Marc M. Braet

 

 

een voltooide zomer

un été achevé

 

1975

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geen pijn meer

 

opnieuw moet ik rennen tegen de muren

hoog gehangen aan de loden daken

en nog hoger op de trap naar de sterren

die haar begroeten met hun metalen stem

 

maar het doet reeds geen pijn meer

Plus mal

 

il me faut encore courir contre les murs

suspendu  en haut des toits de plomb

et encore plus haut  sur l’escalier menant aux étoiles

qui la saluent de leur voix métallique

 

mais cela ne fait déjà plus mal

 

 

 

 

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

Een suite

 

is het wellicht niet zo

in dit leven

:  een avond die langzaam

sterft

 

ik vroeg toch niet veel

een suite

voor mijn linkerhand    een

lichtje boven mijn bed

daarmee ben ik reeds

tevreden

Une suite

 

n’en est-il pas ainsi

en cette vie :

une soirée qui s’éteint

lentement

 

je ne demandais pas beaucoup

une suite

pour ma main gauche     une

veilleuse au-dessus de mon lit

avec cela me voilà

content

 

 

 

 

De ogen geopend

 

elk kind moet verkennen

de vleugels van stilte    het proeven

van blauw    het lopen

in een reitje

 

de stad heeft haar woningen

voor een ander bestemd

de duistere muren    mijn ruiten

van blinkend verdriet

 

muzikanten spelen elke dag

de golfstroom van mijn woorden

kinderen liggen wakker in het bed

van de nacht   de ogen geopend

Les yeux ouverts

 

chaque enfant doit expérimenter

les ailes du silence      le goût

de bleu     la marche

dans un rang

 

la ville a destiné à autrui

ses maisons

les sombres murs     mes vitres de

brillante ’affliction

 

journellement des musiciens jouent

le courant d’ondes de mes paroles

les enfants restent éveillés dans le lit

de la nuit    les yeux ouverts

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

Donkere woorden

 

wie zal weten  hoe

ik met koper kaats

de briljante vinger

van een vergeten god

op een plaatje

 

heuvels der taal

zacht sluipen van water

niet trager daarom

een rustige adem

 

luisteren naar wolken

donkere woorden

stromend als zilver

over mijn kontinent

Mots profonds

 

saura-t-on comment

avec le cuivre je réfléchis

le doigt brillant

d’un dieu oublié

sur une plaquette

 

collines du langage

coulée furtive d’eau

un souffle calme cependant

non ralenti

 

à l’écoute de nuages

mots profonds

coulant ainsi que de l’argent

sur mon continent

 

 

 

 

Is deze wereld   

 

is deze wereld de enige

waarin we leven en dood gaan

waaruit we vermoeid stappen

als in een zwarte auto

 

zijn woorden meer of minder

en het beschreven blad

een vlaggetje in onze handen

waarachter we lopen

Ce monde est-il

 

ce monde est-il le seul

dans lequel nous vivons et mourons

d’où fatigués    dans une voiture noire

nous montons

 

les mots  sont-ils  plus   ou moins

et la page écrite

qu’un fanion dans nos mains

derrière lequel nous marchons

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

Niet iedere avond

 

niet iedere avond gelijkt de andere

teder   vermoeid    en hijgende taal

als een stijgende zee  zo donker

niet ieder woord wordt geschreven

 

het kinderlijk alfabet van vroeger

heeft afgedaan   voor zover

we niet in een wolk van droefheid

oneindig ver verdronken

 

maar gelief me te geloven

:  niet iedere avond proeft even zoet

als een avond waar soms een woord valt

ongrijpbaar en helder van maangoud

Non chaque soir

 

chaque soir n’égale pas l’autre

tendre    las    langage haletant

tel une marée montante obscure

chaque mot ne s’écrit point

 

l’alphabet d’antan enfantin

est classé    pour autant

que dans un nuage de peine

nous ne soyons noyés infiniment loin

 

mais croyez-moi

:   chaque soir ne se goûte point aussi doux

qu’une soirée où tombe un mot clair

insaisissable   d’or lunaire

 

 

 

