Marc M. Braet

 

 

VERDRIET  WAAROP  MEN  DANST

chagrin sur lequel on danse

 

1986

 

 

(Tango  al  Sur)

 

 

 

Dag  pessoa

 

de rivier die voorbij het huis stroomt

waar ik woon   bestaat niet.    tenzij

in mijn verbeelding.     de Taag bestaat wèl

maar ik stond niet aan haar oevers.

 

in Coimbra vloeit de Mondego

majestueus tussen dijen van groen

met licht door topaas gefilterd

en grotten vol indigo-schaduw.

 

ze voert  twee miljoen sterren mee

die vol geheimzinnig licht

zeewaarts drijven   en   zoals in alle sprookjes

terugkeren met paarse parels getooid.

 

 

:/……

 

 

 

op de rivier die voorbij het huis stroomt

waar ik woon   en   die niet bestaat

varen galjoenen met zeven zeilen

en   in het ruim    cederhouten koffers

vol sluimerende dromen  en zijde.

 

ze voeren de schatten mee van mijn verbeelding

en er bestaat niets mooiers dan verbeelding

maar men mag er vooral niet in geloven

want dan gaat men in verdriet ten onder.

 

zo is mijn rivier niet alleen de mooiste

want dat is alle heldere water

maar ze draagt mijn grote geheimen

vanaf de bron tot in de mond van de zee.

Bonjour  pessoa

 

la rivière qui coule devant la maison

où j’habite     n’existe pas.   sauf

dans mon imagination.    Le Tage existe bien

mais je ne me trouvais pas au bord de ses rives.

 

à Coimbra  coule le Mondego

majestueux entre accotements verts

sous une lumière filtrée par du topaze

avec des grottes remplies d’ombre indigo.

 

il transporte deux millions d’étoiles

chargées de lumière mystérieuse

emportées vers la mer    et qui   comme dans tous les contes

reviennent  ornées de perles violettes.

 

 

:/……

 

 

 

sur la rivière qui passe devant la maison

où j’habite    et qui n’existe pas

naviguent des galions à sept voiles

avec  dans la cale    des coffres en bois de cèdre

remplis de rêves sommeillants  et de soie.

 

ils emportent les trésors de mon imagination

et il n’existe rien de plus beau que l’imagination

mais surtout    il ne faut pas y croire

car on succombe alors au chagrin.

 

ainsi ma rivière n’est pas seulement la plus belle

car telle est toute eau claire

mais elle emporte mes grands secrets

depuis la source jusqu’à l’embouchure de mer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gele zomer

 

zij bewaart zon  en maan     liedjes

van hoop en onrust    dronken begeerte

van kwetsbare huid    prachtig kraplak

op de ster van haar borsten

 

fontein van parelmoer en parfum

zoeter als een gele zomer vol geruis

van sterren en vlinders

 

duisternçis is niet haar huis

maar helderheid :    kristallen dolk

in het hart van de nacht

Un été jaune

 

elle conserve soleil et lune    les  chansonnettes

d’espoir  et de tourment     le désir  grisé

de peau délicate     splendide laque de garance

sur l’étoile de ses seins.

 

fontaine de nacre et de parfum

plus douce qu’un été jaune bruissant

d’étoiles  et de papillons.

 

l’obscurité n’est pas sa maison

rien que clarté :    dague de cristal

au cœur de la nuit.

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

Het meisje

 

zij houdt van bloemen en treinen

licht dat hard blinkt in de zon

zeewier en vliegende vissen

tampende klokken vol water

wolken als zachtrode wol

met dieppaarse schaduw daarbinnen

 

er leeft het meisje in haar   dat wacht

tussen brandende vragen   en wanhoop

één enkele kreet op een harpsnaar

wapperend lint aan een twijgje

La fillette

 

elle aime les fleurs et les trains

la lumière au soleil miroitant

l’algue      les poissons volants

les fracassantes cloches remplies d’eau

les nuages en laine rose saumon

intérieurement ombrés   de violet profond.

 

en elle vit la fillette   qui  languit

entre les questions brûlantes    et le désespoir

un seul cri    sur une corde de la harpe

un ruban au vent    à un rameau flottant

 

 

Als doorzichtig licht

 

had de maan

van haar lijkwade ontdaan

 

kwam drijvend in een heel klein scheepje

liefde   met verstilde gebaren

en een zeil vol verdriet

 

uit    en onuitspreekbaar

als doorzichtig licht

pijn   die niemand hoorde

zon   die men verzon

Tel la transparente lumière

 

la lune s’était dénudée

de son linceul

 

Flottant sur un tout petit bateau

amour aux gestes apaisés survint

et à voilure remplie de chagrin

 

éteint   et  intraduisible

tel  la transparente lumière

une peine nullement audible

un soleil imaginaire

 

