat

op stap

we beleven gevaarlijke tijden

de ene dag lijkt niet

op de andere

de verleden tijd is opgebrand

in de tegenwoordige

de toekomstige wacht ergens anders

maar wees voorzichtig

er blaast een ijskille winterwind

een wind van zovele jaren

er wacht ergens anders

een ruwe   onbewerkte steen

 

ergens anders

is       twijfelloos

alleen      ergens anders

Ailleurs

 

sans aucun doute

la première pierre

les signes blancs taillés

le saut ultime

à travers la toile

des comètes crachant du feu

 

au pas

avec le chat tigré

fleuri    rayé

nous vivons des temps dangereux

un  jour ne ressemble pas

à l’autre

le temps passé est consumé

dans le présent

le futur attend    quelque part ailleurs

mais sois prudent

il souffle un vent hivernal   glacial

un vent de tant d’années

quelque part  ailleurs    attend

une pierre brute  fruste

 

quelque part ailleurs

c’est sans doute

simplement    ailleurs

 

 

 

 

 

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

Uitgewist

 

we spraken

over het teveel

omhelzend

het te weinig

binnen de ring

van de datum

van de herinnering

uitgewist

 

maanden  en jaren

eeuwen

hadden de cijfers aangeraakt

de namen gestreeld    gekust

gewist het geheugen

Effacé

 

nous parlions

de l’excès

étreignant

le manque

dans l’alliance

de la date

de souvenance

effacées

 

des mois   et des années

des siècles

avaient rasé les chiffres

caressé     baisé  les noms

effacé la mémoire

 

 

 

Het mes

 

wat  te doen

als troosteloosheid

de dagen

onzichtbaar maakt

de gifbeker

geen toegang  vindt   noch bijdraagt

tot luister en betovering

 

en wat met onwetendheid

levenslage celstraf

dagelijkse zelfmoord

wonderolie uit de kindertijd

sirenes    overstemd

door gierend staal

het blauw kraagje

van de jonge matroos

het mes dat de keel zocht

Le couteau

 

que faire

quand  la désolation

rend les journées

imperceptibles

quand la coupe empoisonnée

ne trouve point d’accès    ni ne contribue

à la splendeur  et à l’enchantement

 

et que penser de l’ignorance

la prison à vie

le suicide journalier

l’huîle de ricin de l’enfance

des sirènes étouffées

par l’acier strident

du petit col bleu

du jeune matelot

du couteau qui chercha la gorge

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

Herschrijven

 

dacht

indien hij deze wereld

zou moeten verlaten

het onmogelijk zou blijken

zichzelf te herschrijven

in die andere wereld

Réécrire

 

il pensait

que s’ il lui fallait quitter

ce monde-ci

il lui paraîtrait impossible

de se réécrire lui-même

dans l’autre monde

 

 

 

Met verbazing

 

jaagt wind uit het Noorden

koud vuur over de heuvels

die brandend

in blauwe rook opgaan

staat zwartgeblakerd  het huis

met wolken omringd

door noodlot getekend

verbrandend het oog in mijn oog

 

wie het zwarte doek wegschuift

dat de spiegel bedekt

zich ziet met verbazing

afgrijzen   of huiver

met rustig respect

glimlachende angst

zich herkent

zich afvraagt

wie   is   wie

ben ik   ik

of een andere

die de wachtende omhelst

Avec étonnement

 

un vent du Nord

souffle un feu froid au-dessus

des collines en flammes   qui se

consument en fumée bleutée

la maison est    noire    calcinée

de nuages enveloppée

par la fatalité marquée

brûlant l’œil dans mon œil

 

celui qui écarte la toile noire

couvrant le miroir

se voit avec étonnement

horreur    ou frémissement

respect serein

peur souriante

se reconnaît

se demande

qui   est   qui

suis-je   moi

ou un autre  qui

étreint celui qui languit

 

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

Het gevaar

 

zekere dag

verloren lopend

tussen wereld en planeten

de geheime formules op zak

ongekend als de komende vergissingen

het gevaar

van     jezelf

zwervend terug te ontmoeten

tussen het puin

van zoveel vroeger

Le danger

 

un certain jour

courant    éperdu

entre le monde  et les planètes

avec en poche les formules secrètes

telles que  les erreurs à venir      inconnues

le danger

de se retrouver

soi-même    errant

entre les ruines

d’il y a  si longtemps

 

 

Zwart bloed

 

op het beslissende oenblik

de stem kwijt

de wijzende hand   het woord

uit het oog verloren

 

kijkend in de ogen

van de altijd aanwezige

onsterfelijke dood

de omhelzing

uit liefde voor wat leeft

het innerlijke raadsel

onder de beschuttende schedel

waar zang en schrei

schuilen

waar   tussen ruimte en tijd

doorheen de diverse lijnen

binnen een magische handpalm

zwart bloed pulseert

 

ziet

hoe woord  vuur vat

opbrandt

in lichtend licht

Du sang noir

 

au moment crucial

la  voix  perdue

la main pointant du doigt  le mot

perdu de vue

 

fixant dans les yeux

de la mort immortelle

toujours actuelle

l’étreinte

d’amour pour ce qui vit

l’énigme intérieure

dans le crâne protecteur

où s’abritent

chant et pleur

     entre l’espace   et le temps

à travers les lignes diverses

d’une paume de la main magique

pulse du sang noir

 

voyez

comment le mot s’enflamme

et se consume

en lumière luminescente

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

De gapende wonde

 