Nog tot morgen

 

is deze winter de enige die we kenden

het kantwerk van dode bomen

in het blauw van het netvlies geschilderd

de traagste muren van eenzaamheid

 

zijn alle straten niet gesloten

voor een glimlach vol tederheid

en blijft het woord  werkelijk voldoende

voor de eeuwige liefde van morgen

 

zo de nacht   die langzaam kantelt

over de witte bloemen van de droom

het hart groot  en glanzend   mijn angst

als gezel   nog tot morgen    tot morgen

Jusqu’à demain

 

cet hiver est-il le seul à notre connaissance

la dentelle d’arbres morts

peints dans le bleu de la rétine

les murs les plus lents de solitude

 

toutes les rues sont-elles fermées

au sourire plein de tendresse

la parole vraiment suffit-elle

à l’éternel amour de demain

 

lentement la nuit bascule

sur les fleurs blanches du rêve

le cœur grand  et  brillant    mon angoisse

m’accompagne   encore  jusqu’à demain    demain

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

Het happy end

 

een struktuur in de taal

is me gegeven op te heffen

uit loutere eenzaamheid

 

blijft het woord me voldoende

te spreken tot haar zwijgende mond

blijft één woord je voldoende

 

het happy end niet te vergeten

alle sleutels hebben een slot tot huis

soms wil men het werkelijk geloven

Happy end

 

il m’est donné de lever

une structure de la langue

de par simple solitude

 

un mot me suffi-t-il

pour parler à sa bouche muette

un seul mot te suffi-t-il

 

ne pas oublier le happy end

toutes les clefs ont une serrure pour demeure

parfois    l’on veut vraiment y croire

 

 

 

 

 

 

Mijn naam als ruïne

 

ik sta nog altijd daar

tussen het puin

de stem van een mens onhoudbaar

het traag gesponnen zilver

 

wie moet dit verhaal schrijven

wie moest schrijven

over mijn naam als ruïne

 

een stem rust ondergronds

wachtend op de nieuwe zomer

wie schreef met mijn woorden

over verdriet en gezang

Mon nom en ruine

 

je suis toujours là

entre les décombres

insoutenable appel d’une âme

fil d’argent tissé lentement

 

qui doit écrire cette histoire

qui devait décrire

mon nom en ruine

 

une voix repose sous terre

dans l’attente du nouvel été

qui a décrit avec les mots miens

chanson et chagrin

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

Het was zo eenvoudig

 

is het niet wenselijk

zich zelf te verlaten

het gezicht van de tijd

woede  als gesmolten ijzer

 

de krisis een rode vogel

laat ik nog eens proberen

de smaak van de zachte woorden

de liefde van het vergeten

 

is het niet wenselijk

naar de andere wereld te vliegen

het blijft zo eenvoudig

 C’était tout  simple

 

n’est-il pas souhaitable

de se défaire de soi-même

que le visage du temps

fasse rage ainsi que fer fondu

 

la crise est un oiseau rouge

j’essaye de lui faire goûter

encore les paroles douces

l’amour de l’oubli

 

n’est-il pas souhaitable

de voler vers l’autre monde

cela reste tout simple

 

 

 

 

De handen te verbrand

 

zouden wij dezelfden zijn

op de kantelende rand

van de schaduw

op de vlakte van de taal

 

als de vlaggen gestrekt liggen

in deze verraderlijke wereld

als de vlaggen gestrekt liggen

zouden wij dezelfden zijn

 

de handen te verbrand

om mijn woorden weer verder

door te geven   de lippen verstomd

Les mains trop brûlées

 

serions-nous les mêmes

sur l’angle chancelant

de l’ombre

sur la plaine du langage

 

si les drapeaux sont étendus à terre

dans ce monde traître

les drapeaux étendus à terre

serions-nous les mêmes

 

les mains trop brûlées

pour passer mes paroles

les lèvres figées

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

Zo weerloos

 

in alle sprookjes leven wachtende kinderen

van stilte    het geluk als een gouden vogel

een opgespaarde vreugde voor morgen

 

en er is de wind die een gat slaat in de nacht

de minister die wetteksten citeert

een mens die ademt in zijn kooi

en ieders zee krijgt de kleur van emerald

 

wie moet dit verhaal schrijven voor later

in alle sprookjes zijn de kinderen

van vuur   en zonder woorden  zo weerloos

Si impuissants

 

dans tous les contes vivent des enfants silencieux

en attente du bonheur comme d’un oiseau doré

une joie pour demain épargnée

 

le vent fore un trou dans la nuit

le ministre cite des textes de loi

une âme respire dans sa cage

la mer de chacun prend la couleur d’émeraude

 

qui doit écrire cette histoire pour plus tard

dans tous les contes les enfants sont ardents

et    sans parole  si  impuissants

 

