Marc M. Braet
“VERDRIET
WAAROP MEN DANST”
1986
(Tango al
Sur)
|
Dag pessoa de
rivier die voorbij het huis stroomt waar
ik woon bestaat
niet.
tenzij in
mijn verbeelding.
de Taag bestaat wèl maar
ik stond niet aan haar oevers. in
Coimbra vloeit de Mondego majestueus
tussen dijen van groen met
licht door topaas gefilterd en
grotten vol indigo-schaduw. ze
voert twee miljoen sterren
mee die
vol geheimzinnig licht zeewaarts
drijven en zoals in alle
sprookjes terugkeren
met paarse parels getooid. :/…… op
de rivier die voorbij het huis stroomt waar
ik woon en die niet
bestaat varen
galjoenen met zeven zeilen en in het ruim cederhouten
koffers vol
sluimerende dromen en
zijde. ze
voeren de schatten mee van mijn verbeelding en
er bestaat niets mooiers dan verbeelding maar
men mag er vooral niet in geloven want
dan gaat men in verdriet ten onder. zo
is mijn rivier niet alleen de mooiste want
dat is alle heldere water maar
ze draagt mijn grote geheimen vanaf
de bron tot in de mond van de zee. |
Bonjour pessoa la
rivière qui coule devant la maison où
j’habite
n’existe pas.
sauf dans
mon imagination.
Le Tage existe bien mais
je ne me trouvais pas au bord de ses rives. à
Coimbra coule le
Mondego majestueux
entre accotements verts sous
une lumière filtrée par du topaze avec
des grottes remplies d’ombre indigo. il
transporte deux millions d’étoiles chargées
de lumière mystérieuse emportées
vers la mer et
qui comme dans tous les
contes reviennent ornées de perles
violettes. :/…… sur
la rivière qui passe devant la maison où
j’habite et qui
n’existe pas naviguent
des galions à sept voiles avec dans la cale des coffres en bois de
cèdre remplis
de rêves sommeillants et de
soie. ils
emportent les trésors de mon imagination et
il n’existe rien de plus beau que l’imagination mais
surtout il ne
faut pas y croire car
on succombe alors au chagrin. ainsi
ma rivière n’est pas seulement la plus belle car
telle est toute eau claire mais
elle emporte mes grands secrets depuis
la source jusqu’à l’embouchure de mer. |
|
Een
gele zomer zij
bewaart zon en maan
liedjes van
hoop en onrust
dronken begeerte van
kwetsbare huid
prachtig kraplak op
de ster van haar borsten fontein
van parelmoer en parfum zoeter
als een gele zomer vol geruis van
sterren en vlinders duisternçis
is niet haar huis maar
helderheid :
kristallen dolk in
het hart van de nacht |
Un
été jaune elle
conserve soleil et lune
les
chansonnettes d’espoir et de tourment le désir grisé de
peau délicate
splendide laque de garance sur
l’étoile de ses seins. fontaine
de nacre et de parfum plus
douce qu’un été jaune bruissant d’étoiles et de
papillons. l’obscurité
n’est pas sa maison rien
que clarté :
dague de cristal au
cœur de la nuit. |
“verdriet
waarop men danst”
|
Het
meisje zij
houdt van bloemen en treinen licht
dat hard blinkt in de zon zeewier
en vliegende vissen tampende
klokken vol water wolken
als zachtrode wol met
dieppaarse schaduw daarbinnen er
leeft het meisje in haar
dat wacht tussen
brandende vragen en
wanhoop één
enkele kreet op een harpsnaar wapperend
lint aan een twijgje |
La
fillette elle
aime les fleurs et les trains la
lumière au soleil miroitant l’algue les
poissons volants les
fracassantes cloches remplies d’eau les
nuages en laine rose saumon intérieurement
ombrés de violet
profond. en elle vit la fillette qui languit entre
les questions brûlantes
et le désespoir un
seul cri sur une
corde de la harpe un
ruban au vent à
un rameau flottant |
|
Als
doorzichtig licht had
de maan van
haar lijkwade ontdaan kwam
drijvend in een heel klein scheepje liefde met verstilde
gebaren en
een zeil vol verdriet uit en
onuitspreekbaar als
doorzichtig licht pijn die niemand
hoorde zon die men
verzon |
Tel
la transparente lumière la
lune s’était dénudée de
son linceul Flottant
sur un tout petit bateau amour
aux gestes apaisés survint et
à voilure remplie de chagrin éteint et
intraduisible tel la transparente
lumière une
peine nullement audible un
soleil imaginaire |
|
Binnenin keek
voor het eerst binnenin haar
gedachten : een
carillon van
verdwaalde klokken eiland
van de tussentijd ach was ik een bos van tengere
