Marc M. Braet
La Trace du
Langage
2002
Voor
Nèle
|
Blijven
zingen vaak
rusteloos toen velen sliepen zij spottend
om zijn druk gedoe om
de wilde wortels van zijn haren zij altijd
bereid om smekend te bedaren nooit
vragen stellend naar
waarom of hoe en
altijd bij het opnieuw
ontwaken stond
nacht op wacht om te
verhalen dat
niets nog was gekomen
hoewel hij
wist dat buiten voor de
deur een
koffer stond vol dromen dit
was het raadsel dat hij wou begrijpen kwam
niemand met de sleutel blijven
alle vragen dicht en duister vergrendeld
is het woord ook
de herinneringen straks
slaapt hij in wetend
dat liefde ondanks
alle luister soms
kort duurt soms illusie
is maar
dat altijd de dichters blijven
zingen |
Continuent
à chanter inquiet quand beaucoup
dormaient elle riant de son
agitation des
racines sauvages de ses cheveux toujours
prête à l’apaiser en implorant sans
questionner
pourquoi ou
comment et
à chaque nouveau
réveil la
nuit montait la garde pour
conter que
rien n’était encore arrivé alors
qu’il savait
que dehors devant la
porte se
trouvait un coffre rempli de rêves c’était
l’énigme qu’il aurait voulu
comprendre personne
n’en donna la
clé toutes
les questions restent obscures et closes verrouillées
est le mot les
souvenirs aussi il
s’endormira
sachant que l’amour en
dépit de tout éclat est
parfois illusoire
parfois passager mais
que toujours les poètes continuent à
chanter |
La
Trace du Langage
I
“Dwaalspoor”
|
Het
wazige licht verschuivend naar
de schemerzone bracht
hij zijn eerste leven door wonend
in wit water graankorrel in
een schelp bewaard tussen
parelmoer en
ondeelbaar spectrum wachtend
op voltooiing bracht
hij zijn tweede leven door midden
gestold kwikzilver onder
het spiegelend glas van
verlangen tussen
het wazige licht van
Morandi bedekt met
transparante huiver van
onzichtbare aanwezigheid |
La
lumière subtile glissant vers
la zone de pénombre il
passa sa première vie dans
une eau blanche grain
de blé dans
une coquille
conservé entre
la nacre et
un infime spectre attendant
son accomplissement il
vécut sa deuxième vie entouré
de mercure solidifié sous
le verre miroitant du
désir dans
la lumière subtile de
Morandi recouvert du
transparent frisson d’une
présence invisible |
La
Trace du Langage
|
Het
oog van de maan hermetisch
zwart drong
zijn sterrenbeeld binnen zijn
gescheurde mond zijn
hart uit gedeukt
koper een
piramide van barricade
en oproer glanzend in
het oog van de maan |
L’oeil
de la lune du
noir
hermétique s’introduisit
dans son signe astrologique dans
sa bouche déchirée dans
son cœur en cuivre bosselé une
pyramide de barricade
et de révolte scintillant dans
l’œil de la lune |
La
Trace du Langage
|
Het
gelaat van de moeder droeg
de jongen zijn
Meissner-blauw matrozenpakje met
helder lint omboord schaduwen
verschoven in
de schemerzone tussen
klei en kalk transparante
huiver van
onzichtbare aanwezigheid speurde
over de putrand met
het gelaat van de moeder naar
de roerloze bodem huiverend biddend
zoekend het
kind zwalpend zonder
schip noch
kompas midden
de openheid van
gebroken licht haar
tranen van bitter roet vulden
de put en
het matroosje zonk verdronk tussen
de brakke geur van
verrotting kaarsvet en
gelig giftig parfum van witte lelies rond
haar hals het
snoer geknoopt waaraan
het bloedende hart bengelde van
haar verbitterde god |
Le
visage de la mère le
garçonnet portait un
costume marin bleu-Meissner galonné
d’un ruban clair des
ombres glissèrent en
zone crépusculaire entre
argile et calcaire un
frisson transparent de
présence invisible avec
le visage de la mère scruta par-dessus le bord du
puits le fonds inerte
en frissonnant priant cherchant dans
la houle
l’enfant sans
navire ni
compas au
centre de la cavité à