 

Nog een morgen  dacht ik

 

nog met de zon zijn  dacht ik

in het luie zand van spanje

met een aarzelende zee  en het geluid

van haar stem   een plooi in de taal

 

daarbij kwam  dat dag reeds nacht

geworden was   onhoorbaar  en zonder pijn

nog een morgen   dacht ik    nog een morgen

in het zwijgende water staan   en niet verdrinken

Encore un matin   pensai-je

 

encore au soleil    pensai-je

dans le sable paresseux d’espagne

à côté d’une mer hésitante  et   du bruit

de sa voix    un  plissement du langage

 

puis le jour fut changé en nuit

inaudible   et  sans douleur

encore un matin   pensai-je    un matin

dans l’eau silencieuse   et  sans me noyer

 

 

Nog maar nauwelijks

 

probeer het nog eens   soms vang je

haar stem tussen gekleurde woorden

een meisje met slanker haar

de purperen zoen op het voorhoofd

 

doe je mee vandaag   doe je ook mee

niettemin minder buigzaam

achter de sluier van het verdriet

nog maar nauwelijks mijn voetstap

à peine reste –t- il

 

essaye encore    parfois tu surprends

la voix  entre mots colorés

d’une fillette aux cheveux effilés

sur le front  le pourpre baiser

 

te joins-tu à nous ce matin     te joins-tu à nous

moins souple   malgré tout

derrière le voile du chagrin

à peine encore une trace de mon pas

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

En het doek

 

kon ik ooit in mijn huis terugkeren

nooit meer zien

de doorschoten muur  en het doek

van verschrikking

Et la  scène

 

puissé-je rentrer dans ma maison

ne jamais plus y voir

le mur criblé de balles et la scène

d’épouvante

 

 

Een enkele schaduw

 

de dag heeft opgespaard de smaak

van haar woorden   de kleur van

mijn ogen   de gedachten zo droevig

 

als een generaal met zijn vriend

de minister een verbond sluit

wie rekent hun donkere sommen na

 

de dag heeft opgespaard een lichte

kant van de maan   een onweer

een veldtocht   een enkele schaduw

Une seule ombre

 

le jour a gardé le goût

de ses paroles    la couleur

de mes yeux     les pensées si tristes

 

lorsqu’un général avec le ministre

son ami  contracte une alliance

qui vérifie leurs comptes obscurs

 

le jour a conservé de la lune

un côté clair    un orage

une croisade    une seule ombre

 

 

Het indigo

 

van alle dagen  de schoonste

hebben we gekoesterd als

een zomerzon   een windstoot liefde

 

van alle woorden  het beste

bewaard voor de vroege herfst

die het leven verkleurt

voor een moedeloos huis

onbewoonbaar

 

van jou afscheid   het voorlopig

adres genoteerd   en het

indigo van de regen

en van een vallend blad

het einde    roerloos

als het einde   het einde

L’indigo

 

de tous les jours nous avons choyé

le plus beau  tel un soleil d’été

une passion en coup de foudre

 

de tous les mots   conservé

le meilleur en vue du précoce automne

qui décolore la vie

pour un foyer désemparé

inhabitable

 

noté à ton départ

l’adresse provisoire

l’indigo de la pluie et

d’une feuille tombante

le point final    inerte

comme la fin    la fin

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

Netjes

 

men zal een straat mijn naam geven

een plein waar altijd kinderen spelen

in de geduldige schoolboeken zullen

mijn gedichten gedrukt staan netjes

Soigneusement

 

l’on donnera mon nom à une rue

une place où jouent toujours des enfants

dans les livres de classe patients

mes poèmes se trouveront imprimés soigneusement

 

 

 

 

 

 

 