stengels werd
ik maar één van de velen en
groeiden wonden weer dicht binnen
een klein huis zonder ramen |
à
l’intérieur pour
la première fois je
pénétrai ses pensées : un
carillon de cloches égarées îlot
du moment transitoire que
ne suis-je une touffe de tiges frêles une parmi les
foules puissent
les lésions se cicatriser dans
un petit habitat sans croisées |
“verdriet
waarop men danst”
|
Tot spiegel heb
ook onder water gewoond binnen
de donkerste schelpen daarboven
: de geduldige
knechten van
volgzaamheid de
gehoorzamen die
lafheid verheffen tot gave wilde
nog andere oevers bereiken : zwemmer duiker luchtbel vol
licht taal
die tot spiegel van klaarte verstart in
het brandpunt as
van wat was |
en
miroir j’ai
aussi vécu sous eau dans
les coquillages les plus secrets au-dessus
: les valets
résignés soumis
dociles métamorphosant
la lâcheté en bienfait je
voulais atteindre d’autres rives : nageur plongeur bulle d’air
pétillante un
langage qui se pétrifie en miroir de brillance dans
sa quintessence de feu la cendre de ce
qui était |
|
Over
de Newa in
een praalbed in een
praalbed zoende
nacht zacht rozen en margrieten dreef
een lied van vloeibaar zilver over
de newa over de
newa dreef
een lied van zuiver zilver en
een maan uit marsepein kwam
toen verdriet in beweging van
kade tot
kade verdriet
in beweging van
wolk tot
woord viel
over zijn gelaat schaduw en
schaduw van
schaduw viel
afscheid en
as over
de newa de
newa |
sur
la neva dans un lit d’apparat
d’apparat doucement la nuit baisait roses et
marguerites sur
la neva la
neva une
chanson d’argent fluide
flotta chanson
de pur argent et une lune de
massepain le
chagrin se mit en mouvement de
quai à
quai chagrin
en mouvement de
nuage à
parole l’ombre
descendit sur son visage puis
l’ombre d’ombre l’adieu puis la cendre
tomba sur
la neva la
neva |
“verdriet
waarop men danst”
|
Als
een groot feest komt
er een vrouw komt
er een vrouw in
alle boeken lees je dit komt
er een vrouw die je plots ziet komt
er een vrouw een
vreemde vrouw als
helder water tot je mond de
maan met zilveren glimlach jaagt komt
er een nacht dat zij
bemint komt
er een nacht
versteende nacht haar
verder stuwt en haar vezwelgt komt
er een dag
de nieuwe dag boven
de puinen welft de lucht water
langs de stranden schuimt komt
er een dag als haar groot
feest dat
ze bemint opnieuw
bemint |
Comme
sa grande fête arrive
une femme
arrive une femme dans
tous les livres on lit
ceci arrive
une femme
soudain tu l’aperçois arrive
une femme
étrange femme comme
de l’eau claire elle monte à la bouche la
lune au sourire d’argent se met en chasse arrive une nuit où elle
s’éprend arrive
une nuit nuit
pétrifiée qui la pousse et
l‘engloutit arrive
un jour le
nouveau jour par
dessus les ruines le
ciel se voûte l’eau
écume le long des plages arrive
un jour
comme sa grande fête où
elle s’éprend
d’un nouvel
amour |
“verdriet
waarop men danst”
|
De
paarse papaver nee zegt hij je
vergeet hoe
het was in de tijd zacht
en doorschijnend vol
gedichten en vreugde van
mondhoek tot kin lopen
paden van rimpels door
schaduw van nacht nee zegt hij kijk niet
langer naar
gebarsten kop van
de paarse papaver kijk
niet langer
schreit hij |
Le
coquelicot mauve non
tu oublies
dit-il comment
était le temps
jadis doux
transparent rempli
de poésies et de joie du
coin de la bouche au menton courent
des chemins de rides à
travers l’ombre de ténèbres non dit-il ne regarde plus
la
tête éclatée du coquelicot
mauve ne
regarde plus
pleure-t-il |
|
Kastelen
uit zand zwarte
dag zwarte zee vuil
schuim waait
over kastelen uit zand
en verspreidt
zich zeil noch
meeuw van
het schaterende lief vandaan van
de zus-en-zo en de
papegaaien van
de middelmatigheid en
het geknik de
matantes dikke
nekken
suikergoed zie
de vloedlijn waarop we nu staan zie
de vloedlijn van vloeibaar zwart krijt |
Châteaux
de sable jour
noir mer
noire l’écume
sale éventée
par-dessus des châteaux de sable déferle en
vue mouette ni voile loin
de l’aimée riant aux éclats loin
des comme ci comme ça
des perroquets de
la médiocrité des
hochements de tête des
sucreries
matantes
grosses têtes vois ici où nous nous tenons la ligne
