Marc M. Braet
Je suis triste mais pas
désespéré
1994
|
DE DICHTER de
dichter schrijft met
zijn vinger op water hij
zwemt onder water en
kan er blijvend in wonen hij
proeft het brandende zout schilferend
licht wat
leeft in een schelp en
erbuiten dat
alles beschrijft hij de
dichter :/…… bij
machte is
hij de
dag te doen opstaan te
kleuren naar wens en begeerte zijn
woorden kunnen hoog en massief een
vuurtoren toveren uit de kliffen van taal of
de droom van Atlantis zingende
vissen in goud geverfd flessen
met blauwe brieven gevuld van
verliefden die schipbreuk leden en
zwalpende vlammetjes zijn rondom
onbewoonde eilanden ja dat
alles vermag hij ook
kan de dichter een lied zingen dat
het hart beroert hij
kan een stamp geven tegen
het vermolmde wrakhout dat
het onrecht recht houdt dat
de dingen bij naam niet durft noemen misschien
ook kan hij
bewegen tot
het omhelzen van een mens maan kind bloem gedicht
zon misschien (14.IX.1992) |
LE POèTE le
poète écrit le
doigt sur l’eau il
nage sous eau et
peut y habiter à
demeure il
goûte le sel brûlant la
lumière écaillée la
vie dans une coquille et
en-dehors il
décrit tout cela le
poète :/…… il
est à même de faire
lever le jour de
le colorer à volonté
et à
souhait ses
mots peuvent faire apparaître un phare haut
et massif des
falaises de la langue ou
le rêve d’Atlantide des
poissons chantants teints en or des
bouteilles remplies de bleus messages d’amoureux
naufragés et
des flammèches zigzagant autour
d’îles inhabitées oui tout
cela il le
peut le
poète peut aussi chanter une chanson qui
émeut le cœur peut
frapper du pied l’épave
vermoulue qui
justifie l’injustice et
n’ose citer les choses par leur nom peut-être
même peut-il inciter à
embrasser une personne lune enfant fleur poème
soleil peut-être (14
IX 1992) |
Je
suis triste mais pas désespéré
|
Er bestaat ergens
een vlakte van
kleine woorden vingers
als kreupel hout breekbaar
en angstig ergens
een boek met
honderdduizend woorden maar ik ben ze
vergeten er
is een
vlakte van liefde |
Il
existe une
plaine de
petits mots doigts
fragiles et
angoissés pareils
à un taillis écorché un
livre de
cent mille mots je
les ai oubliés il
existe une
plaine d’amour |
|
Van
reizen berooid huis
uitgegaan beginpunt
van wegen met
woorden betast in
regen gestaan de
wereld bleef rond de
hemel zo hoog vraag
legde zich als
steen op zijn
mond van
reizen berooid hij
naar Tampiko drijft boot
met de vlag van
liefde getooid |
Enivré
de voyages quitté
le domicile départ
de chemins touché
par des mots tactiles debout
sous la pluie le
monde demeura rond si
haut le firmament la
question comme
une pierre se
posa sur sa bouche enivré
de voyages il
dérive vers Tampiko le
pavillon du
bateau orné
d’amour |
Je
suis triste mais pas désespéré
|
Wonderbaar wonderbaar wonderbaar mooi
dat sterren zijn gemorste
melk op blad van glazuur en ieder
uur dat
men te vloeken staat en
met zijn hand wild door de melkweg slaat (ach nee dat doet geen
pijn) hoogstens
sta je verbaasd hoe
wonderbaar ver sterren
zijn |
Miraculeusement miraculeuses miraculeusement belles les
étoiles une
feuille émaillée de lait éclaboussé et à
chaque heure de
jurons où
l’on frappe sauvagement dans la voie lactée (oh non ça ne fait pas
mal) tu
es tout au plus étonné combien
miraculeusement éloignées sont
les étoiles |
|
In
het bed van de nacht met bergen die nooit op reis
gaan met
zee doelloos rustig
vertellend met
van de warme wind lispelende tongen wij hebben in het bed van de
nacht naar
een witte maan liggen kijken van
ons hart boordevol Mozart zo
slapeloos de linkervleugel nacht
was blauwe druiven vrouw
die zacht ademt rose
wolken als flamingo’s wandelden
op het water kijk nu
verschuiven de sterren wanneer
ze verbleken
later in
de nieuwe morgen wij
zullen er nog zijn gele
gordijnen boordevol
zomer |
Dans
le lit de la nuit avec les
montagnes qui jamais ne voyagent avec
la mer babillant sans but tranquillement avec
les langues murmurantes du chaud vent nous dans
le lit de la nuit avons