lumière brisée ses
larmes de suie amère remplirent
le puits et
le petit marin sombra se
noya dans
l’odeur saumâtre de
putréfaction de
larmes de
cire et
du parfum de lys blancs empoisonné
jaunâtre au
cou le
cordon noué où
se balançait ensanglanté le
cœur de son dieu irrité |
La
Trace du Langage
|
De
versplinterde ster een
spoor nalatend van
verpulverd licht en
zwart bloed daalde
maan naar beneden daalde
behoedzaam tot
de duistere bodem van
de vergeetput spreidend
een doorzichtig waas van
stoflood over
de spiegel van slapend water en
herinnering drong
geluidloos het
labyrint binnen tastte
steen en bevloering af duister
oplossend tot melkwit duister
verwekkend waar
voordien klaarte woonde er
was geen geluid engel noch
duivel maan
vloeide kamers binnen ontsloot
deuren en geheime nissen verzilverde
spin en scarabee om
nadien alles en allen met
kabbalistisch zwart te omhullen kijkend
naar de versplinterde ster
in de spiegel bleef vragend het kind van de
maan op
de roerloze bodemput staan |
L’étoile
pulvérisée laissant
derrière elle une trace de
poussière de lumière et
de sang noir la
lune descendit descendit
prudemment jusqu’au
fond obscur du
puits de l’oubli déployant
un voile transparent de
poussière de plomb sur
le miroir de
l’eau dormante et la
mémoire s’infiltra insonore dans
le labyrinthe palpa la pierre et le
sol dissolvant
l’obscurité en blanc laiteux engendrant
l’obscurité où auparavant régnait la
clarté Il
n’y avait ni bruit ni
ange ni
diable la
lune se coula dans les chambres dévoila
les portes et les niches secrètes argenta
l’araignée et le scarabée pour ensuite tout et
tous de
noir kabbalistique les
envelopper regardant
dans le miroir l’étoile
pulvérisée l’enfant
de la lune
interrogatif resta
sur le fond immobile du
puits |
La
Trace du Langage
|
Anders zijn
kindertijd liet hij achter nabij
een haven aan
de Noordzee tussen
kreten van meeuwen tussen
vochtige violette fosforescerende
schubben van
opspringende vissen zijn
handen liet hij achter bovenop
de kwetsbare bladzijden van
boeken
geklemd rondom
syllaben verstrikt
midden wortels van
gedrukt geheimschrift zijn
hart liet hij achter onder
de tintelende regen van
Bengaals vuur op
de flitsende punt van een degen midden
de roos van een cactus waar
hij kwam volgde mijn
schaduw de
sonore eenzaamheid van klokken het
amarant van droefheid om
de versplinterde ster die
hem de wereld anders liet zien |
Différemment il
laissa son enfance près
d’un port Mer
du Nord entre
les cris de mouettes l’humide
violette les
écailles phosphorescentes de
poissons bondissants il
laissa ses mains sur
les pages vulnérables de
livres
autour
de syllabes
coincées empêtrées
dans les racines d’une
écriture secrète imprimée il
laissa son cœur sous
la pluie crépitante d’un
feu de Bengale sur
la pointe d’une épée
éblouissante en
plein centre d’une rosace de
cactus Là
où il passa mon ombre le
suivit et la solitude sonore des
cloches l’amarante
de mélancolie pour
l’étoile anéantie qui
lui fit voir le monde
différemment |
La
Trace du Langage
|
Het
dode paardje er
waren vogels als
zwarte kruisen mensen
die beschutting zochten binnen
een structuur uit leegte gemaakt toen het
huis krakend en
kermend ineenstortte zag
hij tussen de
gebinten het
dode paardje hangen geen
bloed
nee geen
bloed geen
angst
nee geen
angst geen
droefheid
nee geen
droefheid slechts het ontwaken in
het spiegelpark van
herinnering sneeuw om
in te verdwalen op
de bodem van de waterput leefde een
gevlekte salamander dreef een
verdronken maan rust
een revolver vol roest |
Le
petit cheval mort il
y avait des oiseaux comme
des croix noires des
personnes cherchant un abri dans
une structure faite de vide lorsque la
maison s’effondra craquant et
geignant il