cotidale la
ligne de craie noire cotidale |
“verdriet
waarop men danst”
|
Westwaarts
voorbij laat
ik me nog eens te luisteren leggen karmozijn
vlekt de tijd van
woorden stroomt
het oor vol en
over laat
nog eens de klagende vragen verklanken vergeten
het bruidsbed
eenzaam de
val van geluid in geluid laat
ons nog eens de cel van verlangen betreden de
liefde een spiegel een
vogel vliegt
laag vliegt
westwaarts voorbij |
S’envole
à l’ouest je
voudrais me remettre à l’écoute le
carmin entache le temps de
paroles
l’oreille se remplit et déborde une
fois encore fais traduire les
questions plaintives oublier
le lit nuptial en
solitaire la
chute de bruit en bruit rentrons une fois encore dans la cellule du
désir l’amour un miroir un
oiseau qui
vole bas
s’envole à l’ouest |
|
Schoonheid
schoonheid het
is niet prettig in een
gedicht over
ellende te praten het
masker van
levende mensen
laaiend vuur
dat verschroeit maar over maan en geur van
lavendel bodymilk en diepzinnige
dingen abstrakt en Kantiaans over
zachte wattige woordjes over
ditjes & datjes _
we weten het wel maar
niet asjeblief niet over
: heeft
schoonheid
schoonheid haar
gezicht verbrand enzovoort enzovoort |
beauté
beauté en
poésie il n’est pas plaisant de
parler de misère
le
masque de
personnes vivantes
feu brûlant calcinant plutôt de lune et de parfum de
lavende bodymilk
et de choses profondes abstraites
Kantiennes de
petits mots doux
ouatés de
ceci & cela —nous
le savons bien mais par pitié pas de
: beauté la
beauté a
consumé son visage et
ainsi de suite ainsi
de suite |
“verdriet
waarop men danst”
|
In
een donkere tunnel was
je wel eens in een donkere tunnel met
de duizendvoudige klank van je stem en
niemand je hoort omdat je
alleen bent was
je wel eens in een cel voor je doodging elke
droom die zich voortplant en groeit was
je wel eens in de tijd
de vroegere tijd toen
liefde ons zoende zo
breekbaar in
de tijd die omhoog steeg als
zon |
Dans
un tunnel noir fus-tu
jamais dans un tunnel noir avec
les mille échos de ta voix entendue de personne car tu es
seul fus-tu
jamais en cellule avant de mourir alors
que chaque rêve se reproduit et
grandit fus-tu
jamais dans le temps
le temps d’antan où
amour nous étreignait
si fragiles dans
le temps pareil au
soleil ascendant |
|
Schrijf
elkeen schrijf
elkeen dat ik niet sterven wil : anna anna-maria agatha beatrijs
bertha donkeroogje dori & dorine frans hilde ilse isabelle iskra jan johannes karel
& carlos karen kohoetek léon ludmilla mar schrijf
de dichters swim grote dromer van
de afwezigheid
van kleur schrijf
ze allen dat
ik niet sterven zal
niet sterven kan dat
een lied van zilver op mijn lippen ligt dat
ik van allen hield op
andere wijze margarete martine michel miek paul &
paula rené rik rita (rita is agatha en agatha is
een andere)
robrecht rubèn
:
bloeiende oleander
onder het puin van stalingrad sonja stefaan toon en al
diegenen die
ik nu niet vernoem :/…… omarm
me vóór de nacht
aanbreekt die
lange donkere
vochtige zoen
me vóór de volle maan
haar blikken
borsten toont en me dodelijk
kwetst laat
je hand in de mijne
onverwoestbaar want
ik wil leven nog een leven
lang want
ik zal leven langer dan wie
ook nu
ga ik een grote stap pogen te zetten ver ver van alle kleinheid
vandaan vóór
de zwarte roos mijn hart zal vinden vóór
ik herboren word lang na mijn
dood |
Ecris
à chacun écris
à chacun que je refuse de mourir : anna anna-maria agatha béatrijs
bertha petit-œil-noir dori & dorine frans
hilde ilse isabelle iskra jan johannes karel
& carlos karen kohoetek léon ludmilla
mar écris
aux poètes
swim grand rêveur
de l’absence
de couleur
à tous écris-leur que
je ne mourrai pas
ne puis mourir qu’une
chanson d’argent repose sur mes lèvres que
je tenais à chacun d’eux
différemment Margarete martine michel miek
paul &
paula rené rik rita (rita est agatha
et agatha est
une autre)
robrecht
rubèn : laurier rose
fleuri sous
les ruines de Stalingrad sonja stefaan toon et tous
ceux que
je ne nomme pas ici :/…… étreins-moi avant que n’arrive la
nuit longue noire
humide Embrasse-moi avant que la pleine
lune n’exhibe ses
seins en fer-blanc et ne me blesse mortellement laisse
