Marc M. Braet
“BAGATELLEN”
1952
|
laatste
bezoeker hij
kwam heel langzaam aan hij
zocht een wijl de trappen telde
zijn zachte stappen keek
door een open raam kwam
voor haar deur te staan hij
dierf schier niet te kloppen maar
tijd kan nergens stoppen geen
oude weg hergaan geen
oude weg hergaan hij
trad de kamer binnen keek
naar het witte linnen keek
er mijn moeder aan. zag
haar verjongd gezicht zag
groot haar diepe ogen kuste
met stil meedogen haar
natte wimpers dicht |
dernier
visiteur il
approcha tout doucement chercha
les marches un moment compta ses pas feutrés regarda
par une fenêtre béante arrivé
devant sa porte à
peine osa-t-il frapper mais
le temps ne s’arrête pas ne
peut refaire un vieux parcours ne
peut refaire un vieux parcours il
pénétra dans la chambre regarda
le linge blanc contempla
ma mère vit
son visage rajeuni ses
yeux creusés profonds l’embrassa
muet de compassion lui
ferma les cils mouillés |
“bagatellen”
|
moeder Door
elke waan verlaten van
alle dromen moe ; wat
kunnen tranen baten voor
ogen stil en toe ? Wat
kunnen handen raken ? Een
voorhoofd en wat
haar en
verder ‘t witte
laken in
teer sereen gebaar. Zo
eindigt dan een leven : zacht
heengaan tot de rust. Een
mond met pijn omweven en
door de dood gekust. |
maman
D’illusions
désabusé de
tous rêves lassé à quoi bon les larmes pour
yeux muets et clos ? Que peuvent effleurer les mains ? Un front quelques cheveux et le drap blanc d’un
geste tendre et serein. Ainsi donc finit une vie : s’en aller doucement à la tranquillité. Une bouche tissée de peine par
la mort cousue de baisers. |
|
vers Dit
is een vers voor kleine Kris voor
Krislein uit dit vlugge leven en
alles wat van morgen is. Een
roemer liefde en heimenis ; een
vers speciaal voor haar geschreven als
booglamp in de duisternis. Het
vers voor onze kleine Kris. Bij
alles wat is goed gebleven : een
rode ruiker in een nis. |
refrain Ceci pour petite Kris est un refrain pour Krislein de cette vie ephémère et tout ce qui appartient à demain. Bulle d’amour et mystère ; écrit pour elle un refrain comme lampe à arc dans les ténèbres. Pour notre petite Kris le refrain Auprès de tout ce qui est resté bien : beau
bouquet rouge dans une niche.
|
“bagatellen”
|
grenzen De
grensen rond je hart en hand. Toch
moeten wij geen visa vragen voor
‘t reizen naar elkanders land. Bagage
is er niet vandoen de
douaniers zijn niet te vrezen voor
‘t bergen van een smokkel-zoen. Tot
we eens samen verder gaan om
nieuwe landen te bezoeken : geen
grenzen zullen nog bestaan. |
frontières
Il y a frontières autour de ton cœur et ta main. Mais un visa est vain pour voyager vers nos pays mutuels. Le bagage ne joue point ; pas de douaniers à redouter pour fraude d’un baiser caché. Lorsque nous irons plus loin explorer de nouvelles contrées: Les
frontières ne seront plus. |
|
ster De
verre dromen rijpen de
morgen klaart aan ‘t raam. Laat
me de sterren grijpen en
schikken tot je naam. En
planten in je ogen en
hangen in je haar heel
stil naar jou gebogen met
teer bemind gebaar. Laat
ze je lippen kussen laat
ze je glimlach zijn en
zet ze lichtend tussen de
weemoed en de pijn. De
ruit met zon behangen de
lichten doofden uit. Maar
in mijn hart gevangen: de
schoonste sterrenbuit ! |
étoile
Les rêves de loin mûrissent à la fenêtre l’aube se lève. Laisse-moi saisir les étoiles les disposer selon ton nom. Les planter dans tes yeux pendre dans tes cheveux arquées très doucement vers toi d‘un geste tendrement aimé. Laisse-les te baiser les lèvres laisse-les être ton sourire; pose-les lumineuses entre mélancolie et douleur. La vitre de soleil tapissée les lumières s’éteignirent. Capturé dans mon cœur : le plus beau butin d’étoiles
! |
“bagatellen”
|
eindpunt Jij
zijt het eindpunt van mijn reizen niet
verder bleef geluk te koop al
mochten duizend borden wijzen de
nieuwe weg op van de hoop. Jij
bent het eindpunt aller dromen geen
twijfel meer die me besloop we
zijn van traan tot lach gekomen niet
verder blijft geluk te koop.