 

Binnenin

 

keek voor het eerst binnenin

haar gedachten :   een carillon

van verdwaalde klokken

eiland van de tussentijd

 

ach   was ik een bos van tengere stengels

werd ik maar één van de velen

en groeiden wonden weer dicht

binnen een klein huis zonder ramen

à l’intérieur

 

pour la première fois

je pénétrai ses pensées :

un carillon de cloches égarées

îlot du moment transitoire

 

que ne suis-je une touffe de tiges frêles

une   parmi les foules

puissent les lésions se cicatriser

dans un petit habitat sans croisées

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

Tot  spiegel

 

heb ook onder water gewoond

binnen de donkerste schelpen

 

daarboven :    de geduldige knechten

van volgzaamheid    de gehoorzamen

die lafheid verheffen tot gave

 

wilde nog andere oevers bereiken :

zwemmer    duiker    luchtbel vol licht

 

taal die tot spiegel van klaarte verstart

in het brandpunt    as van wat was

en miroir

 

j’ai aussi vécu sous eau

dans les coquillages les plus secrets

 

au-dessus :    les valets résignés

soumis     dociles

métamorphosant la lâcheté en bienfait

 

je voulais atteindre d’autres rives :

nageur     plongeur     bulle d’air  pétillante

 

un langage qui se pétrifie en miroir de brillance

dans sa quintessence de feu     la cendre de ce qui était

 

 

 

Over de Newa

 

in een praalbed   in een praalbed

zoende nacht zacht rozen en margrieten

 

dreef een lied van vloeibaar zilver

over de newa   over de newa

dreef een lied van zuiver zilver

en een maan uit marsepein

 

kwam toen verdriet in beweging

van kade   tot kade

verdriet in beweging

van wolk   tot woord

 

viel over zijn gelaat

schaduw

en schaduw  van schaduw

viel afscheid   en as

over de newa   de newa

sur la neva

 

dans un lit d’apparat     d’apparat

doucement   la nuit baisait  roses et marguerites

 

sur la neva    la neva

une chanson d’argent fluide  flotta

chanson de pur argent

et  une lune de massepain

 

le chagrin se mit en mouvement

de quai    à quai

chagrin en mouvement

de nuage   à parole

 

l’ombre descendit sur son visage

puis l’ombre d’ombre

l’adieu     puis la cendre tomba

sur la neva    la neva

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als een groot feest

 

komt er een vrouw    komt er een vrouw

in alle boeken lees je dit

komt er een vrouw die je plots ziet

 

komt er een vrouw    een vreemde vrouw

als helder water tot je mond

de maan met zilveren glimlach jaagt

komt er een nacht   dat zij bemint

 

komt er een nacht    versteende nacht

haar verder stuwt en haar vezwelgt

 

komt er een dag     de nieuwe dag

boven de puinen welft de lucht

water langs de stranden schuimt

 

komt er een dag  als haar groot feest

dat ze bemint    opnieuw bemint

Comme sa grande fête

 

arrive une femme     arrive une femme

dans tous les livres on  lit ceci

arrive une femme     soudain tu l’aperçois

 

arrive une femme        étrange femme

comme de l’eau claire elle monte à la bouche

la lune au sourire d’argent se met en chasse

arrive une nuit   où elle s’éprend

 

arrive une nuit     nuit pétrifiée

qui  la pousse    et  l‘engloutit

 

arrive un jour     le nouveau jour

par dessus les ruines   le ciel se voûte

l’eau écume le long des plages

 

arrive un jour     comme sa grande fête

où elle s’éprend   d’un nouvel amour

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

De paarse papaver

 

nee   zegt hij    je vergeet

hoe het was in de tijd

zacht en doorschijnend

vol gedichten en vreugde

 

van mondhoek tot kin

lopen paden van rimpels

door schaduw van nacht

 

nee   zegt hij    kijk niet langer

naar gebarsten kop

van de paarse papaver

kijk niet langer    schreit hij

Le coquelicot mauve

 

non tu oublies    dit-il

comment était le temps  jadis

doux    transparent

rempli de poésies et de joie

 

du coin de la bouche au menton

courent des chemins de rides

à travers l’ombre de ténèbres

 

non    dit-il     ne regarde plus

la tête éclatée du

coquelicot mauve

ne regarde plus    pleure-t-il

 

 

 

 

