Marc M. Braet
“VARIATIES
OP EEN GEGEVEN THEMA”
1956
|
Van
het leven Een
zeer aards lied maken zonder
engels en bazuinen vergeet-mij-niet
planten op de puinen zon
schilderen op je ruit. En
vooral niet vergeten dat
dicht naast jou het
warme hart klopt van
een vrouw. |
De
la vie faire
une chanson très terrestre sans anges ni
trompettes planter
du myosotis sur les
ruines peindre
du soleil sur ta vitre. Surtout
ne pas oublier que
très près de toi bat le cœur
chaud d’une
femme. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
Vergeet dan wie
het kan : de
bommen en het gruis de
grauwe uniformen het
zwarte hakenkruis. De
zonen weggezonden de
vaders in gevang de
vrouwen vol verdriet en
moeders stil en
bang de
lippen zonder lied. Vergeet
dan wie
het kan : de
kampen en de doden de
beulen en de haat de
martelgang der Joden de
klopjacht in de straat. De
moeders zonder zonen de
vrouwen zonder man. Vergeet
dan wie
het kan |
Oublie qui
peut : les
bombes et débris les
terreux uniformes la
croix gammée noire. Les
fils envoyés au loin pères
en prison femmes
folles de chagrin et
mères muettes
angoissées les
lèvres sans chanson. Oublie qui
peut : les
camps et les morts les
bourreaux et la haine le
martyre des Juifs la
rafle dans la rue. Les
mères sans fils les
femmes sans époux. Oublie alors qui
peut ! |
“variaties
op een gegeven thema”
|
eluard achterna Op
mijn tafel op de
muren in
het stof dat op de kast ligt op
de heenglijdende uren op
de glans van een gezicht op
de mond van de beminde op
het zonverlichte raam op
de voeten die niet vinden op
de zwervers zonder naam op
de snaren der violen op
de sterren en de maan op
de poorten van de scholen op
de dromen die vergaan op
de lange meridianen op
de daverende zang op
de wapperende vanen op
de tralies van ‘t gevang op
de loop van de geweren op
het lijf van de granaat op
de hoge hoed der heren op
de stekels van de haat op
de schouwen der fabrieken op
het rondsnorrende wiel op
de lange molenwieken op
de blauwe werkmanskiel op
de borst der kameraden op
hun hart dat rustloos klopt op
de weg die we betraden op
de tijd die nergens stopt schrijf
ik groot reusachtig
groot als
een lofzang als een
bede wenkend vlammend bloedend
rood slechts
die éne heilkreet :
VREDE
! |
sur
les traces
d’éluard Sur
ma table sur les
murs la
poussière sur l’armoire sur
les heures qui s’écoulent sur
le brillant d’une figure sur
la bouche de la bien-aimée sur
la fenêtre ensoleillée sur
les pieds qui ne trouvent pas les
vagabonds dans l’anonymat sur
les cordes des violons sur
les astres et la lune sur
les portes des pensions les
rêves pures illusions sur
les longs méridiens sur
le chant retentissant les
drapeaux flottant au vent les
barreaux du cachot sur
le canon d’armes à feu sur
le corps du projectile sur
le claque des messieurs les
piquants d’humeurs hostiles sur
les cheminées d’usines la
roue ronflante des machines sur
les longues ailes du moulin le
sarrau bleu du manuel sur
la poitrine des camarades leur
cœur qui ne cesse de battre sur
le chemin que nous parcourions sur
le temps qui ne s’arrête nulle part j’écris
en grand en
lettres géantes tel
un hymne une
prière qui
fait signe
enflamme
rouge sanglant ce seul cri salutaire: paix ! |
“variaties
op een gegeven thema”
|
lied van onze dromen die
hun reis beginnen liedje
van ons hart tussen
ons beminnen. Blijder
treden wij binnen
deze dagen niets
kan nog de loop van
de tijd vertragen. Met
ons is alle vreugde de
liefde het
geluk —
naar
‘t eiland van de wanhoop liggen
de bruggen stuk.