ta main dans la mienne
indestructible car
je veux vivre encore une vie entière vivrai
une vie plus longue que quiconque En
cet instant je tâcherai de faire un grand pas loin loin de toute
petitesse avant
que la rose noire ne trouve mon cœur avant
de renaître
longtemps après ma
mort |
|
Blauw
en maan moest
ik je spreken over stenen die
zwervend voorbijgaan die
de dag die aansluit bij
een dag over
een zwarte nacht
die zich
opsluit in een mond vol
gesprongen sterren over
het waarom en het
hoe het
waarvoor het
onwaarschijnlijke vanwaar
kom ik dan uit gebroken
klanken herinneringen die zich
kruisten en
zich verloren in mijn droevig bloed misschien
blijf ik bestaan in een huis boordevol
blauw en maan een
vergeten getuige alleen kompakt
onbeweeglijk |
De
bleu et de lune si
je te parlais de pierres passant
errantes jour
pour jour tour à
tour après
une nuit noire
retranchée dans
une bouche pleine
d’étoiles éclatées du
pourquoi
comment pour
quoi de
l’improbable d’où
je viens sinon de
sons cassés de
souvenirs croisés perdus
dans mon sang peiné peut-être
existerai-je dans une
case pleine
de bleu et de lune en
témoin oublié seul compacte
inerte |
“verdriet
waarop men danst”
|
Bramonesas het
okkult vuur klank
van vochtig violet kleur
van water van
kussen de
te verwachten sneeuw de
zwarte papavers oneetbaar zonder
te sterven volle
maan boven Brugge volle
maan boven Bramonesas dezelfde en toch een
andere hoorde
ze het geritsel van haar
vallende kleed de
sleutels pasmunt de
nachtkreet in
het huis waar ik niet meer woon ? niet
zovele dingen ken ik
soms de
achtergelaten zee de
naam van mijn dode zuster het
verdronken uurwerk vanzelfsprekend
de tranen |
Bramonesas le
feu occulte son
de violet humide couleur
d’eau de
baisers la
neige attendue les
pavots noirs inmangeables sans
en décéder pleine
lune sur Bruges pleine
lune sur Bramonesas identique et autre
cependant entendit-elle le
bruissement de
sa robe tombante
des clefs de
la monnaie le cri
nocturne dans
la maison où je n’habite plus ? des
fois je ne
connais pas grand-chose la
mer abandonnée le
nom de ma sœur décédée la
montre noyée forcément les
larmes |
“verdriet
waarop men danst”
|
Als
waaier hemel
van donker water haren
van amarant woordloos
opent zich pijn in
de rivier van ogen : _het
ene is goud het ander
turkoois _ sterren
verdwijnen vermoeid met
taal die als
waaier open
& dicht gaat schaduw
is zee als een
zee gordijn roerloze
adem licht
dat zich rimpelt en
uitstrekt tot kreet water
zoekt
fontein met
zwart bloed bespat koorts
zoekt dood de
rivier van ogen : _het
ene is traan het andere
ook _ roos
van ver licht pijn
als kristallijn |
En
éventail ciel
d’eau sombre cheveux
d’amarante une
peine aphone se déploie dans
la rivière d’yeux : —l‘un
est d’or l’autre
turquoise— éclipse
d’étoiles lasses au
langage comme l’éventail s’ouvrant
& se refermant l’ombre
est étendue d’eau
comme une mer rideau souffle
immobile lumière
qui se ride s’épand
en cri l’eau
recherche la fontaine de
sang noir éclaboussée la
fièvre cherche trépas. la
rivière d’yeux : —l’un
est larme l’autre
aussi— rosace
de lumière lointaine une
peine presque cristalline |
“verdriet
waarop men danst”
|
In
aarde verdronken rechtop
blijvend
binnen troebel
blauw wanneer
zomer overgaat in
nacht en
water wellicht
waren de gesprekken verhelderend
twijfelloos de
onpeilbare uitgestrektheid van
de metafisika de
spons van de Hegeliaanse twijfel kersen
in aarde verdronken kleur
van droom van
angst wind
die op het venster slaat om
de klank van regen en
kussen te
veranderen de
dagen hernemen hun plaats de
handen de auto’s flessen en
woorden de
treinen het
gezwets men
schuift zijn hoop binnen in
dove oren men
weet dat
de moordenaars straks toeslaan men
hoort met bonzend hart het
paard van de dode herfst hard
stappend voorbijgaan |
Noyées
en terre debout
dans le
bleu vaseux quand
l’été devient nuit
et eau peut-être
les débats étaient-ils clarifiants dépourvus de
doute l’insondable
’étendue de
la métaphysique l’éponge
du doute Hégelien cerises
noyées en terre couleur
de rêve de
peur un
vent qui frappe sur la fenêtre pour
convertir le bruit de