Kastelen uit zand

 

zwarte dag   zwarte zee     vuil schuim

waait over kastelen uit zand   en

verspreidt zich    zeil noch meeuw

 

van het schaterende lief vandaan

van de  zus-en-zo   en de papegaaien

van de middelmatigheid   en het geknik

de matantes    dikke nekken    suikergoed

 

zie de vloedlijn waarop we nu staan

zie de vloedlijn van vloeibaar zwart krijt

Châteaux de sable

 

jour noir    mer noire    l’écume sale

éventée par-dessus des châteaux de sable

déferle       en vue mouette ni voile

 

loin de l’aimée riant aux éclats

loin des comme ci comme ça   des perroquets

de la médiocrité   des hochements de tête

des sucreries    matantes    grosses têtes

 

vois    ici   où nous nous tenons    la ligne cotidale

la ligne de craie  noire  cotidale

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

Westwaarts voorbij

 

laat ik me nog eens te luisteren leggen

karmozijn vlekt de tijd   van woorden

stroomt het oor vol  en over

 

laat nog eens de klagende vragen verklanken

vergeten het bruidsbed   eenzaam

de val van geluid in geluid

 

laat ons nog eens de cel van verlangen betreden

de liefde   een spiegel   een vogel

vliegt laag    vliegt westwaarts voorbij

S’envole à l’ouest

 

je voudrais me remettre à l’écoute

le carmin entache le temps     de

paroles l’oreille se remplit et déborde

 

une fois encore fais  traduire les questions plaintives

oublier le lit nuptial    en solitaire

la chute  de bruit  en bruit

 

rentrons    une fois encore    dans la cellule du désir

l’amour     un miroir       un oiseau

qui vole bas     s’envole à l’ouest

 

 

 

Schoonheid    schoonheid

 

het is niet prettig  in een gedicht

over ellende te praten   het masker

van levende mensen    laaiend

vuur dat verschroeit

 

maar   over maan en geur van lavendel

bodymilk  en diepzinnige dingen

abstrakt  en Kantiaans

over zachte wattige woordjes

over ditjes & datjes

_ we weten het wel

 

maar niet    asjeblief   niet over :

heeft schoonheid   schoonheid

haar gezicht verbrand

enzovoort

enzovoort

beauté     beauté

 

en poésie il n’est pas plaisant

de parler de misère    le  masque

de personnes vivantes     feu brûlant

calcinant

 

plutôt   de lune  et de parfum de lavende

bodymilk et de choses profondes

abstraites    Kantiennes

de petits mots doux   ouatés

de ceci & cela

—nous le savons bien

 

mais    par pitié    pas de :

beauté       la beauté

a consumé son visage

et ainsi de suite

ainsi de suite

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

In een donkere tunnel

 

was je wel eens in een donkere tunnel

met de duizendvoudige klank van je stem

en niemand je hoort  omdat je alleen bent

 

was je wel eens in een cel voor je doodging

elke droom die zich voortplant en groeit

 

was je wel eens in de tijd    de vroegere tijd

toen liefde ons zoende   zo breekbaar

in de tijd  die omhoog steeg als zon

Dans un tunnel noir

 

fus-tu jamais dans un tunnel noir

avec les mille échos de ta voix

entendue  de personne    car tu es seul

 

fus-tu jamais en cellule avant de mourir

alors que chaque rêve se reproduit    et grandit

 

fus-tu jamais dans le temps    le temps d’antan

où amour nous étreignait    si fragiles

dans le temps   pareil au soleil ascendant

 

 

 

Schrijf elkeen

 

schrijf elkeen dat ik niet sterven wil :

anna   anna-maria   agatha   beatrijs    bertha

donkeroogje    dori & dorine    frans   hilde

ilse   isabelle   iskra   jan   johannes   karel &

carlos   karen   kohoetek   léon   ludmilla   mar

 

schrijf de dichters   swim  grote dromer van de

afwezigheid van kleur    schrijf ze allen

dat ik niet sterven zal   niet sterven kan

dat een lied van zilver op mijn lippen ligt

dat ik van allen hield   op andere wijze

 

margarete   martine   michel   miek   paul

& paula   rené   rik   rita   (rita is agatha  en agatha

is een andere)   robrecht   rubèn :    bloeiende

oleander onder het puin van stalingrad

sonja   stefaan   toon  en al diegenen

die ik nu niet vernoem

:/……

 

 

 

omarm me   vóór de nacht aanbreekt

die lange   donkere   vochtige

zoen me   vóór de volle maan haar

blikken borsten toont  en me dodelijk kwetst

laat je hand in de mijne   onverwoestbaar

want ik wil leven  nog een leven lang

want ik zal leven  langer dan wie ook

 

nu ga ik een grote stap pogen te zetten

ver   ver van alle kleinheid vandaan

vóór de zwarte roos mijn hart zal vinden

vóór ik herboren word  lang na mijn dood

Ecris à chacun

 

écris à chacun que je refuse de mourir :

anna    anna-maria    agatha    béatrijs    bertha

petit-œil-noir    dori & dorine    frans    hilde

ilse    isabelle    iskra    jan    johannes    karel &

carlos    karen    kohoetek    léon    ludmilla    mar

 