regardé une lune blanche le
cœur débordant de
Mozart l’aile
gauche sans
sommeil nuit
de raisins bleus femme
respirant doucement des
nuages roses comme des flamingos se
promenaient sur l’eau regarde les
étoiles glissent quand
elles pâliront plus tard à
l’aube nouvelle nous
serons là encore les
rideaux jaunes débordant
d’été |
Je
suis triste mais pas désespéré
|
Een
prent met een kanon gooi
de
verf van woorden tegen
de slapende muur een
ruiter van zwart zelfs in
de handdruk van
vergeten diplomaten een
prent met een kanon uit
vergeelde jaren o paardje wie
bezit dezelfde heupen van
droomhout hooglied
voor later |
Une
image avec un canon lance la
peinture de mots contre
le mur endormi un
cavalier en noir même dans
la poignée de main de
diplomates oubliés une
image avec un
canon d’années
jaunies oh petit
cheval qui
possède tes hanches en
bois de rêve cantique pour plus
tard |
Je
suis triste mais pas désespéré
|
Van
zoete olie liefde om
te verklaren plechtstatig onberekend
geluid van een nieuw alfabet nieuwer
van blinkend geluk en
woordwielen die
bruggen aanrollen naar een stamelend gebaar liefde om
van te proeven om
dronken te worden liefhebben
is liefde ademhalen en sprekend met de
handen woorden
overbodig maken en
onzichtbaar (zichtbaar
mogen alleen nachten zijn waar
geen angst aan tafel zit maar
onvangbaar door de ruiten drijft) liefde om
in te zwemmen met
geoefende gebaren van
blauw en wit en het
bewegen van
zoete olie in een nachtgelaat geen
zee is dieper en
minder hoogblauw minder
hooghartig maar even
beweeglijk voor
wie door een ontbladerde mond papieren
woorden spreekt liefde om
in te verdrinken gelukzalig en als je verdrinkt laat het geen sporen
na hoogstens
een begin van artereo sclerose maar doodgaan is liefde eeuwig
maken liefde is
goed liefde
is wetmatig er
blijft liefte te over |
huîle
douce l’amour à
déclarer avec solennité alphabet
original au son inné bonheur
étincelant insoupçonné à roues de mots qui
roulent des ponts vers un geste balbutié l’amour à
goûter s’en
enivrer aimer
est respirer l’amour et parlant
avec les mains rendre
les mots superflus et invisibles (seules
les nuits pouvant être visibles où
nulle peur n’a place à table mais glisse
insaisissable à travers les vitres) l’amour pour
y nager en
mouvements exercés de
bleu et blanc
et en
remous d’huîle douce dans un visage nocturne nulle
mer n’est plus profonde et
moins bleue-roi moins
fière mais aussi mouvante pour
qui par une bouche effeuillée parle
en mots de papier l’amour pour
s’y noyer bienheureux et
quand l’on s’y noie il ne
laisse nulle trace tout
au plus un début d’artériosclérose mais mourir est rendre éternel
l’amour l’amour est
bon loyal l’amour
abonde |
Je
suis triste mais pas désespéré
|
Het
zachte oe- oe grote lege
zeeschelp aan
de kom van mijn mond je
hoort me vertellen boven
het ruisen der branding ik
spreek je in zeewier in
gebroken wit schuim in
oranje sterren mijn
handen maken een zon uit papier een
nieuwe wereld een
gekleurd verhaal blijf me
naruisen grote
holle zeeschelp op
het strand van haar hart zul
je mijn liedjes vertalen zij
zal altijd altijd
luisteren naar
het zachte oe-oe van je
zeestem |
le doux
ou-ou grand coquillage
creux à
la cavité de ma bouche tu
m’entends relater par-delà
le murmure du ressac je
te parle en algues marines en
écume brisée en
étoiles oranges mes
mains font un soleil en papier un
monde nouveau une
histoire en couleurs perpétue mon
murmure grand
coquillage creux sur
la plage de son cœur tu
traduiras mes vers elle toujours elle écoutera
toujours le
doux ou-ou de ta voix de la mer |
|
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Geen
eindstation geen eindstation geen
halte waar tijd bleef stilstaan blinde
treinwagon waar
alles regelmaat en grijs is men
oneindig wijs is geen
dromen nog worden
geboren liever tot
de dag van morgen behoren grenzeloos
wijd en blauw de
haven uitvaren met
gedoofde lichten desnoods maar
leven hartstochtelijk
leven en groot voor
de zon rond als