Als voor de eerste keer

 

als een broodboom

ik proef in mijn mond

nachten van weleer

woorden van absurditeit

 

achter ons  de dode zee

wij wijzen naar zoveel landen

wij staan niet alleen

nooit staan wij meer alleen

 

kon ik ooit nog terugkeren

naar de tuinen van steen

als voor de eerste keer

met het  ach  van mijn woorden

Comme la fois première

 

comme un arbre à pain

je goûte dans ma bouche

les nuits d’autrefois

les dites absurdités

 

derrière nous la mer morte

nous reférons à tant de pays

nous ne sommes pas seuls

jamais plus nous ne serons seuls

 

puissé-je jamais revenir

aux jardins de pierre

comme la fois première

en m’extasiant   ah

 

 

 

 

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

 

Hoe helder het lied

 

ik moet met mijn taal

een nieuwe wereld maken

ik moet woorden van vroeger

voorbijgaan    vergeten

 

kijk  iemand heeft in haar straat

duizend lichtjes gehangen

ik loop er onderdoor

zie hoe wit  en doorschijnend

 

maar niet alleen de taal

is een warm huis van vreugde

een deur die men zachtjes open

en dicht doet  zonder te schreien

Combien claire la chanson

 

par mon langage il me faut

créer un monde nouveau

les mots d’antan   dépasser

les oublier

 

regarde    quelqu’un a dans sa rue

mille lumignons suspendu

je cours en-dessous

vois-les tout blancs  et  transparents

 

le langage est non seulement

un foyer chaud de bonheur

c’est une porte que l’on ouvre doucement

et referme sans pleurs

 

 

 

 

Ik vertel het haar

 

zo gaat dat in onze wereld

de boeken hebben haar geheim bewaard

niet alles werd met woorden geschreven

voor de vermoeiden geen ontkomen meer

 

als je het zegt   dan bedoel je  dat

ze het weet niet langer dan gisteren

de huizen kruipen onder de droeve aarde

ik vertel het haar in de zon van kastielje

Je le lui raconte

 

ainsi en va-t-il dans notre monde

les livres ont gardé son secret

tout n’a pas été écrit en mots

pour les éreintés aucun moyen d’échapper

 

quand tu le dis tu entends

qu’elle l’a su pas plus tard que hier

les maisons rampent sous la triste terre

je le lui raconte sous le soleil castillan

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

Een prent met een kanon

 

gooi de verf van woorden

tegen de slapende muur

tot een ruiter van zwart

proef ik het geluid

 

zelfs in de handdruk

van vergeten diplomaten

een prent met een kanon

uit vergeelde jaren

 

mijn paardje

wie bezit dezelfde heupen

van droomhout

een hooglied voor later

Une image à canon

 

lance la peinture de mots

contre le mur endormi

jusqu’au cavalier en noir

j’en savoure le bruit

 

même dans la poignée de main

de diplomates oubliés

reste une image à canon

d’années jaunies

 

petit cheval mien

qui détient ces mêmes hanches

en bois de rêve

un cantique pour plus tard

 

 

 

 

Zo eenzaam

 

zelfs niet de zachte stroom

van de lente heb ik voor haar

wijn en brood klaargezet

onder het verdorrende gras

 

opent de warme aarde zich

ongelooflijk  en ergens in mij

nog de echo  de klank

van de gedachten zo helder

 

wij leven binnen   en buiten

wij staan in de stromende regen

zonder liefde   zo eenzaam

Tellement  solitaires

 

Pas même le doux courant

du printemps    ni  vin  ni pain

je n’ai pour elle préparé

sous l’herbe desséchée

 

la terre chaude s’ouvre

incroyablement    et quelque part

en moi    l’écho    le son

des pensées   si clairement

 

nous vivons à l’intérieur    à l’extérieur

sous une pluie diluvienne

sans amour    tellement solitaires

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

 

 

Haar eigen landschap

 

je zingt me soms wolken

schelpen   en een strand  ergens

blinddoekend de ogen

die alles verlaten moeten

 

ze hanteert de weegschaal

van de stoutste dromen

soms het geluid van een stem

altijd haar eigen landschap

 Son propre paysage

 

tu me chantes des nuages

coquillages et quelque plage

en bandant les yeux

qui doivent tout abandonner

 

elle manipule   la balance des

rêves les plus téméraires

parfois    le son d’une voix

toujours    son propre paysage

 

 

 

 

 