écris aux poètes    swim  grand rêveur de

l’absence de couleur     à tous écris-leur

que je ne mourrai pas    ne puis mourir

qu’une chanson d’argent repose sur mes lèvres

que je tenais à chacun d’eux    différemment

 

Margarete    martine    michel   miek    paul

& paula    rené    rik    rita (rita est agatha et agatha

est une autre)    robrecht    rubèn :  laurier rose fleuri

sous les ruines de Stalingrad

sonja    stefaan    toon    et tous ceux

que je ne nomme pas ici

:/……

 

 

 

étreins-moi    avant que n’arrive la nuit

longue    noire    humide

Embrasse-moi    avant que la pleine lune n’exhibe

ses seins en fer-blanc et ne me blesse mortellement

laisse ta main dans la mienne    indestructible

car je veux vivre encore une vie entière

vivrai une vie plus longue que quiconque

 

En cet instant je tâcherai de faire un grand pas

loin   loin de toute petitesse

avant que la rose noire ne trouve mon cœur

avant de renaître    longtemps après ma mort

 

 

 

 

 

Blauw en maan

 

moest ik je spreken over stenen

die zwervend voorbijgaan

die de dag   die aansluit bij een dag

over een zwarte nacht    die

zich opsluit in een mond

vol gesprongen sterren

 

over het waarom   en het hoe

het waarvoor   het onwaarschijnlijke

vanwaar kom ik   dan uit gebroken klanken

herinneringen  die zich kruisten

en zich verloren in mijn droevig bloed

 

misschien blijf ik bestaan in een huis

boordevol blauw en maan

een vergeten getuige

alleen    kompakt    onbeweeglijk

De bleu et de lune

 

si je te parlais de pierres

passant    errantes

jour pour jour   tour à tour

après une nuit noire   retranchée

dans une bouche

pleine d’étoiles éclatées

 

du pourquoi    comment

pour quoi    de l’improbable

d’où je viens    sinon de sons cassés

de souvenirs croisés

perdus dans mon sang peiné

 

peut-être existerai-je  dans une case

pleine de bleu et de lune

en témoin oublié

seul    compacte    inerte

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

Bramonesas

 

het okkult vuur

klank van vochtig violet

 

kleur van water   van kussen

de te verwachten sneeuw

de zwarte papavers oneetbaar

zonder te sterven

 

volle maan boven Brugge

volle maan boven Bramonesas

dezelfde   en toch een andere

 

hoorde ze het geritsel van

haar vallende kleed    de sleutels

pasmunt    de nachtkreet

in het huis waar ik niet meer woon ?

 

niet zovele dingen ken ik    soms

de achtergelaten zee

de naam van mijn dode zuster

het verdronken uurwerk

vanzelfsprekend de tranen

Bramonesas

 

le feu occulte

son de violet humide

 

couleur d’eau     de baisers

la neige attendue

les pavots noirs inmangeables

sans en décéder

 

pleine lune sur Bruges

pleine lune sur Bramonesas

identique    et autre cependant

 

entendit-elle  le  bruissement

de sa robe tombante    des clefs

de la monnaie    le cri nocturne

dans la maison où je n’habite plus ?

 

des fois    je ne connais pas grand-chose

la mer abandonnée

le nom de ma sœur décédée

la montre noyée

forcément  les larmes

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

Als waaier

 

hemel van donker water

haren van amarant

woordloos opent zich pijn

in de rivier van ogen :

_het ene is goud   het ander turkoois _

sterren verdwijnen vermoeid

met taal   die als waaier

open & dicht gaat

 

schaduw is zee   als een zee

gordijn    roerloze adem

licht dat zich rimpelt

en uitstrekt tot kreet

 

water zoekt   fontein

met zwart bloed bespat

koorts zoekt dood

 

de rivier van ogen :

_het ene is traan   het andere ook _

roos van ver licht

pijn als kristallijn

En éventail

 

ciel d’eau sombre

cheveux d’amarante

une peine aphone se déploie

dans la rivière d’yeux :

—l‘un est d’or  l’autre turquoise—

éclipse d’étoiles lasses

au langage comme l’éventail

s’ouvrant & se refermant

 

l’ombre est étendue d’eau    comme une mer

rideau    souffle immobile

lumière qui se ride

s’épand en cri

 

l’eau recherche la fontaine

de sang noir éclaboussée

la fièvre cherche trépas.