brood de
vrouw die ons hart is de
mens onze smart is voor
al het geluk dat
een mond moet bezingen geen eindstation geen
halte tussen nutteloze dingen maar
op de wijzers van de zon gaan
staan en
springen |
Pas
de terminus pas de
terminus pas
de halte où le temps
s’arrêta wagon
aveugle où
tout est régularité et gris où
l’on est infiniment sage où
il ne reste plus de rêves à naître plutôt appartenir
au jour de demain infiniment
étendu et bleu appareiller lumières
éteintes s’il le faut mais
vivre passionnément
et grand pour
le soleil rond comme du pain pour
la femme notre cœur l’homme
notre douleur pour
tout le bonheur qu’une
bouche doit chanter pas de
terminus ni
de halte parmi les choses inutiles mais
sur les aiguilles du soleil aller
se placer et
sauter |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Tot
aan de grenzen zo bleef
regen niets
meer dan tijdelijkheid waardoor
wij hand in hand liepen naar
grenzen zonder land riepen zwarte
wolken ons toe halt
te houden maar
schroeiend dreven wij in
ons brandpunt mee ondeelbaar als
een schilderij van Klee bleef regen een
tussentijdig lied terwijl
we lachend liepen doorheen
hernieuwd gebied door
zon en bloem bekoord tot
aan de grenzen van
een droevig woord |
Jusqu’aux
frontières ainsi la
pluie ne fut rien
de plus que temporalité par
où nous courions
main dans la main vers
des frontières sans terre nous
criaient des
nuages noirs de
nous arrêter mais
nous étions emportés brûlants
dans notre focale passionnée indivisibles tels
une peinture de Klee la
pluie continua une
chanson par intervalles nous
courions en riant à
travers une contrée renouvelée séduits par soleil et
fleurs jusqu’aux
frontières d’une
désolante parole |
|
Donkeroogje duiven opstoven als wit
poeder bedekkend
het duister verdriet regen hem
vergezelde wanhopig beelden
bevroren tot oorlog dravend
het dartele veulen op
poten uit glas donkeroogje eenzamer
lerend echt
verdriet later opduikt als
je alleen bent met twee |
Petit
oeil noir des
pigeons tourbillonnèrent tels une poudre
blanche couvrant
le sombre chagrin la
pluie l’accompagna
désespéré les
statues se congelèrent en guerre le
poulain folâtre passa au galop sur
pattes de verre petit-œil-noir se
vit plus solitaire d’apprendre
que le véritable chagrin remonte
quand on se trouve seul d’une
paire |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Binnen
een zingend binnenrijm zou willen
dat maan zuiver zilver is dromen dromen
blijven de
vis louter
lichaam in de bolle bokaal van
handen een
levend vokaal zou willen
dat bliksem inslaat ze
in lichterlaaie staat van liefde zon
haar brandmerkt voor altijd zou willen
dat ze nooit de
bittere beet proeft van de dood zal haar
levend houden binnen
een zingend binnenrijm zij springfontein en roder
rood waar
pijn de tijd
ontvlucht en
tijd de prille pijn |
Dans
une rime intérieure chantante je
voudrais que
la lune soit de pur argent que
les rêves restent des
rêves le
poisson un
simple corps dans le bocal bombé
des mains une
vivante vocale je
voudrais que
tombe la foudre qu’elle
brûle en flammes d’amour que
le soleil la marque pour toujours je
voudrais qu’elle
ne goûte jamais la
morsure amère de la mort je
la garderai vivante dans
une rime intérieure chantante elle fontaine source rouge et plus
rouge où
la douleur échappe au temps et
le temps au naissant
tourment |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Van
de vuurrode bloem soms bij
het horen het
horen bijvoorbeeld van
het lied het
lied van de vuurrode bloem het werd
maar geen lente geen
lente vol wilde papaver vogels
vlochten niet langer listige
nesten in
het haar van de tijd en
stil stond de tijd verwonderlijk leek
het dat
niets meer gebeurde het lief
liep getooid met
eenvoud als rijkdom tijd
lag versteend op
haar teken te wachten verwonderlijk was
het dat
niets meer gebeurde alleen
nog het lied van
de vuurrode bloem bleef
bijwijlen te horen :/…… werd het
geen lente en
leefden vogels niet langer in
het haar van de tijd van