vit le petit cheval pendre mort dans la
charpente Pas
de sang
non point
de sang Pas
de peur
non point
de peur Pas
de chagrin
non point
de chagrin seulement le
réveil au
parc des miroirs de
la mémoire de
la neige à
s’y perdre sur
le fond du puits vivait une
salamandre tachetée flottait une
lune noyée repose
un revolver rouillé |
La
Trace du Langage
|
Bruingeel de
zee kijk
tot op de bodem daar
woonde je ooit het
dorp de
afgeplatte toren op
de bruingele foto’s van
foto’s een
in de lens kijkende kat met
erachter een
vrouw die je moeder zal
zijn wend
je naar
de stad in de verte witte
wind uit het noorden blaast
er overheen zwarte
mieren marcheren
er naartoe wapen
je met
goedheid en
de vreugde van
een vriendelijk woord kijk
in de spiegel van water dat
stilstaat eronder slaapt
de gevlekte salamander ziet hoe
bijtend staal het
huis bij de keel pakt het
is oorlog de
moeder lang dood je
droomt van de zee in
de verte het
sprookje is uit alleen
puin blijft over boven
de spiegel van water foto’s van foto’s
bruingeel en
hopeloos ver |
Mordorées la
mer regarde au fond c’est
là que tu habitas le
village les
tours aplaties sur
les photos mordorées de
photos un
chat regarde dans la lentille et
derrière lui une
femme qui sera ta mère tourne-toi vers
la ville dans le lointain un
vent du nord blanc souffle au-dessus
d’elle des
fourmis noires marchent
vers elle arme-toi de
bonté et
de la joie d’un
mot amical regarde
dans le miroir de l’eau immobile au-dessous
dort
la salamandre tachetée vois comment
l’acier mordant agrippe
la maison à la gorge c’est
la guerre la
mère depuis longtemps
décédée tu
rêves de la mer dans
le lointain fini
le conte de fées seules
subsistent ruines sur
le miroir de l’eau des
photos de photos mordorées désespérément
reculées |
La
Trace du Langage
|
Alsof schuift
het landschap voorbij het
landschap
alsof een
onzichtbare hand het
beweegt noch
blinde noch
dove kunnen
het zien de
blauwgroene zoom van
een bos de
opwiekende vlucht van
een reiger de
ons wenkende zinkende
dag vuurvattend oplaaiend
vallend aan
een einder over
het huis waar niemand
nog woont |
Comme
si le
paysage défile dépasse
le paysage comme
si une main invisible le
déplace ni
aveugles ni
sourds ne
peuvent voir la
lisière bleu-vert d’un
bois ou
l’envol à grands battements d’un
héron le
jour nous hélant
sombrant s’enflammant s’embrasant
tombant à
l’horizon derrière la maison où personne ne vit
plus |
La
Trace du Langage
|
De
schrei wie
denkt dat het gesloten
boek woord en raadsels
prijsgeeft dat
de vlinder het geheim niet kent waaruit
parfum opbloeit en
vervliegt of dat steen niet vloeibaar
is als
water dat tot steen verkalkt of
water al dan niet vloeit
en waarom de
vlam van de kaars opwaarts brandt licht ook zonder
licht licht
kan worden
woordeloos wie
niet het roerloze geduld begrijpt van
de spin noch de eenheid
van haar huis wie
van de nachtzwaluw niets hoort onder
de arcaden van de hoofdletters zand
in de mond krijgt toegestopt luisterend
naar de schrei van de steen |
La
plainte celui
qui pense que le livre
clos divulgue
énigmes et mots que
le papillon ignore le secret d’où s’épanouit le parfum
volatile ou
que la pierre n’est pas liquide comme
l’eau qui se calcifie en
pierre ou
que l’eau coule ou ne coule
pas et
pourquoi la
flamme de la bougie brûle vers le haut que
la lumière même
sans lumière peut
devenir lumière sans mot
dire qui
ne saisit pas
l’inerte
patience de
l’araignée ni
l’unité de son habitat qui
de l’engoulevent nocturne
n’entend rien sous
les arcades des majuscules aura la bouche obturée de
sable en
écoutant la plainte de la
pierre |
La
Trace du Langage
|
Een
vocaal (Bramonesas) maan
van witte magie lazuurblauw
van wolk tot wolk altijd
het brandende teken