 

la rivière d’yeux :

—l’un est larme   l’autre aussi—

rosace de lumière lointaine

une peine presque cristalline

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

In aarde verdronken

 

rechtop blijvend   binnen

troebel blauw

wanneer zomer overgaat

in nacht   en water

 

wellicht waren de gesprekken

verhelderend   twijfelloos

de onpeilbare uitgestrektheid

van de metafisika

de spons van de Hegeliaanse twijfel

kersen in aarde verdronken

kleur van droom    van angst

wind die op het venster slaat

om de klank van regen  en kussen

te veranderen

 

de dagen hernemen hun plaats

de handen    de auto’s

flessen    en woorden

de treinen    het gezwets

men schuift zijn hoop binnen

in dove oren    men weet

dat de moordenaars straks toeslaan

men hoort met bonzend hart

het paard van de dode herfst

hard stappend voorbijgaan

Noyées en terre

 

debout dans

le bleu vaseux

quand l’été devient

nuit et eau

 

peut-être les débats étaient-ils

clarifiants     dépourvus de doute

l’insondable ’étendue

de la métaphysique

l’éponge du doute Hégelien

cerises noyées en terre

couleur de rêve    de peur

un vent qui frappe sur la fenêtre

pour convertir le bruit

de baisers et de pluie

 

les jours se remettent en place

les mains    les autos

bouteilles et  paroles

les trains    les balivernes

l’on glisse son espoir dans les

oreilles sourdes    sachant

que frapperont tantôt les assassins

l’on ’entend le cœur battant

l’étalon de l’automne éteint

passant à l’allure bon train

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een geschiedenis

 

de vergeten herfst

kwam me overvallen

na al de zon die ik gedronken had

donker van woord en gebaar

met kleed van ritselende bladeren

en een geelkoperen ceintuur

 

lopend doorheen mist en tranen

naar de zwarte winter toe

waar de sneeuwduif me wacht

rouw en woede als messen

 

het betreft een geschiedenis

zoals er vele zijn

men ontmoet iemand   toevallig

men denkt     men dacht

schreide     werd slapeloos       stierf

 

al die dingen gebeuren

Une histoire

 

l’automne oublié

vint me surprendre

après tout le soleil que j’avais bu

sombre en paroles et geste

habillé de feuilles bruissantes

et d’une ceinture jaune cuivre

 

courant par brouillard et larmes

vers l’hiver noir

où m’attend la colombe de neige

deuil    et colère à couperets

 

il s’agit d’une histoire

comme beaucoup d’autres

l’on rencontre quelqu’un      par hasard

on pense     on pensait

pleura      perdit le sommeil       mourut

 

toutes ces choses arrivent

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

Alhambra en breekbaar

 

uit zon     flarden regen

alkohol    bittere woede

uit Alhambra    en breekbaar

 

smelt zilver

giet open op spiegels :

weerschijn     inzicht

 

omhels hem

met sneeuwwitte lippen

Alhambra  très fragile

 

après le soleil         les averses

l’alcool        la  colère amère

sorti d’Alhambra    et fragile

 

il fond de l’argent

le déverse sur des miroirs :

reflet       conscience

 

embrasse-le

les lèvres blanches comme neige

 

 

 

 

 

Van afscheid

 

ring van afscheid        langzaam sterven

droge naald van herinnering binnen

vlammen van rood koper        overleven

een engel daalt uit de hemel

op haar wolkje van satijn

 

dat maan niet zonder zon bestaat

ook niet zo zoete anemonen

noch de bruiloft van haar sluiers

 

spreidend hoop over giftig gras

over neergang van dit blinde water

D’adieu

 

anneau d’adieu     mort lente

aiguille sèche de souvenir dans

des flammes de cuivre rouge       survivre

un ange descend du ciel

sur son petit nuage de satin

 

que la lune   sans soleil    n’existe point

non plus les anémones si douces

ni le mariage sans ses voiles

 

un espoir   étendu sur une herbe vénéneuse

contre la régression de cette eau invisible

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

Ach   mama

 

prevel zacht het gedicht over rozen

zie geen dood zwart    geen angstige ogen

geen mond boordevol honger

men is nu volwassen geworden    dus sterk

loop vrolijk  en licht  op lederen zolen

in een gekleurde broek van zacht blauw

verdriet blijft onzichtbaar     ach mama

 

is het zomer ?   men weet het niet zeker

zouden tranen kunnen doen slapen ?

liggen pleinen vol roest en gedichten ?

waar is de jongen die van haar droomde

de zwijgende    doodsangstige jongen ?