de tijd die versprong van
planeet tot planeet het
lief liep getooid zo
heerlijk getooid met
de zon en de
maan verwonderlijk bleef
het soms
bij het horen het
horen bijvoorbeeld van het lied het
lied van de vuurrode bloem hoe
mijn hart smolt als zilver tot
zilveren tranen toen
haar halfopen mond zacht
zong in zijn mond |
Du
carmin flamboyant parfois en
percevant en
entendant par
exemple le
chant le
chant du carmin flamboyant le printemps
ne perçait pas point
de printemps aux coquelicots sauvages les
oiseaux ne tissaient plus leurs
nids astucieux dans
la chevelure du temps et
suspendu était le temps surprenant ce
parut-il que
plus rien ne se produise la bien-aimée
courait parée pour
toute richesse de
simplicité le
temps
pétrifié attendait
son signe surprenant était-il que
plus rien ne se passe seulement encore par moments
s’entendait
le chant du
carmin flamboyant :/…… il
ne vint pas de
printemps les
oiseaux ne vivaient plus dans
la chevelure du temps le
temps qui
ressautait de
planète en planète la
bien-aimée courait parée si
merveilleusement parée de
soleil et de lune il
restait surprenant parfois en
entendant par
exemple entendant le
chant le
chant du carmin flamboyant que
mon cœur fonde comme l’argent en
larmes d’argent pendant
qu’entrouverte sa bouche doucement
chantait dans sa bouche |
|
Het
grote feest waar zij
aantreedt voor haar grote feest feest
van eindelijk gelukkig zijn en
zijn is liefde maken zoete
dagdroom buiten
de woorden van verleden tijd tijd waarvan
de wijzers afvielen een
dag dag
die stilstond in zijn eigen brandpunt en
het punt dat iemand zette achter hem dag waarvan de wijzers afvielen te vroeg waar zij
aantreedt wordt geluk
meervoudig meervoud
is een woord dat dubbel spreekt voor
wie alleen blijft wakker in de nacht en
sterft en nogmaals
sterft opnieuw
steeds maar
opnieuw |
La
grande fête là où
elle s’avance pour sa grande fête fête
d’être enfin heureuse où
s’accomplit l’amour
rêve doux du jour hors
des mots du temps passé temps dont un jour les aiguilles
tombèrent le
jour qui fit halte en sa
focale au
point que quelqu’un plaça derrière lui le
jour où les aiguilles tombèrent trop tôt là où
elle s’avance le bonheur se
multiplie multiple
est un mot qui parle doublement pour
qui reste éveillé
seul la
nuit et
se meurt et de
nouveau meurt encore sans cesse à
nouveau |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
In
de tuin van haar klanken trage
tango
Van weemoed van
wanhoop de zwarte wijn reizend door
vroegere steden herinnerend
vrienden die
achteloos stierven in de
tuin van haar klanken die
barokke schrei van een liefde springende
snaar bij Colrelli wachtend weken
en jaren trage
tango van weemoed zwarte
tango van Auschwitz |
Au
jardin de ses harmonies lent tango
de nostalgie vin
noir de désespoir voyageant par
villes d’antan de
ses amis se souvenant qui
moururent sans attention au jardin
de ses harmonies pleur
baroque d’amour ce cri de
corde cassée chez Corelli patientant semaines
et années lent
tango de nostalgie tango
noir d’Auschwitz |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Over
de Newa in
een
praalbed een
kraalbed zoende
nacht zacht rozen en margrieten dreef een
lied van vloeibaar zilver over
de Newa over de
Newa dreef
een lied van zingend zilver en
een maan uit parsepein kwam
verdriet
in beweging van
kade tot kade verdriet
in beweging van
wolk tot woord viel over
zijn gelaat schaduw en schaduw van
schaduw viel
afscheid en
as over
de Newa over de Newa |
Sur
la Neva dans un
lit d’apparat un lit de
perles la
nuit baisait doucement roses et marguerites il
flottait une
chanson de fluide argent sur
la Neva sur la
Neva flottait
une chanson d’argent chantant et
une lune de massepain le
chagrin s’agita de
quai à quai le
chagrin s’agita de
nues à paroles il
tomba sur
son visage une
ombre et l’ombre
d’ombre séparation
tomba et
cendres sur
la Neva la
Neva |
|
Als
doorzichtig licht had de
maan van
haar lijkwade ontdaan kwam drijvend
in een geel klein scheepje liefde