baisers et de pluie les
jours se remettent en place les
mains les
autos bouteilles
et
paroles les
trains les
balivernes l’on
glisse son espoir dans les oreilles
sourdes
sachant que
frapperont tantôt les assassins l’on
’entend le cœur battant
l’étalon
de l’automne éteint passant
à l’allure bon train |
“verdriet
waarop men danst”
|
Een
geschiedenis de
vergeten herfst kwam
me overvallen na
al de zon die ik gedronken had donker
van woord en gebaar met
kleed van ritselende bladeren en
een geelkoperen ceintuur lopend
doorheen mist en tranen naar
de zwarte winter toe waar
de sneeuwduif me wacht rouw
en woede als messen het
betreft een geschiedenis zoals
er vele zijn men
ontmoet iemand
toevallig men
denkt men
dacht schreide werd
slapeloos
stierf al
die dingen gebeuren |
Une
histoire l’automne
oublié vint
me surprendre après
tout le soleil que j’avais bu sombre
en paroles et geste habillé
de feuilles bruissantes et
d’une ceinture jaune cuivre courant
par brouillard et larmes vers
l’hiver noir où
m’attend la colombe de neige deuil et colère à
couperets il
s’agit d’une histoire comme
beaucoup d’autres l’on
rencontre quelqu’un par
hasard on
pense on
pensait pleura perdit le
sommeil
mourut toutes
ces choses arrivent |
“verdriet
waarop men danst”
|
Alhambra
en breekbaar uit
zon flarden
regen alkohol bittere
woede uit
Alhambra en
breekbaar smelt
zilver giet
open op spiegels : weerschijn
inzicht omhels
hem met
sneeuwwitte lippen |
Alhambra très
fragile après
le soleil
les averses l’alcool
la colère
amère sorti
d’Alhambra et
fragile il
fond de l’argent le
déverse sur des miroirs : reflet
conscience embrasse-le les
lèvres blanches comme neige |
|
Van
afscheid ring
van afscheid
langzaam sterven droge
naald van herinnering binnen vlammen
van rood koper
overleven een
engel daalt uit de hemel op
haar wolkje van satijn dat
maan niet zonder zon bestaat ook
niet zo zoete anemonen noch
de bruiloft van haar sluiers spreidend
hoop over giftig gras over
neergang van dit blinde water |
D’adieu anneau
d’adieu
mort lente aiguille
sèche de souvenir dans des
flammes de cuivre rouge
survivre un
ange descend du ciel sur
son petit nuage de satin que
la lune sans
soleil n’existe
point non
plus les anémones si douces ni
le mariage sans ses voiles un
espoir étendu sur une
herbe vénéneuse contre
la régression de cette eau
invisible |
“verdriet
waarop men danst”
|
Ach
mama prevel
zacht het gedicht over rozen zie
geen dood zwart
geen angstige ogen geen
mond boordevol honger men
is nu volwassen geworden
dus sterk loop
vrolijk en licht op lederen
zolen in
een gekleurde broek van zacht blauw verdriet
blijft onzichtbaar
ach mama is
het zomer ? men weet
het niet zeker zouden
tranen kunnen doen slapen ? liggen
pleinen vol roest en gedichten ? waar
is de jongen die van haar droomde de
zwijgende
doodsangstige jongen ? er
zullen altijd meisjes rondlopen met
vrolijke linten vol wapperend rood en
haren als een nieuwsgierige lente zullen
er altijd piano’s bestaan en
bomen altijd
mensen die nooit zullen knielen men
is nu volwassen geworden
dus sterk verdriet
mag nu komen ach
mama |
Ah
maman marmonne
doucement le poème sur les roses ne
vois pas la mort en noir
pas d’ yeux anxieux point
de bouche débordant de faim on
est devenus adultes
maintenant donc
forts cours
joyeuse et légère sur semelles de
cuir en
pantalon coloré bleu
tendre ah maman le chagrin reste
invisible
est-ce
l’été ? on n’en est pas
sûr les
larmes pourraient-elles endormir ? les
plaines sont-elles remplies de rouille et de poèmes
? où
est le garçon qui rêvait d’elle le
garçon silencieux
mortellement anxieux ? il
y aura toujours des filles en ballade aux
rubans rouges flottant joyeux aux
cheveux tels un printemps curieux il
y aura toujours arbres et
pianos et
des gens qui jamais ne tomberont à genoux on
est devenus adultes
maintenant donc
forts ah maman maintenant le chagrin peut
venir |
“verdriet
waarop men danst”
|
Onvervangbaar zwarte
nachtkristallen brak
water
brandlijn wrakhout
van eilanden aangespoelde
diepte gekwetst
zaad
kinkhoorn onbreekbare
kern
kleur binnen
kleur proeven
van aarde
te kennen
wortels groeiend
ijzer
onbreekbaar zijn