altijd hard en hoog de
filigrane schaduw het
alfabet strooiend als stofgoud over
onze wereld wat met deze droge
hagelslag wanneer een teruggevonden
woord fel
zingen vogels bij het ontwaken tekent
de agave zich tegen de horizon af we
schrijven dit niet om
anderen droevig te stemmen vanzelfsprekend
kan men schrijven het
recht zal zegevieren of alles
wordt goed of een
late roeping is de mooiste ook
nog binnen
de taal verandert de
taal een vocaal van
schaduw tot
witte vlinder |
Une
voyelle (Bramonesas) lune
de magie blanche bleu
azur de nuage à
nuage l’éternel
signe brûlant
toujours dure
et haute l’ombre
filigrane parsemant
l’alphabet en poussière d’or sur
notre monde que
faire de cette grêle
sèche quand un mot
retrouvé au
réveil les
oiseaux chantent fort et l’agave se profile à
l’horizon nous
n’écrivons pas ceci pour
attrister les autres l’on
peut évidemment écrire le
droit triomphera ou tout
ira bien ou une
vocation tardive est la plus belle et
encore dans
la langue le
langage transforme une voyelle de
l’ombre en
papillon blanc |
La
Trace du Langage
|
Gekleurde
landschappen doorkruisend het
alfabet van de wereld stilte
van porfier en toermalijn aanrakend aarde bewegend
water gekleurde
landschappen de blauwe
iris van
de maan kinderen
van oorlog en liefde een
aardeteken tot baken met
gesloten mond
versteende syllabe bewerkt
met taal en geheugen als
verweer het
bolwerk van
het gedicht de
ringmuur van
klinkers en klanken de
brandende metaforen breekbaarheid
die zich inschrijft in
transparante brieven de a van antwoord de e van
Jerichoroos de o van
geslotenheid de
gotische diftong van het lichaam en
de vele verlangens de
schriftuur van zee en
vlakten vol giftig groen de
erectie van blauwzuur boven de bergflank dezelfde
kosmische schoonheid of
exacter dezelfde
menselijke weemoed |
Paysages
colorés sillonnant l’alphabet
du monde le
secret du porphyre et de la tourmaline effleurant
la terre l’eau
mouvante les
paysages colorés
l’iris bleu de
la lune les
enfants d’amour et de la guerre un
signal phare de la
terre la
bouche cousue
une syllabe pétrifiée par
le langage et la mémoire travaillée pour
sa défense le
bastion du
poème le
rempart de
voyelles et de sons les
métaphores brûlantes la
fragilité qui
s’inscrit en
missives transparentes le a de
accord le e de rose de
Jericho le o de
occlusion la
diphtongue gothique du corps et
les nombreux désirs le
script de la mer les
étendues pleines de poison vert l’érection
d’acide prussique au-dessus du flanc de la
montagne la
même beauté cosmique ou plus exactement la même mélancolie
humaine |
La
Trace du Langage
|
Donkerder
blauw schoof
schaduw over
kleur naar
links en
schoof donkerder blauw mee alsof
het avond werd of
schoof schaduw van een wiekslag over
het huis en de man
binnenin vlekte
het wit van de gevel onder
de schaduw vandaan of
dacht de man binnenin dat
het wit van de muur gekleurd
werd met donkerder blauw van
de avond die viel sloeg
iemand een toets aan viel
klank als heldere pijn in
de ruimte van donker sloeg
iemand een toets aan ving
Mozart met sterven aan of
zong de muziek in de droom van
het donkerder blauw schoof
kleur over schaduw naar
links en schoof
staalhelder blauw in
het oog van de man in het huis plooide
vreugde naar links waar
het hart slaat of
plooide het hart naar de hand die
de taal van het zwart kent en
het witte ivoor beroert schuift
kleur over kleur klank
over klank de
nacht is nabij de
morgen nog ver of
moet nacht nog geboren uit
zilverwitte stralenkrans van
verduisterende zon |
Un
bleu plus profond l’ombre
glissa sur
la couleur vers la gauche un
bleu plus foncé glissa avec elle comme
si le soir tombait ou
l’ombre glissa-t-elle d’un
coup d’aile au-dessus
de la maison et de l’homme à