met verstilde gebaren en
een zeil vol verdriet uit en
onuitspreekbaar als
doorzichtig licht pijn
die niemand hoorde zon
die men verzon |
Comme
une lumière transparente on
avait débarassé la
lune de son linceul arriva flottant
dans une petite barque jaune l’amour
aux gestes apaisés à
voile remplie de chagrin éteint indéfinissable
comme une
lumière transparente le
chagrin que personne n’entendit soleil
imaginé |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Flessenpost eindeloos luchtschip
vol zee dansende
vissen en linten zo
dreven lachtende landschappen onze
droevige ogen voorbij hij heeft
haar zwijgen als
een witte waaier ontvouwd het
vragen gedoofd de
engel gestreeld die zong in
het bed van haar heupen zij heeft
de kreet van een dode vogel gehoord gerinkel
van zilveren bellen rozemarijn
die verdronk in het licht doorheen de
mond van het gedicht flessenpost tot een vreemd strand
gericht |
Bouteille
à la mer à
l’infini un
vaisseau spatial de mer rempli de
poissons et rubans dansants ainsi
dérivaient les paysages riants devant
nos yeux peinés il a
déplié son silence comme
un éventail blanc éteint
les questions caressé
l’ange chantant dans le
lit de ses hanches elle entendit
le cri d’un oiseau mort le
tintement de sonnettes argentées le
romarin noyé dans la lumière à
travers la
bouche du poème une
bouteille à la mer vers une plage
étrangère |
|
Een
klein blauw doosje in een
klein blauw doosje mag
je hemp wegschenken zullen
woorden vervagen samen
met het parfum van herinnering waar
heb ik hem ontmoet
gesproken wie
beet zijn lachende lippen stuk |
Un
petit écrin bleu dans un
petit écrin bleu tu
peux faire don de lui les
mots s’émousseront dans
le parfum du souvenir où
l’ai-je rencontré
lui ai-je parlé qui
lui a déchiré les lèvres riantes avec les dents |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Boven
lievere woorden vanzelfsprekend moest
hij opnieuw opstaan en
vallen wolk
die hem riep reis
door de regen het
verbluffend vuurwerk van
pijn hem wenkte hij huilde
van angst stampte klauwde en
beet tevergeefs
het verweer van
de grotere dagen vanzelfsprekend moest
hij weer vallen en
opstaan ster
die hem wenkte het
schrijven van liefste boven
lievere woorden |
Plutôt que mots tendres
évidemment il
devait se relever et
retomber un
nuage lui cria traverse
la pluie le
feu d’artifice spectaculaire de
la douleur il
lui fit
signe lui pleura
de peur rua griffa
mordit en
vain la résistance des
jours meilleurs évidemment il
devait retomber et
se relever une
étoile lui fit signe qu’il
écrive
chérie plutôt
que mots tendres |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Hoe
mooier hoe wilder haar hand
zijn woorden greep als
een kind de vlinder taal
zich opende (en
weet je nog hoe zand hem omsloot dolle
zoenen die moesten gedeeld droom
vol witte banken) o zij
kwam naar hem toe als
lamp in de mist in
Vlaanderen papavers staan hoe
mooier hoe wilder haar hand
zijn woorden greep dodelijk
as en krijt taal
zich sloot dichtgevouwen ingedeukt het
breekpunt molekulair |
Au
plus beaux au plus sauvages sa main
saisit ses paroles comme
un enfant le papillon le
langage se déploya (te
souviens-tu comme le sable l’encercla les
baisers fous à partager le
rêve rempli de bancs blancs) oh elle
vint vers lui comme
une lampe dans le brouillard En
Flandres se trouvent des coquelicots au
plus beaux aux plus sauvages sa main
saisit ses paroles craie
et cendre mortelle le
langage se referma replié renfoncé point
de rupture moléculaire |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Te
hoog zwarte
dag in
een huis zonder meisje huis gangen deuren kamers en
een vleugje barok zijn gewond
aan de vleugel van
de linkerlong angst wanneer
men spreekt wanneer
men zwijgt angst om
beeld en
woord angst
zoals men soms pijn heeft weten de
smaak van waanzin woord dat ze was waarop hij
steunde grote
hoed uit stro wellicht waren
ze een
verdieping te hoog geklommen |
Trop
haut journée noire dans
un foyer sans fille la
maison des