: blauwe
roos honingmaan
rimpel in
glas nauwelijks merkbaar spiegel
in spiegel
spektrum van
licht in voltooiing naar
wit
onvangbaar onvervangbaar |
Irremplaçable cristaux
de nuit noirs eau
saumâtre
ligne coupe-feu bois
d’épaves des îles profondeur
alluvionnée conque graine
blessée noyau
incassable
couleur dans
couleur goûter
la terre
à connaître
racines fer
croîssant
indestructible être
: rose
bleue lune
mellifère
ride presqu’imperceptible
dans un verre miroir
en miroir
spectre de lumière
en voie d’achèvement vers le
blanc
insaisissable irremplaçable |
“verdriet
waarop men danst”
|
De
gebroken klank loopt
hij voort door de avond loopt
hij langs het vochtige strand op
de spitse rug van de tijd zijn
hand in de luchtstroom de
bewegende hemel vol vuur de
gebroken klank in zijn stem loopt
hij voort in een slaap die te diep is en
midden nog eenzamer nachtwind waait
hij uiteen in de open zee als
golfschuim als
stuifzand |
Le
timbre brisé toute
la soirée il marche le
long de la plage humide il continue à marcher sur
le dos pointu du temps sa
main dans le courant d’air le
ciel agité
enflammé dans
sa voix le timbre brisé Il
continue à marcher dans un trop profond sommeil en
plein vent nocturne encore plus solitaire Par
le vent pulvérisé il se dissout en pleine mer comme
l’écume des vagues
comme le sable fin |
|
Te
slapen Lily hou van
mij (Wladimir
Majakowski) op
de boot van haar lippen over
de dieprode stroom men
heeft hem te slapen gelegd tussen
sneeuwzachte bladen van boeken met
een gedicht op zijn zwijgende mond te
slapen gelegd in
een lade met donker satijn : geborgen verborgen aan niemand
gezegd |
Endormi Lily, aime-moi
(Wladimir
Majakowski) sur le bateau de ses
lèvres au-dessus
du flux rouge profond on
l’a couché endormi entre
feuillets de livres doux comme neige un
poème sur sa bouche silencieuse couché
endormi dans
un tiroir couvert de satin foncé : abrité dissimulé à personne
confié |
“verdriet
waarop men danst”
|
Ten
dele huis dat achteloos werd
afeschreven eksekuties
in de kranten
ten dele gat
in de dag waardoor
zwart valt wat
zegt vreugde als er nog licht
is ? we
zaten aan vredig water we
zwegen mijn
horloge stond stil als het
water in
taal toen sloop binnen de pijn einde
van liefde
angst als een
vangnet in
taal valt geen vreugde te
proeven |
Par
bribes maison qui fut négligemment
condamnée exécutions par
bribes dans les
journaux trou
dans la journée
par lequel tombe du noir que
dit la joie s’il reste de la lumière ? assis
près d’une eau paisible
nous nous taisions ma
montre s’immobilisa comme
l’eau dans
le langage se glissa la souffrance fini l’amour la frayeur agit comme un filet
dans
la langage
plus nulle joie à
goûter |
|
In
de andere tuin maan
schoof open achter zwart maan
rook naar rood koper ik
zat in de laatste tuin van zijn leven ik
had me een ovalen spiegel gekocht hij
had tijd om te denken aan later de
sterren voorbij schoof
het lichtsnelle luchtschip ik
droomde dat ik niet was waar hij was maar
me bevond in de andere tuin van
zijn andere leven ik
had me een zilveren spiegel gekocht ik
had tijd om te denken aan vroeger |
Dans
l’autre jardin la
lune perça de derrière le noir la
lune sentait le cuivre rouge je
me trouvais dans le dernier jardin de sa vie m’étais
acheté un miroir ovale il
avait le temps de penser à plus tard passé les étoiles le vaisseau
spatial glissa
prompt comme la lumière je
rêvai que je n’étais pas là où il se trouvait mais
dans l’autre jardin de
son autre vie je
m’étais acheté un miroir en argent j’avais
le temps de penser à jadis |
“verdriet waarop men
danst”
|
Van
hoop de
trouw die we op school
leerden is
niet overal dezelfde. we
beluisterden wind
die kanalen groef doorheen
duisternis fluitend
geluid van koperen kogels stilte
binnen de cel van stilte er
bestonden bazalten muren met krassen begroeid vogels
die te pletter vlogen tegen tralies een
doodswitte maan die verschoof
in de nacht ondergronds
bewogen tastende stemmen aarzelend
tussen stenen en aarde stemmen verdwaald in verval en verlangen vuurboog
van hoop geluid
van jezelf |
D’espoir la
fidélité apprise à l’école n’est
pas la même partout.