|
point final C’est toi le point final de mes périples au-delà nul bonheur ne fut à vendre dûssent mille panneaux montrer le chemin nouveau de l’espoir. C’est toi le point final des rêves nulle tergiversation en moi de la larme nous avons passé au rire au-delà nul bonheur n’est à vendre. |
|
sneeuw De
wijde wereld voor het raam de
sneeuw als watten over wonden. Met
bleek gezicht en hondermonden de
mensen die in groepen staan. De
witte weelde langs de straat. De
werkelozen wachten
wachten vol
opstand en sombre gedachten het
oog verdonkerd door de haat. De
wijde wereld voor het raam. En
zij lang door hun God
vergeten van
kou en armoede doorbeten staan
stil in grauwe groepen saam. |
neige
Devant la fenêtre le vaste monde la neige comme des ouates sur les plaies. Blafards et affamés les hommes en groupes rassemblés. En rue la blancheur luxueuse. Les chômeurs attendent attendent chargés de révolte d’idées sombres l’œil noirci par la haine. Devant la fenêtre le vaste monde Et eux longtemps oubliés de leur Dieu rongés de misère et de froid s’attardent en groupes terreux. |
“bagatellen”
|
gevangene De
cirkelgang der trage uren. Hoelang
nog voor ik wedervind buiten
de rechthoek dezer muren een
vrouw een vriend een lachend kind
? Nu
kan ik slechts ‘t gezag verwensen de
tralies meten met mijn hoop. Ze
kunnen niet bij vrije mensen gedachten
vangen in hun loop. Wat
krabbels op de wakke wanden. Hoelang
nog voor ik wedervind mijn
moeder vader
broederhanden en
alles wat het leven bindt ? |
prisonnier
Lent parcours circulaire des heures. Combien de temps encore avant que je retrouve hors du rectangle de ces murs épouse ami un enfant riant ? Je ne peux que maudire l’autorité mesurer les barreaux à mon espoir. Des hommes libres on ne peut saisir les pensées en cours. Quelques griffonnages sur les parois moites. Combien de temps encore avant que je retrouve mère père mains fraternelles et tout ce que la vie unit ? |
|
eksekutie
Dit
is het trage droevig
lied van
een geofferd leven. Een
verre vogel in het niet en
mikken zonder beven. En
zonder tranen is dit lied motief
met weinig noten : wat
angst wat hoop wat schraal
verdriet en
scherp-knallende schoten. Dit
is het vlugge wrange lied van
een geëindigd streven. Een
dode vogen in het niet en
verder weer het leven. |
exécution Voici lent le triste chant d’une vie sacrifiée. Un oiseau loin dans le néant visé sans trembler. Sans larmes ce refrain motif en peu de notes : un grain d’angoisse d’espoir de maigre chagrin et tirs perçants. C’est le chant âpre et court d’un effort épuisé. Oiseau mort dans le néant et la vie reprend son cours. |
“bagatellen”
|
dode Hier
lig ik nu moet ik straks
branden of
glijd ik door de gouden poort ? In
elk geval ‘k vouwde mijn
handen zodra
ik ‘t doodssein had gehoord. Men
zalfde mij waste mijn
voeten deed
dan mijn beste kleren aan. De
buren kwamen nog eens groeten bleven
een wijle rouwend staan. En
Lange Jan kwam om te meten de
lengte van mijn donker graf. O, wist ik maar kon ik maar
weten of
ik bergop moet of bergaf
? |