couloirs portes
chambres et
un soupçon de baroque être blessé
à l’aile du poumon
gauche la
peur quand
on parle quand
on se tait peur de
l’image du
mot peur
comme quand on a mal connaître le
goût de la folie le
mot qu’elle était
sur qui il s’appuyait le
grand chapeau de paille sans
doute étaient-ils grimpés
un étage trop haut |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Zich
sluit liefde in
hem zinkt en
zich sluit en
zich opent vermoeide regen haar
wakker kust zo
kwetsbaar zo
onuitspreekbaar droefheid in
ons zinkt en zich
sluit en
zich sluit |
Se
ferme l’amour s’enfonce
en lui et
se referme et
s‘épanouit la
pluie lasse l’éveille
en baisers si
fragile ineffable la
tristesse s’enfonce
en nous se
referme et
se ferme |
|
Nu
hij geen handen meer heeft hoe zou
hij kunnen spreken met
zijn stem onder water de
dagen kunnen omvatten haar
hart als een steigerend paard nu
hij geen handen meer heeft toen hij
dood neerzat voor
de krijtmuur van haar gelaat hij
dood neerzat de
longen vol verdronken geluid waren
zijn woorden reeds niet meer hoorbaar vuurkoraal
doofde tot sintels in zijn borst van
zijn lippen bleef het bewegen mekanisch nu hij
geen handen meer heeft hoe
zou hij kunnen spreken |
Lors
qu’il n’a plus de mains comment parlerait-il la
voix sous eau contenir
les jours son
cœur de jument cabrée lors
qu’il n’a plus de mains une
fois mort
assis devant
le mur crayeux de son visage assis
mort les
poumons remplis de bruit noyé ses
paroles déjà inaudibles un
corail de feu expira en escarbilles dans sa
poitrine le
mouvement des lèvres seulement mécanique lors qu’il
n’a plus de mains commment
parlerait-il |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Signaal kan hij
bij haar niet komen het
water te diep was binnen
de glijbaan der stromen zij
wakker ligt in zijn dromen dacht
dat hij eindelijk sliep zwarte nachtvogel
riep signaal
boven donkerder water weerkaatsend
woorden voor later kon hij
bij haar niet komen het
water bleef eindeloos diep en
dieper nog dreven de dromen waar
zijn angstige mond om haar riep |
Signal il
ne peut la
rejoindre l’eau
était trop profonde dans
le tobogan des fleuves elle
couchée éveillée dans ses rêves pensait
qu’il dormait enfin noir un
oiseau de nuit cria signal
sur l’eau plus obscure ricochant
les mots pour plus tard il
ne put la
rejoindre l’eau
resta infiniment profonde et
plus profonds encore flottaient les rêves où
l’appelait sa bouche
angoissée |
|
Met
een meisje hij zou
in een boudoir willen wonen met
een meisje een
regenwolk met
een hart dat van honger sterft maar de
minister heeft een proklamatie gericht maar
de minister zal harder moeten optreden maar
de minister zou keizer willen worden in
dit laffe land waar men zo vlug vergeet hij zou
in een groot wit bed willen liggen met
een meisje uit louter room
en zo jong hij
zou zijn lichaam in het hare laten zinken hij
zou één enkel ogenblik gelukkig zijn |
Avec
une fille il voudrait
habiter dans un boudoir avec
une fille un nuage de
pluie le
cœur mourant de faim mais le
ministre a dirigé une proclamation le
ministre devra intervenir plus durement le
ministre voudrait devenir empereur dans
ce pays lâche où l’on oublie si vite lui voudrait
être couché dans un grand lit blanc avec
une fille toute jeune de pure crème Il
laisserait son corps sombrer dans le sien il
serait heureux un seul
instant |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Weer
verder we
hebben
dit allemaal
achter ons het
wonderdier het lied van
de regenboog vallende
nacht van tevredenheid verstilde
handen het
temperament minder dan
zij die wenend smeken om
sirenen om de wondere
boottocht de
stad met haar zwijgend gelaat niemand
woont er niemand leeft
er soms zijn
ze talrijk en
onweerstaanbaar woorden
uit suiker en heldere
blijdschap vrouwen
met zachte lippen en handen
van genezing zo
komt men weer verder |
De
l’avant nous avons
tout cela derrière nous l’animal
prodige la chanson de
l’arc-en-ciel la
nuit tombante en contentement les