 

er zullen altijd meisjes rondlopen

met vrolijke linten vol wapperend rood

en haren als een nieuwsgierige lente

zullen er altijd piano’s bestaan  en bomen

altijd mensen die nooit zullen knielen

men is nu volwassen geworden    dus sterk

 

verdriet mag nu komen    ach mama

Ah    maman

 

marmonne doucement le poème sur les roses

ne vois pas la mort en noir    pas d’ yeux anxieux

point de bouche débordant de faim

on est devenus adultes  maintenant      donc forts

cours joyeuse  et  légère sur semelles de cuir

en pantalon coloré   bleu tendre

ah  maman     le chagrin reste invisible  

 

est-ce l’été ?  on n’en est pas sûr

les larmes pourraient-elles endormir ?

les plaines sont-elles remplies de rouille et de poèmes ?

où est le garçon qui rêvait d’elle

le garçon silencieux     mortellement anxieux ?

 

il y aura toujours des filles en ballade

aux rubans rouges flottant joyeux

aux cheveux tels un printemps curieux

il y aura toujours arbres  et pianos

et des gens qui jamais ne tomberont à genoux

on est devenus adultes  maintenant      donc forts

 

ah  maman     maintenant   le chagrin peut venir

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onvervangbaar

 

zwarte nachtkristallen

brak water     brandlijn

wrakhout van eilanden

aangespoelde diepte

gekwetst zaad    kinkhoorn

onbreekbare kern    kleur

binnen kleur    proeven van

aarde te kennen    wortels

groeiend ijzer      onbreekbaar

 

zijn :    blauwe roos

honingmaan    rimpel

in glas nauwelijks merkbaar

spiegel in spiegel    spektrum

van licht in voltooiing

naar wit    onvangbaar

onvervangbaar

Irremplaçable

 

cristaux de nuit noirs

eau saumâtre      ligne coupe-feu

bois d’épaves des îles

profondeur alluvionnée

conque     graine blessée

noyau incassable    couleur

dans couleur    goûter la

terre à connaître     racines

fer croîssant     indestructible

 

être :     rose bleue

lune mellifère     ride

presqu’imperceptible dans un verre

miroir en miroir      spectre de

lumière en voie d’achèvement vers

le blanc       insaisissable

irremplaçable

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

De gebroken klank

 

loopt hij voort door de avond

loopt hij langs het vochtige strand

op de spitse rug van de tijd

zijn hand in de luchtstroom

de bewegende hemel vol vuur

de gebroken klank in zijn stem

 

loopt hij voort in een slaap die te diep is

en midden nog eenzamer nachtwind

 

waait hij uiteen in de open zee

als golfschuim   als stuifzand

Le timbre brisé

 

toute la soirée il marche

le long de la plage humide il continue à marcher

sur le dos pointu du temps

sa main dans le courant d’air

le ciel   agité    enflammé

dans sa voix le timbre brisé

 

Il continue à marcher dans un trop profond sommeil

en plein vent nocturne encore plus solitaire

 

Par le vent pulvérisé il se dissout en pleine mer

comme l’écume des vagues     comme le sable fin

 

 

 

Te slapen

 

Lily  hou van mij

(Wladimir Majakowski)

 

op de boot van haar lippen

over de dieprode stroom

 

men heeft hem te slapen gelegd

tussen sneeuwzachte bladen van boeken

met een gedicht op zijn zwijgende mond

te slapen gelegd

 

in een lade met donker satijn :

geborgen     verborgen     aan niemand gezegd

Endormi

 

Lily,  aime-moi

(Wladimir Majakowski)

 

sur le bateau de ses lèvres

au-dessus du flux rouge profond

 

on l’a couché endormi

entre feuillets de livres doux comme neige

un poème sur sa bouche silencieuse

couché endormi

 

dans un tiroir couvert de satin foncé :

abrité     dissimulé     à personne confié

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

Ten dele

 

huis   dat achteloos werd afeschreven

eksekuties in de kranten     ten dele

gat in de dag   waardoor zwart valt

 

wat zegt vreugde  als er nog licht is ?

we zaten aan vredig water     we zwegen

mijn horloge stond stil  als het water

 

in taal  toen  sloop binnen  de pijn

einde van liefde     angst  als een vangnet

in taal  valt geen vreugde te proeven

Par bribes

 

maison  qui fut négligemment  condamnée

exécutions      par bribes   dans les journaux

trou dans la journée    par lequel tombe du noir

 

que dit la joie s’il reste de la lumière ?

assis près d’une eau paisible    nous nous taisions

ma montre s’immobilisa     comme l’eau

 

dans le langage se glissa la souffrance

fini  l’amour     la  frayeur agit comme un filet

dans la langage     plus nulle joie à goûter

 

 

 

 