l’intérieur le
blanc de la façade tacha-t-il par-dessous
l’ombre ou
l’homme à l’intérieur pensa-t-il que
le blanc du mur fut
coloré par le bleu plus foncé du
soir qui tombait quelqu’un
frappa une touche le
son tomba comme une
douleur cristalline dans
l’espace de l’ombre quelqu’un
frappa une touche Mozart
s’éteignait-il ou
la musique chantait-t-elle dans le rêve du
bleu plus profond la
couleur glissa sur l’ombre vers
la gauche
et du bleu clair comme l’acier se
déposa dans l’œil de l’homme dans la maison la
joie plia à gauche où
bat le cœur ou
le cœur plia-t-il vers la main qui
connaît le langage du noir et
attendrit le blanc ivoire la
couleur glisse sur la couleur le
son par-dessus le
son la
nuit est proche
l’aube lointaine ou
la nuit doit-elle naître de
l’auréole blanc argent du
soleil
s’éclipsant |
La
Trace du Langage
|
Het
Sarmatisch goud kleiputten
van dood tijdelijke
eindeloosheid voetstappen
door wind en nacht uitgewist tot
mist verstoven maan wie
bedekte wie met tijdloos wachten wie
ontkorrelde verrottend van
omwenteling tot omwenteling liggend
met ontbladerd skelet lichtjaren lichtjaren lang wie
ontgroef eindeloosheid wie
bracht tot berekenbare tijd de
vruchtbare zon wie
ontblootte het eerst het
wachtend skelet het
Sarmatische goud ving
schittering als
een dolksteek op droeg
het diadeem van
blauw bloed |
L’or
Sarmate puits
argileux de mort infini
temporel toutes
traces de pas effacées par
le vent et la nuit lune
devenue brume pulvérisée qui
recouvrit qui de
l’attente atemporelle q
ui se désagrégea par putréfaction de
révolution en révolution couché le squelette effeuillé
des
années lumière
années lumière durant qui
désensevelit l’infini qui
amena au temps calculable le
soleil fécond qui
dénuda en premier le
squelette en attente l’or
Sarmate saisit
brillance au vol à
coup de poignard porta
le diadème de
sang bleu |
La
Trace du Langage
|
Tijdloze
tijd stel
je voor dat
we alles vergeten zijn alles
verlieten dat
we leven in
tijdloze tijd de
adem ophoudend denkend hoe
zwemmen we over van
oever tot oever hoe
overleven we
spijt twijfel en
angst of
beter hoe
leren we ermee leven opdat
we niet alles achter
ons moeten laten vergeten
wat was wetend dat
was dragen we
mee tot
het einde ontmoeten
we binnen de
taal bij
de klank van een lied om
de hoek van een straat op
het scherp van de snede op
foto’s van
foto’s denkend overal zijn
we geweest waren
we zullen
we komen niets
of niemand ontneemt ons de
herinnering |
Temps
atemporel imagine que
nous ayons tout oublié tout
quitté que
nous vivions dans
un temps atemporel en
retenant notre souffle pensant comment
nager d’une
rive à
l’autre survivre
au regret au
doute et à l’anxiété ou
mieux comment apprendre à les
supporter pour
ne pas devoir tout
abandonner oublier
ce qui a été sachant
que ce
qui a été nous
l’emportons jusqu’à
la fin le
rencontrons dans le langage dans
le son d’une chanson au
coin d’une rue sur
le fil du tranchant sur
les photos de
photos en
pensant partout nous
avons été nous
étions nous
viendrons rien
ni personne ne nous enlèvera le
souvenir |
La
Trace du Langage
|
Het
omringende een
naam spellen letters
samenvoegen tot
een herinnering die
vermomd het
verduisterde raam met
bloemen bedekt uitgestrooid meegegeven met
gesluierde wind een
gedroogde bloem of
vlinder zon
in een indigo zakdoek een
prentkaart met
zicht op zee beeld
onder de waterspiegel taal
wordt licht
bewaard blijft droom
drijft binnen
het onhoorbare lichaam
te
vinden gelegd iets
dat nooit was verteld iets
onbelangrijks wellicht het
opslaan van wimpers de
voorbijgaande zomer de
tuin van stilte de
taal van stilte sterker
dan het gekletter van
ijzerbeslag op
de onbewerkte steen de
nacht dat het maanschip in brand staat de