spreek

je taal

vertel

wat verdrietig stemt

of gelukkig maakt

wat kwetst

in opstandigheid

uit wat

tranen zijn samengesteld

welke wolken

het landschap verduisteren

en  of bloemen bloeien

in bloedende nachtdroom

 

leg

het hart

als een geopende horloge

op tafel

tel de tijd af

van het bestaan

verzamel

in het bewustzijn

de sporen van wegen

waarlangs je reisde

de sprong

uit het duister

 

toon

de gapende wonde

van hoop

het litteken

van de zandloper

de gele ster

in de nacht

het hart  een rode driehoek

de verminkte pols

met de asblauwe cijfers

La plaie béante

 

parle

dans ta langue

raconte

ce qui attriste

ou réjouit

ce qui blesse

dans l’indignation

de quoi sont

faites les larmes

quels nuages

assombrissent le paysage

et si des fleurs fleurissent

dans un rêve nocturne  sanglant

 

pose

le coeur

tel une montre ouverte

sur la table

décompte le temps

de l’existence

rassemble

en conscience

les traces des voies

par où tu voyageas

ton bond

hors de l’obscurité

 

montre

la plaie béante

de l’espérance

la cicatrice

du sablier

l’étoile jaune

dans la nuit

le cœur en triangle rouge

le poignet mutilé

par les chiffres bleus cendrés

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

Een zwerfsteen

 

bittere schittering

van diamant

smaak van solfer en zout

op de zwijgende tong

 

niemand weet

waar schemeringen aanvangen

waar honger vandaan komt

en naartoe gaat

met droom en bloed

op de lippen

 

de zesde scheppingsdag

werd taal uit woord geboren

ontstond mens    haat    wanhoop

liefde    verdriet    bedrog

 

de Kaïn stond op  tussen ons

uit de rede groeide de keerzijde

van de schaduw

de broederkus

nimbus  en steen

woord tot taal

die bloedend bloeit

 

wie weet

waar eindigden de schemeringen

waar stelden handen duisternis vragen

en richtten hun toren van Babel op

lieten Babylon achter zich

en de onschuld van Arcadia

het paswoord in de spelonk

van de mond

een zwerfsteen leggend

tussen wassend koren

 

:/……

 

die weet hebben van de reddende oever

het spoor kennen van de reis

het geheim van het letterslot

weten

dat het schip wacht

op de snerpende klaagtoon

van de lichtboei

de matrozen in luchtig blauw

ogen vol solfer

en kleur van diamanten en zout   het bevrijdende woord

op de punt van de tong

Un bloc erratique

 

étincellement amer

du diamant

goût de soufre et de sel

sur la langue muette

 

personne ne sait

où débutent les crépuscules

d’où vient la faim

et où elle se rend

avec sur les lèvres

le rêve et  le  sang

 

le sixième jour de la création

du mot    naquit le langage

apparurent  l’homme    la haine    la prostration

l’imposture    le chagrin    l’adoration

 

le Caïn s’éleva entre nous

du discours grandit son envers

de l’ombre

le baiser fraternel

la nimbe   et la pierre

le mot devenu  langage qui

s’épanouit dans le sang

 

qui sait

où disparurent  les crépuscules

où les mains questionnèrent les ténèbres

érigèrent leur tour de Babel

abandonnèrent Babylone

et l’innocence d’Arcadie

le mot de passe dans la

caverne buccale

déposant un bloc erratique

entre les  pousses du blé

 

:/……

 

ceux qui connaissent la rive salvatrice

le tracé du voyage

le secret de la fin de la lettre

savent

que le bateau attend

la plainte perçante

de la bouée lumineuse

les matelots en bleu léger

aux yeux sulfurés

et couleur de diamants   et de sel      le mot salvateur

sur le bout de la langue

 

 

 

 

 

Mysterie

 

in staat

de vorm te voltooien

van doorboorde helderheid

de dageraad van de taal te proeven

de aanvang van kleuren

brandend in een blind oog

een gekwetste stem te zijn

in de vuurlijn

 

en kijk

een tintelend Bengaals festijn

openbarstend als spetterende regen

van goud en zilver

blauw koper

indigo stuifmeel

magnesium melk stortend

en zich spreidt

opvlamt  en dooft

 

de dag van morgen

vullend met mysterie

Mystère

 

capable

d’achever le moule

de clarté trouée

goûter l’aube de la langue

l’ébauche des couleurs

brûlantes dans un œil aveugle

d’être une voix blessée

dans la ligne de feu

 

regarde

un scintillant festin bengalais

éclate en pluie    giclant

or et argent

du cuivre bleu

du pollen indigo

du magnésium    étalant du lait

puis    se répand

s’enflamme    et s’éteint

 

emplissant de mystère

la journée de demain

 

“TAALSPOOR”

La Trace du Langage

 

 

 

 

 

Schibboleth

I

 

wat je zoekt  ligt nabij

in twijfel  en hoop verborgen

in de plooirimpel van het landschap

 

binnen de ruimte van dit litteken

luistert een verminkt oor

registreert een doorboord oog

 

leg je angstige hand

over de grens van voorbij

het misschien in de taal

leg je zoekende hand

op het dwaalspoor    het zoekspoor

 

doorheen zomer naar winter

laait een muur van vuur

buldert wind van jaren

ruist bron van brandend bloed

laten namen hun schaduw na

 

de toverspiegel toont

de kronkelende naaldstraal

uit maan en zilver

van herinnering

 

de molensteen knelt om de hals

gemerkt met het teken

met de echo voor later

 

 

 

 

II

 

steen bewerkt met taal en geheugen

kleurend het labyrint

met herinnering