mains calmées le
tempérament moins que
ceux qui larmoyants implorent des sirènes une
excursion mirobolante en bateau oh la ville au visage
muet personne
n’y habite personne n’y
vit parfois elles
sont nombreuses
irrésistibles les
paroles en sucre et de joie claire les
femmes aux lèvres douces aux
mains guérissantes c’est
par cela que l’on va de
l’avant |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Als
vlinderblauw nog mogelijk
een zon te maken in de nacht koraalloos
eiland van angst
angstiger nog dan
slechts grijze lijn te zijn in wind nog mogelijk
te denken aan een handgebaar zacht
als vlinderblauw en zachter
op de dorst van
een gelaat van zijn gekneusd gelaat mogelijk een
lied te dromen van een lied in
de lichtboog van de dag
de dwaze dag die
men bezweert met een versteende stem |
Bleu-papillon possible encore
de produire un soleil dans la nuit île
de panique sans corail
plus angoissante que
d’être une simple ligne grise au vent possible encore
de penser à un geste de la main doux
comme le bleu-papillon
plus doux pour la soif
du visage de son visage
meurtri possible de
rêver au chant d’une chanson dans
l’arc de lumière du jour du
jour fou que
l’on conjure d’une voix
pétrifiée |
|
Het
indigo van alle
dagen de
mooiste hebben
we gekoesterd als
een zomerzon een
windstoot liefde van alle
woorden de
beste bewaard voor
de vroege herfst die
het leven verkleurt onbewoonbaar van het
afscheid het
voorlopig adres genoteerd en
van een vallend blad het
einde roerloos als het
einde het
einde |
L’indigo de tous
les jours le plus
beau nous
l’avons chéri comme
un soleil d’été un
coup de foudre passionné de tous
les mots le
mieux conservé avant
l’automne avancé qui
décolore la vie inhabitable de l’adieu noté
l’adresse provisoire et
d’une feuille tombante le flétrissement inerte
comme la conclusion le
dénouement |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Suite is het
wellicht niet zo in
dit leven een
avond die sterft langzaam hij vroeg
toch niet veel een
suite voor
de linkerhand een
lichtje boven het bed daarmee
was hij reeds tevreden |
Suite n’en
est-il peut-être
pas ainsi en
cette vie un
soir qui se meurt lentement il n’en
demandait pas tant une
suite pour
la main gauche un
lumignon au-dessus du lit puis
il était satisfait ainsi |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Grensen
verleggend haar deelachtig
wou maken aan de laatste droom de
honger naar taal de
geheime code wou meegeven de
verloren liefde de
reizen per trein auto boot vliegtuig geboekt en in gesprekken
vereeuwigd over
deze die niemand weet de
reizen van oog tot oog
woord tot woord grenzen
verleggend haar deelachtig
wou maken aan
verdriet geluk koorts het
waanzinniger wit van maan letters
berekend als steen tegen steen sleutels
die deuren openen waarachter
altijd het geheim wacht deelachtig wou
maken van zichzelf buiten
het pover lied en de
littekens die zo onzichtbaar
zijn dat
niemand kan geloven hoe
hij ineenkrimpt van pijn als
zij ze met haar droevige ogen zoent steeds korter
de tijd verloren
waaien jaren door mekaar traag
zinken bittere nachten over
alles wat hij met haar had willen zien |
Reculant
les frontières le
souhait de
lui donner le dernier rêve en partage la
faim du langage de
lui confier le code secret l’amour
égaré les
voyages en train auto bateau avion réservés et
en dialogues immortalisés de
ceux-là ignorés de tous d’œil
à œil de mot à
mot qui
reculent les frontières le
souhait de
lui donner en partage chagrin
bonheur fièvre le
blanc plus démentiel de la lune les
lettres cassant comme pierre contre pierre les
clefs ouvrant les portes derrière
lesquelles toujours le secret attend le
partage de
soi-même en
plus de la pauvre chanson et des cicatrices si
invisibles que personne
ne peut croire combien
il rétrécit de mal lorsqu’elle
les baise de ses yeux tristes de
plus en plus court le
temps les
années envolées mélangées lentement
fondent les nuits cruelles sur