vonkende haren kamt zoveel
onbelangrijks het
omringende bijvoorbeeld |
L’environnement épeler
un nom assembler
des lettres en
un souvenir qui
déguisé recouvre
de fleurs la
fenêtre occultée éparpillée confiée à
un vent voilé une
fleur séchée un
papillon le
soleil dans un mouchoir indigo une
carte illustrée avec
vue sur la mer sous
flottaison une image
devient
langage la
lumière reste conservée le
rêve flotte à
l’intérieur de l’inaudible un
corps déposé à
trouver une
chose jamais racontée peu
importante sans doute d’ouvrir
les cils de
l’été qui passe du
jardin de recueillement du
langage d’un silence plus
fort que le cliquetis d’une
ferrure sur
la pierre brute la
nuit où le navire lunaire en feu peigne
les étincelants cheveux tant
d’insignifiant l’environnement
par
exemple |
La
Trace du Langage
II
“Taalspoor”
La Trace du
Langage
|
Semafoor oker tot
bloedende nacht geworden waar
de zon verdronk de
windroos op
het kruis ligt van
lengte- en
breedtegraden en
het uitdovende schuim door
wind voortgestuwd langs
de gekartelde lijn van
de branding in
zand verzinkt de
ontroering een
zeilschip met
blauwe matroos dat
de haven uitvaart koers
zet naar
de zeeziekte naar
de wachtende angst semafoor aan
de einder van de kindertijd |
Sémaphore l’ocre devenue nuit
sanglante où
le soleil se noya où
la rose des vents se situe
à la croisée des degrés de longitude
et de latitude où
l’écume en
retrait poussée
par le vent longeant
la ligne crénelée du
ressac sombre
dans le sable le
désarroi un
voilier au
matelot bleu quitte
le port met
le cap sur
le mal de mer sur
l’attente angoissée sémaphore à
l’horizon de l’enfance |
La
Trace du Langage
|
Ergens
anders twijfelloos de
eerste steen de
gekapte witte tekens de
ultieme sprong doorheen
het weefsel van
vuurspuwende staartsterren met
de gestreepte bebloemde
tijgerkat op
stap we
beleven gevaarlijke tijden de
ene dag lijkt niet op
de andere de
verleden tijd is opgebrand in
de tegenwoordige de
toekomstige wacht ergens anders maar
wees voorzichtig er
blaast een ijskille winterwind een
wind van zovele jaren er
wacht ergens anders een
ruwe onbewerkte
steen ergens
anders is
twijfelloos alleen ergens
anders |
Ailleurs sans
aucun doute la
première pierre les
signes blancs taillés le
saut ultime à
travers la toile des
comètes crachant du feu au
pas avec
le chat tigré fleuri
rayé nous
vivons des temps dangereux un jour ne ressemble
pas à
l’autre le
temps passé est consumé dans
le présent le
futur attend
quelque part ailleurs mais
sois prudent il
souffle un vent hivernal
glacial un
vent de tant d’années quelque
part ailleurs
attend une
pierre brute
fruste quelque
part ailleurs c’est
sans doute simplement
ailleurs |
La
Trace du Langage
|
Uitgewist we
spraken over
het teveel omhelzend het
te weinig binnen
de ring van
de datum van
de herinnering uitgewist maanden en jaren eeuwen hadden
de cijfers aangeraakt de
namen gestreeld
gekust gewist
het geheugen |
Effacé nous
parlions de
l’excès étreignant le
manque dans
l’alliance de
la date de
souvenance effacées des
mois et des
années des
siècles avaient
rasé les chiffres caressé baisé les noms effacé
la mémoire |
|
Het
mes wat te doen als
troosteloosheid de
dagen onzichtbaar
maakt de
gifbeker geen
toegang vindt noch
bijdraagt tot
luister en betovering en
wat met onwetendheid levenslage
celstraf dagelijkse
zelfmoord wonderolie
uit de kindertijd sirenes
overstemd door
gierend staal het
blauw kraagje van
de jonge matroos het
mes dat de keel zocht |
Le
couteau que
faire quand la
désolation rend
les journées imperceptibles quand
la coupe empoisonnée ne
trouve point d’accès
ni ne contribue à
la splendeur et à
l’enchantement et
que penser de l’ignorance la
prison à vie le
suicide journalier l’huîle