mort Me voici gisant faudra-t-il que je brûle ou glisserai-je par la porte d’or ? Je croisai les mains aussitôt perçu le signal de la mort. L’on m’oignit me lava les pieds me vêtit de mes plus beaux habits. Les voisins vinrent saluer s’arrêtèrent un moment endeuillés. Et Jean Le Long vint mesurer la longueur de ma sombre tombe. Oh, saurai-je jamais si seulement je
dois grimper ou descendre la pente ? |
|
zonder belang De
kogel die de ruit deed breken. Het
kind geboren in de nacht onder
de rode fakkelreken. Soldaten
ergens op de wacht. En
weldra wordt het weerom morgen. De
verre lichten zijn gedoofd en
mensen slapen zonder zorgen. Elk
heeft zijn ziel aan God beloofd. Soldaten
vuurden ergens
buiten Een
roerloos wicht de ogen
groot. De
kogel die doorheen de
ruiten de
scherpe zeis sloeg van de dood. |
sans importance Le
boulet fit voler la vitre en éclats. Dans
la nuit l’enfant est né sous
le ratelier de torches écarlates. Quelque
part soldats en faction. Dans
peu de temps il fera matin. Les
lumières sont éteintes au loin le
monde dort sans soucis. Tout
un a voué son âme à Dieu. Soldats
quelque part firent feu. Un
enfant inerte grands
ouverts les yeux. Le
boulet traversant les
vitres abattit
la faux tranchante de trépas. |
“bagatellen”
|
mary-lou Misprijst
mij niet die schoon
wilt leven en
die nog houdt van schijn en geld ik
moet mijn lijf aan elkeen geven die
‘t voor de prijs een nacht bestelt. Misprijst
mij niet die nog kunt
hopen die
niet als ik een kind
begroef geen
man bezit en nu
verlopen mijn
kussen deel ‘t zij blij of
droef. Misprijst
mij niet gij vrome
heren die
in ‘t geniep mijn borsten keurt de
brave schaapjes moet men scheren en
slechts om ‘t dood-gaan moet getreurd. |
mary-lou Ne me blâmez pas qui entendez mener belle vie garder bonne mine et argent il me faut moi livrer mon corps à chacun qui le commande pour le prix d’une nuit. Ne me blâmez pas qui pouvez espérer n’avez pas comme moi un enfant enterré sans époux maintenant avilie je partage mon oreiller avec joie ou désarroi. Ne me blâmez pas pieux messieurs qui à la dérobée inspectez mes nichons il faut tondre les braves petits moutons et seulement le trépas mérite affliction. |
|
besef Men
mag zichzelf niet voor een nar verslijten in
deze wereld die geen recht meer weet. Men
moet maar laf zijn en de kleinen bijten en
God bekennen dat ‘t je heel erg speet. Geef
dan wat goud en laat de hemel
kopen want
daar pas is men allemaal bijeen. Zo
blijven steeds de grootste gekken hopen doch
wat er morgen komt dat weet
niet een. |
conscience Il ne faut pas s’user pour un guignol dans ce monde qui méconnaît les droits. Il suffit d’être lâche de mordre les petits puis confesser à Dieu qu’on se repentit. Donnez un peu d’or achetez le ciel c’est là que nous serons tous réunis. Les plus énormes fous continuent d’espérer ce qui nous attend demain personne ne le sait. |
“bagatellen”
|
gebed Geef
hun o Heer een goede diepe
rust nu
ze vermoeid zijn van Uw naam te loven zij
baden veel maar tóch moesten ze
sloven voor
‘t bruine brood dat elk zo gaarne lust. Zij
hebben veel gezweet vandaag o
Heer niet
door de hitte van de zonnestralen maar
‘t was de baas die ‘t uit hun lijf kwam halen heel
zeker bidt die nooit tot U niet meer. Geef
hun o Heer een schone rust
vannacht en
laat hen eindelijk de hemel vinden stop
‘t kloppen van de regen aan de blinden en
zet Sint-Pieter bij hun bed op wacht. |