nous écoutions le vent
creuser des boyaux dans la pénombre le
bruit sifflant de balles de cuivre le
silence dans la cellule du silence il
y avait des murs de basalte couverts de rayures des
oiseaux s’écrasant contre des barreaux une
lune mortellement blême glissant dans la nuit sous
terre remuaient des voix en tâtonnant entre
pierres et terre hésitant entre
déchéance et espérance errant arc
flambant d’espoir bruit de
toi-même |
|
1943 we
waren van huis weggegaan we
leefden met de gedachte aan licht we
leefden terwijl we
stierven we
waren bang voor een handdruk we
hadden blinde meisjes gewild we
hadden dove meisjes gewild hun
mond dichtgenaaid met
zwart garen hun
genezende borstjes rechtop hun
gladde buik als een balsem van vrede zij
hebben de meisjes verbrand
helaas hadden
ze ogen en lippen die spraken wij werden tot nevel en
nacht wij zouden de dood overleven |
1943 quitté la maison nous
vivions avec l’idée de la lumière nous
vivions tandis que nous
mourions nous
craignions une poignée de main nous
aurions voulu des filles aveugles nous
aurions voulu des filles sourdes la
bouche cousue de fil
noir leurs
petits seins guérisseurs dressés leur
ventre lisse en baume de paix ils
ont brûlé les filles
hélas elles
avaient les lèvres et les yeux qui parlaient nous devinmes brume et nuit nous allions survivre à la
mort |
“verdriet waarop men
danst”
|
Vol
zilveren rozen slapend
in de kruin van bomen (die
voorbije oorlog) wakend
onder donkere aarde vliegtuigen
strooiden de hemel vol
zilveren rozen als
schitterende kometen suisden
fakkels omlaag (niet om je verjaardag te
vieren niet
om je verjaardag te vieren helaas) kwam
er weldra een maandag die
de brandende kaarsen uitblies het
was weer herfst en te
laat om
te dromen. nadien
gleed winter wit
en hard het huis binnen bevriezend
het bed waarin we niet
sliepen |
Rempli
de roses argentées dormant
dans la cîme d’arbres (durant
cette guerre passée) veillant
sous la terre sombre des
avions émaillaient le ciel rempli
de roses argentées tels
de resplendissantes comètes des torches crépitaient
en tombant (Non
pour fêter ton anniversaire pour
ton anniversaire
non hélas) un
lundi arriva souffla
les bougies allumées c’était
l’automne
trop tard pour rêver ensuite l’hiver se glissa
blanc
et dur dans la maison congelant
le lit dans
lequel nous ne dormions pas |
|
Het
zwijgende raam we
keerden weer huiswaarts we
legden de revolver op tafel buiten
bruiste de storm verder zon
verduisterde door stalen vogels atoom
brandde schaduw in steen we
stonden te wachten op treinen we
wachtten hopend en
schreiend we
zochten wie nooit meer terugkwam we
waren naar huis weergekeerd we
hadden de revolver op tafel gelegd het
zwijgende raam stond wijd open |
La
fenêtre muette nous rentrâmes à la maison nous
posâmes le révolver sur la table dehors la tempête
bouillonnait le
soleil fut assombri par des oiseaux d’acier atome
carbonisa ombre en pierre nous
attendions des trains attendions espérant
pleurant nous
cherchions quelqu’un qui jamais ne revint nous
étions rentrés à la maison avions
posé le révolver sur la table la
fenêtre muette était largement
ouverte |
“verdriet waarop men
danst”
|
O asblauwe
cijfers proef
de lyriek van
het ouder worden
proef het
zilte zout van de traan herhaal
mij : proef met
mij de
lyriek van het doodgaan roep
me na over afschuw & woede herinner
het koele blauw van de cijfers het
wachtende gas van verlossing in
dorpen rondom schuilden
mensen en angst meisjes