|
Chanson
de nos rêves qui
entament leur voyage refrain
du cœur au
centre de notre amour. Plus
joyeux nous
pénétrons ces jours rien
ne freinera le
temps dans son cours. Toute
joie est avec nous l’amour le
bonheur —
les ponts sont coupés vers
l’île de la torpeur. |
|
Voor
de toekomst zijn leven
bestemmen strijden minnen hopen met
zijn hart vol
bloemen lopen — bloemetje
teder als was bloemetje
helder als glas. Naar
het geluk van morgen de
handen reiken de
dag omvatten en
tot de onze maken met
zijn ogen vol
sterren lopen _ morgen
staat boven ons hoofd de
zon als een boterbloem open. |
Vouer sa
vie à l’avenir combattre aimer espérer
courir
le cœur rempli
de fleurs — fleurette
tendre comme cire claire
comme verre. Au
bonheur de demain tendre
les mains, englober
le jour et
l’en faire nôtre ; courir
les yeux remplis
d’étoiles — demain tel un bouton d’or
sera dessus nos têtes radieux
le
soleil. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
alles
: mijn
gevechtsvers mijn
kloppende hart mijn
zingende mond van
geluk. Alles
: mijn
blonde lief mijn
kleine hinde mijn
zonnebloem van
morgen. Wat
ik ook noem : je
duizend-en-één namen je
koralen mond je
ogen uit zomerzon geslepen je
lichaam als riet in de wind de
dag scheurt zich aan repen rood
en blauw en
ik zing luid van groot geluk om
jou. |
tout
: mon
poème de combat mon
cœur battant ma
bouche
chantant de
bonheur. Tout
: ma
chérie blonde ma
petite biche mon
tournesol de
demain. Quoique
je nomme : tes
mille-et-un noms ta
bouche de corail tes
yeux ciselés dans le soleil d’été ton
corps comme jonc dans le vent le
jour se déchire en lambeaux rouges
bleus moi je chante fort
d’immense bonheur pour
toi. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
Als
wij onder de sterren lopen hoog
een meinachtmaan die
door de zwart-fluwelen wolken reist —
ik
zou ze willen hangen tussen
de bloeiende jasmijn nabij
de bank waar
wij straks zullen rusten — je
lippen zullen rode bessen zijn je
handen witte duiven. En
over gans de wereld bijna zullen
mensen als wij het
jagen volgen van de wolken in
deze nacht van mei en
‘t reizen van de maan die
juist als hier boven
hun hoofd zal staan. Je
lippen zullen rijpe druiven zijn je
ogen zal ik met de sterren verwarren. |
Quand
nous courrons sous les étoiles une
nuit de mai une lune
haute en
voyage perçant le velouté noir des
nuages —j’aimerais la
suspendre entre les fleurs du
jasmin proche du banc où
nous sommeillerons — tes
lèvres seront des
baies rouges tes mains des raisins blancs. Presque sur la terre
entière comme nous des
personnes suivront en cette nuit de
mai la chasse des
nuages et
la lune en voyage qui
juste comme ici se
trouvera dessus leur tête. Tes
lèvres seront des raisins mûrs avec les étoiles tes yeux je confondrai. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
Wijl
de avond gedaald is tegen
de wereld zo dicht tot
onder de donkere daken van
de verdwaalde huizen met
slechts een bleekgeel licht aan
de einder waar
aarde en hemel raken —ik
wou dat ik die merel was die
schel en luid een vrij lied
zit te zingen of
zijn zachte vleugels openslaat daar
aan zijn rustplaats voorbij twee
jonge mensen gingen. En
die zich haast om
binnen d’enkele uren die
een verre nachtklok slaat zijn
helder lied te hernemen vóór
de zon opstaat. |
Le
soir tombé si
adjacent au monde jusqu’en-dessous
des toits sombres des
maisons égarées seule
une faible clarté jaune
à l’horizon où
ciel et terre s’effleurent —je
voudrais être ce merle qui