prière Donne-leur Seigneur un repos bon et profond ils sont las pour’avoir loué Ton nom ils prièrent beaucoup toutefois durent s’ésquiinter pour le pain bis par tout un savouré. Seigneur ils ont tellement sué non par l’ardeur de rayons solaires c’est le patron qui le leur tira de la chair lui sûrement vers Toi jamais plus ne prie. Donne-leur Seigneur un bon repos cette nuit laisse-les enfin découvrir le ciel suspends la pluie battant aux persiennes et mets Saint-Pierre en veilleur à leur lit. |
“bagatellen”
|
tras “Het
Brits leger en politie zijn Woensdag begonnen met de stelselmatige
uitroeiïng van het Maleis dorp Tras… Tweeduizend dorpelingen werden naar
een kamp over-gebracht. Hun woningen werden
weggevaagd…”
Associated Press
8-11-51. Tweeduizend
mensen staan bijeengedreven en
zien hun dorp in vuur en vlam vergaan tweeduizend
mensen uit dit grote leven het
wrange hart met rouw en as belaan. Zij
zien de rook uit deur en ramen waaien vierduizend
ogen door de haat gekust waarin
‘t weerkaatste vuur zal blijven laaien en
nooit door bittre tranen wordt geblust. Tweeduizend
burgers die hun huis verloren. Het
leven draait in alle regelmaat maar
in hun hart zingt meer dan ooit te voren het
vrijheidslied dat nooit een volk verlaat. |
tras “L’armée britannique et la police ont commencé mercredi l’extermination systématique du village malais Tras… Deux mille villageois furent transportés dans un camp. Leurs habitations furent balayées…”
Associated Press
8-11-51. Deux
mille personnes entassées voient
leur village en feu et flammes de
cette belle vie deux
mille âmes le
cœur d’amertume en deuil et cendres accablé. Voient
la fumée par portes et baies soufflée quatre
mille yeux par la haine embrasés où
persisteront les reflets des flammes et
jamais ne s’éteindront en d’amères larmes. Deux
mille citoyens ont perdu leur foyer. La
vie continue avec régularité plus
que jamais se chante dans leur âme ce
qui jamais ne quitte un
peuple l’hymne de
liberté. |
“bagatellen”
|
beloyannis Athene
wacht Athene
strijdt Athene
hoopt Athene
houdt de adem in : krijgen
de beulen straks hun zin ? Zovele
liefdevolle handen uit
alle hoeken alle
landen schrijven
hun woede hoop en haat. En
jij vriend broeder kameraad die
werkt in de schoot der aarde die
werkt onder koeplende lucht die
werkt in de sombre fabriek die
boten voert die
land beploegt die
treinen leidt die
tot de kindren spreekt die
werkloos zijt heb
je vandaag nog
VANDAAG Vriend Broeder Kameraad je
woord van woede hoop en
haat reeds
neergeschreven ? Het
is niet ik die je dit vraag maar
Beloyannis en de
zeven die
in de grauwe Griekse cel voor
dood zijn opgeschreven. Redt
ze REDT
ZE van de
beul zo
jij je mens wilt noemen zo
jij je man wilt staan. Zo
zullen Beloyennis
en de zeven in
het later strijdvol leven met
ons de weg der vrijheid gaan. |