Wellicht   

 

van de vlinders de donkere zusters

langs onze weg  zonder behoedzaamheid

in ravijnen van angst verdwijnend

want de zon blijft vandaag zonder geluid

 

de zogenaamde troostwoorden te spreken

in echo’s van verloren jaren

want je bent wellicht zeer eenzaam

tussen het wit  en het blauw

van je vleugels

Peut-être

 

les sœurs obscures des papillons

faute de précaution    le long de notre layon

disparaissent dans des ravins d’effroi

le soleil  aujourd’hui  restant sans voix

 

les mots  dits de consolation

à traduire en échos d’années perdues

car  tu es  peut-être tout solitaire

entre le blanc  et le bleu

de tes ailes

 

 

 

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

Niet het absint

 

te lang zijn de uren

te hoog het safraanhuis in spanje

 

als het noodlot donkere handen strekt

lichtjaren ver naar een vertwijfeld hart

als liefde verdronk als een heel klein katje

 

niemand zal mij in de stad nog herkennen

niet het absint van mijn woorden  niet

de verdwaalde taal in mijn mond

 

tranen stollen in de angst tot ijs

in het westen zal het vroeg nacht worden

elk vecht voor zich in eenzamer kamers

Non plus l’absinthe

 

trop longues les heures

trop haut le gîte safran en espagne

 

quand la fatalité étend ses lugubres mains

à des années lumières  vers un cœur désespéré

quand l’amour  tel un  tout petit chaton  s’est noyé

 

personne en ville ne me reconnaîtra

non plus l’absinthe de mes mots ni

dans ma bouche  le langage égaré

 

de peur des larmes se coagulent et givrent

à l’occident   la nuit se fera tôt

chacun lutte pour soi    en cellules plus isolées

 

 

Te hoog

 

een zwarte dag in een

huis zonder meisje

 

alles met gangen en deuren

en een vleugje barok

 

we zijn gewond aan de vleugel

van de linkerschouder

 

angst in mij als je spreekt

als je zwijgt

 

angst om het beeld en woord

angst zoals men soms pijn heeft

 

te weten :   de smaak van de waanzin

de boom die je was   waarop ik steunde

de grote hoed van stro

 

misschien waren we een

verdieping te hoog geklommen

Trop haut

 

journée noire dans un

foyer  sans fille

 

tout en couloirs et portes

avec un soupçon de baroque

 

nous sommes blessés à l’aile

de l’épaule gauche

 

peur en moi quand tu parles

quand tu te tais

 

peur de l’image    du mot

comme parfois on en a mal

 

goût de la folie

l’arbre que tu étais   sur lequel je m’appuyais

le grand chapeau de paille

 

peut-être étions-nous grimpés

un étage trop haut

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

En zich sluit

 

als liefde in

mij zinkt   en

zich sluit   en

zich opent

 

als vermoeide regen

me wakker kust

zo kwetsbaar

zo onuitspreekbaar

 

als droefheid

in ons zinkt   en

zich sluit   en

zich sluit

Et  se referme

 

quand l’amour s’enfonce

en moi   et

se cache   et

s’épanouit

 

quand la pluie lasse

m’éveille en baisers

si fragiles

et ineffables

 

quand la tristesse s’enfonce

en nous   et

se cache    et

se referme

 

 

 

Zoals men zei

 

zoals men zei :   het blijft

je laatste kans     verder wenen

bleek toen overbodig

 

en ik nog :   waag je   dood of

levend   maar  waag je

in de weegschaal van

dood of leven

 

zo hebben we ongetwijfeld

een nieuwe bladzijde toegevoegd

aan het geheim der sterren

overbodig  een taxi te roepen

nutteloos  de trein naar Parijs

liefde sterft trager

Comme on disait

 

comme on disait :    c’est

ta dernière chance    pleurer

paraissait superflu

 

et d’ajouter :    risque-le   mort

ou vif    risque-toi

dans la balance

de vie ou de mort

 

nul doute    nous avons adjoint

une nouvelle page

au secret des étoiles

inutile de héler un taxi

vain le train pour Paris

l’amour s’éteint plus lentement

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niets meer over

 

ziezo :   de bladzijde gedraaid

de nieuwe tekst moet nog

ontcijferd worden  geduldig

 

woorden wachten op hun plaats

lichtvoetig   de liefde

op de eindhalte der dingen

 

zo drijven blauwe rozen in de maan

voorzichtig  en doorschijnend

zoals rozen drijven kunnen

 

voor wat nu het vervolg betreft

blijft niets meer over

geen enkel bericht kwam

de vorige vervangen

Il  n’en reste rien

 

voilà    la  page tournée

le nouveau texte reste à déchiffrer

avec patience

 

les mots attendent leur place

l’amour au pied léger

viendra en tout dernier

 

ainsi s’étalent les roses bleues dans la lune

prudentes  et  translucides

les roses capables de nager

 

quant à la suite   ici

il n’en reste rien

aucun commentaire ne vint

remplacer l’ancien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

 