de ricin de l’enfance des
sirènes étouffées par
l’acier strident du
petit col bleu du
jeune matelot du
couteau qui chercha la gorge |
La
Trace du Langage
|
Herschrijven dacht indien
hij deze wereld zou
moeten verlaten het
onmogelijk zou blijken zichzelf
te herschrijven in
die andere wereld |
Réécrire il
pensait que
s’ il lui fallait quitter ce
monde-ci il
lui paraîtrait impossible de
se réécrire lui-même dans
l’autre monde |
|
Met
verbazing jaagt
wind uit het Noorden koud
vuur over de heuvels die
brandend in
blauwe rook opgaan staat
zwartgeblakerd het
huis met
wolken omringd door
noodlot getekend verbrandend
het oog in mijn oog wie
het zwarte doek wegschuift dat
de spiegel bedekt zich
ziet met verbazing afgrijzen of
huiver met
rustig respect glimlachende
angst zich
herkent zich
afvraagt wie is wie ben
ik
ik of
een andere die
de wachtende omhelst |
Avec
étonnement un
vent du Nord souffle
un feu froid au-dessus des
collines en flammes qui
se consument
en fumée bleutée la
maison est
noire
calcinée de
nuages enveloppée par
la fatalité marquée brûlant
l’œil dans mon œil celui
qui écarte la toile noire couvrant
le miroir se
voit avec étonnement horreur ou
frémissement respect
serein peur
souriante se
reconnaît se
demande qui est
qui suis-je
moi ou
un autre
qui étreint
celui qui languit |
La
Trace du Langage
|
Het
gevaar zekere
dag verloren
lopend tussen
wereld en planeten de
geheime formules op zak ongekend
als de komende vergissingen het
gevaar van
jezelf zwervend
terug te ontmoeten tussen
het puin van
zoveel vroeger |
Le
danger un
certain jour courant
éperdu entre
le monde et les
planètes avec
en poche les formules secrètes telles
que les erreurs à venir
inconnues le
danger de
se retrouver soi-même
errant entre
les ruines d’il
y a si
longtemps |
|
Zwart
bloed op
het beslissende oenblik de
stem kwijt de
wijzende hand het
woord uit
het oog verloren kijkend
in de ogen van
de altijd aanwezige onsterfelijke
dood de
omhelzing uit
liefde voor wat leeft het
innerlijke raadsel onder
de beschuttende schedel waar
zang en schrei schuilen waar tussen ruimte en
tijd doorheen
de diverse lijnen binnen
een magische handpalm zwart
bloed pulseert ziet hoe
woord vuur
vat opbrandt in
lichtend licht |
Du
sang noir au
moment crucial la voix perdue la
main pointant du doigt le
mot perdu
de vue fixant
dans les yeux de
la mort immortelle toujours
actuelle l’étreinte d’amour
pour ce qui vit l’énigme
intérieure dans
le crâne protecteur où
s’abritent chant
et pleur où entre
l’espace et le
temps à
travers les lignes diverses d’une
paume de la main magique pulse
du sang noir voyez comment
le mot s’enflamme et
se consume en
lumière luminescente |
La
Trace du Langage
|
De
gapende wonde spreek je
taal vertel wat
verdrietig stemt of
gelukkig maakt wat
kwetst in
opstandigheid uit
wat tranen
zijn samengesteld welke
wolken het
landschap verduisteren en of bloemen
bloeien in
bloedende nachtdroom leg
het
hart als
een geopende horloge op
tafel tel
de tijd af van
het bestaan verzamel in
het bewustzijn de
sporen van wegen waarlangs
je reisde de
sprong uit
het duister toon de
gapende wonde van
hoop het
litteken van
de zandloper de
gele ster in
de nacht het
hart een rode
driehoek de
verminkte pols met
de asblauwe cijfers |
La
plaie béante parle dans
ta langue raconte ce
qui attriste ou
réjouit ce
qui blesse dans
l’indignation de
quoi sont faites
les larmes quels
nuages assombrissent
le paysage et
si des fleurs fleurissent dans
un rêve nocturne
sanglant pose le
coeur tel
une montre ouverte sur
la table décompte
le temps de
l’existence rassemble en
conscience les
traces des voies par
où tu voyageas ton
bond hors
de l’obscurité montre la
plaie béante de
l’espérance la
cicatrice du