tout ce qu’il aurait voulu découvrir avec elle |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Iets
ongenaakbaars languit onderhuids
wonend had
hij dromend willen liggen praten tegen
haar kijkend
door zijn ogen naar haar wereld sprekend tot
het trillende licht over
de razende klagende liefde fusee
die opduikt uit een stalen zee maan
verdrinkend in een wolk van melk vragend vragend over angst en
droefheid schrijvend met
een vlugge vlinderhand vluchtend
uit de tijd het zo barbaarse
sterven liggend
onderhuids en haar dus
nakend dromend
willen liggen wachten op haar stap ze hem
zeggen zou bijvoorbeeld
liefste hem
dat zou laten liefhebben wat was voordat
de wereld werd gemaakt meervoudig iets
ongenaakbaars dat hem raken
zou onderhuids
tot in het hart van een gedicht hij had
wonend in haar lang
voorbij met
vreemde stem geschreid herinner
mij |
Inaccessible allongé à
demeure sous la peau
rêvant il
avait voulu bavarder avec elle par
ses yeux vers son monde regardant parlant à
la lumière vacillante de
l’amour furieux plaintif la
fusée qui d’une mer d’acier
émergeant jaillit noyant la lune dans un nuage
de lait interrogeant
questionnant sur la peur et la peine écrivant d’une
main vive papillon fuyant
hors du temps le trépas si barbare allongé
sous la peau en rêvant de
vouloir attendre son pas approchant elle lui
dirait par exemple
chéri lui
ferait aimer ce qui existait avant
que le monde ne fut créé
multiple quelque
chose d’inaccessible qui le toucherait sous
la peau jusqu’au cœur de son poème lui logé
en elle voilà très longtemps d’une
voix étrange avait
pleuré souviens-toi de
moi |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Het
esperanto van een
avond blind door
een nieuwere nacht gegaan vlinders gestorven
waren wolken
dreven versteend het
Esperanto van de vogels vergezelde
de blinde en de
mens ach de mens is dezelfde gebleven
achter
het masker van lafheid en leed onder
het kleed van onverschilligheid rondtastend binnen
de vele vormen van
verdriet
onherkenbaar binnengegaan
met sneeuw in het haar binnengegaan
met roet in de stem met
vingers uit as een
droevig liedje voor later |
L’esperanto d’un soir
devenu aveugle il
traversa une nouvelle nuit les
papillons étaient
décédés les
nuages glissaient pétrifiés l’Esperanto
des oiseaux accompagnaient
l’aveugle et l’humanité ah l’homme est resté le
même derrière
le masque de lâcheté et la souffrance sous
l’habit d’indifférence tâtonnant sous
les multiples formes du
chagrin irreconnaissable il
était rentré la neige
dans les cheveux la
suie dans la voix en
cendres les doigts pour
l’avenir un refrain
malheureux |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Een
romance langer hoe
meer splitsen
woorden woorden reddeloos
verloren lijkt de taal onder een
zwarte sneeuwboom gelegen onder
een witte wade in
een alfabed de heldere
tekens de muziek de
reizen van
vuur en water het buigzamere
licht van
liefde tot
liefste steeds verder drijft
hij van zijn dode lichaam af nooit
meer de bloedarme mond het
juichend verhaal een
romance |
Une
romance plus les
mots scindent les mots plus la
langue paraît irrécupérable sous un
arbre de neige noir sous
un linceul blanc couché
dans un lit alpha les signes
clairs la musique les
voyages la
lumière plus souple par le feu et l’eau d’aimé jusqu’à
bien-aimé toujours plus
loin il
dérive de son corps éteint plus
jamais de sa bouche
anémiée l’anecdote
triomphale une
romance |
Je suis
triste mais pas désespéré
|
Zo
weerloos in alle
sprookjes leven wachtende kinderen suikerstil het geluk als een gouden
vogel opgespaarde
vreugde voor morgen er is de
wind die een gat slaat
in de nacht de
minister die wetteksten citeert een
mens die ademt in zijn kooi en
ieders zee kleurt als emerald wie moet
dit verhaal schrijven voor later in alle
sprookjes blijft de liefde zoek zijn
de kinderen van vuur en
zonder woorden zo
weerloos |
Si
impuissants dans tous
les contes vivent des enfants silencieux en
attente du bonheur comme d’un
oiseau doré une
joie pour demain épargnée il y
a |