In de andere tuin

 

maan schoof open achter zwart

maan rook naar rood koper

 

ik zat in de laatste tuin van zijn leven

ik had me een ovalen spiegel gekocht

hij had tijd om te denken aan later

 

de sterren voorbij

schoof het lichtsnelle luchtschip

ik droomde dat ik niet was waar hij was

maar me bevond in de andere tuin

van zijn andere leven

 

ik had me een zilveren spiegel gekocht

ik had tijd om te denken aan vroeger

Dans l’autre jardin

 

la lune perça de derrière le noir

la lune sentait le cuivre rouge

 

je me trouvais dans le dernier jardin de sa vie

m’étais acheté un miroir ovale

il avait le temps de penser à plus tard

 

passé  les étoiles    le vaisseau spatial

glissa prompt comme la lumière

je rêvai que je n’étais pas là où il se trouvait

mais dans l’autre jardin

de son autre vie

 

je m’étais acheté un miroir en argent

j’avais le temps de penser à jadis

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

Van hoop

 

de trouw  die we op school leerden

is niet overal dezelfde.     we beluisterden

wind die kanalen groef  doorheen duisternis

fluitend geluid van koperen kogels

stilte binnen de cel van stilte

 

er bestonden bazalten muren met krassen begroeid

vogels die te pletter vlogen tegen tralies

een doodswitte maan  die verschoof in de nacht

 

ondergronds bewogen tastende stemmen

aarzelend tussen stenen en aarde

stemmen  verdwaald in verval  en verlangen

 

vuurboog van hoop    geluid van jezelf

D’espoir

 

la fidélité apprise à l’école

n’est pas la même partout.    nous écoutions le

vent creuser des boyaux dans la pénombre

le bruit sifflant de balles de cuivre

le silence dans la cellule du silence

 

il y avait des murs de basalte couverts de rayures

des oiseaux s’écrasant contre des barreaux

une lune mortellement blême glissant dans la nuit

 

sous terre remuaient des voix en tâtonnant

entre pierres et terre hésitant

entre déchéance et espérance errant

 

arc flambant d’espoir      bruit de toi-même

 

 

1943

 

we waren van huis weggegaan

we leefden met de gedachte aan licht

we leefden   terwijl we stierven

we waren bang voor een handdruk

 

we hadden blinde meisjes gewild

we hadden dove meisjes gewild

hun mond   dichtgenaaid met zwart garen

hun genezende borstjes rechtop

hun gladde buik als een balsem van vrede

 

zij hebben de meisjes verbrand    helaas

hadden ze ogen en lippen die spraken

wij   werden tot nevel en nacht

wij   zouden de dood overleven

1943

 

quitté la maison

nous vivions avec l’idée de la lumière

nous vivions   tandis que nous mourions

nous craignions une poignée de main

 

nous aurions voulu des filles aveugles

nous aurions voulu des filles sourdes

la bouche   cousue de fil noir

leurs petits seins guérisseurs dressés

leur ventre lisse en baume de paix

 

ils ont brûlé les filles      hélas

elles avaient les lèvres et les yeux qui parlaient

nous   devinmes  brume  et nuit

nous   allions survivre à la mort

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

Vol zilveren rozen

 

slapend in de kruin van bomen

(die voorbije oorlog)

wakend onder donkere aarde

 

vliegtuigen strooiden de hemel

vol zilveren rozen

als schitterende kometen

suisden fakkels omlaag

(niet om je verjaardag te vieren

niet om je verjaardag te vieren

helaas)

 

kwam er weldra een maandag

die de brandende kaarsen uitblies

het was weer herfst   en te laat

om te dromen.    nadien gleed winter

wit en hard het huis binnen

bevriezend het bed   waarin we niet sliepen

Rempli de roses argentées

 

dormant dans la cîme d’arbres

(durant cette guerre passée)

veillant sous la terre sombre

 

des avions émaillaient le ciel

rempli de roses argentées

tels de resplendissantes comètes des torches

crépitaient en tombant

(Non pour fêter ton anniversaire

pour ton anniversaire   non

hélas)

 

un lundi arriva

souffla les bougies allumées

c’était l’automne     trop tard pour rêver

ensuite    l’hiver se glissa

blanc et dur dans la maison

congelant le lit    dans lequel nous ne dormions pas

 

 

Het zwijgende raam

 

we keerden weer huiswaarts

we legden de revolver op tafel

 

buiten bruiste de storm verder

zon verduisterde door stalen vogels

atoom brandde schaduw in steen

 

we stonden te wachten op treinen

we wachtten hopend  en schreiend

we zochten wie nooit meer terugkwam

 

we waren naar huis weergekeerd

we hadden de revolver op tafel gelegd

 

het zwijgende raam stond wijd open

La fenêtre muette

 

nous rentrâmes à la maison

nous posâmes le révolver sur la table

 

dehors    la tempête bouillonnait

le soleil fut assombri par des oiseaux d’acier

atome carbonisa ombre en pierre

 

nous attendions des trains

attendions     espérant     pleurant

nous cherchions quelqu’un qui jamais ne revint

 

nous étions rentrés à la maison

avions posé le révolver sur la table

 