de son souffle fort et strident chante
une libre mélodie ou
ses ailes douces déplie à
son lieu de repos où deux
jeunes gens cheminaient. Et
qui se hâte pour dans
les quelques heures que
sonne au loin la cloche du réveil refaire
son air clair avant
le lever du soleil. |
|
mijn
woorden die
sterven of keren. Eénmaal
of tienmaal te
sterven — wie weet het ? Maar
keren als zwaluw als
trekganzen zeker en
rustig dicht
bij het hart van de mens dicht
bij het glanzend juweel in
de borst van mijn broeders is
beter
hoopvoller en
leve de zwaluw die keert als
de lente met
de zon in zijn bek. |
Mes
paroles meurent
ou repassent. Une
fois ou dix fois se
meurent — qui le sait ? Mais
revenir comme
l’hirondelle
pareil aux
oies migratrices sûres et tranquilles proches
du cœur de l’homme proches
de ce joyau rayonnant dans
la poitrine de mes frères est
mieux plus
prometteur et
vive l’hirondelle qui repasse comme
le printemps avec
dans son bec le soleil. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
Ik
klop aan de harten gewonnen
— verloren maar
jij zult mij horen die
groeit naar de morgen de
stralende zon naar
je broeders de mensen van
ver of dichtbij. Ik
klop aan de harten ik
klop aan de deuren van
liefde en vrede van
lente en zomer van
geloof in de toekomst. De
deuren staan open wijd
open naar morgen en
rijker zijn wij die
ons hart kunnen geven onze
strijd onze
hoop voor
wat simpel geluk in
dit leven. |
Je
frappe aux cœurs gagnés — perdus mais
toi tu m’entendras qui
te tournes vers l’aube le
soleil radieux vers
les hommes tes
frères de
loin ou de près. Je
frappe aux cœurs je
frappe aux portes de
la paix, de
l’amour du
printemps et de l’été de
la foi en l’avenir. Les
portes sont ouvertes grand ouvertes vers
l’avenir et
nous plus riches de
savoir donner notre cœur notre combat notre
espérance pour un peu de simple
bonheur en
cette existence. |
“variaties
op een gegeven thema”
|
Geen eindstation geen
halte waar de uren blijven staan als
blinde treinwagons waar
alles regelmaat en grijs is waar
men oneindig wijs is en
geen dromen meer worden geboren. Liever
tot de dag van morgen behoren grenzeloos
wijd en blauw. Liever
de haven uitvaren met
gedoofde lichten desnoods maar
leven hartstochtelijk
leven en groot voor
de zon rond als brood voor
de vrouw die mijn hart is voor
de mens die mijn smart is voor
al het geluk dat
mijn mond moet bezingen. Geen
eindstation geen
halte tussen nutteloze dingen maar
op de wijzers van de zon gaan
staan en
springen. |
Non
au terminus halte
où le temps s’arrête comme
wagons de trains aveugles où
tout est uniforme
grisâtre où
l’on est infiniment sage et
les rêves ne trouvent plus d’éveil. Mieux
vaut appartenir à demain étendue
bleue sans frontières. Lever
l’ancre s’il
faut toutes
lumières éteintes mais
vivre passionnément et
vivre grand pour
le soleil rond comme le pain pour
la femme qui est mon cœur l’homme
ma douleur pour
tout le bonheur que
ma bouche se doit de chanter. Non
au terminus halte
entre choses inutiles mais
se placer sur
les aiguilles du soleil et
s’élancer. |
|
De
haven uitgevaren de
vlaggen in de wind zijn
eigen vaart verklaren en
blij zijn als een kind. Wie
zou er willen landen of
schreien droef en zacht ? De
zon staat in mijn handen naast
het geluk op wacht. |
Appareillé drapeaux
au vent la
navigation par soi-même arrêtée joyeux
comme un enfant. Qui
voudrait débarquer ou
de doux chagrin pleurer ? Je
tiens en mains le soleil à
côté de la joie en éveil. |