kropen slaapdronken uit treinen mannen
lachten hard en bevelend koud
elektrisch licht sloeg met blindheid honden
blaften om bloed en rauw vlees ik
: schreiend
afwezig pogend
te roepen vol afschuw en
woede lyriek
is gestorven o asblauwe cijfers van
Auschwitz |
Oh chiffres bleus
cendrés goûte
le lyrisme de
vieillir
goûte le
sel salin de la larme répète-moi
: goûte
avec moi le
lyrisme de mourir interpelle-moi
sur l’horreur & la fureur rappelle
le bleu glaçant des chiffres le
gaz en attente de la délivrance dans
des villages alentour se
planquaient personnes et
angoisse des
fillettes somnolentes se glissaient hors des
trains des
hommes riaient fort
autoritaires une
lumière électrique glacée frappa aveuglante : des
chiens aboyèrent pour sang et viande crue moi
:
pleurant
absent essayant
d’appeler rempli
d’horreur & de fureur le
lyrisme a succombé oh chiffres bleus cendrés
d’Auschwitz |
“verdriet waarop men
danst”
|
Sulamith
I ze
doorreizen een landschap doorsnijden en proeven
het : de zilte smaak van de
traan de
donkere kreet van wie sterft nee wellicht
wellicht hadden
ze moeten pogen stil
te staan maar dat
is een dwaasheid want
alles beweegt ja alles beweegt en
verandert een
droeve muziek reisde mee maar
ze wisten het niet nee nog wisten ze
niet hoe
het worden zou
later zo
reisden ze
lief voor
mekaar
goed en
bedachtzaam
zacht
zacht zo
hoopten ze maar is
dit dan het eindpunt : wegen die dicht
zijn pijn die zich
opent oplost
in gas als
bruisend blauw water dit
komt straks nog
ach ja dit
komt nog wat
later |
Sulamith
I ils
traversent un paysage qu’ils
découpent et goûtent :
l’amertume de la larme le
râle pénétrant du moribond peut-être
peut-être eussent-ils
du tenter de s’arrêter mais non c’est une
bêtise car
tout bouge tout
bouge et change une
musique triste les accompagnait mais
ils l’ignoraient non pas encore ils ne le
savaient ce
qui plus tard adviendrait ils
voyagaient
gentils l’un
pour l’autre
bons attentionnés doux
doux remplis
d’espoir est-ce
le point final :
— les routes qui sont
fermées la
souffrance qui s’ouvre se
dissout en gaz comme
une eau gazeuse bleue oui cela
arrivera tout à
l’heure cela
arrivera un peu plus
tard |
“verdriet waarop men
danst”
|
Sulamith
II in
een groot boek moet nu haar naam vermeld
staan : een statistiek
van zoveel
doden en zoveel kubieke
meter gas en de onoverzienbare bergen
van schoenen
en engelenhaar ze
moet gegaan zijn tussen de barakken ze
moet een tijdje in de rei hebben gestaan mooi
en naakt gereed zich
door het
blanke water te laten omhelzen naast
haar voor haar achter
haar moeten
anderen gestaan hebben
ook kinderen een
stukje zeep strelend en
geduldig : gelieve u vooral niet te
haasten ze
zal de betonnen kamer betreden hebben verbaasd omdat plafond en
muren door
vingernagels zo zeer zijn gewond ` voordien
was ze uit Brugge weggevoerd uit
Amsterdam en Warschau
met het lied van
de trein en de gewapende kreten van
soldaten zo
donker ze
moet de eerste geweest zijn die het
blauwe gas heeft geproefd even
verbaasd om het gehuil vooral
van de kinderen
vooral van
de kinderen wellicht
zal ze aan mij hebben gedacht even
aan de andere vrienden en
zwakjes aan het verduisterde brugge :/…… in
het museum moet nu haar groene manteltje
liggen de zwarte
schoenen die
ze kocht in de Steenstraat
haar haren
van as toen ze as
werd Sulamith Sulamith hoe kan
ik je
helpen hoe kan ik
vergeten dat de
dood een meester uit Duitsland was dat je nu leeft in de tederste |