la fenêtre   muette   était largement ouverte

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

O   asblauwe cijfers

 

proef de lyriek

van het ouder worden    proef

het zilte zout van de traan

herhaal mij :    proef met mij

de lyriek van het doodgaan

roep me na over afschuw & woede

herinner het koele blauw van de cijfers

het wachtende gas van verlossing

 

in dorpen rondom

schuilden mensen en angst

meisjes kropen slaapdronken uit treinen

mannen lachten hard en bevelend

koud elektrisch licht sloeg met blindheid

honden blaften om bloed en rauw vlees

 

ik :    schreiend afwezig

pogend te roepen  vol afschuw en woede

lyriek is gestorven

o   asblauwe cijfers van Auschwitz

Oh   chiffres bleus cendrés

 

goûte le lyrisme

de vieillir     goûte

le sel salin de la larme

répète-moi :     goûte avec moi

le lyrisme de mourir

interpelle-moi sur l’horreur & la fureur

rappelle le bleu glaçant des chiffres

le gaz en attente de la délivrance

 

dans des villages alentour

se planquaient  personnes  et angoisse

des fillettes somnolentes se glissaient hors des trains

des hommes riaient fort   autoritaires

une lumière électrique glacée frappa aveuglante :

des chiens aboyèrent pour sang et viande crue

 

moi :     pleurant    absent

essayant d’appeler    rempli d’horreur & de fureur

le lyrisme a succombé

oh  chiffres bleus cendrés d’Auschwitz

 

 

 

 

 

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

 

 

 

Sulamith         I

 

ze doorreizen een landschap

doorsnijden   en proeven het

:  de zilte smaak van de traan

de donkere kreet van wie sterft

 

nee   wellicht   wellicht

hadden ze moeten pogen

stil te staan    maar dat is een dwaasheid

want alles beweegt

ja   alles beweegt en verandert

 

een droeve muziek reisde mee

maar ze wisten het niet

nee   nog wisten ze niet

hoe het worden zou  later

 

zo reisden ze   lief

voor mekaar    goed

en bedachtzaam    zacht    zacht

zo hoopten ze maar

 

is dit dan het eindpunt

:   wegen   die dicht zijn

pijn   die zich opent

oplost in gas

als bruisend blauw water

 

dit komt straks nog    ach ja

dit komt nog    wat later

Sulamith         I

 

ils traversent un paysage

qu’ils découpent   et  goûtent

: l’amertume de la larme

le râle pénétrant du moribond

 

peut-être    peut-être

eussent-ils du tenter de

s’arrêter    mais non c’est une bêtise

car tout bouge

tout bouge et change

 

une musique triste les accompagnait

mais ils l’ignoraient

non    pas encore ils ne le savaient

ce qui plus tard adviendrait

 

ils voyagaient  gentils

l’un pour l’autre   bons

attentionnés   doux    doux

remplis d’espoir

 

est-ce le point final

: —  les routes qui sont fermées

la souffrance qui s’ouvre

se dissout en gaz

comme une eau gazeuse bleue

 

oui      cela arrivera    tout à l’heure

cela arrivera   un peu plus tard

 

 

 

“verdriet waarop men danst”

chagrin sur lequel on danse

 

 

Sulamith        II

 

in een groot boek moet nu haar naam

vermeld staan :   een statistiek van

zoveel doden   en zoveel kubieke meter

gas   en de onoverzienbare bergen van

schoenen en engelenhaar

 

ze moet gegaan zijn tussen de barakken

ze moet een tijdje in de rei hebben gestaan

mooi en naakt   gereed zich door

het blanke water te laten omhelzen

 

naast haar   voor haar   achter haar

moeten anderen gestaan hebben   ook kinderen

een stukje zeep strelend  en geduldig

:   gelieve u vooral niet te haasten

 

ze zal de betonnen kamer betreden hebben

verbaasd  omdat plafond en muren

door vingernagels zo zeer zijn gewond

`

voordien was ze uit Brugge weggevoerd

uit Amsterdam en Warschau    met het lied

van de trein en de gewapende kreten

van soldaten    zo donker

 

ze moet de eerste geweest zijn die

het blauwe gas heeft geproefd

even verbaasd om het gehuil

vooral van de kinderen   vooral

van de kinderen

 

wellicht zal ze aan mij hebben gedacht

even aan de andere vrienden

en zwakjes aan het verduisterde brugge

 

:/……

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

in het museum moet nu haar groene

manteltje liggen    de zwarte schoenen

die ze kocht in de Steenstraat      haar

haren van as  toen ze as werd

 

Sulamith  Sulamith   hoe kan ik

je helpen   hoe kan ik vergeten dat

de dood een meester uit Duitsland was

dat je nu leeft in de tederste