sablier l’étoile
jaune dans
la nuit le
cœur en triangle rouge le
poignet mutilé par
les chiffres bleus cendrés |
La
Trace du Langage
|
Een
zwerfsteen bittere
schittering van
diamant smaak
van solfer en zout op
de zwijgende tong niemand
weet waar
schemeringen aanvangen waar
honger vandaan komt en
naartoe gaat met
droom en bloed op
de lippen de
zesde scheppingsdag werd
taal uit woord geboren ontstond
mens haat wanhoop liefde verdriet
bedrog de
Kaïn stond op tussen
ons uit
de rede groeide de keerzijde van
de schaduw de
broederkus nimbus en steen woord
tot taal die
bloedend bloeit wie
weet waar
eindigden de schemeringen waar
stelden handen duisternis vragen en
richtten hun toren van Babel op lieten
Babylon achter zich en
de onschuld van Arcadia het
paswoord in de spelonk van
de mond een
zwerfsteen leggend tussen
wassend koren :/…… die
weet hebben van de reddende oever het
spoor kennen van de reis het
geheim van het letterslot weten dat
het schip wacht op
de snerpende klaagtoon van
de lichtboei de
matrozen in luchtig blauw ogen
vol solfer en
kleur van diamanten en zout
het bevrijdende woord op
de punt van de tong |
Un
bloc erratique étincellement
amer du
diamant goût
de soufre et de sel sur
la langue muette personne
ne sait où
débutent les crépuscules d’où
vient la faim et
où elle se rend avec
sur les lèvres le
rêve et le sang le
sixième jour de la création du
mot naquit le
langage apparurent l’homme la haine la
prostration l’imposture le chagrin
l’adoration le
Caïn s’éleva entre nous du
discours grandit son envers de
l’ombre le
baiser fraternel la
nimbe et la
pierre le
mot devenu langage
qui s’épanouit
dans le sang qui
sait où
disparurent les
crépuscules où
les mains questionnèrent les ténèbres érigèrent
leur tour de Babel abandonnèrent
Babylone et
l’innocence d’Arcadie le
mot de passe dans la caverne
buccale déposant
un bloc erratique entre
les pousses du
blé :/…… ceux
qui connaissent la rive salvatrice le
tracé du voyage le
secret de la fin de la lettre savent que
le bateau attend la
plainte perçante de
la bouée lumineuse les
matelots en bleu léger aux
yeux sulfurés et
couleur de diamants et
de sel
le mot salvateur sur
le bout de la langue |
|
Mysterie in
staat de
vorm te voltooien van
doorboorde helderheid de
dageraad van de taal te proeven de
aanvang van kleuren brandend
in een blind oog een
gekwetste stem te zijn in
de vuurlijn en
kijk een
tintelend Bengaals festijn openbarstend
als spetterende regen van
goud en zilver blauw
koper indigo
stuifmeel magnesium
melk stortend en
zich spreidt opvlamt en dooft de
dag van morgen vullend
met mysterie |
Mystère capable d’achever
le moule de
clarté trouée goûter
l’aube de la langue l’ébauche
des couleurs brûlantes
dans un œil aveugle d’être
une voix blessée dans
la ligne de feu regarde un
scintillant festin bengalais éclate
en pluie
giclant or
et argent du
cuivre bleu du
pollen indigo du
magnésium étalant
du lait puis se
répand s’enflamme et
s’éteint emplissant
de mystère la
journée de demain |
La
Trace du Langage
|
Schibboleth I wat
je zoekt ligt
nabij in
twijfel en hoop
verborgen in
de plooirimpel van het landschap binnen
de ruimte van dit litteken luistert
een verminkt oor registreert
een doorboord oog leg
je angstige hand over
de grens van voorbij het
misschien in de taal leg
je zoekende hand op
het dwaalspoor
het zoekspoor doorheen
zomer naar winter laait
een muur van vuur buldert
wind van jaren ruist
bron van brandend bloed laten
namen hun schaduw na de
toverspiegel toont de
kronkelende naaldstraal uit
maan en zilver van
herinnering de
molensteen knelt om de hals gemerkt
met het teken met
de echo voor later II steen
bewerkt met taal en geheugen kleurend
het labyrint met
herinnering |