 

 

 

 

 

 

Een jammer afscheid

 

was in een huis van glas

kon ik je voeden  en spreken

met woorden niet langer bestaande

vergeten haar koperen adem

die op mijn angstig voorhoofd

kilte blies   en dood

hoe veilig dit huis   hoe arm

kan ik je bij de hand nemen

zeggen   mijn meisje    iets verzinnen

over sterren en liefde

vuur doen ontvlammen

alchemist worden van vreugde

maar   ach   hoe verraderlijk

gebruikt men mijn taal

registreert men mijn seinen

alsof het niet voldoende blijkt

alsof het niet voldoende blijkt

 

ik weet hoe ik vervreemd

van zoveel dingen lijk   daar zijn

wet en rede  een nog te vinden woord

alsof het niet voldoende bleek

werkelijk   alsof

een jammer afscheid    inderdaad

een jammer afscheid

Un  regrettable adieu

 

dans une maison de verre

j’aurais pu te nourrir     te parler

en mots du passé

oublier son haleine cuivrée

qui sur mon front anxieux

soufflait froid   et trépas

si sûr   si pauvre  ce logis-là

je puis te prendre par la main

te dire   mon aimée    affabuler

sur les étoiles et l’amour

mettre en feu et flammes

devenir alchimiste de la joie

mais   ah    que traîtreusement

l’on use de mon langage

enregistre mes signaux

comme si ça ne suffisait pas

ne suffisait pas

 

je sais    je parais coupé

de tant de choses

il y a loi et raison à cela     un mot à découvrir encore

comme si ça ne suffisait pas

vraiment   comme si

un regrettable adieu    assurément

un regrettable adieu

 

 

 

 

“een voltooide zomer”

un été achevé

 

Een zegel van liefde

 

en toch leef ik onsterfelijk

binnen mijn werkplaats

de broeders slaande

het doffe rouwstaccato

op de donkere mouwen

 

altijd zal iemand me herinneren

de as van mijn woorden

de honing van mijn lippen

het licht in de tempel

ach   het licht

van mijn dode ogen

en mijn hand als een bloem

een zegel van liefde

Un sceau d’amour

 

Pourtant  je  vis  immortel

dans mon atelier

les frères frappant

le staccato sourd du deuil

sur les manches noires

 

sempiternellement  quelqu’un me rappellera

la cendre de mes paroles

le miel de mes lèvres

la lumière dans le temple

ah   la lumière

de mes yeux vides de vie

ma main telle une fleur

un sceau d’amour

 

 

Het sinjaal van Potemkin

 

maar morgen blijft alles nog mogelijk

het landschap in blauw te veranderen

de koning voor goed in ‘t museum

en de hofnarren met poeder en pruik

dansend een vuurvaste tango

 

als de politie maar verder slaapt

in alle talen der wereld   of luistert

naar mingus en parker  of blues

fluit van vrede    met  in hun vingers

de paradijselijke rust van miles davis

 

ja   morgen kunnen we drinken

een perzik van vreugde   een fontein

van altijd stromend geluk

kunnen we proeven een blauwdruk

voor later    een plastisch vermogen

van nieuwer  en mooier     een sintese

van oproer :   het sinjaal van potemkin

Le signal de Potemkine

 

demain    tout restera possible

modifier le paysage en bleu

le roi pour toujours au musée

les fous du roi perruqués   poudrés

dansant un tango réfractaire au feu

 

que dorme la police

dans toutes les langues du monde  ou

écoute mingus et parker ou des blues

sifflet de paix    avec entre les doigts

la quiétude paradisiaque de miles davis

 

oui    demain nous boirons

une pêche de joie    une fontaine

jaillissante de bonheur éternel

nous goûterons un tirage bleu

pour plus tard   un  pouvoir plastique

plus neuf    plus beau   une

synthèse d’insurrection :    le signal de potemkine