beloyannis Athène veille Athène combat Athène espère Athène retient son souffle : obtiendront-ils satisfaction les bourreaux ? Toutes ces mains dévouées de tous les coins tous pays écrivent leur colère espoir et haine. Et toi ami frère camarade qui travailles dans les entrailles de la terre sous la voûte des cieux dans la sombre usine qui pilotes les navires laboures la terre conduis les trains parles aux enfants toi chômeur as-tu aujourd’hui même Ami Frère Camarade AUJOURD’HUI écrit ton mot de colère espoir et haine ? Ce n’est point moi qui te le demande mais Beloyannis et les sept qui dans la cellule grecque macabre sont marqués pour la mort. Sauve-les SAUVE-LES du bourreau si tu veux t’appeler humain te montrer homme. Dès lors Beloyannis et les sept dans la future vie de combats prendront
à nos côtés le chemin de la liberté. |
“bagatellen”
|
vier
uur dertien
voor
Nicos BELOYANNIS
Ilias
ARGYNIADES
Nicos
KALOEMENOS
Dimitrios
BATZIS Vier
uur en nul en grauw de
late nacht. Dreigend
de auto’s in het mulle zand en
stram de militaire wacht. En
Plastiras speelt Judas in zijn land. Vier
uur en tien de lampen
flitsen aan belichten
scherp de kalme mensengroep die
met geheven hoofden staan En
Koning Paul hoort niet hun laatste roep. Vier
uur en elf geweren
zwart en groot en
Beloyannis glimlacht naar het licht dat
klimmend rijst vol morgenrood. En
Vader Paus denkt aan de vastenplicht. Vier
uur en twaalf hier
scheiden dag en nacht. De
helden kiezen zonder angst hun lot in
strijd tegen de brute macht. Vier
uur dertien weerklinkt ‘t
genadeschot. |
quatre heures treize pour
Nicos BELOYANNIS
Ilias
ARGYNIADES
Nicos KALOEMENOS
Dimitrios
BATZIS Quatre
heures zéro nuit terne et
tardive. Autos
menaçantes dans le sable poudreux garde
militaire engourdie. Plastiras
joue au Judas dans sa patrie. Quatre
heures dix les phares
s’allument illuminent
clairement le groupe d’hommes calmes portant
la tête haute. Le
Roi Paul n’entend pas leur dernier appel. Quatre
heures onze des fusils noirs
immenses Beloyannis
sourit à la lumière remplie
d’aurore ascendante. Le
Père Pâpe pense au devoir du jeûne. Quatre
heures douze le jour se
scinde de la nuit. Les
héros choisissent sans peur leur sort opposé
au pouvoir brutal. Quatre
heures treize retentit le
coup de grâce. |
“bagatellen”
|
zang Ik
heb mijn weg gekozen ik
weet waarheen ik ga. Ik
bedel niet om rozen en
smeek om geen gena. Men
moge mij bespuwen en
aanblikken vol haat een
strijd valt nooit te schuwen zolang
het hart nog slaat. Niet
om ‘t verleden rouwen ik
weet waarheen ik ga. Ik
zal geen handen vouwen noch
smeken om gena ! |
chant J’ai choisi mon chemin je sais où je vais. je ne mendie pas de roses et non plus n’implore grâce. L’on peut m’insulter avec haine me toiser jamais n’est à craindre le combat tant que le cœur bat. Ne point pleurer sur le passé je sais où je vais. je ne me croiserai pas les mains ni n’implorerai grâce ! |
|
wetenschap Ik
zal de zonden op mijn hoed lijk pluimen steken het
boek herlezen van de rode Tijl en
loze Reinaart volgen bij zijn streken terwijl
hij spottend lacht om beul en bijl. Ik
zal lijk Vos en Tijl mijn vuile voeten vegen aan
al wat adel is en hof en kerk en
hangt men mij te rotten in de regen : veel
liever vrije lucht dan marmren zerk ! |
savoir Je planterai les péchés tels que plumes sur mon chapeau relirai le livre de Tijl le rouge suivrai dans ses attrapes Reinaart le coquin qui se rit moqueur de bourreau et hache. Comme Renard et Tijl je m’essuierai les pieds sales à toute noblesse cour et église si l’on me pend pour pourrir dans la pluie : plutôt l’air libre que cercueil de marbre ! |